4 jaar geleden

Zelfstandige plaatselijke gemeenten

Een theoloog uit de vrije kerken zei onlangs dat een vergaand autonome plaatselijke gemeente niet overeen komt met de leer van het Nieuwe Testament. Zijn voorstel: Gemeenschap over de gemeentegrenzen heen. We willen kort erover nadenken, of je dit voorstel met het Nieuwe Testament aannemelijk kunt maken.

De voorstelling van vergaande autonome plaatselijke gemeenten komt niet met het Nieuwe Testament overeen. Daarvan is de hoogleraar Nieuwe Testament aan het Theologische Seminarie Elstal (FH), André Heinze, overtuigd. De gemeenten in het Nieuwe Testament had in nauwe gemeenschap en verbinding geleefd. Ondanks een zekere mate van autonomie hadden ze nauwe contacten met personen die autoriteit hadden, wiens mening in leerstellige kwesties en conflicten in het gemeenteleven als leidraad voor handelen werd gevraagd. Gemeenschappen, die vandaag de dag zich aan zo’n gemeenschap met andere gemeenschappen onttrokken, bevinden zich “gevaarlijk dicht bij sektarisme”, meent Heinze. In plaats van aan te dringen op autonomie, was het noodzakelijk om zich open te stellen voor andere gemeenschappen om samen te werken aan projecten, om samen maatschappelijke uitdagingen te bieden en ook in theologische vragen de bereidheid om te helpen en te corrigeren te ontwikkelen.

Wanneer we eens met betrekking tot deze stellingen in het Nieuwe Testament kijken, zullen we vaststellen:

a. “Een zekere mate van autonomie” is inderdaad met betrekking tot het Nieuwe Testament, aan de plaatselijke gemeente gegeven. Volgens Mattheüs 18 vers 18, heeft de plaatselijke gemeente de plicht en de bevoegdheid om te binden en te ontbinden. Zij neemt kinderen van God als leden van het ene lichaam in de praktische gemeenschap op en sluit deze van praktische gemeenschap uit, als zij volgens 1 Korinthiërs 5 in zonde leven, volgens 2 Johannes vers 7-11 een valse leer over de persoon van de Heer Jezus aanhangen respectievelijk volgens 1 Korinthiërs 10 vers 17 en 2 Johannes vers 11 gemeenschap met in zonde levende personen hebben. In dit verband heeft de plaatselijke gemeente werkelijk een “zekere zelfstandigheid’, ook wanneer men daarvoor geen bijbehorende benaming in het Nieuwe Testament vindt.

b. Met betrekking tot gezagsdragers – in de juiste zin van het woord, wil dit zeggen evangelisten, herders en leraars volgens Efeze 4 vers 11 – is dit ook vandaag van grote betekenis. Deze “nabijheid” moeten we nooit opgeven. We moeten ons aan hun bezoek niet onttrekken.

c. In het Nieuwe Testament, waren  geen verschillende soorten gemeenschappen, maar de wereldwijde gemeente (vergadering, kerk) was een. Dus kunnen we geen aanwijzing vinden voor het interkerkelijk gaan. Dat het Nieuwe Testament maar een wereldwijde gemeente  kent, maar niet verschillende, moet de eerste stap zijn om “eigen” gemeenten op te heffen – want welke rechtvaardiging heeft een gemeente naast de wereldwijde, ene gemeente van God, die uit alle verlosten bestaat?

d. Komt men daardoor op bedenkelijke wijze dichtbij sektarisme dat men zich aan de gemeenschap met andere gemeenten onttrekt? Dat kan helemaal niet waar zijn, want het Nieuwe Testament kent alleen lokale gemeenten die op dezelfde bijbelse grondslag samenkomen en dus bij elkaar horen. Zoals te zien is onder de 3), zijn er in bijbelse zin geen verschillende soorten van gemeenten en dus ook geen gemeenschap over gemeenten heen. Ik voor mijzelf in ieder geval weiger om tot tot een andere gemeente te behoren, dan waartoe alle christenen in Darmstadt (of Riedstadt) behoren. Daarom is het plaatselijk samenkomen, dat ik in Darmstadt bezoek, ook geen kerk, want daarmee zou ik daadwerkelijk een gemeente naast andere manifesteren, en de ene gemeente, het ene lichaam, het ene huis, verdelen  en verstoren.

e. Kan men de gemeenschap en de eenheid van de gemeente (verg. Ef. 4:3,4) die men in het Nieuwe Testament vindt, dan nog wel verwerkelijken? Ik geloof van wel. Het gaat erom dat we dat, wat we in het Nieuwe Testament over de ene gemeente leren, serieus nemen en verwerkelijken. En dan kunnen we deze eenheid weliswaar niet met alle verlosten weergeven (niet omdat het op zichzelf onmogelijk is, maar omdat  vandaag veel gelovigen zich niet los willen maken uit hun gemeenten, zie punt 3), en dus de ene weg praktisch niet meer open schijnt te staan) , maar met al degenen die de Heer aanroepen uit een rein hart (vgl. 2 Tim. 2:22) . Niet de gemeenschap over gemeentegrenzen heen is wenselijk, want daarmee zoekt men naar eenheid ten koste van de waarheid, en dat is uiteindelijk geen eerlijke eenheid, maar gemeenschap in de ene wereldwijde gemeente gebaseerd op het Woord van God: Dit is de wens die wij in het hart en in de praktijk bewaren moeten. We moeten – zoals Hizkia – niet het verlangen en de energie opgeven, een hart voor alle verlosten te bewaren en mogelijk velen van hen te bereiken. Dit is zelfs vandaag ook nog mogelijk.

© Manuel Seibel

Geplaatst in: ,
© Frisse Wateren, R. Mol