2 maanden geleden

Woorden van belofte en kracht voor de ‘kwetsbaren’ (17)

“In mijn nood riep ik de HEERE aan, ik riep tot mijn God; Hij hoorde mijn stem vanuit Zijn paleis, mijn hulpgeroep voor Zijn aangezicht kwam in Zijn oren” (Ps. 18:6).

 

David begint deze Psalm op een zeer hoge toon met de woorden: “Ik heb U hartelijk lief, HEERE, mijn sterkte. De HEERE is mijn rots en mijn burcht en mijn Bevrijder, mijn God, mijn rots, tot Wie ik de toevlucht neem, mijn schild en de hoorn van mijn heil, mijn veilige vesting. Ik riep de HEERE aan, Die te prijzen is, en werd verlost van mijn vijanden” (vs. 2-4). Hij geniet van de aanwezigheid van de Heer als zijn plaats van bescherming en voorziening.

Maar David kijkt terug naar de tijden van zijn nood, toen hij zijn God aanriep. Davids aanroepen van de Heer werd intenser toen hij voelde, hoe op hem de druk van zijn omstandigheden hem deed bezwijken. Het woord hier voor nood betekent “nauw of krap.” David illustreert de indrukken van zijn hart met de taal die hij gebruikt. Als u de tijd neemt om vers 5-20 te lezen, dan zult u zien waar hij van verlost was en hoe zijn omstandigheden zwaar op zijn ziel drukten.

David gaat in de psalm verder David met het beschrijven van de wijze waarop zijn God hem verloste. Vanuit zijn gezichtspunt verrees de Heer van Zijn troon in de hemel in antwoord op Davids roep! Davids taal is zeer beeldend en raakt niet alleen iemands verbeelding, maar vooral iemands hart. David had grote waardering voor de verlossing die hij ondervond, omdat hij tot de Heer riep. Wij zijn misschien niet zo dichterlijk als David, maar onze omstandigheden kunnen zwaar op ons hart drukken zoals de zijne dat deed. De Heer wil niet, dat wij de pijn en de smart begraven. Hij wil niet, dat we doen alsof ze niet bestaan. Onze gezegende Heer Jezus is in staat zich te vereenzelvigen met elke gekwetstheid, elke pijn en elke diepe bezorgdheid. In Hebreeën 4 vers 15 wordt ons gezegd: “Want wij hebben niet een hogepriester die niet met onze zwakheden kan mee lijden, maar [Éen] die in alle dingen verzocht is als wij, met uitzondering van de zonde.” Hij is nu in staat om onze grote Hogepriester te zijn, Hij de hemelen is doorgegaan. Hij is daar als Jezus, de Zoon des mensen en als de Zoon van God. Zoon des mensen spreekt van Zijn mensheid en Zoon van God spreekt van Zijn godheid, positie en macht, majesteit en kracht!

David beschrijft een wonderbaarlijk tafereel van verlossing, maar beste vriend, door geloof zijn u en ik in staat om vrijmoedig tot de troon van de genade te komen, opdat wij barmhartigheid verkrijgen en genade vinden tot hulp in tijd van nood. Hij is in staat en bereid om u te verlossen en Zijn oren staan open om uw geroep te horen!

 

Tim Hadley Sr.

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, FW