2 weken geleden

Werken en woorden van Jezus (2)

Bijbelcursus

Nicodémus

 

“Nu was er een mens uit de Farizeeën, zijn naam was Nicodémus, een overste van de Joden”.

Zo begint Johannes 3. Wat voor soort mensen zijn Farizeeën? Ze vormden een speciale groep onder de Joden en dachten van zichzelf, dat ze zich aan de wet van Mozes, die God aan het volk van Israël had gegeven, heel nauwkeurig hielden. Uiterlijk leek dit ook het geval te zijn, maar de Heer Jezus kent ook de harten van de mensen. Hij keek ook in het innerlijke van de Farizeeën. En daarom moest Hij hen een vreselijke naam geven. Hij noemde hen op verschillende plaatsen “huichelaars”. Dit waren mensen die weliswaar erg vroom leken, maar in feite de grootste zondaars waren, mensen die deden alsof ze God liefhadden en in Hem geloofden. Dit is eigenlijk het ergste! Daarvoor zullen ze eenmaal ook vreselijk gestraft worden. Daarom zei de Heer Jezus: “Wee u, schriftgeleerden en Farizeeën, huichelaars!” (zie Matth. 23);

* * *

1. Hoe vaak leest u in Mattheüs 23, dat de Heer Jezus zei: “Wee u, schriftgeleerden en Farizeeën, huichelaars”?

..………. keer.

2. We gaan nu naar Johannes 3. Lees de verzen 1 tot en met 17.

Gelukkig is er één onder de Farizeeën die oprecht en eerlijk met de Heer Jezus wil spreken. Het is Nicodémus. Hij is echter bang, dat anderen hem zullen zien als hij naar Jezus gaat. Hoe weten we dat? Vertel het met eigen woorden.

……………………………………………………………………………………………………………………….

……………………………………………………………………………………………………………………….

……………………………………………………………………………………………………………………….

3. Nicodémus heeft veel kennis van de Bijbel, veel meer dan andere mensen. Jezus noemt hem daarom in vers 10:

……………………………………………………………………………………………………………………….

4. Maar is dat genoeg om het Koninkrijk van God binnen te gaan (vers 3 en 5)?

…………………….

5. Als Nicodémus het koninkrijk van God wil binnengaan, moet hij opnieuw geboren worden. God kan niets doen met een zondige Nicodémus. Een nieuwe Nicodémus is nodig. Een Nicodémus die niet langer lijkt op de oude, zondige Adam, maar op de Heer Jezus. Nicodémus kan dat niet begrijpen. Welke vraag stelt Hij Jezus daarom (vs. 4)?

……………………………………………………………………………………………………………………….

6. Jezus vertelt Nicodémus nu wat hij moet doen om het eeuwige leven te ontvangen. Hij gebruikt het verhaal van de koperen slang uit Numeri 21 vers 4-9. In die tijd was het volk van Israël ontevreden en God zond

……………………………… onder het volk.

Wat gebeurde er toen met het volk?

……………………………………………………………………………………………………………………….

7. Daarom kwam het volk naar Mozes en zei (vers 7):

……………………………………………………………………………………………………………………….

8. Wat moest Mozes maken?

……………………………………………………………………………………………………………………….

9. Wat moest hij daarmee doen?

……………………………………………………………………………………………………………………….

10. Elke Israëliet die door een slang was gebeten, kon gewoon in leven blijven doordat hij eenvoudig

……………………………………………………………………………………………………………………….

11. We slaan Johannes 3 opnieuw op en wel de verzen 14 tot en met 16. Deze verzen zijn zo belangrijk, dat u ze eerst een paar keer moet lezen en … als u wilt … daarna opschrijven.

……………………………………………………………………………………………………………………….

……………………………………………………………………………………………………………………….

……………………………………………………………………………………………………………………….

12. De slang werd op een staak verhoogd. De Heer Jezus werd verhoogd op 

……………………………………

Nicodémus, zie toch op naar de Heer Jezus Die voor u wil sterven en u zult opnieuw geboren worden, want:

zien naar de koperen slang (vroeger)
betekent geloof in de Heer Jezus (vandaag).

13. Onthoud Johannes 3 vers 16 als u dit vers nog niet kent. Als u in de Heer Jezus gelooft, kunt u dan uw eigen naam invullen voor het woord “iedereen”?

……………………………………………………………………………………………………………………….

En wat betekent Hij nu voor u?

……………………………………………………………………………………………………………………….

……………………………………………………………………………………………………………………….

……………………………………………………………………………………………………………………….

14. Nicodémus luisterde goed, heel goed zelfs. We lezen nog tweemaal van hem in de Bijbel. Eerst in Johannes 7. Lees de verzen 44 tot en met 52. Is hij nog steeds bang om iets over de Heer Jezus tegen anderen te zeggen?

……………………………………………………………………………………………………………………….

15. Durfde hij nu de zijde van de Heer Jezus te kiezen in het bijzijn van de andere Farizeeën?

……………………………………………………………………………………………………………………….

Hoe is het daarmee bij u?

16. En dan Johannes 19 vers 38 tot 42. Wat deden Jozef van Arimathéa en Nicodémus?

……………………………………………………………………………………………………………………….

……………………………………………………………………………………………………………………….

Bij Nicodémus is een duidelijke vooruitgang te zien. Hij “groeide” in het geloof. Ook ons geloof moet groeien, dat wil zeggen groter worden. Daarom:

Lees de Bijbel, bid elke dag als je groeien wilt.

* * *

© www.bibelkurs.com

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, FW