5 jaar geleden

Week van het gebed: “Is Christus dan verdeeld?”

Januari 2014. De “week van het gebed” wordt gehouden van 19-26 januari. Dit is een initiatief van de Evangelische Alliantie (EA), een landelijk samenwerkingsverband van christenen, kerken en christelijke organisaties. Het thema is: “Is Christus dan verdeeld?” (1 Kor. 1:13). Het is in verband met dit onderwerp uiterst zinvol, noodzakelijk en inspirerend om een goed inzicht te hebben over de gedachten van God over Zijn gemeente, waarvan Jezus Christus het Hoofd is. Een kerkblad schreef ondermeer het volgende: “Paulus roept ons op om eensgezind te zijn als christenen. We staan allemaal in een zelfde relatie tot Christus. Vanuit deze relatie herkennen we ons als christenen in elkaar en zijn we één in Hem. Met het thema ‘Is Christus dan verdeeld?’ willen we dan ook benadrukken dat we ons als christenen mogen inzetten die eenheid ook in de praktijk te brengen en uit te dragen …”. We hoeven echter toch geen verstoppertje te spelen als het gaat om de verwerkelijking van deze eenheid. Daarvan moeten we toch zeggen dat het hiermee uitermate bedroefd gesteld is? Naar God toe is dat bedroevend en onterend. Dit waren niet Zijn gedachten noch Zijn bedoelingen. Tóch is de christenheid hopeloos verdeeld. Zijn we als christenen hiervan wel goed doordrongen? Hoe zou het toch komen dat het is zoals het is? Als we denken aan het getuigenis wat hiervan uitgaat naar de wereld moeten wij ons dan eveneens niet diep schamen? Er zijn verschillende oorzaken van deze onbijbelse toestand. Eén ervan is dat we niet meer weten – of misschien zelfs ook niet meer willen weten (?) – wat de bijbel ons ervan vertelt. Daarom deze bijdrage onder de titel: “Is Christus dan verdeeld?” om tot bezinning te komen over het hopeloze tekort aan eenheid onder de christenen.

Frisse Wateren

 

Op verschillende plaatsen in nieuwtestamentische brieven wordt de gemeente als één “lichaam” beschouwd, waarvan Jezus Christus het Hoofd is.

Wanneer God beelden gebruikt, om ons Zijn gedachten duidelijk te maken, dan zijn deze uiterst nauwkeurig en authentiek, vol goddelijke wijsheid. Maar we moeten deze verschillende beelden niet door elkaar mengen. Een lichaam is niet gelijk aan een huis, een stad niet aan een bruid, enz. Het gaat altijd om dezelfde gemeente, maar zij wordt gezien elk in een ander karakter. Zo spreekt Gods Woord bijvoorbeeld nooit van leden van een kerk, maar wel van leden van het Lichaam van Christus.

God heeft Zijn gemeente op verschillende wijzen in relatie tot Zichzelf en tot Zijn zoon gebracht, en om deze geestelijke relatie begrijpelijk te maken voor ons, gebruikt Hij voor de gemeente verschillende beelden of beschrijvingen.

Onder het beeld van het menselijk lichaam wil de Heilige Geest de gedachte van een innige eenheid en verbinding van de individuele leden onder elkaar illustreren. Een lichaam is zonder hoofd niet denkbaar. In het beeld van het lichaam van Christus wordt ons dus de gemeente niet alleen met het oog op de verbinding van de individuele leden onderling, maar ook in haar verbinding tot Christus, haar Hoofd in de hemel, voorgesteld.

Sinds wanneer bestaat het Lichaam van Christus? We hebben in de inleiding al opgemerkt, dat de gemeente, als “lichaam van Christus” sinds Pinksteren bestaat. Pinksteren was de geboorte van het “Lichaam van Christus”. Door de uitstorting van de Heilige Geest werd het lichaam van Christus, deze wonderbare eenheid gevormd. Dat brengt het bekende Schriftwoord in 1 Korinthe 12 vers 13 zeer treffend tot uitdrukking. Door de doop met de Heilige Geest, die op de Pinksterdag voltrokken werd, werden de individuele gelovigen tot dit éne lichaam samengevoegd.

Deze passage bevat een absolute uitspraak die in de voltooid verleden tijd staat, en dus verwijst naar een voltooide actie in het verleden. “Ook wij allen immers zijn door één Geest tot één lichaam gedoopt … en wij allen zijn van één Geest doordrenkt”.*

Maar dit latere toevoegen van individuen tot het lichaam van Christus wordt in de Schrift nooit “doop met de Heilige Geest” genoemd maar “verzegeld” en “zalving” (zie 2 Kor. 1:21,22; Ef. 1:13,14; 4:30; 1 Joh. 2:20). De gelovige die zich  vandaag in de tijd van genade in geloof op het werk van Christus fundeert, ontvangt persoonlijk de Heilige Geest, en wordt met Hem verzegeld en gezalfd. Door het feit dat de Heilige Geest nu in het lichaam van de gelovige als in een tempel woning gemaakt heeft, wordt hij lid van het lichaam van Christus.

We hebben met bovenstaande uitleg geprobeerd aan te tonen, dat de “doop met de Heilige Geest” een eenmalige gebeurtenis was, waardoor het lichaam van Christus op aarde werd gevormd, en dat iedere individuele gelovige tot aan het einde van de genadetijd door persoonlijke ontvangst van de Heilige Geest een lid van het lichaam van Christus wordt.

Verder moeten we er acht op slaan dat de Schrift de gemeente – beschouwd als het “lichaam van Christus” – in drie verschillende aspecten presenteert:

1. Het eeuwige aspect

In Efeziërs wordt ons het lichaam van Christus in zijn eeuwige aspect voorgesteld, als het onderwerp van de eeuwige raadsbesluiten van God, die Hij in Christus vóór de grondlegging van de wereld heeft genomen. Vanuit dit perspectief bezien omvat het lichaam van Christus alle ware gelovigen van Pinksteren tot de Opname.

2. Het tijdelijke aspect

Dit aspect toont ons alle gelovigen die op een bepaald tijdstip tussen Pinksteren en de opname leven. De apostel Paulus heeft bijvoorbeeld in 1 Korinthe 12 niet de gedachte dat een deel van het lichaam al in de hemel en een deel nog steeds op aarde is. Dat hij alleen aan de op aarde levende gelovigen en niet aan de broeders en zusters denkt die heengegaan en al in het paradijs zijn, maakt de zin in vers 26 duidelijk: “Als één lid lijdt, lijden alle leden mee”. Ontslapenen horen in deze zin niet tot het lichaam van Christus op aarde.

3. Het plaatselijke aspect

Hier gaat het om de plaatselijke vertegenwoordiging van het ene lichaam, om het plaatselijke samenkomen als leden van het Lichaam van Christus. God wil dat het lichaam van Christus op deze of gene plaats op aarde tot een zichtbare vertegenwoordiging komt.

* Of: “en ons allen is van één Geest te drinken gegeven” (Telos-vertaling).
Herziene Voorhoeve Vertaling heeft als voetnoot: “Dit is ons allen is gegeven, van één Geest te drinken”.

© www.bibelkurs.com

Geplaatst in: ,
© Frisse Wateren, R. Mol