5 jaar geleden

Wat de Bijbel zegt over het leven na de dood?

De Bijbel is het enige boek in de wereld dat duidelijke antwoorden geeft op de vragen over het leven na de dood. Om menselijke meningen te voorkomen, willen we ons bij het beantwoorden van deze vraag uitsluitend bij de verklaringen van de Bijbel houden.

Moge Gods Woord ook u, jou laten zien, hoe u, hoe jij voor het hiernamaals moet beslissen!

1. Zullen de doden opstaan? Ja!

Jezus zei: “Verwonder u daar niet over, want de tijd komt waarin allen die in de graven zijn, Zijn stem zullen horen, en zij zullen uitgaan” (Joh. 5:28).

“En dit is de wil van Hem Die Mij gezonden heeft, dat ieder die de Zoon ziet en in Hem gelooft, het eeuwige leven heeft, en Ik zal hem doen opstaan op de laatste dag” (Joh. 6:40)

“Want omdat de dood er is door een mens, is ook de opstanding van de doden er door een mens. Want evenals in Adam allen sterven, zo zullen allen levend gemaakt worden in Christus” (1 Kor. 15:21-22).

2. Wie is er al opgestaan?

“U hoeft niet bevreesd te zijn, want ik weet dat u Jezus zoekt, Die gekruisigd was. Hij is hier niet, want Hij is opgewekt, zoals Hij gezegd heeft. Kom, zie de plaats, waar de Heere gelegen heeft” (Matth. 28:5-6).

“… Dat Christus gestorven is voor onze zonden, overeenkomstig de Schriften, en dat Hij begraven is, en dat Hij opgewekt is op de derde dag, overeenkomstig de Schriften” (1 Kor. 15:3-4).

“Maar nu, Christus is opgewekt uit de doden en is de Eersteling geworden van hen die ontslapen zijn” (1 Kor. 15:20).

3. Wanneer zullen de doden opstaan?

“Want de Heere Zelf zal met een geroep, met de stem van een aartsengel en met een bazuin van God neerdalen uit de hemel. En de doden die in Christus zijn, zullen eerst opstaan” (1 Thess. 4:16).

“… en zij zullen uitgaan: zij die het goede gedaan hebben, tot de opstanding ten leven, maar zij die het kwade gedaan hebben, tot de opstanding ter verdoemenis” (Joh. 5:29).

4. Hoe zal het opstandingslichaam zijn?

“Ons burgerschap is echter in de hemelen, waaruit wij ook de Zaligmaker verwachten, namelijk de Heere Jezus Christus, Die ons vernederd lichaam veranderen zal, zodat het gelijkvormig wordt aan Zijn verheerlijkt lichaam, overeenkomstig de werking waardoor Hij ook alle dingen aan Zichzelf kan onderwerpen” (Fil. 3:20-21).

“Het lichaam wordt gezaaid in vergankelijkheid, het wordt opgewekt in onvergankelijkheid. Het wordt gezaaid in oneer, het wordt opgewekt in heerlijkheid. Het wordt gezaaid in zwakheid, het wordt opgewekt in kracht. Een natuurlijk lichaam wordt gezaaid, een geestelijk lichaam wordt opgewekt” (1 Kor. 15:42-44).

“Maar wij weten dat, als Hij geopenbaard zal worden, wij Hem gelijk zullen zijn; want wij zullen Hem zien zoals Hij is” (1 Joh. 3:2b).

5. Is er een oordeel? Ja!

“En zoals het voor de mensen beschikt is dat zij eenmaal moeten sterven en dat daarna het oordeel volgt” (Hebr. 9:27).

“… op de dag wanneer God de verborgen dingen van de mensen zal oordelen” (Rom. 2:16).

“God dan verkondigt met voorbijzien van de tijden van de onwetendheid, nu overal aan de mensen dat zij zich moeten bekeren, en wel omdat Hij een dag vastgesteld heeft, waarop Hij de wereld rechtvaardig zal oordelen door een Man Die Hij daartoe aangesteld heeft. Daarvan heeft Hij aan allen het bewijs geleverd door Hem uit de doden te doen opstaan” (Hand. 17:30-31).

“En de doden werden geoordeeld overeenkomstig wat in de boeken geschreven stond, naar hun werken” (Openb. 20:12b).

6. Wat weten we over de hel?

“… En velen van hen die slapen in het stof van de aarde, zullen ontwaken, … tot eeuwig afgrijzen” (Dan. 12:2).

“Het is beter voor u verminkt het leven in te gaan dan met twee handen heen te gaan in de hel, in het onblusbare vuur, waar hun worm niet sterft en het vuur niet uitgeblust wordt” (Mark. 9:43b-44).

“… en zij zullen hen in de vurige oven werpen; daar zal gejammer zijn en tandengeknars” (Matth. 13:42).

7. Zal het bestaan van de ongelovige mensen weggevaagd worden? Nee!

“En dezen zullen gaan in de eeuwige straf …” (Matth. 25:46a).

“En de rook van hun pijniging stijgt op tot in alle eeuwigheid, en zij die het beest en zijn beeld aanbidden hebben dag en nacht geen rust” (Openb. 14:11a)

8. Wie zal naar de hel gaan?

“… Bij de openbaring van de Here Jezus vanuit de hemel … wanneer Hij met vlammend vuur wraak oefent over hen die God niet kennen, en over hen die het Evangelie van onze Heer Jezus Christus niet gehoorzaam zijn, Zij zullen als straf het eeuwig verderf ondergaan, weg van het aangezicht van de Heere en van de heerlijkheid van Zijn macht” (2 Thess. 1:7-9).

“En als iemand niet bleek ingeschreven te zijn in het boek des levens, werd hij in de poel van vuur geworpen” (Openb. 20:15).

“En de duivel, die hen misleidde, werd in de poel van vuur en zwavel geworpen, waar ook het beest en de valse profeet reeds zijn. En zij zullen dag en nacht gepijnigd worden in alle eeuwigheid” (Openb. 20:10).

9. Kan men de dode helpen of hun hulp aannemen? Nee!

“Zo zal dan nu ieder van ons voor zichzelf rekenschap geven aan God” (Rom. 14:12).

“Niemand van hen kan zijn broeder metterdaad verlossen, hij kan God zijn losgeld niet geven” (Ps. 49:8).

“Onder u mag niemand gevonden worden … die bij de doden onderzoek doet. Want iedereen die zulke dingen doet, is een gruwel voor de HEERE …” (Deut. 18:10-12).

10. Is er een zogenaamde “vagevuur”? Nee!

“Want met één offer heeft Hij hen die geheiligd worden, tot in eeuwigheid volmaakt” (Hebr. 10:14).

“Want als wij, toen wij vijanden waren, met God verzoend zijn door de dood van Zijn Zoon, hoeveel te meer zullen wij behouden worden door Zijn leven, omdat wij verzoend zijn” (Rom. 5:10).

“… Het bloed van Jezus Christus, Zijn Zoon, reinigt ons van alle zonde” (1 Joh. 1:7b).

11. Dood of leven kiezen?

“Zie, Ik houd u de weg naar het leven en de weg naar de dood voor” (Jer. 21:8).

“Zie, Ik heb u heden het leven en het goede voorgehouden, maar ook de dood en het kwade … kies dan het leven, opdat u leeft” (Deut. 30:15,19).

“Want het loon van de zonde is de dood, maar de genadegave van God is eeuwig leven, door Jezus Christus, onze Heere.” (Rom. 6:23)

12. Wat moet men doen om eeuwig gelukkig te zijn?

“Geloof in de Heere Jezus Christus en u zult zalig worden” (Hand. 16:31).

Jezus zei: “Ik ben de Deur; als iemand door Mij naar binnen gaat, zal hij behouden worden” (Joh. 10:9).

“Want zo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft” (Joh. 3:16).

13. Waar komen de gelovigen na de dood?

En Jezus zei tegen hem: “Voorwaar, zeg Ik u, heden zult u met Mij in het paradijs zijn” (Luk. 23:43).

“… ik heb de begeerte om heen te gaan en bij Christus te zijn, want dat is verreweg het beste” (Fil. 1:23).

“Want wij weten immers dat, wanneer ons aardse huis, deze tent, afgebroken wordt, wij een gebouw van God hebben, een huis niet met handen gemaakt, maar eeuwig in de hemelen” (2 Kor. 5:1).

14. Wat weten we over de hemel?

“In het huis van Mijn Vader zijn veel woningen … En als Ik heengegaan ben en plaats voor u gereedgemaakt heb, kom Ik terug en zal u tot Mij nemen, opdat ook u zult zijn waar Ik ben” (Joh. 14:2a en 3).

“En de stad heeft de zon en de maan niet nodig om haar te beschijnen, want de heerlijkheid van God verlicht haar, en het Lam is haar lamp. En de naties die zalig worden, zullen in haar licht wandelen, en de koningen van de aarde brengen hun heerlijkheid en eer erin. En haar poorten zullen overdag nooit gesloten worden, want daar zal geen nacht zijn. En zij zullen de heerlijkheid en de eer van de naties daarin brengen. Al wat onrein is, zal er niet inkomen, en ook niemand die zich bezighoudt met gruwelen en leugens, maar alleen zij die geschreven zijn in het boek des levens van het Lam” (Openb. 21:23-27).

“En Hij zal bij hen wonen, en zij zullen Zijn volk zijn, en God Zelf zal bij hen zijn en hun God zijn. En God zal alle tranen van hun ogen afwissen, en de dood zal er niet meer zijn; ook geen rouw, jammerklacht of moeite zal er meer zijn. Want de eerste dingen zijn voorbijgegaan” (Openb. 21,3b-4).

15. Wie zal in de hemel komen?

“… Alleen zij die geschreven zijn in het boek des levens van het Lam” (Openb. 21:27).

Jezus zei tegen haar: “Ik ben de Opstanding en het Leven; wie in Mij gelooft, zal leven, ook al was hij gestorven, en ieder die leeft en in Mij gelooft, zal niet sterven in eeuwigheid” (Joh. 11:25-26).

“Vader, Ik wil dat waar Ik ben, ook zij bij Mij zijn die U Mij gegeven hebt, opdat zij Mijn heerlijkheid zien, die U Mij gegeven hebt, omdat U Mij hebt liefgehad vóór de grondlegging van de wereld” (Joh. 17:24).

© Bibelkurs.com

 

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, R. Mol