11 jaar geleden

Waarheid en leugen (2)

Er zijn nogal wat varianten van de leugen. De vader van de leugen, de satan, is daarin erg vindingrijk. Daar is geen twijfel over mogelijk, want dat zien we dagelijks om ons heen en misschien … ook wel … helaas in ons eigen hart. Nu gaan we enkele motieven bekijken van waaruit het liegen voortkomt. Zijn er ‘goede’ en ‘slechte’ motieven om te liegen? Is het waar dat “de eerlijke de domme is” en hoe zit dat voor een Christen? …

• 3. Verschillende “motieven” om te liegen

Wanneer we gezien hebben, tot welke varianten van de leugen wij helaas in staat zijn, willen we nu de motieven van het liegen onderzoeken. Dit kan ons helpen opmerkzamer en gevoeliger in de omgang met de waarheid te worden.

Daarbij moeten we ons hoeden om ‘goede’ en ‘slechte’ motieven te onderscheiden. Voor een leugen is er geen ‘goed’ motief, want zij is altijd een zonde! Vaak wordt gezegd: “Leugen is alleen dan verwerpelijk, wanneer daardoor iemand schade lijdt”. Daardoor stelt men het liegen als onschuldig voor door begrippen als sjoemelen, jokken of fantaseren. Maar laten we ons niet door zulke meningen niet misleiden.

* De leugen uit een slecht geweten.

Dat kent iede wel uit eigen jeugd. We hebben iets verkeerds gedaan, en uit angst voor straf ontkennen we dit. Daarbij moet het ons toch duidelijk zijn, dat wij daardoor de zonde niet ongedaan kunnen maken. Integendeel, door een leugen wordt alles alleen maar erger! De enige en juiste weg is altijd het oprechte belijden van de verkeerde daad.

* Liegen uit bestwil.

Hier gaat het eveneens om angst, maar meer om angst voor een dreigend gevaar, die iemand – mogelijkerwijze zonder schuld – overkomt. Dit gevaar kan betrekking hebben op de persoon zelf of op hen die dichtbij hem staan. Zo verloochende Petrus de Heer Jezus, omdat hij anders zichzelf in een groot gevaar begeven zou hebben.1 En Rachab wilde door haar leugen zichzelf en anderen beschermen, doordat zij de mannen die de verspieders van Israël vangen wilden, verkeerd informeerde (vergelijk Jozua 2:1-6).2

In het algemeen wordt de noodleugen als een noodzakelijke leugen voorgesteld. Maar de gelovige heeft zoiets niet nodig. Hij mag op zijn God vertrouwen, die in elke noodsituatie helpen kan.3 Desondanks – welke Christen heeft zichzelf niet al meermalen op een noodleugen betrapt? Ook een noodleugen is een leugen!

* Het liegen uit winstbejag of hebzucht.

Paulus schrijft: “Want de geldzucht is een wortel van alle kwaad” (1 Timotheüs 6:10) – en vandaar ook vaak de leugen! Dat begint al met het bewust verkeerd ingevullen van belastingpapieren. Of men overdrijft bij de verkoop van een auto de voordelen en verzwijgt de nadelen. Of men belastert zijn collega, zodat deze niet de goedbetaalde functie krijgt, die men voor zichzelf nastreeft.

Helaas geldt in de wereld het bekende principe: ‘De eerlijke is de domme’. God echter zegt: “Te arbeiden om schatten met een valse tong, is een voortgedrevene ijdelheid van hen, die de dood zoeken” (Spreuken 21:6). Laten wij daarom niet proberen door oneerlijkheid winst te maken!

* Het liegen uit eerzucht of geldingsdrang.

Soms gaat het minder om geld dan om onze eigen erkenning. Men wil beter lijken dan men is. Er is nauwelijks een terrein in ons leven, waar dit gevaar niet bestaat.

Hier enkele voorbeelden:

  • Men wil vromer lijken dan men is: Zetten wij ‘s zondags misschien een “heilig masker” op? Of komen geestelijk klinkende frasen over onze lippen, die niet met onze hartentoestand overeenkomen? Tenslotte was dit ook het motief voor Ananias en Saffira, toen zij God bedrogen (Handelingen 5:4) – en welk een vreselijke straf trog hen beiden!
  • Men wil mooier lijken dan men is respectievelijk als God iemand geschapen heeft: Hoe ziet het er onder dit aspect met het schminken en andere kosmetische schoonheidspogingen uit4.
  • Men wil knapper lijken dan men is: kan men ook eens een fout toegeven, of brengt men op een opschepperige manier zijn succes naar voren? Dat kan gemakkelijk tot een leugen worden!
  • Men wil vriendelijker lijken dan men is. In het algemeen kent men ons als een een lieflijk persoon, maar in eigen familie maken we voortdurend ‘stampij’.

Bijzonder tragisch is het, wanneer men op opschepperige wijze zichzelf van een strafbaar feit beschuldigt, dat men niet begaan heeft – voor wie men dan echter wel bestraft wordt! Een voorbeeld hiertoe is de bode, die David trots berichtte dat hij Saul verslagen had. Hij werd op die plaats gedood! (1 Samuël 31; 2 Samuël 1:2-16).

* Het liegen uit hoffelijkheid of eerbied

Soms durven wij niet iemand de waarheid “in het gezicht” te zeggen. We willen hem niet beledigen of kwetsen, en grijpen dan liever naar een “goed gemeende” leugen. Maar helpen we hem daardoor werkelijk?

In plaats daarvan is het meestal beter niets te zeggen. Maar wanneer ons direct naar onze mening gevraagd wordt? Dan is een vriendelijke en tactvol antwoord het beste. Vaak kan men de situatie daardoor minder scherp maken, doordat men constructieve verbeteringsvoorstellen doet of benadrukt dat iemand zeker ook een andere mening hebben kan.

Wat te doen wanneer bijvoorbeeld een verjaardagscadeau helemaal niet bevalt? Dan moet men zich realiseren dat de schenker veel moeite gedaan heeft, dat hij geld betaald heeft en zeker vreugde bereiden wilde. En dan valt het niet meer zwaar toch met een oprechte lach “dank je wel” te zeggen.

Zoals al aangevoerd is, zijn er af en toe ook gevallen waarin we niet altijd de hele waarheid zeggen kunnen, bijvoorbeeld bij ernstige ziekten. Bij zulke gevallen hebben wij veel wijsheid nodig het juiste te zeggen en het juiste te verzwijgen. Maar liegen moeten wij niet!

NOTEN:
1. Daarbij heeft hij zich zeker zelf in gevaar (geestelijk) gebracht, toen hij zich op “vijandelijk terrein” aan het vuur warmde, waar hij in gevaarlijke gesprekken verwikkeld werd.
2 .Haar geloofsdaad bestond volgens Jakobus 2:15 alleen daarin, dat zij de verspieders verstopte en hen langs een andere weg uitgelaten had.
3. We willen ook geen gelovigen veroordelen, die bijvoorbeeld in de tijd van het ‘Derde Rijk’ joden verborgen hebben en daarop betrekking hebbende vragen onkend hebben. Een beoordeling van dit gedrag komt alleen de Heer toe.
4. Hier gaat het natuurlijk niet om het verzachten van de uiterlijke gevolgen van een ziekte [of ongeval – vertaler].

Wordt D.V. vervolgd.

Egbert Brockhaus

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, R. Mol