15 jaar geleden

Vijf tegenwerpingen van Mozes (1)

Toen Mozes door de Heer geroepen werd om naar de farao te gaan kwam hij met vijf tegenwerpingen. Iets wat ons ook allemaal wel in het bloed zit. De één misschien wat meer dan de ander. Het doel was om farao te bewegen het volk van God te laten vertrekken uit Egypte. God had het gekerm van de kinderen van Israël vanwege de zware dienst gehoord, en Hij dacht aan Zijn verbond met Abraham, Izak en Jakob. Ja, God vergat en vergeet nooit Zijn beloften. Dat is bij de mensen wel vaak heel anders. Misschien ken je het verhaal van Mozes een beetje of mogelijk ook helemaal niet. Daarom eerst een overzicht tot het moment dat God Mozes riep om naar de farao te gaan. Iets over de universiteit van God. De volgende keer hopen we dan zo de Heer wil op de tegenwerpingen zelf in te gaan.

Geboorte van Mozes

Die was zeer spectaculair. Dat ging wel eventjes anders als bijvoorbeeld bij ‘onze Maxima’. de omstandigheden waren ook niet zo geweldig, nee, gewoonweg heel beroerd. Wat is namelijk het geval.
Na een zeer bloeirijke en vruchtbare periode onder en na Jozef – die toen zeg maar onderkoning van Egypte was, net onder de farao dus – kwam er een koning die Jozef niet had gekend (zie o.a. Genesis 50:18-23; Exodus 1:1-7). Dat had geen goede gevolgen voor het volk Israël. Deze koning was erg bang dat het volk Israël te talrijk en te machtig zou worden en zich tegen de Egyptenaren zouden keren. De koning was bang dat zij dan het onderspit zouden delven. Daarom bedacht hij een slim maar hard plan om de Israëlieten er onder te houden. Dat hield in dat hij het volk onderwierp aan een harde en zware dienst. Deze onderdrukking werd steeds zwaarder maar het hielp niets. Ze werden zelfs moedeloos van het volk Israël, omdat het toch meer en meer toenam. De druk werd opgevoerd door zeer zwaar en hard werk onder wreed toezicht. De koning van Egypte had bovendien de vroedvrouwen bevolen om alle jongetjes van de Hebreïnnen te doden. Maar deze vrouwen vreesden God meer dan de koning. Zij deden niet wat de koning bevolen had. Daar was zeker wel moed voor nodig. Maar geloof geeft moed! Dat blijkt ook bij deze vrouwen die met naam genoemd worden. En God waardeerde ten zeerste wat de vroedvrouwen deden, want we lezen: “Daarom deed God aan de vroedvrouwen goed, zo bouwde Hij hun huizen” (vers 20). We mogen Sifra en Pua dan ook best een “boeket bloemen” aanbieden voor hun daden.

De farao gebood toen om alle zonen die geboren zouden worden in de rivier te werpen. In Handelingen lezen we dat “zij hun jonge kinderen te vondeling moesten leggen, opdat zij niet in leven bleven” (zie Exodus 1:8-22).

Een boeket bloemen

Naar aanleiding van Sifra en Pua nog even kort iets over de dienst van vrouwen onder het volk van God. Dat wordt zeker door de Heer zeer gewaardeerd en naar juiste waarde geschat. Niet voor niets vermeldt de Bijbel ons daarover diverse voorbeelden. Hier, in Exodus 1, waren dus deze twee moedige vrouwen; maar wat denk je van al die vrouwen die door de apostel Paulus een prachtige bos bloemen aangeboden krijgen in Romeinen 16. Lees dit hoofdstuk maar eens. Daar vinden we vrouwen die op indrukwekkende wijze de Heer gediend hebben. Wij moesten ook maar eens meer waardering tot uitdrukking brengen aan onze zusters. Niet alleen diegenen, die veel ‘aan de weg timmeren’ en goed ‘gebekt’ zijn en daardoor ‘opvallen’, waarmee ik overigens niets negatiefs bedoel. Zij ook, jazeker! Maar laten we ook oog hebben voor die zuster, die hard werkt op haar knieën en zieken gedenkt en bemoedigt en opzoekt, daarvoor tijd opoffert aan de Heer. Ik noem maar iets wat ik weet. Ongetwijfeld als je nadenkt, komen nog veel meer zusters in de ‘picture’ die de Heer dienen met hun talenten. Is dat ‘mens-verheerlijking’? Welnee, dat weet je toch wel. Het gaat er juist om dat we daardoor meer oog krijgen wat de Heer allemaal bewerkt en een erkenning wat de Heer bewerkt, óók door een zuster. Daardoor geven we Hem dan de eer. Bovendien kan dat een zuster enorm bemoedigen, dat heeft zij ook wel eens nodig. Daarbij moeten we natuurlijk wel oppassen dat we niet overdrijven. Laten wij deze ‘arbeidsters’ ook praktisch helpen in hun dikwijls beperkte middelen, maar vooral ook in onze gebeden gedenken. Romeinen 16 kan dus voor ons in dit opzicht erg leerzaam zijn.

Wonderlijke leiding van God

Terug naar Mozes. Lees eerst Exodus 2:1-10.
De omstandigheden waarin Mozes geboren werd, waren dus zeer moeilijk. Zijn ouders verborgen hem drie maanden lang … door het geloof (Handelingen 7:19-20; Hebreeën 11:23). Zijn ouders waren niet bang voor het gebod van de koning. Dat zegende de Heere, want de Heere zorgde ervoor dat de dochter van de farao zich over hem ontfermde. Zij liet hem door middel van de zus van Mozes – die op de juiste plaats en op het juiste ogenblik aanwezig was! – weer naar zijn eigen moeder terugbrengen, die hem dan verder verzorgde tot Mozes groot geworden was. Toen bracht zijn moeder hem naar de dochter van de farao die hem opnam in haar huis en hem verder opvoedde (vers 3-10). Prachtige geschiedenis. Ja, de Heere leidt zelfs de wandelingen van een koningsdochter, ook al was zij zich daarvan niet bewust! Ook de zus van Mozes werd door de Heer geleid naar de juiste plaats op het juiste ogenblik. Dit was dus geen ‘toeval’ maar pure en wonderlijke ‘leiding van God’. Is het niet Goddelijke ironie dat de Heer het huis van de farao gebruikt om Mozes te verzorgen en op te voeden. Dezelfde man die zei: “Is het een zoon, zo doodt hem”, en die de opdracht gaf: “alle zonen, die geboren worden, zult gij in de rivier werpen”. Die rivier de Nijl die dood en verderf moest brengen, werd juist de redding van Mozes door de hand van God. Ja, hier mogen en kunnen we glimlachen, want God werkte hier! Het geloof van Mozes’ moeder wordt zo rijk beloond. Laten wij ook zo eenvoudig op Hem vertrouwen. Dat beschaamt Hij niet.

Universiteit van God

Exodus 2:11-25. In deze verzen vinden we dat Mozes kiest voor het volk van God. Dit ongemak had hij liever dan het tijdelijke genot van de zonde. Hij achtte de smaadheid van Christus voor groter rijkdom dan de schatten van Egypte, die hij in de afgelopen jaren had leren kennen. In de eerste tachtig jaar van zijn leven werd hij gevormd in de school van God. Eerst in het huis van de dochter van de faro, daarna “achter de woestijn”. God vond dat Mozes deze twee maal veertig jaar nodig had om hem voor te bereiden in en voor Zijn dienst. In de afzondering van de ‘stilte’ leerde Mozes vele noodzakelijke lessen. Iets wat wij van nature afwijzen. Wij willen liever zo snel mogelijk ‘aan de bak’ in de dienst voor de Heer. Daar kunnen we eer mee behalen. Het godsdienstig vlees is ook “zeer arglistig” (Jeremia 17:9). Wij moeten ook niet meer haast hebben dan God. Het moet toch niet zo zijn als wat ik een tijdje geleden las over een vooraanstaand Christelijk leider in onze dagen. Een krant duidde hem aan als: “de man die sneller schrijft dan God kan lezen”.

God kent onze natuurlijke harten. Dat moet eerst in de dood. De enige plaats waar het hoort. Ons natuurlijke hart staat de Heer en Zijn dienst in de weg. Niet voor niets staat er in het Nieuwe Testament: “… geen pasbekeerde, opdat hij niet, hoogmoedig geworden, in [hetzelfde] oordeel als de duivel valt” (1 Timotheüs 3:6). De ‘school van God’ is van een ander kaliber dan de ‘school van deze wereld’. Het doel en de middelen verschillen. Wanneer daarmee meer rekening zou worden gehouden in onze tijd, in het bijzonder wel onder de jongeren, zouden veel problemen voorkomen en opgelost kunnen worden. Juist in de gemeente van God zou het voor het geheel zegenrijk zijn, wanneer jongeren hun plaats kennen en ook innemen. Zij dienen onderdanig te zijn aan de ouderen (1 Petrus 5:5). Niet alleen aan de “oudsten” omdat de betekenis van dit woord ook zijn kan “ouderen”. Hoe het ook zij: nederigheid is geen schande maar juist een eer in het oog van God, voor oud maar zeker ook voor jong.

Net als veel jongeren, bezat Mozes ook veel ijver. Helaas een ijver zonder verstand. De tijd van God was nog niet aangebroken. Dat verstond Mozes niet ondanks het feit dat hij “onderwezen was in alle wijsheid van de Egyptenaren”. Mozes dacht dat zijn broeders hem wel zouden begrijpen, dat God door hem verlossing zou bewerken (Handelingen 7:23-25). Maar hij had geen geduld om op God te wachten. Dat kennen wij misschien ook wel. Maar dat gaat altijd verkeerd. Zo ook met Mozes. Nu was Mozes toch geen ‘jonge knul’ meer. Nee, hij was een volwassen man geworden. Maar dat hielp Mozes ook niet.

“Het kwam in zijn hart om zijn broeders, de zonen van Israël te bezoeken” (Handelingen 7:23-24). Ongetwijfeld had datgene, wat hij van zijn ouders geleerd had, hem zodanig beïnvloed, dat hij bij zijn eigen volk ging kijken. Niet dat hij aan het hof geleerd had, dat die verachte Hebreeërs zijn broeders waren, laat staan dat juist hen beloften gegeven waren (Genesis 15:13).
Er staat echter niet dat God hem zond. Dit bracht hem ertoe om het initiatief zelf in handen te nemen. Hij zag dat een Egyptenaar één van zijn volksgenoten sloeg. Zijn bloed begon te koken, denk ik. ‘Dit pik ik niet’, heeft hij misschien wel gedacht. Gevaarlijke gedachten. Hoe snel kunnen die wel opkomen. De gevolgen zijn dan ook niet erg verheffend. Hij dacht zijn broeders te helpen en sloeg de Egyptenaar dood. Maar zijn Hebreeuwse broeders begrepen hem niet, verwierpen hem en daarom moest Mozes vluchten. God kon hem zó ook niet gebruiken.

Zo moest hij in de school van God zijn opleiding vervolgen. Mozes was nog niet klaar. Hij moest de ‘woestijn’ in. Daar was hij herder, alleen ‘in de woestijn’. Achter de schaapjes. In de ogen van de wereld ‘verachtelijk’. In de ogen van de Egyptenaar was elke schaapherder een gruwel (Genesis 46:34). Hoe zou dat voor hem geweest zijn? Wel, zeer leerzaam! In gemeenschap met God leerde hij God en zichzelf kennen. Dit maakte hem tot een zeer ‘zachtmoedige’ (Numeri 12:3) man en een bruikbaar instrument in de hand van zijn God.

Nu nog een paar vragen er tussendoor. Hoe ver ben jij gevorderd in de school van God? Ben je tevreden met de plek waar je nu bent, al is dat ook ‘achter de schapen’, ver weg ‘in de woestijn’? Maak je je huiswerk ook af in de school van God? Ken jij de vruchten van de Geest uit Galaten 5, die dit verband ook van zeer groot belang zijn! (Galaten 5:22)

De goede keus

De opleiding die Mozes aan het hof van farao genoten had, was van de bovenste plank. Hij was doctor in de wijsbegeerte, zou je kunnen zeggen. De Bijbel zegt van hem: “En Mozes werd onderwezen in alle wijsheid van de Egyptenaren en was machtig in zijn woorden en werken” (Handelingen 7:22). Hij had wel een zeer bevoorrechte positie aan het hof. Toch verliet Mozes deze positie, zoals we al zagen, uit liefde tot God en Zijn volk. Mozes achtte de smaad van Christus een grotere rijkdom dan de schatten van Egypte en gaf er de voorkeur aan om met het volk van God slecht behandeld te worden. Eigenlijk moest hij “zoon van farao genoemd worden” maar dat weigerde Mozes. Soms moet je gewoon kiezen en gewoon ‘nee’ zeggen. Wat kiest hij dan? Hij kiest ervoor om met het volk van God slecht behandeld te worden en de smaadheid van Christus achtte hij hoger dan alle schatten van Egypte (Hebreeën 11:25-26). En die schatten waren (en zijn) niet misselijk. Het museum van Caïro en het graf van Toet-Anch-Amon laten dit duidelijk zien. Maar Mozes dacht: Nou, ‘so what?’ Ik kies voor Christus. Jij ook??

Maar Mozes deed dus de goede keus. Al die dingen waar je in de wereld (Egypte) mee kon scoren, achtte Mozes schade en drek (Filippi 3:8). Zijn natuurlijke bekwaamheden gaf hij prijs omdat hij wist, dat deze in de ogen van God niet bruikbaar waren. De opleiding in de school van God gaat ook niet uit van natuurlijke bekwaamheden, hoe schoon en edel ook. Integendeel! God schakelt deze juist uit. Is het vandaag ook niet erg ‘in’ om je natuurlijke (persoonlijke) ontwikkeling te ontplooien? God echter zegt: “De natuurlijke mens neemt niet aan wat van de Geest van God is …” (1 Korinthe 2:14a). Hoe geleerd iemand ook is, hij kan het ook niet verstaan. De verklaring hiervoor heb ik al aangegeven. De Geest van God voegt eraan toe “want het is hem dwaasheid, en hij kan het niet begrijpen omdat het geestelijk beoordeeld wordt” (1 Korinthe 2:14b). De echte innerlijke ontplooiing vindt plaats aan de voeten van de Heer, in Zijn tegenwoordigheid, in de verborgen omgang met God. Daar leer je jezelf en de wereld kennen, zoals God het ziet. Daar wordt je ‘ontwikkeld’ naar de normen van God, in Zijn universiteit. Daar leer je “Hij moet meer, maar ik minder worden” (Johannes 3:30-31a). Daar krijgen we ook de praktische lessen wanneer en hoe en waar wij hem mogen dienen. In de stilte leren we dat dus. Dat is geheel anders dan wat wij in de wereld vinden. Slaat de angst je om het hart vanwege de lange tijdsduur – bijvoorbeeld veertig jaar, zoals bij Mozes – om een ‘bekwame dienaar’ te worden? Dat hoeft echt niet. God Zelf roept en leidt op! Bovendien kan God ook in korte tijd iemand vormen. Waar het om gaat is, dat wanneer je de universiteit van God doorloopt en deze voltooit, je de vorming hebt die je geschikt maakt tot de dienst waartoe God je roept. En als je nog eens kijkt naar de boeketten bloemen die de apostel Paulus uitreikte aan de zusters uit Romeinen 16, let er dan ook op dat niet elke zuster hetzelfde deed. We kunnen dit nog aanvullen met andere voorbeelden uit de Bijbel. Zoek deze zelf maar eens op. Heel leerzaam.

Het was dus – als we nu weer even aan Mozes denken – geen tijdverlies, die veertig jaar achter de schapen in de woestijn. Mozes leerde ook naar God te luisteren. Dat is iets wat ontzettend belangrijk is! Ook de Heer Jezus luisterde elke morgen naar God (Jesaja 50:4). Hij was immers de volmaakte Dienstknecht. Als Hij dat al deed, wat moeten wij dan?

Wordt zo de Heer wil vervolgd.

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, FW