7 maanden geleden

Vervolgde christenen (7) – slot

Kom, want de nacht zal komen

2 Koningen 7 vers 9; Ezechiël 3 vers 18,19; Ex. 4 vers 10; Jesaja 50 vers 4,5; Hand. 18 vers 9; Lukas 12 vers 11

We willen er nogmaals aan herinneren, dat het Satans doel is, dat we zwijgen – persoonlijk en gemeenschappelijk. De wegen en middelen waarop hij dit doel probeert te bereiken, variëren afhankelijk van of hij in het karakter als een engel van het licht of als een brullende leeuw handelt. Laten we in gebed voor God nagaan in hoeverre dit bij ons het geval is. We kunnen er niet omheen dat we hier verantwoordelijkheid hebben.

“Toen zeiden zij tegen elkaar: Wij doen hier niet goed aan. Deze dag is een dag met een goede boodschap en wij zwijgen erover. Als wij wachten tot het morgenlicht, staan wij schuldig. Nu dan, kom, laten wij dit in het huis van de koning gaan vertellen” (2 Kon. 7:9).

“Als Ik tegen de goddeloze zeg: U zult zeker sterven, en u hebt hem niet gewaarschuwd en u hebt niet gesproken om de goddeloze voor zijn goddeloze weg te waarschuwen om hem in het leven te behouden: die goddeloze zal in zijn ongerechtigheid sterven, maar Ik zal zijn bloed van uw hand eisen. Maar u, als u de goddeloze waarschuwt en hij zich niet van zijn goddeloosheid en van zijn goddeloze weg bekeert, zal hij in zijn ongerechtigheid sterven, maar u hebt uw leven gered” (Ezech. 3:18,19).

Ons ten volle bewust van onze verantwoordelijkheid willen we ook moed vatten. Het is zeker een goede zaak als we ons bewust zijn van onze eigen zwakheid, krachteloosheid en ontoereikendheid en dat in gebed voor God brengen. Maar we kunnen dat niet als uitvlucht nemen.

“Toen zei Mozes tegen de HEERE: Och Heere, ik ben geen man van veel woorden. Dat ben ik sinds jaar en dag al niet, zelfs niet vanaf het ogenblik dat U tot Uw dienaar gesproken hebt, want ik spreek onduidelijk en moeizaam” (Ex. 4:10).

Maar Gods beloften zijn ook vandaag nog dezelfde:

“Maar de HEERE zei tegen hem: Wie heeft de mens een mond gegeven? Of wie maakt iemand stom, doof, ziende of blind? Ben Ik het niet, de HEERE? Nu dan, ga, Ik zal Zelf met uw mond zijn, en u leren wat u spreken moet” (Ex. 4:11,12).

“… Weest niet bezorgd hoe <of wat> u antwoorden of wat u zeggen moet; want de Heilige Geest zal u op dat ogenblik leren wat u behoort zeggen” (Luk. 12:11,12).

Dit betekent natuurlijk niet, dat wij onze handen in onze schoot kunnen leggen en wachten tot God ons in onze slaap Zijn gedachten schenkt. Het streven van de dienaar zal er altijd op gericht zijn Zijn gemeenschap te zoeken in gebed en studie van Zijn Woord. Wij moeten ook in een geest van afhankelijkheid voor God staan. Laten wij de woorden van Jesaja 50 vers 4,5 ter harte nemen, die zo bijzonder van toepassing zijn op ons voorbeeld, de Heer Jezus:

“De Heere HEERE gaf Mij een tong van een die onderwijs ontving, zodat Ik weet met de vermoeide een woord op de juiste tijd te spreken. Hij wekt Mij elke morgen, Hij wekt Mij het oor, zodat Ik hoor als zij die onderwijs ontvangen. De Heere HEERE heeft Mij het oor geopend, en Zelf ben Ik niet ongehoorzaam, Ik wijk niet terug” (Jes. 50:4,5).

Bij een aan God gewijd leven hoort ook een aan God gewijde tong! Maar dan kunnen wij ook rekenen op de werking van de Heilige Geest, die ons wijsheid en de juiste woorden in de mond legt. Zijn wij bereid God meer te vertrouwen in dit opzicht? Hij wil ons zo graag laten weten, dat Hij trouw is en Zich aan Zijn woord houdt! Mozes kon er zeker van zijn dat de Heer met hem zou zijn: “Voorzeker, Ik zal met u zijn” (Ex. 3:12). Jozua en Gideon en met hen ontelbare dienaren van God ontvingen dezelfde belofte:

“Ik zal u niet loslaten en u niet verlaten. Wees sterk en moedig … want de HEERE, uw God, is met u, overal waar u heengaat” (Joz. 1:5,6,9; verg. Hebr. 13:5,6; Richt. 6:14,16).

Geliefde broeders, geliefde zusters! Wij hebben meer mensen nodig die, met een brandend en onverdeeld hart, actief getuigenis afleggen aan de wereld over de prachtige boodschap die God ons heeft gegeven. Hoe lang moeten we dit nog doen? Bent u er bij? Meer dan ooit geldt:

“Wees niet bang, maar spreek en zwijg niet, want Ik ben met je …” (Hand. 18:9).

Slot.

 

Friedemann Werkshage; © www.bibelstudium.de

Online in het Duits sinds 06.05.2018.

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, FW