14 jaar geleden

Verloving (3)

Enkele reacties op het artikel “Verloving” die wij ook nog graag willen publiceren.

Er zijn enkele plaatsen in Gods Woord die in zeer samengeperste vorm wezenlijke aanwijzingen tot het thema partnerschap/verloving geven. Ik zou graag op Spreuken 30:18-19 willen wijzen: “… te wonderlijk …: … de weg van een man bij een maagd”. Misschien is het nuttig verschillende accenten te leggen bij enkele uitspraken van dit vers en deze op een rijtje te zetten.

I. “… de WEG van een man …”: Door de hele Bijbel heen wordt duidelijk, dat het mannelijk deel van een later echtpaar een zekere weg af moet leggen.Men denke aan Adam, de eerste mens (Genesis 2:15-25), die voor zijn “huwelijkssluiting”:

  1. Werken moest (vers 15; vergelijk Spreuken 24:27);
  2. gehoorzamen moest (vers 16): De Heer moet altijd de eerste plaats hebben, wanneer men “in de Heer” trouwen wil (1 Korinthe 7:39);
  3. inzicht toonde (vers 18-20): Adam was wijs in de naamgeving van de dieren. Voor ons is de Bijbel, het bezig zijn ermee, een bron van wijsheid (2 Timotheüs 3:15).

II. “… de weg van een MAN …”: Er blijkt al uit de bovenstaande uiteenzetting, dat God een man een vrouw schenkt, niet aan een jongen een meisje. Wanneer het ook bij ongelovigen “normaal” is, een “vriend”, een “vriendin” te hebben, zo vinden we zoiets toch niet in die vorm in de Bijbel. Zie daartoe ook Genesis 2:24: “Daarom zal de man zijn vader en zijn moeder verlaten …”.

III. “de weg van EEN man bij EEN maagd”: In Gods plan geeft Hij aan een man een geheel bepaalde vrouw. De Heer Jezus noemt hen “die twee” (Markus 10:7-8). Dat sluit elk proberen uit; voor een gelovig jonge Christen mag er geen lichtvaardig “met-elkaar-gaan” en “laatste-meisje” zijn! Hoe nodig is het werkelijk, alle stappen onder gebed, in het wachten op de Heer te doen.

IV. “de weg van een man BIJ een maagd”: Zo gelezen, is dat de beschrijving van de verlovingstijd, tussen het “ik zal gaan” en het “brengen in de tent” (Genesis 24:58 en 67), dat betekent tussen de trouwbelofte en de bruiloft.Dat is een wonderbare tijd van het-elkaar-leren-kennen, bovenal ook de gemeenschappelijke geestelijke ervaringen. Eén ding kan in deze tijd op grond van de Bijbel niet gebeuren: sexuele betrekkingen, die naar de gedachten van God voor het huwelijk voorbehouden zijn.Wanneer de gevoelens die God de mensen geschonken heeft, op ongoddelijke wijze verkwanseld worden, dan zal het later een vervelende leegte geven. Anderzijds is de zegen, die op de weg naar de gedachten van God ligt, totaal niet hoog genoeg in te schatten. Het is “te wonderlijk”.

M. Roßbach, Rüsselsheim

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, RM