11 jaar geleden

Vergeven: Ja – maar vergeten …?

Vele ernstige relatie-stoornissen onder gelovigen hebben hun oorzaak daarin, dat begane schuld niet volgens de bijbel behandeld werd. Soms ontbreekt het aan een eerlijke en onbeperkte belijdenis van schuld, soms ontbreekt de bereidheid, werkelijk en zonder terughouding te vergeven. Soms laat diegene, aan wie onrecht gedaan werd, een wortel van bitterheid in zijn hart opkomen. Vaak wordt het probleem ook eenvoudigweg verdrongen. Maar op den duur helpt geen verdringen, maar alleen een in het reine brengen in overeenstemming met Gods gedachten van de aangelegenheid. Soms hoort men ook het antwoord: “Vergeven heb ik het wel, maar vergeten kan ik het niet!” Wat zegt het woord van God tegen hem of haar, die iets te vergeven heeft? …

Het voorbeeld van God

In Efeze 4:32 lezen wij: “… elkaar vergevend, zoals ook God in Christus u vergeven heeft”. Daar wordt onze blik eerst op God gericht. Al in het Oude Testament leest men van God: “Doch Gij, een God van vergevingen …” (Nehemia 9:17b)1. Jesaja betuigt dat God menigvuldig vergeeft (Jesaja 55:7b). Hij heeft ons in Zijn oneindige genade onze gehele schuld vergeven – voor altijd en eeuwig. Op grond van het plaatsvervangend offer van de de Heer Jezus handelt Hij zo: “hun zonden en wetteloosheden zal Ik geenszins meer gedenken” (Hebreeën 10:17). Hoe gelukkig mogen wij zijn, deze woorden van God Zelf te vernemen. Zo heeft de grote en heilige God ons behandeld, toen wij Hem onze zonden hebben beleden en om vergeving gebeden hebben. Daarbij moeten wij bedenken, welk gering aandeel wij van onze zonden ook maar geweten en genoemd hebben, toen wij ons bekeerd en Hem onze zonden genoemd hebben! Toch heeft Hij ons alles vergeven, wanneer wij niets opzettelijk verzwegen hebben. En in deze houding moeten wij ook tot wederzijdse vergeving bereid zijn. Niets minder dan Gods eigen handelen wordt ons door Paulus in Efeze 4 voorgesteld.

Wat betekent eigenlijk vergeven?

Vergeven betekent, de aanklacht of het verwijt te laten vallen en gelijktijdig aan het voorgevallene niet meer te denken. De vergeving van onze zonden heeft God ons geschonken op de grondslag van Golgotha: Daar heeft de Heer Jezus Zijn bloed, dat betekent Zijn leven, gegeven. “Zonder bloedstorting is er geen vergeving” lezen wij in Hebreeën 9:22. Op grond van het plaatsvervangend offer van Zijn Zoon heeft God onze zonden vergeven. Voor God betekent zondenvergeving tegelijk, dat hij deze zonden nooit weer gedenkt: “… en hun zonden en hun weteloosheden zal Ik geenszins meer gedenken” (Hebreeën 8:12 en 10:17). Precies zo moeten ook wij handelen. God wil dat wij de zaak werkelijk vergeten en niet haatdragend zijn.

De Heer Jezus Zelf voegt er nog een belangrijk punt aan toe: wij moeten “van harte” vergeven (Mattheüs 18:35), dat betekent oprecht en definitief. Daarbij heeft men diegene die te vergeven is, verder lief en denkt niet: “Ik heb weliswaar vergeven, maar met die of die is het voor mij vanaf nu voorbij”. In het hart vergeven betekent, dat men voor zichzelf al vergeven heeft, voordat de andere daarom vraagt. Want zo heeft God gehandeld, zoals we het in de gelijkenis van de “verloren zoon” (vergelijk Lukas 15:20) vinden kunnen.

Belangrijk is ook op zichzelf en op zijn eigen onvolmaaktheid te zien (vergelijk Galaten 6:1). En wie is niet ook vaak medeschuldig geweest (vergelijk Mattheüs 5:25)? – In deze houding is het veel gemakkelijker vergeving duidelijk uit te spreken, wanneer de andere schuld bekent.

Nu mag iemand aanvoeren, dat men het gebeurde onrecht niet eenvoudig zo vergeten kan. Dat klopt natuurlijk in zoverre, dat wij onze gedachtenis niet zoals een vaste schijf in de computer eenvoudig wissen kunnen. Hoemeer ons iets emotioneel belast, des te langer blijft het in gedachtenis.

Maar één ding kunnen wij heel goed: iedere keer wanneer de herinnering omhoog komt, alle in deze richting opkomende gedachten terugwijzen, in plaats van deze verder te volgen. Een werkzaam hulpmiddel daartoe is, in zo’n situatie te bidden en heel bewust aan iets anders te denken. Daarbovenuit geldt, dat wij op een zaak, die wij vergeven hebben, nooit weer terug mogen komen. God doet dat ook niet: “Zo ver het oosten is van het westen, zo ver doet Hij onze overtredingen van ons” (Psalm 103:12).

Bovendien: hoe meer ik mij met positieve dingen bezig houdt, des te lichter valt het, het negatieve te vergeten. Paulus beveelt ons in dit opzicht heel veel “denkstof”: “Overigens broeder, al wat waar, al wat eerbaar, al wat rechtvaardig, al wat rein, al wat beminnelijk, al wat welluidend is, als er enige deugd en als er enige lof is, bedenkt dat” (Filippi 4:8). Dat vereist energie of innerlijke kracht. God, de Heilige Geest Die in ons woont, zal ons deze kracht geven, wanneer we dat werkelijk willen. Op deze wijze kunnen we niet alleen navolgers van God zijn, maar ook een belangrijke bijdrage tot een goede verhouding onder geloofsbrusters leveren.

Friedhelm Runkel – © Folge mir nach

NOTEN VERTALER:
1. Zie ook Psalm 186:5; 130:4.

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, FW