15 jaar geleden

Vergeet geen van Zijn weldaden

Exodus 7:1-15:21

Zingen begeleidt het hele leven van een Christen. Soms zingen we zachtjes, omdat we verdrietig zijn, of we zingen zelfs helemaal niet, en een andere keer zingen we van vreugde luidkeels, zodat iedereen het horen kan. Zingen is zeer met onze innerlijke gemoedsstemming verbonden (Jakobus 5:13).

Er zijn momenten dat er meer redenen zijn om te huilen dan om te zingen. Toch worden we opgeroepen, op de Heer te zien en Hem met onze liederen te danken, te prijzen en Hem te aanbidden (Kolosse 3:16; Efeze 5:19). Laten we samen eens even een bekend voorbeeld bekijken in het Woord van God, namelijk het volk Israël tijdens de tien plagen tot na de doortocht door de Schelfzee.

Imitatie

Het volk Israël was net aan de macht van de farao ontvlucht. De dood heeft hen voor ogen gestaan. Gelukkig dat er de wolk- en vuurkolom was die hen op de tegenwoordigheid van God in hun midden wees (Exodus 13:21)! Satan probeerde het volk van God als een brullende leeuw te verslinden (1 Petrus 5:8). In de tien plagen van Egypte zien we de verschillende tactieken van satan. Eerst probeert satan God te imiteren. Hij doet wonderen na en maakt gebruik van halve waarheden (Exodus 7:11,22; 8:7) en vooral van duistere machten. Dit zien we ook vandaag om ons heen. Treffen deze middelen geen doel, dan komen andere wapens te voorschijn.

Compromissen

Het volk van God zal nu in afzondering bijzondere beproevingen ondervinden. Juist de afzondering door de hand van God (Exodus 8:22) probeert satan met alle middelen te doorbreken. Hij wil nu het offer toestaan, echter binnen zijn machtsgebied (Exodus 8:25-28). God wil geen compromissen, geen verbinding met satan! Dit geldt ook voor vandaag (1 Johannes 1:5; Efeze 6:11). Door de vraag van farao om voor hem te bidden, komen wij misschien in verwarring. Zijn wij ook niet geneigd om te zeggen dat hij toch een beetje gelooft? Dit nu wil de duivel graag bereiken! “Och, zó erg kan dit of dat toch niet zijn”, denken wij dan steeds vaker.Maar zolang iemand zich niet volledig in de hand van God heeft overgegeven, staat hij of zij nog onder de invloed van satan. Het volk is door de hand van God door de Schelfzee heengevoerd; Hij was met hen ook in de woestijn. De wolkkolom was voor het volk van Israël het symbool van Gods tegenwoordigheid en leiding, bescherming en verlichting. Hij is óók bij ons. Zijn Woord zegt ons dat Hij alle dagen bij ons is tot aan de voleinding van de eeuw (Mattheüs 28:20). Er gaat geen wolkkolom voor ons uit en toch gaat onze levensweg hier ook door een vijandige wereld. Wij zijn hemelburgers (Filippi 3:20)! Laten wij op onze hemelse weg op de Heer Jezus en op het kruis van Golgotha zien, dan ervaren wij hetzelfde vreemdelingschap als het volk Israël in het land Gosen. Dan zal ook ons lied voor Hem en tot Hem onze wandel met Hem bevestigen. “Loof de HEERE mijn ziel, en vergeet geen van Zijn weldaden” (Psalm 103:2).

Verharding

Imitatie en verwarring hebben niet het gewenste resultaat gehad. Nu laat satan zich van een andere zijde zien. Het hart van de farao is verhard, dus niet meer toegankelijk. Enkelen luisterden naar de waarschuwingen van Mozes (Exodus 9:18-20) en werden bewaard. God wil aanbidders in geest en in waarheid. Satan wil eveneens aanbidders en probeert dit desnoods met geweld te bereiken. Grote plagen zullen er ook in de verdrukkingstijd komen en toch kan satan het getrouwe overblijfsel van Israël niet uitroeien. Dan zal er weer een machtig lied weerklinken (Openbaring 14:3). Deze tijd wordt dan gekenmerkt door zware plagen waardoor de wereld geoordeeld wordt.

God wil van Zijn natuur uit niet oordelen, want God is liefde (1 Johannes 4:8). Toch moet God oordelen, omdat Hij ook rechtvaardig is (Psalm 119:137; Openbaring 19:2). Zoals Israël een paaslam had, zo hebben wij het volbrachte werk van de Heer Jezus op Golgotha. God heeft daar de Heer Jezus (deze Naam betekent: Jahweh is redding) als Redder gegeven. Hij werd geoordeeld in onze plaats (Jesaja 53:5). Onze straf heeft Hij vrijwillig met de dood aan het vloekhout betaald (Jesaja 53:12)! En zoals Israël een wolkkolom had, zo hebben wij nu de tegenwoordigheid en bescherming van God. De Heer Jezus is onze Gids en wij hebben de Geest van God inwonend ontvangen die ons leiden zal in alle waarheid door middel van het Woord van God.

Waarom, hoe en wat zingen wij?

De gelovigen mogen en kunnen nu al door liederen van lof en dank Hem ere brengen (zie onder andere Romeinen 11:33-36; Openbaring 1:5b-6). Daarbij moeten wij ook ons verstand gebruiken (1 Korinthe 14:15,16). Gevoelens zijn niet de grondslag om een lied voor de Heer aan te heffen, wel echter dankbaarheid tegenover onze Heer en Verlosser. Hij is het waard dat alles Hem eert. Liederen die in aanwezigheid van de Heer gezongen worden, zijn niet los te maken van Zijn tegenwoordigheid. Zij zullen voor en tot Hem gezongen worden. Dit maakt een eerbiedige houding van onze zijde noodzakelijk. Is het niet onze wens liederen te zingen die onze Heer verblijden? Het zullen daarom ook liederen zijn die niet onszelf als middelpunt hebben, maar de Heer. Dit wordt door de Heilige Geest bewerkt (Johannes 16:14). En zullen dit dan geen liederen zijn die overeenkomen met de hemelse positie en zegeningen van de Christen die toch ver uitgaan boven de aardse positie en zegeningen van het volk Israël? Of kennen wij deze zegeningen niet of niet meer? Dan zullen wij die rijkdommen in Christus ook niet kunnen bezingen en dalen we af tot het niveau van de Israël. En als we zingen in de gemeente gaat het er niet om of “ik” mij in de liederen kan vinden en of het aansluit bij mijn geestelijke ervaringen, maar of de Heer Jezus ermee in kan stemmen en of het liederen zijn die door de Heilige Geest bewerkt zijn tot eer van God onze Vader en van onze Heer Jezus. Spelen, wat het opgeven en zingen van de liederen betreft, niet soms vleselijke motieven en gevoelens een rol? Vinden we niet soms een bepaalde melodie mooi klinken of horen wij graag onze eigen stemmen, vooral als het meerstemmig gezongen wordt? Om wie gaat het ons dan eigenlijk? Wij mogen zeer zeker onze zorgen en noden ook in de vorm van een lied bij God brengen, zoals het toch ook in Klaagliederen en de Psalmen gebeurd is. Innerlijke gevoelens van de Heer Jezus worden ons in de Psalmen geopenbaard (bijvoorbeeld in de Psalmen 22 en 69).

Dank en aanbidding zijn heel belangrijke elementen van de ons in de Schrift overgeleverde liederen. Vandaag hebben wij de Heilige Geest in ons wonend die ons de liederen in de geest voor de aandacht brengt. Het is de opdracht voor de broeders in de samenkomst van de gemeente deze liederen dan ook op te geven (1 Korinthe 14:26-40). Mozes hief een lied aan en alle kinderen van Israël met hem – de hele gemeente (Exodus 15:1-19). Mirjam zette niet in bijzijn van de mannen het lied in, maar zong met de vrouwen alleen (Exodus 15:20-21). De Heer verheugt Zich als wij liederen zingen tot Zijn eer. Zelfs wil Hij Zelf met ons samen zingen (Psalm 22:23), hoe wonderlijk en kostbaar is dat! In Hebreeën 2:12 staat dan ook: “In het midden van de gemeente zal Ik U lofzangen”1 . Worden wij daar niet stil van?

Ja, elke dag, ja iedere stond,

zij Uw lof meer in mijn mond.

1. Lofzingen: in het Grieks Humneo, hetgeen betekent: zingen zonder begeleiding.

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, FW