4 maanden geleden

Vanaf de eerste dag (1)

Lukas 10 vers 39; Handelingen 8 vers 39

 

In het leven van een mens zijn er dingen die hij vanaf zijn geboorte moet doen, wil hij gedijen, zich ontwikkelen en groeien. Zodra hij van zijn moeder is gescheiden, moet hij ademen, steeds weer voedsel van buitenaf tot zich nemen en verteren, slapen en wakker worden, enzovoort. Als hij stopt met een van deze activiteiten, zal de moeder daar niet onverschillig aan voorbij gaan. De alarmbellen zouden rinkelen. Een dergelijke onderbreking kan het bestaan van de kleine in gevaar brengen of op zijn minst zijn ontwikkeling afremmen.

Zo is ook de nieuwe mens die bij de nieuwe geboorte begint te leven, onderworpen aan bepaalde levenswetten. Als men ze negeert, treden ernstige verstoringen van het geestelijk welzijn en de groei op. De christen is dan verstoken van vrede en vreugde en loopt groot gevaar opnieuw verstrikt te raken in de dingen van deze wereld, tot zijn grote schade.

Laten we daarom aan de hand van enkele voorbeelden uit de bijbel ons in herinnering brengen wat het nieuwe leven van de christen vanaf de eerste dag van zijn bekering kenmerkt.

“Hij ging zijn weg met blijdschap”

Handelingen 8 vers 39

Op de verlaten weg naar Gaza had de kamerling van Ethiopië gevonden wat hij zocht: het evangelie, de blijde boodschap van Jezus (vs. 35). Het was de Heer zelf die het hem liet overbrengen. Hij hoorde het en nam het met geloof aan. Hij, de “machthebber van Candacé,” was nu een nieuwgeboren kind in de familie van God.

Wat stroomde er nu door hem heen en vervulde hem, al aan het begin van zijn christelijke loopbaan? – Een tot nu toe onbekende, diepe en heilige blijdschap. Het heeft zijn hart enorm versterkt. Dit was onafhankelijk van Jeruzalem, het religieuze centrum, onafhankelijk van Filippus, het gezegende instrument van zijn bekering. Toen de Geest de evangelist wegrukte, was de gelukkige christen die net tot geloof was gekomen zich daar nauwelijks van bewust, “want hij ging zijn weg met blijdschap.” Wat was dan de oorzaak van deze ongewone blijdschap? Filippus had op grond van de Schriften, te beginnen met Jesaja 53, hem de Persoon van Jezus voor ogen gesteld, en de Heilige Geest had zijn hart voor Hem geopend. De vreugde van de Ethiopiër kwam voort uit de kennis van Jezus, het Lam van God, niet uit religieuze vormen, niet uit contact met mensen en niet uit bijzonder gunstige omstandigheden. Hij was begonnen zich te verblijden “in de Heer.”

Ook onze weg als christen hier op aarde kan en moet een weg van oprechte blijdschap zijn, van begin tot eind. God zelf wil, dat het zo is. Zonder deze blijdschap zouden wij krachteloze en noodlijdende christenen zijn. Daarom riep de apostel de jonge gelovigen in Thessalonika toe: “Verblijdt u altijd … want dit is [de] wil van God in Christus Jezus jegens u”! (1 Thess 5:16,18).

Dat is het eerste wat we willen onthouden.

Maar hoe kon Paulus die gelovigen dan bevelen: “Verblijdt u altijd?” Kan dit worden bevolen? Moeten wij dan die gevoelens aanwakkeren?

Zeker niet! De apostel wilde hun en ons eenvoudigweg zeggen: jullie zijn nu onlosmakelijk met Christus verbonden. Hij is de onuitputtelijke Bron van uw blijdschap. Blijf bij deze Bron zitten.

Neem je kruik van het geloof en vul het hier, steeds weer, dagelijks, elk uur, altijd. Loop niet weg. Ga niet naar andere bronnen; het zijn gebarsten bakken die geen water bevatten (Jer. 2:13).

Paulus was gewend zich te verblijden “in de Heer.” Iedereen die met hem in contact kwam, kon dit met eigen ogen zien. Ook de Filippenzen. Zelfs in de gevangenis van hun stad, met pijnlijke, bloedende striemen op zijn rug en zijn voeten ingesnoerd, had hij met Silas om middernacht lofliederen gezongen. Dus vanuit zijn eigen gelukkige ervaring moedigde hij anderen aan zich te verblijden “in de Heer” (Hand. 16:25; Fil. 3:1; 4:4)

En net als hij hebben alle christenen het voorrecht van deze blijdschap, zowel volwassen gelovigen als beginners. Petrus kon over de verstrooiden in Klein-Azië zeggen: “Jezus Christus Hoewel u Hem niet gezien1 hebt, hebt u Hem lief; hoewel u Hem nu niet ziet, maar gelooft, verheugt u zich in Hem met een onuitsprekelijke en verheerlijkte vreugde” (1 Petr. 1:8).

Geniet u dagelijks van deze “blijdschap in de Heer”? Zo niet, dan is uw leven als christen niet gezond. U heeft een gebrek aan een stimulerende en drijvende kracht. Nehemia zei al tegen het volk: “… want de vreugde van de HEERE, dat is uw kracht” (Neh. 8:11). Aan de hand van het volgende voorbeeld kunt u zien hoe ook u dit kunt bereiken.

“Maria …, die ook aan de voeten van de Heer zat en naar Zijn woord luisterde.”

Lukas 10 vers 39

We hebben ons eraan herinnerd dat alleen Jezus de Bron is van ware christelijke vreugde, dat we bij Hem moeten blijven en steeds weer uit Hem moeten putten.

Dat is precies wat Maria hier heeft gedaan.

De Heer was naar het dorp en zelfs naar haar huis gekomen. Hij was daar! Nauwelijks was Hij gaan zitten of ook zij zat aan Zijn voeten. Zij wilde deze unieke kans niet missen. Zij verlangde ernaar bij Hem te zijn, Hem te horen en naar Zijn woorden te luisteren. Was er iets belangrijker, meer voor de hand liggend op dat moment? Martha was een andere mening toegedaan. De hoge en dierbare Gast had immers een uitputtende dienst over stoffige, zonovergoten wegen achter de rug. En nu was Hij hier, en met Hem waarschijnlijk de hongerige twaalf discipelen. Moeten Hij en zij niet eerst eten en drinken krijgen? Dit was zeker een dienst die de Heer welgevallig was!

Welke van de twee zusters had gelijk? – Veel, heel veel gelovigen kiezen de kant van Martha. Niet in woorden, misschien, maar door hun daden. De vierentwintig uur van de dag geven precieze informatie over hoe ik over deze vraag denk. – Moet niet iedereen zijn dagelijkse werk doen? Er wordt zoveel gevraagd! Regelmatige maaltijden en voldoende rust zijn ook een absolute noodzaak voor het lichaam. Jongere mensen zullen toevoegen: Ook tegenwoordig is een gedegen opleiding onontbeerlijk voor een toereikend bestaan. En daarnaast heeft men ook lichamelijke ontspanning en beweging nodig. Tenslotte, zeggen actieve christenen, waar het om gaat is de christelijke praktijk, de werken, niet alleen de theorie. Wanneer men de Heer begint te dienen in de naaste, is er zoveel te doen, dat er weinig tijd is om “te gaan zitten” en “te luisteren.”

Dit zijn heel aannemelijke argumenten. Maar de Heer Zelf, wat vond Hij van het gedrag van de twee zusters? Dát is toch doorslaggevend! – Zich tot Martha wendend, die zo vast overtuigd was van haar mening, zei Hij: “Martha, Martha, je maakt je bezorgd en druk over veel dingen, maar één ding is nodig; want Maria heeft het goede deel gekozen, dat van haar niet zal worden weggenomen.

Dit ‘oude woord’ van de Heer staat midden in de rusteloosheid van onze tijd als een rots die zich verzet tegen al het andere, dat belangrijker voor ons wil worden. Hij zegt tegen u en tegen mij: Ga eerst aan Mijn voeten zitten en luister naar Mijn woorden; dit is wat u nodig hebt. Dit ene ding komt vóór al het andere.

Als wij tot vandaag ongehoorzaam zijn geweest aan dit Woord van de Heer, als wij niet “verlangend zijn geweest naar de onvervalste melk” (verg. 1 Petr. 2:2) van het Woord van God, is er zeker een stilstand geweest in onze geestelijke groei. Het is hoog tijd, dat wij onze manieren veranderen en beginnen om elke dag in de stilte van onze kamer aan Zijn voeten te gaan zitten en naar Zijn Woord te luisteren. Wij zullen dan ook met meer verlangen komen tot waar men als gemeente rondom Hem samenkomt.

Nee, het gaat niet om louter theorieën, maar om Zijn persoon. Laten we daarom, terwijl we Zijn Woord lezen en overdenken, Hem daarin zoeken, en zo zullen ook onze harten “branden” (zie Luk. 24:32) en de “onuitsprekelijke en verheerlijkte vreugde” van de gelovigen in Klein-Azië zal ook onze monden vullen met blijdschap.

O, deze plaats aan de voeten van Jezus, waar wij Zijn Woord horen, is volgens Zijn duidelijk uitgesproken gedachten het enige juiste uitgangspunt voor de ontwikkeling van het christelijk leven en alle christelijke activiteit!

Zeg niet: “Als oudere, rijpere gelovigen deze plaats ijverig opzoeken, is dat passend en goed en nuttig. Maar als jongere mensen het doen, lijkt het mij een beetje onnatuurlijk.” – Hoe oud was deze nog vrijgezelle Maria en hoe oud de van demonen bevrijde man die onmiddellijk na zijn bevrijding aan de voeten van Jezus ging zitten? (Luk. 8:35). Dat weten we niet. Maar één ding is zeker: vooral ook recent bekeerde mensen hebben het nodig om deze plaats op te zoeken. Wat moeten zij nog veel leren over en van Jezus! Juist voor hen moet de Heilige Geest nog “het beeld van de gezonde woorden” voor de ziel schilderen. Zij die niet vanaf het begin hun plaats innemen aan de voeten van Jezus worden gemakkelijk kreupele en onvolwassen christenen, die geen gezonde vruchten dragen.

De plaats van Maria is een plaats voor ons allen, vanaf de eerste dag!

 

NOOT:
1. Sommigen lezen ‘gekend.’

 

www.haltefest.ch;

Jaargang: 1963 – Bladzijde 219; auteur: Uit het ABC van de christen

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, FW