4 weken geleden

Uren van gebed (02)

Eendrachtig gebed

 

Mattheüs 18 vers 19

 

Iedere aandachtige lezer van de Schrift zal opmerken welke grote plaats het persoonlijk gebed inneemt in het leven van mannen van God, zowel in het Oude als in het Nieuwe Testament, en de indruk zou kunnen worden gewekt, dat persoonlijk gebed alles is wat wij nodig hebben.

Wij erkennen echter, dat er speciale beloften van zegen zijn voor gemeenschappelijk gebed, en dat de Heer een bepaalde belofte doet met betrekking tot het antwoord op het gezamenlijk gebed: “Ik zeg u tevens, dat als twee van u overeenstemmen op de aarde over enige zaak die zij maar zouden vragen, het hun ten deel zal vallen van Mijn Vader die in [de] hemelen is” (Matth. 18:19). Dit is een bijzondere belofte die alleen waargemaakt kan worden als er een verenigd en gemeenschappelijk gebed is.

Persoonlijk gebed thuis kan zegen en respons vinden, maar er is niets vergelijkbaar met de gebeden in de gebedsuren, want deze gebeden in de gemeente bestormen de troon van de genade en halen bijzondere zegeningen naar beneden, omdat het gebeden zijn van de gemeente in de Naam van de Heer Jezus Christus. Als het vurig gebed van een rechtvaardige veel vermag (Jak. 5:16), hoeveel meer kunnen wij dan verwachten van het vurig en werkzaam gebed van een gemeente van gerechtvaardigde personen, verenigd in hun smeekbeden en die gedreven worden door de Heilige Geest?

Het gebed in de gemeente bestaat niet alleen daaruit,  dat vele individuen vele gebeden voor één zaak tot uitdrukking brengen, maar het is het aanbieden van één gebed, dat 25 of 50 keer versterkt wordt door de harmonie, die de Heilige Geest teweegbrengt onder de 25 of 50 aanwezigen. Zij bidden allen als één, doen één verzoek en zeggen allen “Amen” op dat verzoek, dat dan opstijgt tot God in de Naam van de Heer Jezus. Daarom ligt er een bijzondere kracht in dergelijke gemeenschappelijke gebeden. Deze grote kracht is aan de gemeente toevertrouwd en kan worden uitgeoefend in gebed en voorbede, waardoor zij zal resulteren in onuitsprekelijk welzijn en zegen, zowel voor de gemeente zelf als ook voor anderen.

Laten we echter opmerken dat er een absoluut noodzakelijke morele voorwaarde is voor het gebed in de gemeente: eensgezindheid, overeenstemming van de harten en eenstemmig. “Ik zeg u tevens, dat als twee van u overeenstemmen op de aarde over enige zaak die zij maar zouden vragen, het hun ten deel zal vallen … .” De ware betekenis van deze woorden is: “als twee van u harmoniëren” – dat wil zeggen een gemeenschappelijke toon geven.

Willen de gebeden in de gemeente effectief zijn, dan mag er geen wanklank zijn of gebrek aan harmonie of overeenstemming onder degenen die bidden. Wij moeten voor de troon van de genade komen met een heilige harmonie van hart, gedachten en geest, anders hebben wij geen aanspraak op een antwoord op grond van de belofte van de Heer in Mattheüs 18 vers 19.

Deze heilige overeenstemming en eensgezindheid kenmerkten de gelovigen en ook de gebedsbijeenkomsten in het boek Handelingen, en verklaart de geestelijke kracht en de onmiddellijke zegen die God hun schonk. “Deze allen volhardden eendrachtig in het gebed”; “waren zij allen gemeenschappelijk bijeen”; “waren zij dagelijks eendrachtig in de tempel”; “verhieven zij eendrachtig [hun] stem tot God” (Hand. 1:14; 2:1,46; 4:24).

Hier komen we tot een punt van onmetelijk moreel belang betreffende de toon en het karakter van onze gebedsbijeenkomsten. Waarom zijn onze gebedsbijeenkomsten vaak zo zwak, koud, doods en krachteloos? Komt het niet dikwijls voor dat gelovigen erin falen om eensgezind en eendrachtig in de gebeden voor bepaalde dingen samen te komen? Er is vandaag onder de gelovigen een gebrek aan ‘één van hart en één van geest’, en we moeten ons afvragen in hoeverre we werkelijk verenigd zijn in de zorgen, die we voor de troon der genade brengen in onze gebedsbijeenkomsten.

 

Raymond K. Campbell; © www.bibelstudium.de

Online in het Duits sinds 27.07.2010.
Origineel: “The Church of the living God“

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, FW