4 jaar geleden

Teleurstelling … en het geneesmiddel ervoor

Lezen: Lukas 24:13-36

Teleurstelling is een van de meest vruchtbare bronnen van ontmoediging onder christenen en als gevolg daarvan depressie en het afglijden naar de wereld. Het is te vrezen dat het tegenwoordig erg krachtig aanwezig is en in vele richtingen werkt.

In tijden van opwekking, wanneer de Geest van God zeer duidelijk werkt, is het voor een gelovige relatief eenvoudig om vrolijk en in de goede richting te gaan. Hij ervaart hoe hij door de stroom van geestelijk enthousiasme gedragen en door elk contact met zijn geloofsgenoten aangemoedigd wordt. Maar als aan de andere kant, zoals altijd het geval is, de tijdsperiode van opwekking langzaam verdwijnt, wanneer de macht van het kwaad opnieuw pijnlijk openbaar wordt, en op de vloed van het succes de eb van de verdrukking volgt, dan zet vaak een depressie in die door grote en vaak onterechte verwachtingen als gevolg op het vorige succes versterkt wordt.

We bevinden ons momenteel in een fase van zeer ernstige depressie, die vrijwel alle protestantse landen, met name de Engels-sprekende wereld, omvat. De depressie wordt algemeen waargenomen, omdat ze in alle richtingen gemeenten decimeert en een groot tekort in de zending, zowel aan medearbeiders als ook aan geld, veroorzaakt. De wortels daarvoor liggen echter dieper en zijn in het verlies van het vertrouwen in Christus te vinden, die een vloed van valse en fatale leer in verband met uiterlijke wereldgelijkvormigheid over ons liet komen. Als gevolg hiervan is op veel plaatsen teleurstelling en een betreurenswaardig verval waar te nemen.

We leven in een bedeling, waarin de Heilige Geest op aarde woont. Deze bedeling werd voorafgegaan door de tijd waarin de Zoon van God op aarde was. Deze enkele jaren waren gevuld met de meest memorabele historische gebeurtenissen in de wereld, die in sommige harten de meest levendige verwachtingen wekten en hen uiteindelijk met de diepste teleurstelling overweldigden. In Lukas 24 vers 13-36 wordt ons een ontroerend verhaal gegeven, die de innerlijke ervaringen twee van zulke mensen illustreert, die de oorzaken van hun teleurstelling onthult en het geneesmiddel aanwijst. We willen een aantal lessen uit hun geschiedenis leren.

De twee discipelen op weg naar Emmaüs verwijderden zich blijkbaar langzaam van het centrum van het goddelijk werken in die tijd: Jeruzalem. Zij deden dit omdat ze ontmoedigd waren, en zij waren ontmoedigd omdat ze op de diepst mogelijke wijze teleurgesteld waren. We kunnen ons misschien een beetje de verwachtingen voorstellen, die door de komst van de Messias van Israël in hun hart gewekt waren. Visioenen vulden hun ogen van de bevrijding van het Romeinse juk, van een nationale heropleving en de heerlijkheid en pracht onder David’s zoon, waaraan ze een niet onbelangrijk aandeel verwachtten. Echter, “Wij echter hoopten”, zeiden ze, “dat Hij Degene was die Israël zou verlossen” (vs. 21). Nu echter was die visie ruw verstoord, want in plaats van de troon van David in te nemen, en de keizer omver te werpen, was Hij door de keizerlijke soldaten aan Barabbas’ kruis genageld. En al het volk voelde het juk van de keizer nog strakker dan voorheen om hun nek knellen en maakten dit bovendien in het openbaar bekend door te zeggen: “Wij hebben geen koning dan de keizer”. Dieptreurig en niet in staat het mysterie van Zijn door hen aanvaarde aanspraken aan de ene kant, en Zijn plotselinge en dramatische neergang aan de andere kant, te vatten,  stonden Kleopas en zijn metgezel op het punt hun discipelschap op te geven en naar huis  terug te keren.

“En het gebeurde, […], dat Jezus Zelf naderde en met hen meeging” (vs. 15). Ten eerste stelde Hij hen slechts twee vragen, die ertoe dienden van hen de achtergronden van hun teleurstelling en verdriet te ervaren. Daarnaast echter openbaarde het ook Zijn vermogen om de wortel van hun droefheid nauwkeurig te identificeren, toen Hij zei: “O onverstandigen en tragen van hart in het geloven van alles wat de profeten hebben gesproken” (vs. 25).

We willen hier twee factoren bezien: Ten eerste dat teleurstelling onder de gelovigen daardoor wordt veroorzaakt omdat ze valse verwachtingen koesteren, die niet door het woord van God worden gerechtvaardigd. Ten tweede dat dergelijke ongerechtvaardigde verwachtingen door gelovigen gekoesterd worden, omdat zij alleen een deel van de Schrift beschouwen in plaats van “alles […] wat de profeten hebben gesproken”.

Waren er dan geen Schriften, die het geloof in een Messias rechtvaardigden, Die in macht en heerlijkheid komen zou, om Israël van elk juk te verlossen? Zeker waren deze er. Een verscheidenheid van dergelijke plaatsen kunnen worden aangehaald. Maar er waren andere, die spraken van een vernederde Messias – door de mensen veracht en verworpen, vanwege de zonden van het volk van God afgesneden – en dat zagen ze over het hoofd. Verblind als ze waren door de gedeelten over Zijn heerlijkheid, kwamen de andere hen ongetwijfeld onduidelijk, mysterieus en verward voor, en werden al snel genegeerd onder het voorwendsel dat ze moeilijk uit te leggen en van geen bijzonder belang of winst waren. Bijgevolg kwam het nooit bij hen op, dat de Christus eerst “dit lijden” en dan “in Zijn heerlijkheid” ingaan zou.

Bijna tweeduizend jaar zijn verstreken sinds Kleopas en zijn metgezel bedroefd hun weg gingen, maar de hoofdtrekken van hun geschiedenis zijn nog steeds bij diverse teleurgestelde christenen waar te nemen.

“Kort na mijn bekering”, zegt iemand, “streefde ik naar meer en meer, en, zoals ik meende, vond ik ‘volledig genoeg’. Het werk van het ‘reinigende vuur’ nam mij in beslag en ik geloofde dat de zonde in mij volledig werd weggevaagd. Maar na verloop van tijd ontdekte ik tot mijn onuitsprekelijke verdriet, dat het nog in mij leefde en werkte. Sinds deze ontdekking kan ik mij alleen maar met de kleinste kracht aan God vasthouden. Ik weet bijna niet of ik wel of niet gered ben”.

“Ik was altijd een serieuze christelijke arbeider met een grote ijver voor de zending”, zei een ander. “Ik ben geloofde volledig in de komst van het duizendjarig rijk, zoals de Bijbel het beschrijft, en het idee dat het evangelie triomferen zou en van de ene verovering naar de volgende zou marcheren totdat dit doel bereikt was, vervulde mij met enthousiasme. De laatste tijd echter maakt het mij neerslachtig dat het werkelijke aantal van belijdende bekeerlingen, om niet te spreken van de echte, geen gelijke tred houdt met de toename van de wereldbevolking – erger nog, dat de werkelijke triomfen van het evangelie in heidense landen verreweg door de triomfen van het zuurdesem van het rationalisme en ritualisme in de thuislanden van het christendom overtroffen worden. Ik kan niet beschrijven hoe ontgoocheld ik ben. Ik heb volledig de moed verloren”.

“Jaren geleden,” vertelt een derde, “heb ik mij bij een religieuze beweging aangesloten waarvan ik dacht, dat deze een echte bevrijding in het Christendom teweegbrengen zou. Mijn ziel was zeer gezegend, toen men mij een lang in de vergetelheid geraakte en weer teruggevonden waarheid van het Woord van God uiteenzette. Ik dacht, dat ik werkelijk de “modelgemeente” gevonden had, gebouwd op het fundament van de apostelen en de eerste gemeente, die een centrum worden zou dat christenen overal samenbrengt. Maar vandaag – net als het fijne goud dat zo dof geworden is! Waar is mijn gemeentemodel? De verwarring in de gemeente lijkt volkomen te zijn, en elke poging om religieuze eenheid en orde aan te brengen, eindigt in verwarring en mislukking. Ik ben wanhopig ongelukkig en erg depressief”.

Er kunnen nog veel van zulke treurige klachten als voorbeelden aangevoerd worden, maar allen zullen zoals de geciteerden alleen de catastrofale gevolgen daarvan illustreren, wat er gebeurt als men zich aan verwachtingen overgeeft, die niet door de Schrift als geheel gerechtvaardigd worden. Lezen wij niet in de Schrift zowel van verlossing van zonde alsmede de straf daarvoor? Spreekt zij niet van het “vuur van een edelsmid” (Mal. 3:2), en is er niet de belofte, dat wij evenzo met vuur gedoopt worden als met de Heilige Geest? Betekent het niet “de zonde zal niet over u heersen”? (Rom. 6:14).

We lezen al deze dingen – en nog meer. Maar we willen er niet aan voorbij gaan: “als wij zeggen dat wij geen zonde hebben, misleiden wij onszelf” (1 Joh. 1:8); en dat zelfs de apostel Paulus, na een opname in de derde hemel, een doorn in het vlees nodig had, opdat het vlees zich niet “verheft” (2 Kor. 12:7). Als we rekening houden met de gehele Schrift, leren we dat het daadwerkelijk Gods gedachte is, dat een gelovige in deze wereld van de macht van de zonde bevrijd wordt, en tegen de schadelijke misvatting wordt beschermd dat we al van de aanwezigheid van de zonde bevrijd zijn – samen met de resulterende ontgoocheling en de schipbreuk!

Ook zijn de profetische geschriften beslist boordevol voorzeggingen met betrekking tot een wonderbare tijd van zegen voor deze aarde, meestal aangeduid als het duizendjarig rijk. Christus zal Zijn heerschappij uitbreiden over alle volken. Enorme geestelijke bewegingen zullen plaatsvinden. Een volk zal “op een enkele dag ter wereld” (Jes. 66:8) gebracht worden. In het volk Israël zullen “allen rechtvaardig” (Jes. 60:21) zijn, overal in de wereld zal gerechtigheid en vrede bloeien.

Maar we willen niet aan de belangrijke uitspraak voorbij gaan: “Want wanneer Uw oordelen over de aarde komen, leren de bewoners van de wereld wat gerechtigheid is” (Jes. 26:9); of die van Petrus in de Raad van Jeruzalem over het feit, dat het goddelijk plan voor deze bedeling daaruit bestaat om een volk voor de naam van Christus uit de heidense volken aan te nemen (Hand. 15:14).

En wat kunnen we zeggen van het aantal christenen, dat zo treurig en wanhopig is met het oog op eigen falen en het falen van geloofsgenoten, wat de gemeenschappelijke dienst respectievelijk gemeenschap onder de christenen betreft? Welke ernstige vriend van de Heer Jezus is niet omgeven door de ruïnes van “denominaties”, “vergaderingen”, “gemeenschappen”, “genootschappen” of andere verenigingen van kerkelijke aard? Ongeacht of ze oorspronkelijk in overeenstemming met bijbelse principes gevormd werden of niet. In sommige gevallen heeft het zichtbare verval niets dan verdeeldheid voortgebracht; in andere gevallen, wat nog veel erger is, werd uiterlijke eenheid ten koste van de reinheid bewaard. Bederf en misbruik van een positie van vertrouwen grijpen om zich heen. Hoe zit het met de rooskleurige verwachtingen die men gekoesterd had en die zo niets ontziend verbannen werden? Wat kan men zeggen?

In onze geschiedenis komt een veelzeggende zin over de lippen van Kleopas: “Wij echter hoopten”, zegt hij, “dat Hij Degene was die Israël zou verlossen” (vs. 21). Klaarblijkelijk namen de verlossing en heerlijkheid van Zijn geliefde volk de eerste plaats in zijn gedachten in. Hij las de Schriften en voor hem was Israël het grote onderwerp en de Messias de door God gegeven Dienaar om Israël groot te maken. Dit was de volgorde van hun overeenkomstige betekenis volgens zijn gedachten: ten eerste Israël, ten tweede de Messias. Een grote fout dat een hevige nood in zich borg!

Kan het zijn dat velen van ons zich in principe aan dezelfde fout schuldig hebben gemaakt? Hebben bepaalde dingen zo onze aandacht getrokken, dat we onbewust ons eigen kleine “Israël” opgericht hebben, waarvan het succes voor ons belangrijker geworden is dan al het andere? Sinds Pinksteren waren er veel duidelijke bewegingen van de Geest van God met hemelse oorsprong en we kunnen in de stroom daarvan meegezogen zijn. Vaak waren gelovigen zo bovenmate door een beweging vervuld, dat zij er zich nog steeds aan vast klampten wanneer hun levenskracht al verbruikt en vervaagd was. De beweging had de Meester op de achtergrond gedrongen! Is dit het geval bij ons?

Maar, God zij dank, er is een GENEESMIDDEL, dat ons duidelijk in onze tekst wordt weergegeven. In onze analyse blijkt het uit drie bestanddelen te bestaan, die wij afzonderlijk willen overwegen.

1. De gehele Schrift

Dit is van principiële betekenis, want het wordt niet minder dan drie keer binnen een paar verzen (25-27) benadrukt: “… alles wat de profeten hebben gesproken”, “alle profeten”, “al de Schriften” zijn de termen die gebruikt worden. We moeten bij het lezen van de Schrift het voortdurend lezen van bepaalde passages of het bijna of volledig negeren van andere vermijden. Ook moeten we vooringenomenheid bij de interpretatie van de Schrift vermijden: “[…] geen profetie van de Schrift [heeft] een eigen uitlegging” (2 Petr. 1:20) ; dat wil zeggen een passage moet niet geïsoleerd uitgelegd worden, maar in verhouding tot de totaliteit van het bijbelse getuigenis. Dit net zoals de exacte betekenis van een kleine figuur in de hoek van een groot schilderij door een beroemde meester het beste geduid wordt, wanneer men de centrale gedachte van het beeld en het beeld zelf als geheel kent.

Nog belangrijker dan het geheel van de Schrift is:

2. Christus als het onderwerp en het centrum van de hele Schrift

“… legde Hij hun uit wat in al de Schriften over Hem stond” (vs. 27). Let op, niet “wat over Israël stond”, maar “over HEM stond”. Welke openbaringen werden aan hun verbaasde harten op de rest van deze weg gegeven! Geen wonder dat hun hart brandde in hen!

Zo was uiteindelijk niet alles voorbij, ook wanneer de verlossing van Israël naar een ongedefinieerde afstand gedrukt scheen te zijn. Christus, niet Israël, is het heerlijke Middelpunt in alle doelstellingen van God. In de loop van deze wonderbare voorstelling van het geheel van de Schrift moet met Jesaja 49 vers 5-6 rekening gehouden worden: “… maar Israël zal zich niet laten verzamelen. Niettemin zal Ik verheerlijkt worden in de ogen van de HEERE, en Mijn God zal Mijn kracht zijn. 6 Hij zei: Het is te gering dat U voor Mij een Knecht zou zijn om op te richten de stammen van Jakob en om hen die van Israël gespaard werden, terug te brengen. Ik heb U ook gegeven tot een Licht voor de heidenvolken, om Mijn heil te zijn tot aan het einde der aarde”. Het thema van elke discussie over deze tekst moet noodzakelijk zijn: “Niet Israël, maar Christus”.

Kleopas en zijn metgezel hadden nog iets nodig, om de genezing voor hun teleurstelling volkomen te maken. Hun weg eindigde rustig thuis in Emmaüs, en toen bij het avondmaal de uitgenodigde gast plotseling de plaats van gastheer innam en het brood brak, werden hun ogen geopend en herkenden ze Hem, waarna Hij onzichtbaar voor hen werd.

Hier vinden we de meest belangrijke:

3. CHRISTUS, erkend in het geloof als het verenigende Middelpunt van Zijn volk

In feite hadden ze de Messias, zoals ze Hem eerder in vlees en bloed gekend hadden, verloren. Nu kregen ze hun eerste vluchtige blik op Hem in Zijn opstandingsvorm, die Hij had aangenomen, en deze eerste blik veranderde hen compleet. Onder Zijn leiding hadden ze net gezien, dat Hij Zelf het thema van de hele Schrift is. Maar zelfs toen ze naar Hem luisterden en als gevolg daarvan hun hart in hen brandde, zagen zij Hem alleen met hun natuurlijke ogen en herkenden Hem niet. Nu werd Hij onzichtbaar voor hen, en ze herkenden Hem in geloof. Wat een verandering!

Op dit punt werd hun teleurstelling veranderd in blijdschap. In plaats dat alles voorbij was, was nu alles zeker. Hun wenen in de nacht was voorbij en hun zielen baadden in het licht van de Opgestane. Hun zon was niet achter de wolken van storm onder gegaan om nooit meer te voorschijn te komen, zoals ze gedacht hadden. Zij en Hij hadden alleen ten gunste van hen een korte duisternis doorstaan, en was nu uit de schaduw naar voren gekomen om nooit meer onder te gaan! Door deze ontdekking werden ze veranderd. Nadat hun teleurstelling genezen was, verdeden ze geen tijd meer op hun terugweg.

“En zij stonden op datzelfde ogenblik op en keerden terug naar Jeruzalem, en zij vonden de elf en hen die bij hen waren, samenvergaderd […]. En ze verhaalden wat er onderweg [gebeurd] was en hoe Hij hun bekend was geworden in het breken van het brood. Terwijl zij nu hierover spraken, stond Hijzelf in hun midden” (vs. 33).

De vrede en vreugde die op dat moment hun harten vulden, kunnen vandaag iedere gedesillusioneerde gelovige ten deel worden, maar – nog maar precies op deze manier. Christus, en Christus alleen is het doel van de gedachten van God. Bijgevolg is het niet Zijn doel de gelovigen op een bepaalde manier heilig en gelukkig in zichzelf te maken, maar doelbewust zwak in zichzelf, en met vrede in Christus. Zijn doel in de wereld is niet puur geweldige ‘bekerings-bewegingen”, maar het aannemen van een volk voor Christus uit de volken. Hij houdt Zich nu niet bezig met de bouw van een kerkelijke eenheid – omdat Hij weet, dat dit ooit en voor altijd instorten zal – maar daarmee om Christus als het verenigende punt in het geloof en de liefde van Zijn volk te verhogen, opdat het een intensieve werkelijkheid voor hen wordt en onder hen groot gemaakt wordt, hetzij in leven of dood. Wanneer dit gebeurt, zal ook een grote mate aan eenheid – namelijk de eenheid van de Geest – bereikt worden, hoewel misschien slecht uitgedrukt in de juiste kerkelijke vorm, omdat hun ineenstorting onder de regering van God nog steeds voortduurt.

Geliefde christelijke lezer, zo willen we nu voorzichtig onze verwachtingen in het licht van geheel de Schrift vormen en daarmee tevreden zijn, dat Christus, Zijn heerlijkheid, Zijn roem, Zijn belangen en meer dan iets anders het voorrecht Hem te kennen, ons deel is. Dan zullen we door de zwaarste omstandigheden met vertrouwen en vreugde gaan, tot het stralende doel is bereikt.

F.B. Hole, (1874-1964) © Bibelstudium.de

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, RM