1 week geleden

Spreuken 14 vers 10

“Het hart kent zijn eigen bitterheid, en een vreemde kan zijn blijdschap niet delen”.

De smart van Christus en de vreugde van Christus

“Het hart kent zijn eigen bitterheid”. Er is één hart dat in die zin past; het is het hart dat verbroken werd door smaad; die was gesmolten in de hete oven van de diepste smart, en die de onuitsprekelijke bitterheid van Golgotha’s weeën ervoer.

De Vader weet en begrijpt wat het betekende voor Zijn Zoon om het oordeel van de zonde te dragen, en de Heilige Geest kan de oneindige diepten van het lijden meten, waarin Hij ging toen Hij leed, de Rechtvaardige voor ons de onrechtvaardigen; maar niemand anders in het wijde universum kan met Hem de kennis delen van het mysterie van die vreselijke uren, de bitterheid van de beker die Hij toen dronk, of de kosten kennen die de verlossing op Hem legde. Het lijden is nu voorbij en het oordeel is geheel voor ons volbracht, want Hij is opgewekt uit de doden; maar Zijn liefde blijft in al zijn onveranderlijke kracht, en het kan alleen worden gemeten door wat het heeft ondergaan.

“… en een vreemde kan zijn blijdschap niet delen”. Hij is een vreugde binnengegaan die met geen woorden is uit te drukken. Het straalde in al zijn aantrekkelijkheid en onvergelijkbare heerlijkheid voorbij de duisternis van lijden en dood, en om het te bereiken verdroeg Hij het kruis en verachtte de schande (Hebr. 12:2). Hij is er nu binnengegaan en daarin heeft Hij metgezellen, want Hij is gezalfd met vreugdeolie boven Zijn metgezellen (Hebr. 1:9). Geen vreemdeling kan deze vreugde delen en kan het ook niet begrijpen. Het beweegt zich in een heilige omheining die nooit zal worden ontwijd door buitenaardse voeten, maar gezegend feit, jullie die Hem liefhebben zijn niet langer “vreemdelingen en bijwoners” (Ef. 2:19). Hij heeft u vrienden genoemd (Joh. 15:15). U bent Zijn metgezellen, door Zijn buitengewone genade, om het geheim van Zijn blijdschap te kennen en Zijn vreugde te delen.

J.T. Mawson, © The Lord is near

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, R. Mol