11 jaar geleden

Sexuele reinheid (2, slot)

De teksten in deze inleiding komen op een na alle uit het bijbelboek Spreuken. Vers 18 zegt: “Uw springader zij gezegend; en verblijd u vanwege de huisvrouw uwer jeugd”; en 11:22 zegt: “Een schone vrouw, die van rede afwijkt, is een gouden bagge in een varkenssnuit”. Hoofdstuk 12:4 zegt: “Een kloeke huisvrouw is een kroon van haar heer; maar die beschaamt maakt, is als verrotting in zijn beenderen”. En wat denkt u hiervan: “Elke wijze vrouw bouwt haar huis; maar die zeer dwaas is, breekt het af met haar handen” (14:1)? Misschien denken de vrouwen die dit lezen nu wel: En hoe zit het met die mannen dan? U haalt meer aan over de vrouwen! Wel … maak u niet ongerust want ook wij mannen worden genoemd. Wat vooral wij als mannen niet moeten vergeten is: “Die een vrouw gevonden heeft, heeft een goede zaak gevonden, en hij heeft welgevallen getrokken van de HEERE” (18:22) en voor de ongehuwde mannen is misschien deze tekst heel interessant: “Wie zal een deugdelijke huisvrouw vinden? Want haar waardij is verre boven de robijnen” (31:10); en voor alle mannen: “De bevalligheid is bedrog, en de schoonheid ijdelheid; [maar] een vrouw, die de HEERE vreest, die zal geprezen worden” (31:30). Al deze verzen gaan ver hè? Ja, inderdaad, maar zó ziet God het! Wel, mannen en vrouwen, jong en oud, bevatten deze “gouden regels” ook voor vandaag geen waarschuwingen en voorwaarden voor een gelukkig huwelijk? Niet van deze tijd, zegt u? Hoor ik dat goed? De vijand van onze zielen, de satan, fluistert deze verderfelijke woorden en gedachten allang niet alleen meer, maar roept het uit over alle daken en maakt het visueel via de satellieten boven ons en via allerlei verleidelijke lectuur. Hij wordt niet voor niets de “overste van de macht der lucht” genoemd (Efeze 2:2). Zelfs onder christenen hoor je steeds vaker het geluid “niet van deze tijd”. Wordt het niet hoog tijd dat we – ook wat onze seksuele reinheid betreft – terug gaan naar wat God in de bijbel zegt?

Verdedigingswal voor de gedachten

Maar er zijn ook nog de vele beelden die in onze gedachten opgeslagen zijn. Die zijn immers niet opeens weg. Daar ben je er niet met het een andere kant opkijken. Wat nu?

We moeten toezien dat er geen nieuwe bijkomen. De verdedigingswal voor de gedachten zal alleen functioneren, wanneer het ons lukt de verdedigingswal voor onze ogen staande te houden.

Maar hoe functioneert de verdedigingswal voor de gedachten? Net zo als voor de ogen. Zodra een onreine gedachte in ons opkomt, moet hij veroordeeld en weggedaan worden, nog vóór het meer kwaad aanrichten kan. Ook dat heeft oefening en volharding nodig, maar Gods hulp is er. Komt een beeld in herinnering dan moet men het bewust wegdoen, consequent. Daartoe helpt een soort motto: “Ik heb geen recht dat te denken. Ik mag niet door de deur van mijn naaste gluren. Dat is diefstal, dat is hoererij!”

Zo dacht Job. Hij zei enkele verzen na het oogverbond: Zo mijn hart verlokt is geweest tot een vrouw, of ik aan de deur van mijn naaste geloerd heb; Zo moet mijn vrouw met een ander malen, en anderen zich over haar krommen!” (Job 31:9-10). Grote woorden!? Of wij dat ook zouden kunnen zeggen?

Verdedigingswal voor het hart

Maar er is nog een wortel die uitgetrokken worden moet. Misschien heeft zich een onreine gedachte of een herinnering aan “de vervlogen jeugdliefde” in het hart van een getrouwde man vastgehecht. Of zoeken wij misschien in onze gedachten bij een anderen vrouw, die ons niet toebehoort, seksuele bevrediging omdat onze vrouw – zoals wij menen – onze behoeften niet stillen kan? Het hart en de liefde van de man zouden op zijn eigen vrouw gericht moeten zijn. Daar mogen geen andere vrouwen een plaats hebben. En wanneer er toch een andere vrouw is – weg met haar uit het hart! Wanneer er iets is wat ons hart vervult en de plaats inneemt, die eigenlijk onze vrouw toebehoort, dan bedriegen wij onze vrouw, onthouden wij haar iets, wat wij bij onze huwelijkssluiting beloofd hebben.

Reinigen wij onze harten van deze dingen opdat wij de vrouw, die God ons geschonken heeft, opnieuw en zuiver kunnen liefhebben. De onreinheid bewerkt, dat onze liefde tot onze vrouw afneemt.

Maar ook voor ongehuwde mannen geldt, dat een leven in seksuele onreinheid voor het huwelijk het nog toekomstige geluk met de vrouw, die God schenkt – de schone door God gegeven intimiteit tussen man en vrouw – vertroebelen zal.

“Mannen, hebt uw vrouwen lief …” (Efeze 5:25). Dat is een gebod dat wij ons ter harte moeten nemen. We hebben deze vermaning nodig. Liefde is minder een daad van het gevoel dan een daad van de wil. En precies zo is het een daad van de wil, seksueel rein te worden en te blijven.

Bernard Brockhaus, © Folge mir nach

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, R. Mol