11 jaar geleden

Seksuele reinheid (1)

Ook voor Christenen een vreemd woord?

Mark zit ‘s morgens in de cafetaria van zijn bedrijf en zit aan zijn welverdiende koffie, als er een beeldschone dame in minirok en een op haar figuur nadrukleggend bovendeel, binnenkomt. “Wow, is dat even een vrouw!”, denkt hij, en nog veel andere dingen …

Laten wij mannen eerlijk zijn: Zijn deze zinnen werkelijk zo vreemd voor ons? Toegeven willen we het natuurlijk niet. Ook wanneer wij misschien niet zo denken – toezien en ons met de verleidelijke aanblik vermaken, dat doen we toch vaak. Daar is toch werkelijk niets bij, toch?

Zo denken wij, maar God denkt er heel anders over. Zou je getrouwd zijn – uw vrouw overigens ook! In Mattheüs 5:28 zegt de Heer Jezus: “Maar Ik zeg u, dat een ieder die een vrouw aanziet om haar te begeren, al overspel met haar gepleegd heeft in zijn hart”. Dat zijn duidelijke woorden. In dit licht wordt ons hopelijk snel duidelijk dat bij het toezien en het zich vermaken zeker gemakkelijk “er iets bij” kan zijn.

• De ogen: voor mannen de toegangsdeur tot seksuele prikkelingen

Wij mannen nemen seksuele reizen in het bijzonder met de ogen waar. Daarom is het des te belangrijker, dast we ons juist daarin een beperking stellen, een verdedigingswal opbouwen. Het is mogelijk, dat we ons er zo gewend hebben onze blikken te laten glijden, omdat we de geboden van God dermate hebben laten verwateren, dat we in dit opzicht helemaal niet meer gevoelig zijn. Ons geweten kan dermate afgestompt zijn, dat we niet meer merken dat we “begeren” en daarmee een duidelijk gebod van God overtreden en bovendien onze vrouw bedriegen. God omschrijft deze onzedelijkheid als echtbreuk en hoererij, dingen die niet eens onder Christenen genoemd zouden moeten worden (Efeze 5:3).

Bovendien beging Mark zomaar diefstal! De beeldschone vrouw die de cafetaria binnenkwam, behoorde Mark niet toe. Hij had niet het recht haar te begeren of zich in zijn fantasie voor te stellen, hoe aantrekkelijk een seksuele handeling met haar zou zijn. Deze vrouw behoort haar (toekomstige) man toe. Of willen we soms, dat andere mannen onze vrouwen met hun begerige ogen lokken of met hen in hun fantasie omgaan, als waren zij hun eigendom?

Herinneren wij ons misschien het eerste verliefd-zijn, toen wij nog veel te jong waren? Het was een schoolmeisje uit de parallelklas van Mark, hij kende haar nauwelijks, maar zij was immers zo mooi. Eigenlijk wist hij wel dat het niet goed was. Maar het was zo opwindend, deze gevoelens. En omdat hij het meisje nauwelijks kende, bouwde hij toen in zijn fantasie een reusachtig sprookjesslot om dit meisje heen en liet haar levendig worden in zijn gedachten. Gebeurt dat misschien vandaag ook nog? Hebben wij in gedachten met de lachende dame uit de bron-catalogus “echtbreuk in het hart” begaan?

Volledigsheidshalve zij gezegd, dat er voor de ongehuwde man ook een verlangen in overeenstemming met God tegenover een vreemde, ongehuwde vrouw is, maar dit ligt in de eerste plaats niet op seksueel terrein. Wanneer een man de Heer vraagt om hem de juiste vrouw te tonen, zal er een verlangen in overeenstemming met God zijn, dat door God gewerkt is. De Heer zal zeker geen man een huwelijkspartner tonen, die de man niet liefhebben kan.

• Als vrouw begeerd te worden

Op deze plaats moet ook een wooord tot de vrouwen gericht worden. Ook zij moeten eraan denken, dat bij mannen de de ogen de toegangsdeur voor seksuele prikkelingen zijn. Bij vrouwen is het duidelijk anders, zij nemen zulke prikkelingen niet of slechts in geringe mate met de ogen waar. De gevoelens van de mannen daarentegen reageren onwillekeurig op beelden van schaars geklede dames in reclame, kranten, op internet en televisie, of op vrouwelijke collega’s en vreemde vrouwen, die hun aanlokkelijkheid zo goed als enigszins mogelijk is laten zien, en kunnen daardoor seksueel opgewonden worden – en dan bestaat het gevaar dat zondige gedachten (of ook daden?) hun loop nemen. Menig gelovige vrouw mag zich dit niet bewust zijn, hoewel zij eigenlijk de reacties van de mannen op opwindende kleding, die meer laat zien dan zij verbergt, zou moeten erkennen. Bij anderen is het oproepen van deze reactie misschein zelfs gewild, zij verheugen zich er misschien in, dat zij “goed aankomen” en begeerd worden. Maar dat kan en mag niet de houding van een gelovige vrouw zijn. Wil zij lichamelijk indruk maken en een alleen lichamelijk geïnteresseerde man aantrekken? Een godvruchtige vrouw zal toezien, dat zij niet de aanleiding tot onreine gedachten of begerende blikken van mannen wordt.

• Seksuele (on)reinheid – wat zegt de bijbel daarover?

De bijbel spreekt op verschillende plaatsen over sesuele (on)reinheid:

“Want de Heilige Geest en wij hebben besloten u geen grotere last dan deze noodzakelijke dingen: u te onthouden van wat aan de afgoden is geofferd, van [het] bloed, van [het] verstikte en van [de] hoererij” (Handelingen 15:28-29).

“Maar Ik zeg u, dat een ieder die een vrouw aanziet om haar te begeren, al overspel met haar gepleegd heeft in zijn hart” (Mattheüs 5:28).

“Ontvlucht de hoererij” (1 Korinthe 6:18).

“Maar laat hoereji en alle onreinheid of hebzucht onder u zelfs niet genoemd worden, zoals het heiligen past” (Efeze 5:3).

“Doodt dan uw leden die op de aarde zijn: hoererij, onreinheid, hartstocht, boze begeerte en de hebzucht, die afgodendienst is, om welke dingen de toorn van God komt over de zonen van de ongehoorzaamheid” (Kolosse 3:5-6).

• Alleen een probleem voor mannen?

Slechts één van de vijf boven aangehaalde tekstplaatsen richt zich alleen tot mannen. In de overige zijn de vrouwen daarom eveneens aangesproken. Het mag weliswaar zijn, dat vrouwen niet in die mate als mannen via hun ogen seksuele prikkelingen opnemen. Toch maakt het Woord van God bij dit thema geen onderscheid tussen mannen en vrouwen. Dezelfde verzen spreken enerzijds met een duidelijke taal de zwakheden van de mannen aan en werpen aan de andere kant ook licht op de verantwoording van de vrouw.

• Een kwestie van de opvoeding?

Of een mens in seksuele reinheid leeft, is zeker alelreerst een vraag van de persoonlijke levenswandel en praktsich geloofsleven. Alleen hij zal zich rein kunnen bewaren, die een levendig gebedsleven leidt, de gemeenschapp met zijn God zoekt en in goddelijke kracht die hij daardoor ontvangt, consequent voor de verleidingen van deze wereld vlucht.
Maar ook een goede invloed van de ouders op de kinderfen beschermt voor zoveel verkeerde denkwijzen en daaruit voortkomende resultaten. De omgang van de ouders met seksualiteit is vormend voor het hele leven van een mens. Zo kunnen ouders hun kinderen al op jonge leeftijd de goddelijke gedachten en waarden meegeven op de levensweg. En het is bewezen dat de vroeg overgedragen waarden vaak blijvende wortels hebben. Ouders mogen daarom ook aan de ene kant niet blind zijn voor de problemen van de jeugd en het thema seksualiteit voor taboe verklaren; maar aan de andere kant bestaat ook het gevaar overmatige strengheid die dan daartoe leiden kan, dat de kinderen precies de tegenovergestelde houding aannemen, als de door de ouders gewenste.

Vandaag verzamelen vele jongeren op seksueel gebied ervaringen en tasten lichtzinnig hun grenzen af. Juist daarom is het belangrijk dat gelovige ouders hun kinderen leiden en waarschuwen. De wereld kent namelijk geen beperkingen meer en biedt geen leidraad voor de jongeren om een gezonde en een bij God passende omgang met de seksualiteit te leren. De nodige toerusting voor hun leven moeten de jongeren in het bijzonder op dit gevoelig gebied van hun ouders ontvangen. Of willen wij deze opdracht aan de wereld overlaten, die in zedeloosheid en goddeloosheid verzinkt?

• Hoe komt men daarvan los?

Het levert niets op de gevolgen te willen bestrijden. We moeten het probleem bij de wortel aanpakken. Dat, wat wij met onze ogen waarnemen, houdt de herinneringen wakker en verzorgt ons met nieuwe “stof” om onze begeerten na te gaan. En precies dat moeten wij ter hand nemen.

• Verdedigingswallen

Wanneer we seksueel rein willen zijn, moeten we verdedigingswallen bouwen.En wel gelijk drie ineens. Een verdedigingswal voor

  • de ogen
  • de gedachten en
  • het hart

Job kan daarin een goed voorbeeld voor ons zijn, want hij had zulke verdedigingswallen. En dat dit bij hem functioneerde, kunnen we aannemen, want God zegt van hem, dat “niemand op aarde is gelijk hij, een man oprecht en vroom, godvrezende en wijkende van het kwaad” (Job 1:8).

• De bouw van verdedigingswallen

We moeten ons er steeds van bewust zijn, dat geen verdedigingswal houden zal zonder de hulp en kracht van de Heer. Op eigen kracht en het eigen doorzettingsvermogen te steunen geeft de verdedigingswal absoluut geen stabiliteit – integendeel! We zullen het nooit redden, onze “oude Adam” te overwinnen. Dat heeft de mens in Romeinen 7 ook geprobeerd en heeft gefaald. Pas wanneer we onsbewust worden dat de Heer Jezus alles gedaan heeft – kunnen we vrij worden en een rein leven voeren.

Een belangrijke “bouwstof” van de verdedigingswal is het gebed. Wanneer een verzoeking nadert en boze gedachten in onze harten opkomen, zou onze eerste stap moeten zijn, te bidden!

Dan zouden we ons op het moment van de verzoeking bewust moeten maken, dat de Heer Jezus in Zijn onvergelijke liefde voor onze zonden gestorven is. dat zou anleiding genoeg zijn, om voor de verzoeking te vluchten.

Bovendien weet ik toch: ik moet niet meer zondigen, omdat ik nieuw leven uit God heb en de Geest van God in mij woont.

Nu komen we bij de wijze van functioneren en de toepassingsgebieden van de verdedigingswallen.

Het zouden ons ervan bewust moeten zijn, dat het ook aan ons gedrag ligt hoe sterk de eventuele verdegingswal belast wordt. We kunnen de belasting van de wallen daardoor beperken, dat we heel bewust die plaatsen vermijden, waarvan we weten dat ze ons in verleiding brengen. Een kleine tip voor internet-gebruikers: Er zijn heel goede filters die helpen de snelle “verkeerde klik” te vermijden.

• Verdedigingswal voor de ogen

Jobs verdedigingswal voor zijn ogen was: “Ik heb een verbond gemaakt met mijn ogen; hoe zou ik dan acht gegeven hebben op een maagd” (Job 31:1).

Maken wij ook een verbond met onze ogen. Zodra de verzoeking op ons afkomt, zouden we tegen onszelf moeten zeggen: “Nee, je hebt geen recht dit aan te zien. Je hebt een verbond met je ogen gemaakt. Kijk een andere kant op!”

Zeker, eenvoudig is dat niet, omdat het vaak een gewoonte is de blikken te laten afglijden, een innerlijke drang. Het is echter in geen geval zo, dat wij niet anders zouden kunnen. Andere kant opkijken en volhouden, dat is het devies. God zal het belonen en Hij zal de kracht en energie daartoe schenken, want zonder dit zouden wij het niet kunnen redden.

Wordt vervolgd D.V.

Bernard Brockhaus, © Folge mir nach

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, R. Mol