14 jaar geleden

Ruth (3)

Deze doorlopende overdenking is ontstaan uit voordrachten en zijn voor de praktijk bedoeld. Moge de Heer ons door deze eenvoudige overdenking rijkelijk zegenen! – Het ligt mij op het hart daarop te wijzen, dat men uitleg over het Woord van God alleen met de Bijbel en onder gebed leest.

De weg van de eigen wil

Elimélech trok met zijn gezin naar Moab. Een weg van eigen wil heeft altijd bittere gevolgen. “Zie, gehoorzamen is beter dan slachtoffer, opmerken dan het vette der rammen. Want weerspannigheid is een zonde der toverij, en weerstreven is afgoderij en beeldendienst” (1 Samuël 15:22,23). Zo denkt God over de eigen wil! Daardoor stelt men zich volgens de regeringswegen van God onder de tucht. “En als gij als Vader aanroept Hem, Die zonder aanziens des persoons oordeelt naar het werk van een ieder, wandelt dan in vreze de tijd van uw bijwoning” (1 Petrus 1:17). Dat is zeer ernstig! Laat ons de korte tijd van het leven op aarde in vrees voor onszelf wandelen. Mocht het ons heilig begeren zijn niet eigen wegen in te slaan of op een of andere wijze in eigenwil te handelen.

Hoe lang Elimélech in Moab wilde blijven, weten wij niet. Zeker niet voor altijd. Wanneer men zich dan toch eenmaal daar bevindt, is het zeer zwaar terug te keren. Hoe ernstig is het dat zowel Elimélech als zijn beide zonen in Moab stierven. Het schone getuigenis dat zijn God koning is, werd uitgewist.

De Schrift laat zelfs geen enkele twijfel opkomen aan het feit dat de volle verantwoording voor deze noodlottige stap bij Elimélech lag. Vaak zijn het ook de vrouwen die met allerlei gevoelsafhankelijke logische conclusies zulke zwaarwegende beslissingen negatief beïnvloeden. Trouwens de eerste beslissing die in Gods Woord vermeldt wordt, heeft de meest ernstigste gevolgen van de hele geschiedenis van de mens. Zij had plaats onder de onrechtmatige leiding van Eva en op grond van het falen van Adam. Het resultaat was de grootste catastrofe in het ganse heelal: de zondeval. De verantwoording daarvoor draagt enkel en alleen Adam, het hoofd van het ganse gevallen mensengeslacht.

In de Schrift vinden wij de voortdurende grondslag dat de man het hoofd is van het gezin. “Want de man is het hoofd van de vrouw, zoals ook Christus het hoofd van de gemeente is” (Efeze 5:23). In vele families is het helaas omgekeerd. Zoals iedere man – we spreken hier van gelovigen – Christus als hoofd erkent, zo moet het ook in het huwelijk tussen vrouw en man zijn. Deze grondslag wordt zelfs afgeleid van de positie van de vergadering (gemeente) tegenover Christus (Efeze 5:24). Voorwaarde voor de verwerkelijking van deze principes van de scheppingsordening is wel het geestelijk gevoel over de relatie van de liefde tussen Christus en Zijn vergadering (gemeente) die haar uitbeelding in de tijdelijke verhouding tussen man en vrouw moet vinden.

De vragen betreffende de opvoeding van de kinderen is het van beslissende betekenis of de ouders met geestelijk inzicht in de gedachten van God, in gehoorzaamheid en onderworpenheid de plaats innemen die hen door God gegeven is. Wij allen, broeders en zusters, moeten ons steeds weer onderzoeken of wij geneigd zijn om, of achter te blijven in onze verantwoordelijkheid of daarboven uit te gaan. Wij hebben de genade nodig om ter wille van de eer van God de aan ons toegewezen plaats in te nemen. In Gods Woord zijn er voor ieder geval voorbeelden waar mannen op een geestelijke wijze zich als hoofd van hun vrouwen en families bewijzen én zulke die daarin faalden. Zo hebben wij ook vrouwen die op een voorbeeldige wijze een leidersrol in huwelijk en gezin moesten overnemen zonder aanspraak te maken op de plaats als “hoofd”. Daarin openbaart zich een diepe wijsheid van een vrouw die alle achting verdient.

In een gezin heeft de moeder deze eigenschap zonder dat de kinderen van haar kant ook maar de geringste “heersersrol” zouden hebben bespeurd. Zij doet niets zonder medeweten van de man, en zelfs daar, waar haar wijsheid in gemeenschappelijke beslissingen de doorslag gaf, werden de kinderen daarvan als zijnde van vaders gedachten en wil onderwezen. Dat was niet alleen tactvol maar berustte op ware Godsvrucht om de man de plaats als hoofd en zichzelf als die van onderworpenheid te geven. Voor de broeders echter gaat het daarom hoe zij hun plaats verstaan om hoofd van de vrouw te zijn. Het gaat daarom deze grote verantwoording te bevestigen, opdat alle beslissingen in het licht van het feit getroffen worden, dat Christus het Hoofd van de man is. Hoe gezegend wanneer man en vrouw daarmee in overeenstemming zijn. Gemeenschappelijke wandel in de tegenwoordigheid van de Heer op grond van ware godsvrucht is de voorwaarde tot een geestelijke handhaving van de Goddelijke orde in huis en gezin en ook in de vergadering.

Of Elimélech nu onder invloed van zijn vrouw stond, kan men uit Gods Woord niet opmaken. In ieder geval heeft hij niet naar de wil van God gevraagd, maar naar eigen goeddunken gehandeld. Hoe heeft hij de gelegenheid gehad zijn geloof door zijn werken te tonen (Jakobus 2:18). Maar helaas verliet hij de plaats waar hij door God gesteld was. Zijn natuurlijk verlangen was de drijfveer tot zijn handelen.

“Vertrouw op de Heere, en doe het goede; bewoon de aarde en voed u met getrouwheid. En verlustig u in de HEERE, zo zal Hij u geven de begeerten van uw hart. Wentel uw weg op de HEERE, en vertrouw op Hem; Hij zal het maken; Zwijg voor de HEERE en verbeid Hem! (Psalm 37:3-5,7a).

Ter verdieping van de voorliggende overdenking wordt aanbevolen nog de volgende Bijbelplaatsen te lezen: Spreuken 14:12; Galaten 6:7; Romeinen 8:7.

Wordt D.V. vervolgd.

De Schriftplaatsen van deze overdenkingen zijn aangehaald uit de Statenvertaling 1991 (Oude Testament) en uit de z.g. Voorhoevevertaling 4e druk (Nieuwe Testament), tenzij anders vermeld.

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, RM