14 jaar geleden

Ruth (29)

Deze doorlopende overdenking is ontstaan uit voordrachten en zijn voor de praktijk bedoeld. Moge de Heer ons door deze eenvoudige overdenking rijkelijk zegenen! – Het ligt mij op het hart daarop te wijzen, dat men uitleg over het Woord van God alleen met de Bijbel en onder gebed leest.

Waar houden wij ons op?

 

Boaz, de verlosser en de ‘nabestaanden’

“Toen zei zij: Zit [stil], mijn dochter, totdat gij weet, hoe de zaak zal vallen; want die man zal niet rusten, tenzij dat hij heden deze zaak voleind zal hebben (3:18).En Boaz ging op in de poort, en zette zich aldaar en ziet, de losser, van wie Boaz gesproken had, ging voorbij; zo zeide hij: Wijk hierheen, zet u hier, gij, zulk een! En hij week daarheen, en zette zich (Ruth 4:1).

Wat een genade om te kunnen zeggen: ‘Heer Jezus, U hebt het werk van de verlossing voor mij volbracht’. ‘Gelukkig weten, Jezus is mijn’. Wanneer u het nog niet weet, Hem nog niet bezit, stel dan niet uit. U bekeert zich alleen terwille van uzelf, niet voor anderen. Maar de liefde van Christus dringt ons de mensen te overreden en in plaats van Christus te bidden: “Laat u met God verzoenen”. Daarom, kom vandaag tot de Heer Jezus, de ware Boaz, de vermogende man, wiens naam betekent: in Hem is sterkte. Dan bent u geborgen, bezit eeuwige, goddelijke zekerheid.

Wanneer u de genade tot redding hebt aangenomen, laat u dan verder leiden door de ‘man met de waterkruik’ (Lukas 22:10), een beeld van de Heilige Geest Die het Woord van God draagt. Hij wil u op het veld van Boaz leiden, op het veld waar de Heer Jezus volgens Zijn Woord het enige Middelpunt, de enige Autoriteit en de enige Bron van zegen is.

Naómi onderscheid het belang van het ogenblik. Zij zegt tegen Ruth: “Blijf, mijn dochter, totdat gij weet, hoe de zaak zal vallen; want die man zal niet rusten, tenzij dat hij heden deze zaak voleind zal hebben” (3:18). De ware Boaz schuift niets op de ‘lange baan’. Hij staat voor Zijn Woord. Al zeggen spotters: “Waar blijft de belofte van Zijn komst?” (2 Petrus 3:4). Wij mogen ons er op verlaten dat Hij de zaak spoedig ten einde zal brengen. Hij zal spoedig komen. Op de laatste bladzij van de Bijbel zegt Hij driemaal: “Zie, Ik kom spoedig!”. Zijn komst is veel dichter bij dan wij denken.

Waar houden wij ons op?

Boaz ging naar de poort en ging daar zitten. Van Lot weten wij ook dat hij in de poort zat. Maar wat een onderscheid tussen deze beide mannen. Lot in de poort van Sodom – Boaz in de poort van Bethlehem. Sodom lag in de vlakte – Bethlehem in de hoogte. Lot was ‘afgedaald’ – Boaz ging ‘omhoog’. Lot geloofde aan het bestuur van de wereld deel te moeten nemen, en werd spoedig door haar netten gevangen. Verstrikt in het bestuur van Sodom, raakte hij in gevangenschap. Lot wordt in het Nieuwe Testament een rechtvaardige genoemd, en toch bestaat dit geweldig verschil: Lot in Sodom – Boaz in Bethlehem! Waar houden wij ons op?

Lieve lezer, waar houdt u zich op? Bevindt u zich nog in Sodom? Of bent u al overgegaan uit de dood in het leven? Weet u waar uw deel in eeuwigheid zal zijn? Of hoopt u maar in onzekerheid ‘eens in de hemel te komen’, zoals vele mensen het uitdrukken? God wil ook u vergeving van uw zonden en zekerheid van het heil schenken. U kunt vandaag nog met God verzoend worden. Kom in oprecht berouw tot de Heer Jezus en grijp in geloof het heil in Christus aan. Geloof in Zijn kostbaar bloed dat Hij ook voor u heeft laten vloeien. Hoe snel kan uw leven hier ten einde zijn. Dood door hartaanval, dodelijk ongeval – dit zijn slechts twee van de vele mogelijkheden geheel onverwachts opgeroepen te worden en, wanneer men niet gered is, eeuwig verloren te zijn. Schrikbaarend veel – en vaak jonge mensen – sterven de zogenaamde ‘verkeersdood’ of zij sterven aan de ‘gevolgen van het ongeval’. Deze uitdrukkingen las en hoorde men tientallen jaren geleden zelden, terwijl vandaag de kranten hiervan vol zijn.

Twee nabestaanden

Dan wordt er over twee nabestaanden bericht. Naómi zegt van Boaz: “Die man is onze nabestaande” (2:20). Bloedverwante betekent ook ‘losser’ (Leviticus 25:25; Deuteronomium 25:5-10). Maar er was een nabestaande die nog dichter bij stond dan Boaz (Ruth 3:12). Wij lezen: “En Boaz ging op in de poort, en zette zich aldaar en ziet, de losser, van wie Boaz gesproken had, ging voorbij” (Ruth 4:1).

Wij moeten hier kort een opmerking over de geestelijke betekenis van het feit dat er twee nabestaanden zijn, invoegen. Wanneer Boaz een beeld van de Heer Jezus als Verlosser is, hoe kan er dan een zijn die nog meer rechten tot lossen heeft dan deze?

De geschiedenis van de wegen van God met Zijn aardse volk Israël is een illustratie van het heilshandelen van God met de mensen algemeen en met de afzonderlijke personen. Hoewel ‘niet-joden’ niet onder de wet van Sinaï waren gesteld, zo zijn toch allen verantwoordelijk voor God zoals in de wet geschreven staat. Zoals eens Israël, zo is ieder mens van nature geneigd te zeggen: “Al wat de HEERE gesproken heeft, zullen wij doen!” (Exodus 19:8).

Alle gelovigen moesten het werkelijk begrijpen dat er op deze bodem geen ‘verlossing’ is. Wij hadden een Verlosser nodig die in staat was om aan onze gehele verantwoordelijkheid voor de heilige God te voldoen. In de beide nabestaanden wordt ons in beeld de leer van Romeinen 7 voorgesteld. Daar wordt de toestand van een wedergeboren ziel beschreven, die nog niet verstaat dat zij van de wet is bevrijd omdat zij met Christus gestorven zijn. Zij gevoelt de vloek van de wet in haar volle gewicht en spant zich in haar heilszekerheid door eigen werken op de bodem van de verantwoordelijkheid te bewerken. Deze oefeningen duren zolang totdat deze ziel de Heer Jezus niet alleen als zijn plaatsvervanger in het oordeel over de zonden erkent, maar ook als Degene, Die hem uit de positie van verantwoordelijkheid voor God weggenomen en in Zijn eigen positie voor God ingevoerd heeft. Daar wordt met betrekking tot onze rechtvaardigmaking geen eis meer aan ons gesteld.Wij zien dus twee nabestaanden die aanspraak hadden om “alles, wat van Elimélech geweest is, en alles, wat van Chiljon en Machlon geweest is” uit de hand van Naómi te kopen. Maar wie van beide zou het doen? Maar Boaz rustte niet tot de zaak beslist, tot zij ten einde gebracht was (3:18). Ook bij deze aangelegenheid zien wij in Boaz een wonderbaar beeld van onze hooggeloofde Heer en Heiland. Hij is in waarheid de grote ‘Losser’, de Verlosser. Hij heeft in overstromende genade onze aangelegenheid betreffende onze relatie tot God op wonderbare wijze tot een einde gebracht!

Nu is het zeer belangrijk dat in Romeinen 7 minder van ‘daadzonden’, maar meer van de ‘begeerte’ sprake is. Dat laat ons zien dat onze oude natuur door en door verdorven is. De gelovigen – en alleen zij – leren, door de oefeningen in overeenstemming met Romeinen 7, tussen hen als verloste mensen en de in het vlees wonende zonde te onderscheiden. Zij leren verstaan dat door het aanwezig zijn van de boosheid in het vlees hun positie voor God “in Christus” niet aangetast noch veranderd wordt. Deze oefeningen worden vooral teweeggebracht door de hoop in het hart van een gelovige in zijn vlees nog iets te ontdekken.

Het gevolg van deze meest ingrijpende van alle oefeningen is niet een verbeterd of gerechtvaardigd vlees, geen tevredenheid met zichzelf, maar de erkenning dat alleen een Verlosser – zoals Hij ons door God in Jezus Christus gegeven is – van deze ellendige vleselijke toestand bevrijden, uit dit “lichaam van de dood” (Romeinen 7:24) redden kon.

Geprezen zij zijn heerlijke Naam daarvoor, “dat Hij alles vervulde” (Efeze 4:10). In plaats van duistere vertwijfeling is nu vrede en zalige rust het deel van de verlosten.

Wordt D.V. vervolgd.

De Schriftplaatsen van deze overdenkingen zijn aangehaald uit de Statenvertaling 1991 (Oude Testament) en uit de z.g. Voorhoevevertaling 4e druk (Nieuwe Testament), tenzij anders vermeld.

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, RM