3 maanden geleden

Romeinen 8 vers 36

“Om U worden wij de de hele dag gedood; wij zijn geacht als slachtschapen”.

Wie kan er tegen ons zijn?

De schoonheid van Christus zal ons al getoond worden, voordat Hij verschijnt en Zijn grote kracht ter hand neemt om de dingen van de wereld te oordelen. Hij zit nu in de hemel met alle macht over Hem en in Hem, maar Hij oefent het nu nog niet uit.

Hij heeft ons gesteld in de positie waarin Hij ooit op aarde heeft gestaan – als schaap ter slachting. Wat een positie om in te zijn, door Hem bewaard! Wij hebben een verrezen, opgestane Heer die Zich aan Zijn Woord houdt. Hij heeft de dingen op aarde zo gehouden dat Hij eens, in weerwil van mensen en satan, een volk in staat heeft gesteld om als minderheid Zijn Naam te belijden en te volharden, als getuigenis, terwijl Hij hun in het dienen leidt.

En zo onderhoudt Hij nu gemeenschap met Zijn volk, en stelt hen in staat om te dienen. De leden behoren niet te bewegen, tenzij het hoofd hen daartoe aanspoort. Satan kan zelf geen tong verroeren zonder de toestemming van God – God als Heerser over alles. Als God voor ons is, wie kan dan tegen ons zijn? Een enorme bemoediging ligt in die gedachte. Het is geen gebrek aan macht wat Christus tegen houdt. Hij kan komen wanneer Hij wil om Zijn koninkrijk op te richten, voordat satan wordt neergeworpen. Het ‘er niet klaar voor zijn’ van Israel kan niet verhinderen dat Hij zal opstaan van de troon van de Vader en in macht verschijnen zal. Hij is Degene voor Wie God alles heeft gepland, en wij behoren alles met deze Gezegende te verbinden. Hij is de Adonai. Hij kan zeggen: “De tijd zal komen dat Ik zal handelen met satan”. Maar nu wacht Hij nog, en zegt tegen deze en gene: “Ik heb u tot een getuigenis gesteld, laat de wateren stromen waar alles tegen u is, en Ik zal u helpen”. Ik kan omhoog zien en zeggen: “Ik ben één geest met Hem”. Als Hij het Lam was, moet ik een schaap zijn. Ik kan naar Hem opzien om me op de heel de weg te beschermen.

G.V. Wigwam, © The Lord is near

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, R. Mol