13 jaar geleden

Lessen uit Romeinen 7 (II – slot)

“Het antwoord op elke vraag die in de Schrift wordt gesteld, wordt in de Schrift gevonden. Nochtans, de sleutel hangt niet altijd bij de deur” Dit is zeker ook van toepassing als het gaat om de strijd tussen onze oude en nieuwe natuur …

Maar niet alleen ons oude leven werd in de dood van Christus gebracht om daar te eindigen. Een nieuw leven is begonnen. God heeft ons niet alleen met Christus verbonden als Degene Die gestorven is, maar ook als Degene Die weer is opgestaan uit de dood. Verder heeft Hij aan ons een nieuwe natuur gegeven, een natuur die in staat is God te behagen. Hij heeft ons ook een nieuwe kracht gegeven waarin en waardoor dat nieuwe leven te leven. Die macht is een Persoon, de Heilige Geest, Die in ons woont. Wij weten dat dit waar is omdat God het zo in Zijn woord zegt.

Waarom is er dan nog dit probleem? Waarom is er dit lopende conflict? Waarom is er deze voortdurende strijd? Het is om deze reden. God heeft zeker in ons binnenste een nieuwe natuur gegeven. Nochtans, heeft hij ervoor gekozen om ook de oude natuur in ons te laten. Vandaar de strijd! Vandaar het conflict! Oh, de wijsheid van God! Hij heeft ons de twee naturen, de oude en de nieuwe, gelaten zodat wij de kans hebben om de nieuwe te kiezen, en de oude te weigeren. In elke situatie, om het even welke dag, op elk ogenblik, is er grotere eer voor God in onze keus om de oproep van de nieuwe natuur en niet de oude te antwoorden, eerder dan het zijn van louter automaten, die doen wat juist is omdat wij geprogrammeerd zijn om dit zo te doen. Overigens, iedereen die dit leest voor wie dit soort innerlijk conflict kwellend is, wordt aangemoedigd. Het feit dat er een strijd gaande is die u vertelt, dat er die twee naturen in u zijn. Anders zou er helemaal geen strijd zijn. De oude natuur zou het meest regeren, ongetwijfeld.

Niettemin, het is zeker niet gemakkelijk. Waarin is het antwoord te vinden? Inderdaad, er is namelijk een antwoord? Eén van mijn favoriete auteurs gaf een prachtig commentaar in één van zijn boeken. Hij heeft dit te zeggen. “Het antwoord op elke vraag die in de Schrift wordt gesteld, wordt in de Schrift gevonden. Nochtans, de sleutel hangt niet altijd bij de deur”. Gelukkig, in dit geval is het antwoord duidelijk te geven. Het wordt gegeven in vers 24-25. Luister naar de woorden, dan zullen wij over hun betekenis nadenken: “Ik ellendig mens, wie zal mij verlossen uit dit lichaam van de dood? God zij echter dank door Jezus Christus onze Heer”.

Dit is allemaal niet zo gemakkelijk uit te leggen. Maar overweeg dit allereerst, dat de roep om bevrijding, niet gratis is. Hij heeft al vergeving. Zijn zonden zijn vergeven. Hij heeft op Christus als zijn Redder vertrouwd. Zijn zonden zijn gereinigd door het kostbare bloed van Christus, aangezien wij in 1 Johannes 1:7 lezen. Hij is absoluut vrij van het oordeel van God over de zonde. Hij heeft geen angst voor de dag van het oordeel. Hij is klaar voor de hemel terwijl hij leeft op aarde. De vergeving is niet het probleem. Wat op het spel staat is de bevrijding van de macht, of controle, van de zonde in het leven dat hij leeft op aarde. Hij heeft dus het onderwijs geaccepteerd dat met zich meebrengt dat hij de oude natuur, en de levensstijl die het veroorzaakt, beschouwt als onaangenaam voor hem als een stinkend lijk. “Wie zal mij verlossen”, zegt hij, “van dit lijk, dit misselijk makende, stinkende lijk dat ik met mij rondzeul waar ik ook ga”. Veronderstel dat u geketend bent aan een lichaam en het met u rond moet dragen overal waar u gaat! Een ziekmakende gedachte!

De hartverscheurende schreeuw om verlossing brengt een direct antwoord in zijn eigen ziel, die geen twijfel veroorzaakt door de Heilige Geest. “Ik dank God”, zegt hij, “door Jezus Christus”. Dat is het! Het antwoord ligt in een persoon. Verlossing wordt uitgevoerd door een Persoon! Die Persoon is de Heer Jezus Christus, Hij die voor ons stierf en opstond. Het oude leven, het zelf-leven, bracht me onder het oordeel van God. Het nieuwe leven moet een op Christus geconcentreerd leven zijn. Alleen een op Christus geconcentreerd leven, levend onder de controle van de Heilige Geest, kan op elke wijze een leven op aarde zijn, dat leeft tot eer van God.

“Ik dank God”. Dit is een intens persoonlijke, individuele ervaring. Het is niet iets wat wij voor elkaar kunnen doen, noch in een menigte. Het moet een oordeel zijn als ik aan de positie van mijn eigen ziel kom. Maar Paulus gaat eraan. Gegaan zijnde door de ervaring als individu, vindt hij zich in het gelukkige gezelschap van anderen die dezelfde persoonlijke, individuele ervaring hadden. Hoe weet ik dat? Luister naar wat hij gaat zeggen. “God zij dank door Jezus Christus ONZE Heer”. Zijn persoonlijke, individuele ervaring brengt hem in het gezelschap van anderen die gelijkgestemd zijn met hem in hun wederzijdse waardering van deze wonderbare verlossing. Zo is het altijd. Wat wij als individuen genieten, raakt een snaar aan bij hen die dezelfde ervaring hebben gehad, dat tot een collectieve reactie van dankzegging tot God brengt van Wiens plan het is.

Laten we ons herinneren dat wij over de echte ervaring van vele ernstige Christenen spreken. Bid dat zij, en wij, de les zullen leren. Door dit te doen, zullen wij dan in staat zijn, met de hulp van God, om de oude natuur onder controle te houden. Voorts zullen wij dan in staat zijn, ook de nieuwe natuur toe te staan en aan te moedigen om zichzelf uit te drukken; om niet voor jezelf te leven, maar voor Christus, en meer en meer Zijn gelijkenis te vertonen. Zeker, zullen wij nooit de zondeloze perfectie in dit leven bereiken. Nochtans, met de hulp van God, en in de kracht van de Heilige Geest die in ons blijft, kunnen onze motieven en ook ons leven, het patroon volgen die in die mooie woorden van Theo Monod werden uitgedrukt, die van de vreugde van een dergelijke overgave spreken.

[dit geven we hier ook in het engels weer omdat dit moeilijkk weer te geven is – vertaler FW].

Oh, the bitter shame and sorrow,
That a time could ever be,
When I let the Saviour’s pity
Plead in vain, and proudly answered,
“All of self, and none of Thee!”

Yet He found me; I beheld Him
Bleeding on the accursed tree,
Heard Him pray, “Forgive them, Father!”
And my wistful heart said faintly –
“Some of self, and some of Thee”.

Day by day His tender mercy,
Healing, helping, full and free,
Sweet and strong, and ah! So patient,
Brought me lower, while I whispered,
“Less of self, and more of Thee”.

Higher than the highest heavens,
Deeper than the deepest sea,
Lord, Thy love at last hath conquered;
Grant me now my supplication –
“None of self, and all of Thee”.

(Slot)

 

Naschrift: Van een trouwe lezer ontving ik de volgende vertaling van het prachtige gedicht hierboven:

Oh, de bittere schaamte en spijt,
Wanneer ik terugdenk aan de tijd,
Toen ik des Redders medelijden
ijdel weerstond, en trots antwoordde:
“Alles van mijzelf, en niets van U”.

Toch vond Hij mij; ik zag Hem
bloedend op het vervloekte hout.
Ik hoorde Hem bidden: ”Vergeef hun, Vader!”
En mijn treurig hart zei laf:
“Een beetje van mijzelf, een beetje van U”.

Dag na dag Zijn zachte genade,
Genezend, helpend, vol en vrij
Zacht en sterk, en O! zo geduldig,
bracht Hij mij lager, terwijl ik fluisterde:
“Minder van mijzelf, en meer van U”.

Hoger dan de hoogste hemelen,
Dieper dan de diepste zee,
Heer, Uw liefde heeft uiteindelijk overwonnen.
Schenk mij nu mijn smeekbede:
“Niets van mij, alles van U”.

E. Brown, © Toward the mark

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, RM