4 jaar geleden

Rentmeesterschap

Lukas 16

 

In het begin van dit hoofdstuk is sprake van een rentmeester.

De mens in ’t algemeen is Gods rentmeester. In een bijzondere zin, en op een andere wijze, was Israel tot Gods rentmeester aangesteld in Zijn wijngaard, en waren aan dat volk de wet en de belofte, de verbonden en de erediensten toevertrouwd. Maar Israel had Gods goederen doorgebracht. De joden hadden zich gedragen als ontrouwe rentmeesters Wat moest nu worden gedaan?

God verschijnt, en in Zijn vrijmachtige genade verandert Hij, wat de mensen hebben misbruikt, in een middel om hemelse vrucht voort te brengen. Daar de dingen van deze wereld handen van de mensen bevinden, wil Hij ze niet gebruiken tot blijdschap voor deze wereld, die los van God staat, maar voor de toekomst.

“Maak uzelf vrienden met behulp van de onrechtvaardige mammon, opdat zij u, als u gebrek lijdt, zullen ontvangen in de eeuwige tenten” (vs. 9). In plaats van schatten te vergaderen, moeten we alles omzetten voor het maken van vrienden met het oog op een latere dag.

DE ONRECHTVAARDIGE RENTMEESTER

“Geef rekenschap van uw rentmeesterschap, want u kunt niet langer rentmeester zijn” (vs. 2).

Hij wordt ontslagen van zijn rentmeesterschap, heeft zijn betrekking verloren, maar nog niet de dingen waarover hij de administratie voert.

Hier wordt ons gewezen op iets, dat veel beter is dan de alchemie, die alles in goud wil veranderen. Want het is een grote genade, goud zelf, dat de harten van de mensen tot slaven maakt, te gebruiken als een middel om liefde te bewijzen en schatten voor de hemel te vergaderen.

“Als u dan wat betreft de onrechtvaardige mammon niet trouw bent geweest, wie zal u het ware toevertrouwen?” (vs. 11).

“Als u wat betreft het goed van een ander niet trouw bent geweest, wie zal u het uwe geven?” (vs. 12).

Onze eigen dingen zijn de hemelse goederen; de aardse zijn van een ander; en als u geen gebruik maakt van uw recht om uit liefde deze aardse en tijdelijke goederen te offeren, die de uwe niet zijn, hoe kan God u dan de geestelijke goederen toevertrouwen, die de uwe zijn? Onze eigen goederen zijn de schatten van Christus. Al wat van Christus is, is het onze, want … “dat u niet met vergankelijke dingen, zilver of goud, vrijgekocht bent van uw zinloze levenswandel, die u door de vaderen overgeleverd is, maar met het kostbaar bloed van Christus” (1 Petr. 1:18-19). God heeft ons het eeuwige leven niet gegeven, om geld te verkrijgen. “Niemand kan twee heren dienen”. En als u rijk wilt worden, kunt u God niet dienen. Wij moeten onze plicht doen in deze wereld; maar het is nooit onze plicht, de mammon te dienen en rijkdommen te begeren.Wie als de farizeën het geld liefheeft en zich door begeerte laat leiden, beschimpt de Heiland en verkracht Gods inzettingen. Nochtans rechtvaardigt men zich! Maar al wat hoog is onder de mensen, is een gruwel voor God!

DE RIJKE MAN EN DE BEDELAAR LAZARUS

“Nu was er een zeker rijk mens, die gekleed ging in purper en zeer fijn linnen …” (vs. 19). God handelt nu alleen in genade. Hij trekt in dit verhaal de sluier weg, om de uitkomst te laten zien in een andere wereld. De rijke man had zijn goed gehad in dit leven; hij behoorde tot de aarde, en de geldkist en de voorraadschuren” behoorden hem toe. Zijn schat was op aarde, en zijn hart was daar ook.

Maar sla een blik in de andere wereld en zie de uitkomst: “pijn”. Aan zijn “goed” heeft hij nu niets meer. “En ook de rijke man stierf en werd begraven. En toen hij in de hel zijn ogen opsloeg, waar hij in pijn verkeerde …” (vs. 23).

Daar was ook een zekere arme BEDELAAR, met name Lazarus, die aan de voorpoort van de rijke lag, vol zweren. En het gebeurde dat de bedelaar stierf. Werd hij begraven? Geen woord daarover, want hij behoorde niet tot de aarde. Hij werd door de engelen in de schoot van Abraham gedragen. Hij, die “het kwade” had hier beneden, werd naar de hemel gedragen.

Niet dat de smarten Lazarus rechtvaardig maakten; evenmin als de rijkdommen de rijke onrechtvaardig. Nu God heeft afgedaan met de aardse dingen, zijn aardse omstandigheden geen teken van Gods gunst of ongunst, ofschoon ongetwijfeld Gods leidingen met Lazarus de middelen waren om zijn trots te breken, zijn wil te buigen en hem zo voor te bereiden voor de plaats, waar Hij hem zou opnemen.

“ALS ZIJ NIET NAAR MOZES EN DE PROFETEN LUISTEREN!”

Hier vernemen wij de ernstige waarheid dat zelfs de opstanding van Christus hèn niet zal overtuigen, die tijdens Zijn leven naar Hem niet hebben geluisterd.

Dit hoofdstuk laat het licht van een andere wereld vallen op de wegen en handelingen van God in deze wereld. De hele wereld is voor God bankroet, zodat de mensen nu handelt met het goed van een ander. Toen de mens Christus verwierp, werd hij ontslagen van zijn rentmeesterschap. Zó is nu in ’t algemeen de toekomst van de mensen.

Als wij de mammon dienen, zullen wij de zegen om God te dienen niet smaken. Want “Als u wat betreft het goed van een ander niet trouw bent geweest, wie zal u het uwe geven? Als u dan wat betreft de onrechtvaardige mammon niet trouw bent geweest, wie zal u het ware toevertrouwen?”. Als u het geld liefhebt, kan uw hart niet met Christus vervuld zijn. “Wees niet traag wat uw inzet (ijver) betreft. Wees vurig van geest. Dien de Heere” (Rom. 12:11). Dan opent Hij de hemel voor ons. Niet zó als Hij tot Abraham zei: “Naar het land, dat Ik u wijzen zal” (Gen. 12:1). Neen, Hij heeft ons de hemel gewezen; heeft die in genade voor ons geopend!

De openbaring van genade geeft macht over de aardse dingen. Moge God ons voorhouden een levende Christus als ons licht om in te wandelen en op te vertrouwen!

J.N. Darby

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, R. Mol