11 jaar geleden

Profetische bediening (9)

Deel 4

Hoofdstuk acht

De roep van de profeten om heiligheid

“Want die te Jeruzalem wonen en hun oversten, hebben, omdat ze Hem niet kennen, noch de stemmen der profeten, die elke sabbat worden voorgelezen, door hun oordeel vervuld” (Handelingen 13:27).

In het vorige hoofdstuk hebben we gezien dat in het Nieuwe Testament, vanaf het boek Handelingen, de mensen in dit nieuwe tijdperk van de Heilige Geest los moesten komen van de vastgeroeste tradities, behalve van de fundamentele feiten van het geloof. God wilde iets nieuws doen, iets wat ze nooit gezien hadden in de profeten. Dit veroorzaakte menige crisis, maar de Heilige Geest overtuigde hen, bracht hen verder en maakte hen vrij. Dat gebeurde bij Petrus op het dak in Joppe; het gebeurde ook bij Saulus van Tarsus. Saulus handelde op grond van de oudtestamentische Schriften. Hij dacht ongetwijfeld dat hij handelde naar het Woord. “Toen hij Jezus van Nazareth ontmoette op de weg naar Damascus, was zijn grote probleem – hoewel hij daar toen capituleerde en Jezus als zijn Heer beleed – hoe kan ik dit rijmen met het Oude Testament? Hij ging naar Arabië en hield zich waarschijnlijk twee jaar lang ermee bezig het Oude Testament op één lijn te brengen met het feit van Jezus als Christus en Heer. En toen hij daar doorheen was en terugkwam uit de woestijn, werd hij een machtige dienstknecht van God.

We willen nu verdergaan. In deze nieuwe bedeling worden de profeten opnieuw uitgelegd, of hun innerlijke betekenis komt aan het licht, met alles wat die betekenis inhoudt. In Handelingen 2 begint Petrus al met het citeren van de profeten: “Dit is het waarvan gesproken is door de profeet Joël” (Handelingen 2:16) en gaat dan verder met andere oudtestamentische citaten.

Christus alleen de maatstaf van wat van God is

Als we van hoofdstuk 2 in Handelingen naar hoofdstuk 5 gaan, vinden we daar de vreselijke geschiedenis van Ananias en Saffira. Hoe plaatsen we de profeten daarin?

In het eerste hoofdstuk van Ezechiël vinden we wat geestelijk gebeurde op de Pinksterdag. Daar lezen we van dat wonderlijke, hoewel moeilijke gezicht van de levende wezens, de raderen vol ogen, de Geest in de raderen, de Geest des levens in beweging, altijd maar door: de Geest, leven, ogen, en de onweerstaanbare beweging van de hemel, samenhangend met de Man op de troon. Daar begint Handelingen. De Here Jezus was ten hemel gevaren, uit deze wereld en is nu de Mens op de troon en in samenhang met deze Mens op de troon is er die geweldige “beweging” hier op aarde, en toch los daarvan, een hemels iets. Dat is Handelingen 2. De Mens op de troon; de raderen, de eeuwige raadslagen van God, Gods gedachten vanaf de eeuwigheid; de levende wezens, de Gemeente; het leven van binnen, de Geest des levens daar, met zijn volmaakte blik, “rondom vol ogen”. Is dat niet wat we hier hebben?

Ja, maar dat is het begin van Ezechiël. Aan het eind van deze profetie heb je, niet op aarde, een visioen van een tempel, een geestelijk huis, volledig beschreven, tot in details. De man die de profeet rondleidt, is voortdurend aan het meten; hij geeft de maat van elk detail. Dit huis is in alles van de Heilige Geest. Het is in alles een mate van Christus, in elk onderdeel. Het is niet iets op aarde, het is hemels. Voordat de beek uit het heiligdom kan stromen, toenemend in diepte en breedte, en overal waar hij komt alles levend maakt, waarbij de dood verzwolgen wordt in de overwinning naarmate hij verder stroomt, moet er eerst het Huis zijn, volledig naar Gods bestek. En de zin die alles samenvat is: “Dit is de wet van het huis: op de top van de berg zal zijn gehele gebied aan alle kanten allerheiligst zijn” (Ezechiël 43:12). Alles is van God, alles spreekt van Christus, Zijn opgestane, verheerlijkte Zoon. Het is uit Hem, door een gemeente die gegrond is op een hemels patroon, dat het leven stroomt; en het stoomt hier in Handelingen.

Heiligheid, de wet van het Huis

Ananias en zijn vrouw breken de belangrijkste wet van dit huis – heiligheid, en wat gebeurt er? Dit is hetzelfde als waar Israël de stem van de profeten miste. Zoals we al gezegd hebben, namen ze trouw al de uiterlijke formaliteiten van de tempel in acht, de dagelijkse diensten, de rituelen en de liturgie, ze hadden al de vormen en de speciale gewaden, maar hun innerlijk leven kwam er niet mee overeen. Het was de klacht van de profeten dat er een systeem in stand gehouden werd zonder enige relatie met het innerlijk leven van het volk. De profeten roepen voortdurend om heiliging. Daar lag het probleem. En wat betekent dat punt van heiligheid precies? Wat is het in feite? “Waarom heeft de satan uw hart vervuld om de Heilige Geest te bedriegen?” (Handelingen 5:3). Dat is de onheiligheid. De daad van Ananias en Saffira heeft een diepere achtergrond – de satan die een gelegenheid vindt om in deze heilige sfeer, dit hemelse terrein, binnen te dringen om zijn verderfelijke invloed en leugen binnen te brengen. “Hij is een leugenaar en de vader der leugen” (Johannes 8:44). Een leugen in de tegenwoordigheid van de Heilige Geest! Het leven van de Geest en de Geest des levens gaan niet zomaar door, zonder op de omstandigheden te letten. Ze vereisen in de eerste plaats dat alles gebaseerd is op Gods hemelse patroon; met andere woorden, op het patroon van Christus, Zijn Zoon; zodat het echt een uitdrukking en vertegenwoordiging van de Here Jezus zal zijn door de Heilige Geest.

De Geest en de natuur van Christus

Ik ga nu niet terug naar wat ik al eerder gezegd heb. Ik zeg niet dat we de bijbel naar de letter moeten nemen en een vorm moeten maken, een schriftuurlijke vorm, waarvan wij denken dat het de nieuwtestamentische orde is. Dat is helemaal het punt niet. De ontwikkeling in het begin was niet op deze manier ontstaan. Elke nieuwe uitdrukking van de gemeente, in welk deel van het Romeinse Rijk ook, ontstond in de dagen van de apostelen niet door naar die plaats een vaste vorm over te brengen en te proberen mensen in die vorm te gieten en iets na te maken wat elders al bestond. Het begon met leven – leven uit de hemel – “de Heilige Geest, die van de hemel gezonden is” (1 Petrus 1:12). En waar de gelovigen ook heengingen, deze twee dingen moesten altijd plaatsvinden: ten eerste de doop, als een getuigenis van het feit dat het oude voorbij was en alles nu een nieuw begin moest hebben, zoals iemand die gestorven en begraven is. En ten tweede de gave van de Heilige Geest, de Geest des levens, die gekomen is om woning in ons te maken.

Als de Heilige Geest binnenkomt en de heerschappij krijgt, ontheft Hij je van alle verantwoordelijkheid voor de nieuwtestamentische ordening. De last en verantwoordelijkheid daarvoor is niet groter dan die van een boom die bladeren en vruchten moet produceren. Geen boom besteedt ooit uren en uren met zich zorgen te maken: “Hoe kan ik ooit bladeren voortbrengen? Hoe kan ik mijn vruchten ontwikkelen?” De boom leeft alleen maar, hij heeft zich overgegeven aan het levensproces en de rest gebeurt gewoon. Dat was de heerlijke spontaniteit van de nieuwtestamentische gemeente – ze ontstonden gewoon. En dat is de bedoeling van de Here – gevormd vanuit de hemel door de Heilige Geest. Niet een mens die zijn vorm van gemeente en gemeente-orde brengt, zijn model, zijn opvatting over dingen, en zegt: “Dit is onze opvatting over een bijbelse gemeente”. Nee, het ontstaat door leven. Doordat de Geest des levens Zijn werk vrij kon doen, was er een bepaalde ontwikkeling en een zekere vorm. Dat was de vorm van Christus. De Heilige Geest nam de verantwoordelijkheid op Zich. “Ik zal mijn gemeente bouwen”, had de Here Jezus gezegd (Mattheüs 16:18), en Hij meende het. Zo zien we Hem hier aan het werk.

De natuur van Christus is volkomen heiligheid

Maar we moeten niet vergeten dat het innerlijk wezen van Christus heilig is. “Daarom zal ook het heilige, dat verwekt wordt, Zoon Gods genoemd worden” (Lukas 1:35). “Hij heeft Zichzelf als een smetteloos offer aan God gebracht” (Hebreeën 9:14). “Hij is in alle dingen op gelijke wijze als wij verzocht geweest, doch zonder te zondigen” (Hebreeën 4:15). Christus was en is zonder zonde. Hij is oneindig heilig. De grote tegenstander van Christus, de onheilige, probeert voortdurend dat wat van Christus is kapot te maken, door de heiligheid van Christus tegen te spreken, te loochenen, en dat is wat er hier gebeurd is.

Ik besef dat dit een zeer ernstige zaak is voor ons allen. Ik heb dit niet gezegd zonder mijn eigen hart ernstig te onderzoeken. Het is niet gemakkelijk om zoiets te zeggen. Sommigen van ons zijn niet onwetend van satans sluwheden. Wie heeft het recht over heiligheid te spreken? Wie is zo heilig dat hij met andere mensen erover kan spreken? Heiligheid is wat Christus is. Wie van ons kan zeggen dat wij zo zijn?

Bewuste onheiligheid belemmert de Geest

Onheiligheid is datgene wat niet in overeenstemming is met Christus. Het is het tegenovergestelde van wat Christus is. Het is in tegenspraak met Christus. Het machtige voornemen van God, het machtige werk van de Geest van God – alles wat begonnen is met deze bedeling – kan plotseling tot stilstand gebracht worden. Er kan een ramp gebeuren als u of ik bewust spelen met onheiligheid. “Met medeweten van zijn vrouw” (Handelingen 5:2) houdt in dat dit bewust gebeurde. Ik heb het niet over onze onheiligheid in het algemeen, hoewel we dat uiteraard niet goedkeuren of er lichtvaardig over spreken. Ik heb het nu over bewuste zonde, die in de tegenwoordigheid van de Heilige Geest begaan wordt. Ananias en Saffira planden bewust om de Here slechts een deel van de opbrengst van de verkoop te geven, maar het voor te stellen alsof het alles was. Als zij werkelijk onder de heerschappij van de Geest waren geweest, zouden ze Hem hebben horen zeggen: “Dat is niet recht; het is in tegenspraak met Christus”. En mogen we niet zonder meer concluderen dat de Heilige Geest hen wel gewaarschuwd heeft? Waren er geen twee stemmen die in hen spraken, hoewel misschien niet hoorbaar? Eén die waarschuwde tegen het kwaad, de ander die het bedrog influisterde – de stem van de Geest en de stem van satan? Ze waren geneigd om te luisteren naar de stem van de verleider. “Satan vervulde hun hart.” Dat is de soort onheiligheid waar we het over hebben.

Wij leven in het tijdperk van de Geest. Als wij in waarheid in dit tijdperk leven, dat wil zeggen als de Heilige Geest in ons is, spreekt Hij tot ons. Als we willen, kunnen we de gedachte van de Geest over alle punten van goed en kwaad kennen. Voordat we ons overgeven aan de Geest kan Hij niet spreken. Het hele leven van de Geest komt tot stilstand. De Here was heel duidelijk toen Hij de principes van het tijdperk van de Geest noemde. Hij liet er geen twijfel aan bestaan wat Zijn houding is ten aanzien van deze dingen. Ook al handelt Hij niet elke keer op dezelfde wijze en vallen wij niet dood neer, dan betekent dat nog niet dat er niet iets wat even tragisch is, in ons binnenste plaatsvindt. De Geest wordt geblokkeerd en de geestelijke dood treedt in en er is geen groei meer vanaf die tijd. In zekere zin worden wij, geestelijk gesproken, ook “uitgedragen”.

Ja, dit is een ernstige zaak. Deze kwestie van heiligheid is van het allergrootste belang, en er hangt heel veel van af: de geweldige betekenis van de aanwezigheid van de Geest en of Hij door kan gaan met Zijn werk; leven en volheid, groei in diepte, toenemende vitaliteit, een steeds groter wordende kennis, de dood die in de overwinning verzwolgen wordt. Dat hoort het geestelijk bestaan van de gemeente te zijn. Maar dit alles kan door iets van onheiligheid tot stilstand gebracht worden, iets waarvan we weten dat het onheilig is maar waar we niet mee afgerekend hebben voor Gods aangezicht. Het is uiterst gevaarlijk de waarschuwing van de Heilige Geest niet in acht te nemen – niet alleen gevaarlijk voor jouzelf, maar wellicht voor vele anderen die er door beïnvloed worden.

Het gevaar van volharding in onheiligheid

Wat is het tragisch als je in je houding blijft volharden wanneer er iets tussen de Here en jou in staat! We moeten zulke dingen zien tegen de grote achtergrond. Je ziet pas hoe ernstig onheiligheid is als je het ziet tegen de achtergrond van Gods eeuwig voornemen. Als het alleen om iets persoonlijks gaat, denken we dat het niet de moeite waard is om het in het licht te brengen. Maar kijk eens! Al Gods eeuwige raadsbesluiten die tot ons gekomen zijn en voor ons gelden, dat machtige voornemen van God dat in en door ons werkelijkheid moet worden, de enorme reikwijdte van die voornemens van God, waar wij het kanaal voor moesten zijn, alles wat God wilde doen door Zichzelf aan ons te openbaren ter wille van de mensen om ons heen; dat alles komt vanwege die zonde tot stilstand! Ja, een persoonlijke bediening die vèrstrekkend zou kunnen zijn, kan helemaal opzij gezet worden. Trouw blijvend aan Zijn natuur moet de Here die wel opzij zetten, als wij volharden in iets waarover Hij tot ons gesproken heeft.

De psalmist zegt: “Ik weet, o HERE, dat Uw oordelen gerechtigheid zijn, en dat Gij in trouw mij hebt verdrukt” (Psalm 119:75). Wat bedoelde hij? Klaarblijkelijk was hij zelf door een moeilijke tijd met de Here heen gegaan, en toen hij keek naar de gevolgen die zijn fout voor Gods volk had – hoe velen erdoor beïnvloed waren en hoe het Gods eer aangetast had – zei hij: “Het is slechts Gods trouw die achter Zijn handelen met mij ligt. Hij moet trouw zijn aan Zichzelf en trouw jegens mij en me niet loslaten; en Hij moet trouw zijn aan Zijn eigen natuur, Zijn eigen gerechtigheid, omdat er zoveel aan vast zit”. Moge de Here ons laten zien wat dit betekent en ons Zijn genade geven. Ja, we hebben bescherming nodig, beveiliging van een heilige wandel met God. Alles wat de gemeenschap met Hem in de weg staat, moet worden opgeruimd omdat er zoveel mee samenhangt.

We zien dus dat zij die in Jeruzalem woonden en hun oversten en degenen die ze vertegenwoordigden, dat wat tussen hen en God in stond niet wilden opruimen. Ze werden aan de kant gezet en er kwam een ander volk dat de vruchten van het Koninkrijk voortbracht. Wat een verlies! En denkt u dat de Here met ons anders zal handelen? We verliezen misschien niet onze behoudenis, maar voor onze roeping heeft het wel degelijk consequenties! De Here geve ons genade!

Wordt D.V. vervolgd

T. Austin-Sparks

Oorspronkelijke titel: “Prophetic Ministry”

Publicatie met toestemming van: Stichting “De Gouden Kandelaar” te Twello, van der Duyn van Maesdamstraat 89, 7391 VK Twello. Het wordt op aanvraag gratis toegezonden en heeft geen abonnementsprijs. Doel van deze publicaties is: Gods volk in onze tijd bewust te maken van de hemelse roeping van de gemeente van Jezus Christus, opdat Hij bij Zijn komst een toebereide bruid zal vinden.

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, FW