11 jaar geleden

Profetische bediening (6)

Deel 3

HOOFDSTUK VIJF

Waarom de profetische boodschap niet aanvaard wordt

Lezen: Handelingen 13:27,15; 2 Korinthe 3:14-18; Jesaja 53:1.

Paulus zegt hier dat de profeten elke sabbat voorgelezen werden. Het was een vaste gewoonte om iedere sabbat uit de wet en de profeten te lezen. Niet alleen op een bepaalde tijd van de dag, maar de hele sabbat door. En toch lezen we dat de oversten en de inwoners van Jeruzalem, die naar de tempel kwamen, hoewel ze de voorlezing van de profeten continu aanhoorden, nooit de stemmen van de profeten gehoord hadden. En omdat ze achter de woorden niet die innerlijke stem hoorden, verloren ze alles wat God voor hen bedoeld had, zoals blijkt uit het dertiende hoofdstuk van Handelingen. De apostelen keerden zich van hen af en wendden zich tot de heidenen, die een oor hadden om te horen.

Dit is van grote en ernstige betekenis, Het is duidelijk dat wij de stemmen der profeten dienen te horen, ernaar moeten zoeken ze te horen, om echt te weten wat de profeten zeiden. Laten we nog eens naar deze woorden kijken: “… omdat ze Hem niet kenden, noch de stemmen der profeten” (Engelse en ook Lutherse vertaling). Waarom kenden zij Hem niet? Waarom hoorden ze niet? Er is één wezenlijk antwoord op die vraag, waar we ons in dit hoofdstuk mee bezig zullen houden en dat ons tot de wortel van de dingen doet doordringen.

Het aanstotelijke van het kruis

a) Een lijdende Messias

Het antwoord op die vraag is: omdat zij niet bereid waren het kruis te aanvaarden. Dit is ten diepste het probleem. In de eerste plaats waren ze niet bereid een lijdende Messias te aanvaarden. Ze hadden hun eigen langgekoesterde gedachten over hoe hun Messias zou zijn en wat Hij zou doen en wat het gevolg van Zijn komst zou zijn. Alles wat indruiste tegen die vastgeroeste mentaliteit werd niet alleen niet aanvaard, maar was een aanstoot. Ze konden het in hun beschouwing niet plaatsen dat er een lijdende Messias zou komen. Toch spraken de profeten altijd over de lijdende Messias. Jesaja, in dit klassieke hoofdstuk 53, laat ons de lijdende Messias zien, maar hij opent met de woorden: ‘Wie gelooft wat wij gehoord hebben?”

Ik denk niet dat het nodig is verder aan te tonen dat dit hun houding was. Aldoor was dat hun houding. Paulus, in zijn brief aan de Galaten, spreekt over ditzelfde punt. Tegen het einde van de brief heeft hij het over het aanstotelijke van het kruis en stelt dat tegenover de Judaïsten, die hem overal op de voet volgden en probeerden zijn bediening te weerleggen. Door hun toedoen had hij veel te lijden. Hij droeg “de littekens van Jezus in zijn lichaam” (Galaten 6:17). Waarom? Om de boodschap van het kruis. Hij zei: “Het aanstotelijke van het kruis is de oorzaak van alle problemen” (Galaten 5:11). En de hele tijd door zien we de onwil van de Joden om de lijdende Messias te aanvaarden.

b) De weg van zelfontlediging

Maar het ging verder dan dat. Het werd niet alleen een nationale aangelegenheid, maar een persoonlijke. Ze wilden het principe van het kruis niet voor zichzelf aanvaarden. Je ziet dat belangrijke personen die soms bij de Here Jezus kwamen, geconfronteerd werden met het aanstotelijke van het kruis – en weg waren ze, niet bereid dat te aanvaarden. Nicodemus was zeer geïnteresseerd in het koninkrijk dat de Messias zou oprichten, dat hij verwachtte en waar hij naar uitzag. Maar het werd een persoonlijke zaak van het kruis. Voordat de Here klaar was met Nicodemus, had Hij met hem gesproken over de slang die in de woestijn verhoogd was. Dat was aanstotelijk. Iemand anders, die wij kennen als de rijke jongeling, ging bedroefd heen om het aanstotelijke van het kruis. Het had voor de Here in die tijd, voordat de kruisiging had plaatsgevonden, geen zin om daar expliciet over te spreken dan alleen met Zijn discipelen. Maar Hij paste het principe toe, wat op hetzelfde neerkomt. Hij paste dit principe toe op de rijke jongeling. “Als je, zoals je zeg geïnteresseerd bent in het koninkrijk en in eeuwig leven dan is dit de weg: de weg van zelfontlediging  totale zelfontlediging”. “Hij ging bedroefd heen, want hij bezat vele goederen” (Mattheüs 19:22). De Here zei: “Hoe moeilijk kunnen zij, die geld hebben, in het Koninkrijk Gods ingaan” (Lukas 18:24). Het aanstotelijke van het kruis openbaart hun gezindheid.

De Joden als geheel maakten hier het Koninkrijk Gods tot iets aards, gebaseerd op de principes van deze wereld – en laten we hen niet veroordelen zonder ook onszelf te oordelen. Dit is onze strijd, tot vandaag toe. Dit punt brengt aan het licht wat er in ons hart is. U verwacht dan misschien niet dat er door uw prediking van Christus een tijdelijk koninkrijk zal worden opgericht en dat u een letterlijke kroon zult dragen en op een troon zult zitten. Dat zal dan misschien uw visie of mentaliteit niet zijn, maar zijn wij niet bijna elke dag in ons leven in de problemen omdat de Here alles wat Hij doet voor ons verbergt en onze ziel laat versmachten in onze behoefte om dingen te zien en te hebben? Is dat niet de grond van veel van onze problemen? We willen zien, we willen hebben, we willen bewijzen zien. Uiteindelijk willen we eigenlijk een koninkrijk dat we kunnen zien en horen en voelen – een tastbaar koninkrijk, een concreet antwoord op al ons zwoegen en al onze inspanning; en het tegenovergestelde daarvan is een zware druk op het geloof en brengt ons soms zelfs in een ernstige crisis.

Waarom doet de Here dit of dat niet, waarvan wij denken dat Hij dat zou moeten doen? Het is enkel en alleen een hunkering naar bewijs, uiterlijk bewijs en daarom, als er een groot, indrukwekkend en succesvol christelijk werk is, een grote beweging op het vlak van iets zichtbaars, trekt dat menigten christenen. En als er uiterlijke manifestaties gehouden worden, of als er sprake is van gebedsgenezing, trekt dat altijd veel mensen. De vijand kan duizenden christenen met zich meeslepen door de werken van de Heilige Geest te imiteren. Wij zijn zo gevoelig voor uiterlijke dingen, we moeten iets hebben. En dat is precies hetzelfde principe als dat wat de Joodse oversten huldigden. Zij waren niet klaar voor het principe van het kruis, op deze wijze toegepast   een totale zelfontlediging, tot een volkomen eind van alles van jezelf gebracht worden, zodat alleen de Here overblijft.

De Here kennen

Dit brengt ons bij het onderwerp van de stem van de profeten. Wat was dat ene punt waar de profeten altijd weer over spraken? Het was het kennen van de Here. Dat wat in de tijd van de profeten bij Gods volk ontbrak, was de kennis van de Here. Er waren genoeg mensen die de Here wel wilden om wat Hij voor hen kon doen, maar de Here zelf … dat was totaal iets anders.

Wat verlangt de Here van ons? Wil Hij in de eerste plaats dat wij iets doen? Als men tegenwoordig over God spreekt, is dat meestal in verband met de dingen die voor Hem gedaan worden, het werk waar wij bij betrokken zijn enzovoorts – met andere woorden, dat wat objectief en uiterlijk is. Maar het gaat de Here niet in de eerste plaats om hoeveel wij doen. Het gaat Hem er veeleer om dat alles wat wij doen, veel of weinig, voortkomt uit het kennen van Hemzelf. Je kunt van alles doen voor de Here in christelijk werk en activiteit, net zoals je ander werk doet, maar misschien komt het niet voort uit je eigen diepe kennis van God. Het gaat er de Here bovenal om dat we Hem kennen. “De wijze roeme niet op zijn kracht, de rijke roeme niet op zijn rijkdom, maar wie roemen wil, roeme hierin, dat hij verstand heeft en Mij kent” (Jeremia 9:23,24).

Verklaart dat niet het principe van het kruis dat in ons werkzaam is? De Here geeft niet toe aan alles om ons maar tevreden te stellen. Op allerlei manieren schijnt Hij telkens weer “nee” te zeggen op heel veel dingen die wij zo graag willen hebben. En omdat Hij ons die dingen niet geeft, komen we vaak op het punt waar we bijna alles opgeven en allerlei twijfels in ons hart toelaten over onze relatie met de Here. En toch wil Hij al die tijd, door niet aan ons toe te geven, of ons iets te ontzeggen of te laten wachten, onze kennis van Hemzelf verdiepen. Waar het de Here vóór alles om gaat, is niet dat we ergens heel veel christelijk werk doen (laat dat je er niet van weerhouden om de Here te dienen!), maar dat we op die plaats zijn als iemand die de Here kent. Onze gelegenheden om Hem te dienen komen dan voort uit onze kennis van Hem. Daar zal Hij voor zorgen. De Here de Geest regelt Zijn eigen werk. Hij weet waar nood is en als Hij iemand ziet die in die nood kan voorzien, kan Hij dat contact wel maken.

Kennis van de Here, de grond van alle bruikbaarheid

Dat is het principe in het Nieuwe Testament. We zien het in het leven van de Here Jezus zelf. Die ontmoeting met de Samaritaanse vrouw was niet zomaar een toevallige gebeurtenis. Nee, er liggen principes achter. De Heilige Geest schreef deze verhalen op en in elk incident was een principe verscholen. Hier is iemand die water kan geven waar de wereld geen weet van heeft en hier is een vrouw die dorst heeft. God zorgt ervoor dat de behoeftige in contact gebracht wordt met degene die in de behoefte kan voorzien. Dat is een wet. Als je niets hebt om in de behoefte te voorzien, is het werk dat voor de Here gedaan wordt grotendeels zonder inhoud.

Het principe van het kruis werkt op veel verschillende manieren. Het beproeft ons, test ons, ontledigt ons, om ons daar te brengen waar we de Here kennen, en waar onze vreugde in de Here, ons enthousiasme en ons christelijk leven het gevolg zijn van iets diepers dan de oppervlakkige voldoening die het geeft als we veel doen, van samenkomst tot samenkomst rennen, spreekbeurten houden, een volle agenda hebben met allerlei bezigheden in christelijk werk. Dat is niet zoals de Here het wil hebben. Ik zeg niet dat je het nooit druk kunt hebben voor de Here, maar de manier waarop de Here ons tot bruikbare dienstknechten maakt, is dat Hij zo met ons handelt dat we Hem daardoor leren kennen. Zodat, of we nu naar buiten toe druk zijn met christelijk werk of niet, we er zijn met een kennis van de Here. Wat zo noodzakelijk voor ons is, is dat de Here in toenemende mate kostbaar voor ons eigen hart wordt. Dat Hij ons even kostbaar blijft, of we nu iets kunnen doen of niet. Dat is wat Hij verlangt.

Dit is heel eenvoudig, maar het is de basis van alles. Je bent ergens waar je niet voortdurend over de Here kunt praten, waar je heel weinig kunt beginnen. Maar als de Here kostbaar voor je is, dan is dat dienst voor Hem en in jou heeft Hij een werktuig beschikbaar voor alles wat Hij maar wil. Ik ben er zeker van dat de Here ons niet uitzendt en ons verantwoordelijkheid toevertrouwt voordat Hij kostbaar voor ons geworden is op de plaats waar we zijn, ook al worden allerlei dingen die wij graag zouden willen doen, ons ontzegd. Het is het principe van het kruis.

Nicodemus komt met al zijn “volheid”. Hij is een man van aanzien, een overste van de Joden, in achting bij iedereen, een man met invloed en nog veel meer. Hij vertegenwoordigt een volheid van godsdienstigheid. En dan zegt de Here tegen hem: “Je moet dat alles prijsgeven en helemaal opnieuw beginnen, als een pasgeboren baby. Je bent geïnteresseerd in het Koninkrijk der hemelen, maar je kunt niets van dit alles in dit Koninkrijk meenemen”. Tot de rijke jongeling zegt Hij in feite: “Je kunt je rijkdom niet meenemen”. Je hebt misschien heel veel natuurlijke rijkdom – qua intellect, financiën, invloed of positie, maar dat geeft je geen positie in het Koninkrijk der hemelen. De rijkste, de grootste, de belangrijkste in deze wereld kan niet meer aandacht van de Here verwachten dan de armste en de zwakste. Voor iedereen geldt: je moet wederom geboren worden, je moet in het Koninkrijk der hemelen bij het nulpunt beginnen. Het Koninkrijk is niet een zaak van eten en drinken, het is een zaak van geestelijke rijpheid, en geestelijke rijpheid begint met geboren worden uit de Geest. Het nieuwe leven is vanaf de allereerste ademtocht volkomen geestelijk – iets nieuws, iets wat er tevoren niet was.

Geestelijk zijn is niets anders dan de Here kennen. Onze positie in het Koninkrijk der hemelen is simpelweg een kwestie van de Here kennen. En als we een hogere positie in het Koninkrijk willen hebben, is dat alleen mogelijk door geestelijk te groeien. Mensen van betekenis in de hemel zijn geestelijke mensen en wat telt is hun mate van geestelijk zijn, en geestelijk zijn is de Here kennen, Dat is wat de Here wil doen: ons daar brengen waar we Hem kennen. Daar komt het op aan.

Het kruis – de basis van alle kennis van de Here

Ze konden de stemmen van de profeten niet horen omdat de profeten spraken over een lijdende Messias, en er was iets in het hart van de mensen dat de deur daarvoor gesloten hield. Ze waren vooringenomen tegen zoiets en daarom konden ze niet horen. Zelfs de discipelen van de Here Jezus stonden er zo tegenover. Toen Hij over het kruis begon, zeiden zij: “Dat verhoede God, Here, dat zal u geenszins overkomen” (Mattheüs 16:22). Een lijdende Messias? O, nee! Maar er kwam een dag waarop het kruis zijn diepe toepassing in hun leven had, waar het het einde van alle dingen voor hen betekende. De Here had dat voorzien en je ziet ze dan na Zijn kruisiging – ze hebben hun Messiaanse koninkrijk verloren, ze zijn alles kwijt, ze hebben niets meer. En wat gebeurde er toen? Toen begonnen ze te kennen en hun kennis nam toe, steeds meer. Maar het was van een totaal andere orde. Zo zie je dat in de rest van het Nieuwe Testament, in hun eigen geschiedenis en in hun onderwijs aan anderen, die twee dingen samengaan. Ze zijn als de negatieve en de positieve pool in een elektrisch circuit   zonder die twee kan er geen stroom zijn. De negatieve is de toepassing van het principe van het kruis, dat zegt: nee, nee, nee, het eind, dood aan het zelfleven, dood aan de wereld, dood aan heel je eigen natuurlijke leven. Maar de positieve is de Heilige Geest, de Geest van God, machtig aanwezig, maar altijd hand in hand met het kruis. Waar die twee altijd samen werken – het negatieve en het positieve, het kruis en het hemelse voornemen en de hemelse kracht – zie je dat er beweging is en een steeds toenemende kennis van de Here.

Wij kunnen geen kennis van de Here hebben, behalve op grond van de voortdurende toepassing van het kruis, en dat gaat door tot het einde toe. Denk niet dat er ooit een dag komt dat je klaar bent met het kruis, dat het principe van het kruis niet langer nodig zal zijn en dat je afgestudeerd bent aan de school van het kruis. Zo’n dag zal er nooit komen! Meer en meer zul je de noodzaak van het kruis erkennen. Als je doorgaat tot vollere kennis – ik bedoel geestelijke kennis van de Here – en daardoor tot grotere bruikbaarheid voor Hem, dan moet het voor je vaststaan dat dat principe van het kruis steeds meer en steeds dieper toegepast gaat worden in je leven.

O, dat God dat in ons hart mag schrijven, want wij weten allemaal hoe nodig het kruis is. En wie het beste de werking ervan in hun leven kennen, zijn zich het meest bewust van de noodzaak daarvan. We hebben de vreselijke tragedie gezien van mensen die de volle boodschap van het kruis kenden en die zelf na jaren nog een tegenspraak van die boodschap waren, gekenmerkt door hoogmoed en aanmatiging, ongeduld, prikkelbaarheid, zodat andere mensen niet met hen konden samenleven. Bent u één van die prikkelbare mensen? Ik bedoel niet één van die mensen die soms op een fout betrapt worden. De Here is geduldig met die ergernissen die zo nu en dan opkomen, maar zijn wij altijd prikkelbaar, humeurig, moeilijk om mee om te gaan? Dat is een verloochening van het kruis, en dat heeft het leven en het werk van menig zendeling schipbreuk doen lijden.

Het kruis zal tot het einde toe werkzaam in ons moeten zijn. En totaal los van onze fouten en de dingen in ons karakter en onze natuur waar mee afgerekend moet worden, gaan wij van dood tot dood bij ons zoeken naar het kennen van de Here om nog bruikbaarder te zijn, Zo is het; om de Here in steeds toenemende mate te leren kennen is dit nodig.

Kennis en bruikbaarheid veilig gesteld door het kruis

Maar bovendien is er geen veilige plaats buiten de voortdurende toepassing van het kruis. Niets is veilig in onze handen. Hoe meer de Here zegent, hoe meer gevaar er is. Het grootste gevaar is er als de Here ons begint te gebruiken. Neem nu Paulus. Wist hij iets van het kruis? Was hij een gekruisigd mens? Als hij het niet was, wie dan wel? Kende hij de Here? En met alles wat hij wist van het kruis en de Here, wist hij dat hij het kruis nodig had tot het einde toe? Wat zegt hij zelf? “Daarom is mij, opdat ik mijzelf niet te zeer zou verheffen, een doorn in het vlees gegeven, een engel des satans om mij met vuisten te slaan, opdat ik mij niet te zeer zou verheffen” (2 Korinthe 12:7). En let wel, hij zegt dat vanwege de grote openbaring die hem was gegeven. Hij werd opgetrokken tot in de hemel. Het is heel gevaarlijk als God je goddelijke rijkdommen toevertrouwt, wat ons vlees betreft. De enige veilige plaats is waar het kruis werkzaam is, dat alles raakt wat van onszelf is, al ons onafhankelijk handelen.

Neem al die apostelen – neem Petrus, een man die altijd zo onafhankelijk handelde, die graag zelf dingen deed en deed wat hij graag wilde. Dat steekt voortdurend de kop op. Hij is de man die handelde zonder eerst iemand te vragen. We hebben geen enkele aanwijzing dat hij ooit zijn medediscipelen raadpleegde en zei: “Ik denk erover om zo en zo te doen; ik zou graag willen dat jullie er met mij over bidden en mij vertellen wat jullie ervan vinden. Het is niet mijn bedoeling iets te doen als we niet eenstemmig zijn”. Zoiets deed Petrus nooit. Hij kreeg een idee en daar ging hij. De Here typeerde hem goed toen Hij zei: “Toen gij jonger waart, omgorddet gij uzelf en gij gingt, waar gij wildet, maar wanneer gij eenmaal oud wordt, zult gij uw handen uitstrekken en een ander zal u omgorden en u brengen, waar gij niet wilt” (Johannes 21:18). Dat was Petrus voordat het kruis een werk in hem gedaan had. Maar kijk daarna eens naar hem. Waarom lezen we in die eerste hoofdstukken van Handelingen steeds “Petrus en Johannes … “, “Petrus en Johannes … “? Omdat ze nu samen optrokken; er is een verbondenheid. Het is een erkenning van Petrus dat hij de noodzaak voelde om in gemeenschap samen te werken, dat hij de gevaren en rampen gezien had waarin zijn onafhankelijk optreden hem gebracht had, zelfs al waren zijn bedoelingen en intenties heel goed. Dit zijn maar enkele aanduidingen van hoe het kruis onze impulsieve, onafhankelijke natuur, onze eigen wil, onze eigen kracht, aanpakt. Het kruis moet dat alles aanpakken om de dingen veilig te stellen voor God, en om ons te doen toenemen in de kennis van de Here. Zoals we al gezegd hebben, ligt dit achter al onze waarde voor de Here, achter al onze bruikbaarheid en al onze dienst.

Het kruis opent de weg tot volle kennis van de Here

Het kruis is de enige weg tot geestelijke kennis. Hoe belangrijk studie van het Woord van God ook mag zijn, omdat het een fundament legt voor het werk van de Heilige Geest, toch kun je door bijbelstudie alleen nooit tot kennis van de Here komen, De Heilige Geest gebruikt wat je weet van de bijbel om je veel te leren, je ervaringen te verklaren, je in staat te stellen te begrijpen wat de Here aan het doen is. Maar je krijgt die levende, geestelijke kennis nooit alleen door bijbelstudie en onderricht. Je moet bereid zijn het kruis zó in je leven te laten werken dat je gebroken en ontledigd wordt, zodat je op een punt gebracht wordt waar het met je afgelopen zou zijn als de Here niet ingrijpt. Als je daartoe bereid bent, zul je de Here leren kennen. Dat is de enige manier. Het is niet mogelijk door toespraken of preken. Ze zijn van waarde, maar op die manier leer je de Here niet echt geestelijk kennen.

De volle kennis van de Here is alleen voor ons die in deze bedeling leven, omdat die door het kruis bepaald wordt. Petrus zelf had hier iets over te zeggen: ‘Naar deze zaligheid hebben gezocht en gevorst de profeten, die van de voor u bestemde genade geprofeteerd hebben, terwijl zij naspeurden, op welke of hoedanige tijd de Geest van Christus in hen doelde, toen Hij vooraf getuigenis gaf van al het lijden, dat over Christus zou komen, en van al de heerlijkheid daarna. Hun werd geopenbaard, dat zij niet zichzelf, maar u dienden met die dingen, welke u thans verkondigd zijn bij monde van hen, die door de Heilige Geest, die van de hemel gezonden is, u het evangelie hebben gebracht, in welke dingen zelfs engelen begeren een blik te slaan” (1 Petrus 1:10-12).

Daar heb je twee ordes – profeten en engelen – die bepaalde dingen die ons geopenbaard zijn, niet wisten. De profeten wisten veel, maar ze speurden ijverig na om iets te weten te komen wat ze niet konden ontdekken. “Wat betekent dat?”, moeten ze zich wel afgevraagd hebben. “De Geest van God laat ons deze dingen zeggen, maar wat betekenen ze?” Ze probeerden ijverig iets te weten te komen wat voor ons gereserveerd was. Waarom konden zij het niet weten? Omdat volle kennis gebaseerd is op het kruis en dat had nog niet plaatsgevonden. En ook de engelen verlangen deze dingen te zien. Kan dat waar zijn? We dachten dat engelen alles wisten! Engelen hebben toch zeker veel meer kennis en verstand van deze dingen dan wij? Ze weten het niet. “In welke dingen zelfs engelen begeren een blik te slaan”. Waarom weten zij het niet? De engelen hebben het kruis niet nodig; het kruis betekent persoonlijk niets voor hen. Het is op basis van het kruis dat we binnengaan in een volledig kennen.

Het kruis, niet alleen negatief, ook positief

De Heilige Geest moet dus voortdurend door middel van het kruis Zijn werk doen, om ons tot de volle kennis van de Here te brengen en door die toenemende kennis ons bruikbaar voor de Here te maken. Tenslotte wil ik dit nog zeggen dat het werk van het kruis niet volledig negatief is; de Here werkt op positieve basis. Misschien denk je dat de Here alsmaar “nee” zegt, dat Hij altijd tegen je is, dat het kruis je onderdrukt. Maar dat is niet zo; het is een positief instrument in de handen van de Geest van God. Het feit is dat als de Heilige Geest ons ooit leidt in een nieuw aspect van de betekenis van het kruis, Hij meer voor ons op het oog heeft. Dat is de wet van de Geest des levens,

Je moet niet vergeten dat de Here Jezus in Zijn opstanding niet dezelfde was als daarvoor. Voor Hij stierf was Hij op deze aarde. Toen stierf Hij en Paulus verwijst naar Zijn dood met deze woorden: “Hoe overweldigend groot zijn kracht is aan ons, die geloven, naar de werking van de sterkte Zijner macht, die Hij heeft gewrocht in Christus, door Hem uit de doden op te wekken en Hem te zetten aan zijn rechterhand in de hemelse gewesten, boven alle overheid en macht …” (Efeze 1:19-21). De opstanding bracht de Here Jezus “ver boven alle overheid en macht”. Het principe van de opstanding is altijd een reactie, een terugkeer – wij gaan misschien door heel diepe dalen, dieper dan we ooit hebben meegemaakt, maar het is de bedoeling van de Geest van God ons hoger te brengen dan daarvoor. Wees dus niet bang als je je leeg voelt, aan het eind gekomen. Vraag de Here of dit, als dit werkelijk de werking van het kruis is, mag slagen in wat Hij voor jou bedoelt, en dat betekent dat je op hogere grond komt dan ooit daarvoor.

Een transactie met de Here

We hebben herhaaldelijk gezegd dat het kruis een crisis met zich meebrengt. Voor sommigen kan dat een overweldigende ervaring zijn, het belangrijkste moment in je leven, zelfs belangrijker dan je bekering. Zo was het voor sommigen van ons toen wij zagen dat het kruis meer was dan verzoening en plaatsvervanging, meer dan wat Hij alleen voor ons gedaan heeft, dat het ons ook één maakte met Christus in Zijn dood, begrafenis en opstanding. Of je nu wel of niet een grote crisis gehad hebt die je leven in tweeën deelt, je moet een punt van transactie met de Here gehad hebben, waar je inziet dat het kruis in feite vroeg of laat het laatste bolwerk van het zelfleven omver haalt, het zelfleven, dat de grond is waarop satan kan werken. Er moet een moment komen dat je kunt zeggen: “Ik verblijd mij in het feit van Uw sterven voor mij en ik ben behouden op grond daarvan en van mijn geloof daarin. Maar ik ben gestorven met U – dat was uw gedachte voor mij als kind van Adam. Ik kon het niet verdragen als U mij in één keer alles wat dat inhoudt had laten zien, maar ik erken dat het door genade uitgewerkt moet worden en dat ik vroeg of laat tot een volkomen einde van mijzelf moet komen. En daarom geeft ik mijzelf over aan alles wat U bedoelt met het kruis”.

Een dergelijke transactie is noodzakelijk. Schop niet achteruit als de Here begint dit uit te werken. Hij neemt je op je woord. Maar Hij doet het met als enig doel voor ogen je tot een hogere en vollere kennis van Hemzelf te brengen. Uit die toenemende kennis van Hem, de groeiende kostbaarheid van de Here, komt alle echte bediening voort. Het is niet wat wij doen, maar wat wij hebben, wat het geheim van bediening is.

(wordt D.V. vervolgd)

T. Austin-Sparks
Oorspronkelijke titel: “Prophetic Ministry”
Publicatie met toestemming van: Stichting “De Gouden Kandelaar” te Twello, van der Duyn van Maesdamstraat 89, 7391 VK Twello. Het wordt op aanvraag gratis toegezonden en heeft geen abonnementsprijs. Doel van deze publicaties is: Gods volk in onze tijd bewust te maken van de hemelse roeping van de gemeente van Jezus Christus, opdat Hij bij Zijn komst een toebereide bruid zal vinden.

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, FW