11 jaar geleden

Profetische bediening (3)

Hoofdstuk twee

De vorming van een profeet

Deel 1

Profetische bediening is niet iets tijdelijks, maar heeft zijn oorsprong in het eeuwige. Het komt voort uit de eeuwige raadslagen van God.

Misschien vraagt u zich af wat ik bedoel. We weten dat zonder enige uitleg of definiëring, meteen in het begin iets ontstaat en zijn plaats inneemt in Gods bestel, iets wat deze functie heeft. Het Woord zegt simpelweg, toen Adam zondigde en uit de hof verdreven werd: “God stelde ten oosten van de hof van Eden de cherubs met een flikkerend zwaard, om de weg tot de boom des levens te bewaken” (Genesis 3:24).

Wie of wat zijn de cherubs? Waar komen zij vandaan? We hebben niet eerder iets van hen gehoord en er wordt geen verklaring gegeven. God heeft ze daar geplaatst om de weg tot de boom des levens te bewaken. Ze bewaken het leven, om de dingen naar Gods plan te bewaren. Want de gedachten van het menselijk hart zijn afgeweken van Gods gedachten en boos geworden. Alles is bezoedeld en daarom worden er bewakers neergezet, de cherubs, die Gods geweldige plan voor de mens – goddelijk leven, ongeschapen leven – moeten bewaken.

Maar later lezen wij wat de cherubs zijn; deze symbolische vertegenwoordiging heeft een viervoudig aspect – de leeuw, het rund, de mens en de arend. En het blijkt heel duidelijk dat de overheersende factor de mens is. Het is in feite een mens met nog drie andere aspecten, die van de leeuw, het rund en de arend. De leeuw is een symbool van koningschap, van heerschappij; het rund van dienstbaarheid en offerande; de arend van hemelse heerlijkheid. Maar de mens, het overheersende aspect van de cherubs, wat is dat?

We weten dat door de hele bijbel heen de mens in de goddelijke orde de plaats heeft van profeet, Gods vertegenwoordiger. Gods gedachten worden vertegenwoordigd door een mens. Dat was de bedoeling in de schepping van Adam naar Gods beeld en gelijkenis – om de persoonlijke belichaming en uitdrukking van al Gods gedachten te zijn. Daarvoor werd de mens geschapen. Dat zien we ook in de Mens, die God was, geopenbaard in het vlees. Hij was de volmaakte uitdrukking van al Gods gedachten.

Waar komt deze symboliek van de cherubs vandaan? Het is er eenvoudig. Het komt uit de eeuwigheid. Het is een goddelijke, eeuwige gedachte en het draagt zorg voor de dingen om ze voor God te bewaren. Zodat de mens, de Zoon des mensen in het bijzonder, verbonden is met het profetische ambt. En die profetische functie is eeuwig. Het is de vertegenwoordiging van goddelijke gedachten en bedoeld om Gods gedachten zuiver en in volheid te bewaren. Dat is de gedachte achter de mens, de profeet, en dat is die profetische functie.

De profeet en zijn boodschap zijn één

Maar wat houdt dat in? Hier komen we bij het allerbelangrijkste punt. Het is de absolute vereenzelviging van het werktuig met zijn bediening. Profetische bediening is niet iets wat je zomaar op kunt pakken. Het is iets wat je bent. Geen bijbelschool kan van jou een profeet maken. Samuël richtte de profetenscholen op. Om twee redenen – de verspreiding van godsdienstige kennis èn het opschrijven van de gewijde geschiedenis, de kronieken. In de dagen van Samuël was er geen open visie (N.B.G.: “Gezichten waren niet talrijk”), het volk had het Woord van God verloren. Ze moesten opnieuw onderwezen worden in het Woord van God. En de geschiedenis van Gods handelen moest opgeschreven worden voor de komende generaties. Dat was de voornaamste reden waarom de profetenscholen werden opgericht. Maar er is een groot verschil tussen die academische profeten en de levende, gezalfde profeten. De academische profeten werden dat beroepsmatig, en al gauw zakte het niveau af. Alle valse profeten kwamen van een profetenschool en werden op grond daarvan algemeen als zodanig erkend. Ze hadden ervoor gestudeerd en werden geaccepteerd op grond van hun diploma. Maar het waren valse profeten. Naar een bijbelschool gaan of theologie studeren maakt je niet automatisch tot een profeet van God.

Mijn punt is dit: de eenheid van het werktuig met zijn bediening is het wezen van Gods gedachte. Een mens wordt geroepen om Gods gedachten weer te geven door wat en wie hij is, niet door iets wat hij op zich genomen heeft als een bepaalde bediening, niet door iets wat hij doet. Het werktuig zelf is de bediening en die twee kun je niet scheiden.

De noodzaak tot zelfontlediging

Dat verklaart alles in het leven van de grote profeten. Het verklaart het leven van Mozes, de profeet die door God werd verwekt uit het midden van zijn broeders (Deuteronomium 18:15,18). Mozes trachtte zijn levenswerk op te nemen. Hij was een man van uitzonderlijke bekwaamheden, “onderwezen in alle wijsheid van de Egyptenaren” (Handelingen 7:22), met grote natuurlijke kwalificaties en gaven. Toen kreeg hij op de een of andere manier het idee van een levenswerk voor God. Jazeker, het was een goed idee. Het was oprecht gemeend, er was geen enkele twijfel aan zijn motieven. Maar hij probeerde dat werk op zich te nemen op basis van zijn natuurlijke bekwaamheid en ijver. En op die basis was het gevolg rampzalig.

Op deze manier wordt iemand geen profeet. Zo kan het profetische ambt niet vervuld worden. Mozes moet de woestijn in en veertig jaar lang ontledigd worden tot er niets meer over is van die basis waarop hij zijn vertrouwen stelde om Gods werk te doen. Hij was van nature een mens “machtig in zijn woorden en werken”, en toch zegt hij nu: “Ik ben geen man van het woord … ik ben zwaar van mond … “ (Exodus 4:10). Al zijn natuurlijke bekwaamheid en bronnen waren volslagen ondermijnd. Ik denk niet dat Mozes met zijn antwoord bedoelde: “Toen wou U het me niet laten doen, nu doe ik het niet meer.” Ik denk dat hij een man was onder Gods discipline, maar er niet onder gebukt ging. Hij was niet gefrustreerd. Dit blijkt wel uit de eerste tijd in de woestijn (Exodus 2:16,17), hoe behulpzaam hij was, daar bij de bron. Hij was niet uit zijn humeur omdat God niet met hem was in Egypte, dat hij had moeten verlaten, maar deed wat hij kon om te helpen. Zulke kleine dingen geven aan hoe het met een mens staat.

Wij gaan door tijden van beproeving heen onder de hand van God en komen zo gemakkelijk in een gemoedstoestand waarbij we eigenlijk zeggen: “De Here hoeft mij niet, Hij heeft mij kennelijk niet nodig!” Het kan ons allemaal niets meer schelen; wij zijn door onze beproevingen in de put geraakt en onbruikbaar geworden. Ik geloof niet dat de Here iemand in zo’n toestand kan gebruiken. Elia, ontmoedigd, vluchtte naar de woestijn in een spelonk in de bergen, maar hij moest eerst ergens anders gebracht worden voor de Here iets met hem kon beginnen. “Wat doet gij hier, Elia?” (1 Koningen 19:9). De Here kan niemand die wanhopig is een opdracht geven. Iemand heeft ooit geschreven: “God vergeeft u alles, behalve uw wanhoop” (F.W.H. Myers, in “Paulus”) – omdat wanhoop betekent dat je je geloof in God verloren hebt, en God kan nooit iets doen met iemand die zijn geloof kwijt is.

Mozes was tot het laatste beetje ontledigd en toch was hij niet boos op God. Wat was de Here aan het doen? Hij was een profeet aan het vormen. Voor die tijd zou Mozes een ambt op zich genomen hebben; de profetische functie zou hem gediend hebben; hij zou die gebruikt hebben. Er was geen innerlijke vitale relatie tussen de man en het werk dat hij moest doen. Dat waren twee verschillende dingen; het werk was objectief voor hem. Na veertig jaar in de woestijn is hij klaar om subjectief te worden, onderworpen. Er is iets gebeurd. Er is een werk gedaan dat de man geschikt gemaakt heeft om een levende uitdrukking van de goddelijke gedachte te zijn. Hij is ontledigd van zijn eigen gedachten om plaats te maken voor Gods gedachten. Hij is ontledigd van zijn eigen kracht, zodat alle energie van God zou zijn.

Is dat misschien niet de betekenis van de brandende braamstruik die niet verteerd werd? Het is een gelijkenis, maar ik denk dat de onmiddellijke toepassing was dat het iets tot Mozes te zeggen had. “Mozes, je bent maar een zwak schepsel, een doodgewone struik in de woestijn, een gewoon mens, zonder een enkele mogelijkheid in jezelf, maar er is een hulpbron die met je mee kan gaan en je staande kan houden, zonder dat je verteerd wordt. Het is een energie die niet van jezelf is – de Geest van God, de energie van God”. Dat was de grote les die deze profeet moest leren, “Ik kan het niet!” “Goed”, zei de Here, “maar IK BEN”.

Er wordt tegenwoordig veel ophef gemaakt van de natuurlijke kant van veel van Gods dienstknechten en meestal met tragische gevolgen. We maken veel van Paulus. Wat een groot man was die Paulus, wat een persoonlijkheid, wat een intellect, wat een scholing, wat een geweldige bekwaamheid!” Dat kan allemaal wel waar zijn, maar vraag Paulus eens wat voor waarde dat voor hem had in een situatie van geestelijke strijd. Hij zou uitroepen: “En wie is tot zulk een taak bekwaam? … Onze bekwaamheid is Gods werk” (2 Korinthe 2:16; 3:5). Paulus ging door ervaringen heen waarin hij, net als Mozes, wanhoopte aan zijn eigen leven. Hij zei: “Ja, wij achtten ons voor onszelf reeds als ter dood verwezen, opdat wij geen vertrouwen zouden hebben op onszelf ” (2 Korinthe 1:9).

Een boodschap door ervaring geleerd

Ziet u hoe het principe de hele tijd werkzaam is dat God de dienaar en de bediening identiek maakt? Dat zie je bij alle profeten. De Here liet Zich door niets weerhouden. Hij getroostte Zich veel moeite. Hij werkte zelfs door het gezinsleven, de nauwste relatie in het leven. Denk aan het drama van Hosea’s huwelijksleven. Denk aan Ezechiël, wiens vrouw door de Here in één slag werd weggenomen. De Here zei: “Sta ‘s morgens vroeg op, zalf uw aangezicht, laat helemaal niets van rouw of verdriet zien; doe alsof er niets gebeurd is, toon jezelf aan de mensen, doe je werk met een vrolijk gezicht, zodat je ze nieuwsgierig maakt en gaan vragen wat je bedoelt met zo’n absurd gedrag”. De Here bracht dit grote verdriet in zijn leven en vroeg hem zo te handelen. Waarom? Ezechiël was een profeet. Hij moest een belichaming van zijn boodschap zijn. En de boodschap was: “Israël, Gods vrouw, is dood voor God. Hij heeft haar verloren en Israël slaat er geen acht op. Ze gaat gewoon door alsof er niets aan de hand is”. De profeet moet dit overbrengen door zijn eigen ervaring. God werkt het in zijn leven in, om daardoor bediening voort te brengen in het leven van Zijn dienstknecht.

God staat ons niet toe zelf dingen aan te pakken. Als we onder de heerschappij van de Heilige Geest staan, gaat Hij ons tot profeten maken, dat wil zeggen, Hij gaat de profetie maken tot iets wat in ons plaatsvindt, zodat wat we zeggen de verwoording is van wat in ons binnenste gedaan is. In sommige levens doet God het in veel jaren van onbegrijpelijk diepe wegen, niets ontziend, alles rakend. En zo wordt het werktuig gemaakt tot de boodschap. Mensen komen niet om te horen wat je te vertellen hebt. Ze zijn gekomen om te zien wat je bent, wat God uitgewerkt heeft in je leven. Wat een prijs moet het profetisch instrument betalen!

Dus ging Mozes de woestijn in om van zijn natuurlijke leven ontdaan te worden, van zijn natuurlijke mentaliteit; om tot het nulpunt gebracht te worden; om het in hem te laten werken. En was God gerechtvaardigd? Het was per slot van rekening bedoeld voor de toekomst. Wat een vreselijke druk kwam er op dat leven! Soms bezweek Mozes er bijna onder. “Ik alleen kan de zorg voor dit gehele volk niet dragen; dat is mij te zwaar” (Numeri 11:14). Wat was zijn krachtbron? Als dat de oude krachtbron was die hij in Egypte had, had hij het geen jaar volgehouden. Hij kon de provocatie in Egypte niet verdragen. Hij moest wat doen, en vechten. Onder die stress daar, veertig jaar geleden, bezweek hij zowel moreel als geestelijk. Maar nu, wat moest hij doen met deze rebellen? Hoe lang moest hij hen verdragen? Wat een verschrikkelijke last kreeg hij daar in de woestijn te dragen, en alleen een diep werk in zijn binnenste, door God gedaan, zou genoeg zijn om door te gaan.

Ook wij kunnen onder een geweldige druk komen. Vaak komt daar die sterke verzoeking: “Laten we een beetje kalmer aan doen, een klein compromis sluiten, niet zo radicaal zijn; je krijgt meer open deuren als je het wat makkelijker neemt; je bereikt veel meer op de manier!” Wat is je redding in dat uur van verzoeking? Het enige is dat God iets in jou gedaan heeft. Het is een deel van je wezen geworden, niet iets wat je op kunt geven; jij bent het, het is je leven. Dat is het enige. God wist wat Hij met Mozes deed. Het moest zo één met de man zelf zijn dat ze niet te scheiden waren. De man was de profetische bediening.

Hij werd verworpen door zijn broeders; ze moesten hem niet. “Wie heeft u tot overste en rechter over ons aangesteld?” (Exodus 2:14). Dat is de menselijke kant ervan. Maar er was ook een goddelijke kant. Het was God die hem veertig jaar in de woestijn bracht. Dat was nodig, van Gods kant bekeken. Het leek of het werk van mensenhanden was. Maar zo was het niet. Die twee dingen gingen samen. Dat zijn broeders hem verwierpen was een onderdeel van het soevereine doel van God. Het was de enige manier waarop God de gelegenheid kreeg die Hij nodig had om deze man te hervormen. De werkelijke toebereiding van deze profeet vond plaats in de tijd dat zijn broeders hem verwierpen. O, de wonderbare soevereiniteit van God! Een donkere tijd, een diepe tijd, een tijd van breken en verbrijzelen, van volkomen ontlediging. Het lijkt alsof er niets meer overblijft. Toch is dat alles Gods manier om profetische bediening te vormen.

Een boodschapper door God bevestigd

Ik verwacht dat Mozes in het begin erg wettisch geweest zou zijn – je moet dit doen en dat – enzovoort, als een despoot. Als we hem na al die jaren uit de handen van de Pottenbakker zien komen, is hij, zoals de bijbel zegt, “zeer zachtmoedig, meer dan enig mens op de aardbodem” (Numeri 12:3) en God kon nu achter hem staan. Dat kon Hij niet op die dag toen hij in trots en arrogantie zelf in actie kwam. God moest dat op zijn beloop laten met dat onvermijdelijke gevolg. Maar toen Mozes als de zachtmoedigste van alle mensen, een verbroken en nederig man, aangevallen werd op zijn leiderschap, verdedigde hij zijn positie niet. Hij gaf het eenvoudig over in Gods handen. Zijn houding was: “We laten de Here beslissen. Ik heb geen persoonlijke positie te verdedigen. Als de Here mij tot Zijn profeet gemaakt heeft, laat Hem dat dan duidelijk maken. Ik ben bereid mijn functie op te geven als die niet van de Here is”. Wat een totaal andere geest! En de Here stond hem bij die gelegenheden op wonderbare en machtige wijze bij, maar verschrikkelijk voor hen die zich tegen Mozes verzetten (Numeri 12 vanaf vers 2; 16 vanaf vers 3).

Profetische bediening is een leven, geen leer

Wat is een profeet dan? En wat is zijn functie? Het is dit. God neemt een werktuig in Zijn handen (individueel of collectief zoals bij Israël) en Hij gaat met dat werktuig door een diepe weg van verbreking, uitschakeling, ontgoocheling, van totale verandering van mentaliteit, zodat bepaalde punten die krampachtig werden vastgehouden, losgelaten moeten worden. In plaats daarvan ontwikkelt zich een wonderbare plooibaarheid, een aanpassingsvermogen en bereidheid om te leren. Alles wat slechts objectief was in het werk van God, in de goddelijke waarheid, alles wat orthodox of fundamentalistisch was, alle meningen over wat goed was en wat fout, die zo strak en wettisch werden vastgehouden – dat alles wordt door God verbroken. Er komt een totaal nieuwe visie op de dingen. Niet langer een formeel systeem, iets buiten je wat je gewoon op je kunt nemen maar iets dat innerlijk in het werktuig wordt ingewerkt. Dat wat het werktuig is, dat is de bediening. Niet wat hij als leer aanvaard heeft en nu aan anderen leert.

O, om vrij te zijn van dat afschuwelijke religieuze gedoe! Vrij van door anderen aangeprate leringen en interpretaties, bekend staan als iemand die die-en-die leer aanhangt. O, dat God ons daarvan mag bevrijden! Wat heerlijk om naar die plaats gebracht te worden waar het een zaak van leven is – van wat God reëel in ons gedaan heeft, wat Hij van ons gemaakt heeft! Eerst heeft Hij ons verbrijzeld en toen heeft Hij ons opnieuw gevormd op grond van een nieuw geestelijk principe. En dat komt tot uitdrukking in bediening. Wat er gezegd wordt komt voort uit wat daarachter gebeurd is, misschien wel jarenlang en zelfs tot de dag van vandaag toe.

Ziet u de wet van profetisch functioneren? God zorgt ervoor dat de waarheid die Zijn gezalfde werktuigen verkondigen, eerst hun eigen ervaring wordt. Elke waarheid die door hen in woorden wordt uitgedrukt is iets wat een geschiedenis heeft. Ze zijn door de diepte gegaan en werden veranderd door die waarheid. Het was hun leven en daardoor is het een deel van henzelf geworden. Dat is de aard van profetische bediening.

Een profeet – verdraagzaam maar zonder compromis

We hebben iets gezien van de verandering in Mozes. Iets daarvan zie je ook bij Samuël. Ik denk dat Samuël één van de beminnelijkste persoonlijkheden in het Oude Testament is. En hij wordt een profeet genoemd. Hebt u opgemerkt dat hij, hoewel zijn hart volkomen toegewijd is aan Gods hoogste en volledige gedachte en er in zijn hart geen enkel compromis te vinden is, toch een verbazingwekkende liefde toont voor Saul in de eerste maanden van diens regering? Toen leek Saul het goede nog te zoeken. Maar u moet niet vergeten dat Saul de ontkenning vertegenwoordigt van de rechtstreekse heerschappij van God. Israël verwierp die heerschappij en wilde een koning. “Stel nu een koning over ons aan om ons te richten”, zeiden ze. God zei tegen Samuël: “Niet ú hebben zij verworpen, maar Mij hebben zij verworpen” (1 Samuël 8:5-7).

Koningschap was evengoed een goddelijk principe als profetie. De leeuw én de mens. De vorst die Gods heerschappij vertegenwoordigt heeft zijn plaats. Maar bij Saul ligt het op een lager vlak. Zijn koningschap bracht de goddelijke gedachte op het lagere niveau van de wereld: “… als bij alle andere volken”. Een goddelijke gedachte werd in de handen van vleselijke mensen genomen, tot het niveau van de wereld verlaagd, en Samuël wist het. In zijn hart kon hij dat niet accepteren en hij beklaagde zich daarover bij God. Hij was erop tegen, want hij zag wat het betekende. Maar wat was hij vriendelijk en welwillend ten aanzien van Saul, zo lang hij maar kon!

Waarom zeg ik dat? Omdat ook vandaag nog zoiets voorkomt. De dingen van God zijn door vleselijke mensen ter hand genomen en op een laag aards niveau gebracht. De directe heerschappij van de Heilige Geest is vervangen door comités en besturen enzovoort. De mensen hebben de leiding genomen in de dingen van God en runnen alles voor God. De nieuwtestamentische manier om Gods wil en gedachten te leren kennen door vasten en gebed, kent men nauwelijks. Degenen die geestelijk zijn, die weten, die zien, die verstaan, kunnen dat niet aanvaarden. Maar ze moeten heel vriendelijk en welwillend blijven. Een ware profeet, zoals Samuël, zal zo lang mogelijk welwillend blijven, totdat dat verkeerde element de vorm aanneemt van uitgesproken ongehoorzaamheid aan het licht. De Here kwam tot Saul door Samuël en gaf hem duidelijk te verstaan wat hij moest doen. Met niet mis te verstane duidelijkheid gaf God hem te kennen wat Hij van hem vroeg, en hij was ongehoorzaam. Toen zei Samuël: “Ik ga hier niet langer in mee”. Hij was onvermurwbaar. “Omdat gij het woord des HEREN verworpen hebt, heeft Hij u verworpen, zodat gij geen koning meer zult zijn” (1 Samuël 15:23). Samuël ging zover als hij gaan kon. Dat is welwillendheid.

Uiteraard zijn voorbeelden altijd zwak en onvolkomen, maar u ziet waar het om gaat. De profeet Samuël toonde heel veel verdraagzaamheid ten aanzien van dingen die verkeerd waren, zelfs als hij ze in zijn hart niet kon aanvaarden. Hij hoopte dat het licht zou doorbreken en er gehoorzaamheid zou volgen en dat de situatie zo nog gered kon worden. We dienen heel welwillend te zijn ten opzichte van alles waar we het niet mee eens zijn.

Het punt waar het om gaat is dit: Mozes moest dit leren; hij moest zo gemaakt worden. We zijn meer geschikt om Gods voornemen te dienen, we zijn betere profeten als we dingen waarmee we het niet eens zijn, kunnen verdragen, dan wanneer we in onze ijver als beeldenstormers er alleen maar op uit zijn om dat wat niet goed is te vernietigen. De Here zegt: “Dat is niet goed”.

In alles wat we gezegd hebben, lag de nadruk maar op één ding – dat profetische bediening een functie is. Die functie is om alle dingen in relatie tot Gods volledige bedoeling te bewaren, maar niet door op een objectieve en wettische manier een lijn vast te houden. Je kunt een bediening niet oppakken. Je kunt het alleen doen als God in jou datgene ingewerkt heeft waarin je gaat staan, en in zoverre als het door ervaring in je geopenbaard is, door Gods handelen met je. God heeft je ergens doorheen geleid en je weet dat dat zo is. Het is niet dat jij iets gepresteerd hebt, maar eerder dat je in dat proces gebroken bent. Nu ben je geschikt voor iets in de Here.

Wordt D.V. vervolgd.

T. Austin-Sparks

Oorspronkelijke titel: “Prophetic Ministry”

Publicatie met toestemming van: Stichting “De Gouden Kandelaar” te Twello, van der Duyn van Maesdamstraat 89, 7391 VK Twello. Het wordt op aanvraag gratis toegezonden en heeft geen abonnementsprijs. Doel van deze publicaties is: Gods volk in onze tijd bewust te maken van de hemelse roeping van de gemeente van Jezus Christus, opdat Hij bij Zijn komst een toebereide bruid zal vinden.

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, RM