4 weken geleden

Prediker (5)

Inhoud

  • Vers 1-6;
  • vers 7;
  • vers 8-16;
  • vers 17-19.

Het spreekwoordelijke deel van Prediker dat nu begint, begint strikt genomen in het vierde vers van het vierde hoofdstuk en vindt zijn volledige ontwikkeling in het tiende en elfde hoofdstuk. Op het eerste gezicht lijkt het een gebrek aan samenhang in de opbouw van dit boek aan het licht te brengen, maar om jezelf van het tegendeel te overtuigen, volstaat het op te merken, dat ook dit deel, net als het begin van de samenhangende toespraak, door het woord ijdelheid1 wordt beheerst. In feite komen alle uitspraken van de prediker op dat ene woord uit.

Prediker 4 vers 17; Prediker 5 vers 1-6

17. Let op uw voeten als u naar het huis van God gaat. Het is beter dat men naderbij komt om te luisteren dan om als dwazen een offer te geven, want die weten niet dat zij kwaad doen.

1. Wees niet te snel met uw mond, en laat uw hart zich niet haasten een woord te uiten voor het aangezicht van God. Want God is in de hemel en u bent op de aarde. Laat daarom uw woorden weinig in aantal zijn.
2. Want zoals de droom komt door veel bezigheid, zo ook het gepraat van de dwaas door veelheid van woorden.
3. Wanneer u aan God een gelofte doet, stel dan niet uit die na te komen, want Hij heeft geen welgevallen aan dwazen. Kom na wat u belooft.
4. Het is beter dat u niet belooft, dan dat u belooft maar niet nakomt.
5. Sta uw mond niet toe, uw vlees te doen zondigen. Zeg ook niet in de tegenwoordigheid van de engel: dat was een vergissing. Waarom zou God zeer toornig worden om wat u zegt, en het werk van uw handen te gronde richten?
6. Want zoals er in een veelheid aan dromen veel vluchtigs is, zo is het ook met de veelheid van woorden. Daarom: vrees God!

Deze verzen zetten de gedachtegang in de verzen 5 tot en met 16 van het vorige hoofdstuk voort, dat wil zeggen, ze spreken over wat er in overeenstemming met de gedachten van God onder de zon kan zijn, en laten ons zien wat er nodig is om God te vrezen te midden van de ijdelheid van de aarde (Pred. 5:6). Zoals gezegd, is de vrees voor God een van de bedoelingen van Prediker. Dit is ook de enige grondslag van het gedrag van de wijze man in een wereld, waar alles ijdelheid en een najagen van wind is (Pred. 4:16). De noodzaak van deze vrees werd eerder al benadrukt (Pred. 3:14), en de laatste woorden van het boek zullen ons laten zien, dat het voor “alle mensen” geldt. In feite zou dit ook het enige kenmerk moeten zijn van een mens, die door geloof met God verbonden is, die echter zonder een specifieke openbaring van Hem is.

Zo vinden we in hoofdstuk 4 vers 17 en in de eerste verzen van hoofdstuk 5 wat voor soort relatie de mens met God zou moeten hebben, als hij Hem in Zijn huis nadert. Wat hij allereerst moet doen, is luisteren wat God tegen hem te zeggen heeft, terwijl de dwazen in hun onwetendheid over het karakter van God naderen om Hem daar offers te brengen, die in Zijn ogen waardeloos zijn.

Dan zien we (Pred. 5:1,2), dat de vrees voor God ons slechts weinig woorden zou moeten laten spreken voor Hem die in de hemel is, terwijl de dwaas het tegenovergestelde doet. Ten slotte (vs. 3-6) is het noodzakelijk om een ​​gelofte te vervullen, dat wil zeggen, om een ​​vrijwillig genomen beslissing zich aan God over te geven Hem te dienen, uit te voeren. Men zondigt als men een gelofte doet en deze herroept voor de boodschapper van God, die er getuige van was, door te doen alsof het een onbedoelde vergissing was. De dwaas handelt zo, maar degene die God vreest, herroept zijn woord, dat hij aan God gaf, niet. Alle betrekkingen met God zijn dus verenigd in het ene woord “vrees”. Maar laten we ook niet vergeten, dat ijdelheid [1] zelf kan liggen in de bewering, dat iemand in dromen directe mededelingen van God ontvangen heeft. Want de droom is vaak, in plaats van een goddelijke openbaring te zijn, slechts een gevolg van de dagelijkse bezigheden (vs. 2,6).

Vers 7

7. Indien u onderdrukking van de arme en beroving van recht en gerechtigheid in het gewest ziet, wees dan over dat verschijnsel niet verbijsterd. Want een hooggeplaatste let op een andere hooggeplaatste, en nog hoger geplaatsten letten op hén.

Dit heeft betrekking op de eerste drie verzen van hoofdstuk 4. De wijze hoeft zich niet te verwonderen, wanneer hij de armen onderdrukt ziet en dat de wet met voeten wordt getreden, want God schenkt aandacht aan alle onrechtvaardigheden die in de wereld plaatsvinden. Hij is de hoogste Rechter (Ps. 11:5).

Vers 8-16

8. De opbrengst van het land is er voor iedereen. Ook een koning wordt gediend met de opbrengst van het veld.
9. Wie het geld liefheeft, wordt van geld nooit verzadigd, en wie de overvloed liefheeft, niet van inkomsten. Ook dat is vluchtig.
10. Waar het goed vermeerdert, vermeerderen zij die het opeten. Welk voordeel hebben dan de bezitters ervan, behalve dat hun ogen ernaar kunnen kijken?
11. De slaap van de arbeider is zoet, of hij nu weinig of veel te eten heeft, maar de overvloed van een rijke houdt hem uit de slaap.
12. Er is een ziekmakend kwaad dat ik zag onder de zon: rijkdom door zijn bezitters bewaard tot hun eigen kwaad.
13. Vergaan echter die rijkdommen door boosaardige praktijken, en verwekt hij een zoon, dan heeft die totaal niets in zijn hand.
14. Zoals hij voortgekomen is uit de buik van zijn moeder, zal hij naakt terugkeren om te gaan zoals hij kwam. Hij zal van zijn zwoegen niets meenemen dat hij met zijn hand kan dragen.
15. Daarom is ook dit een ziekmakend kwaad: op geheel dezelfde wijze als hij gekomen is, gaat hij heen. Welk voordeel heeft hij, dat hij zwoegt voor de wind?
16. Al zijn dagen eet hij ook in duisternis. Veel verdriet had hij, bovendien had hij zijn ziekte en ergernis.

Deze verzen benadrukken opnieuw de ijdelheid1 van rijkdom en liefde voor geld in tegenstelling tot landbouw. De toename van goederen vergroot ook het aantal van degenen die zich ermee voeden, en de mens die ze bezit, geniet nooit van de rust, wat daarentegen zoet is voor degenen die op enigerlei wijze lichamelijk werk doen (vs. 11).

Dit hele gedeelte, beginnend bij het vierde vers van hoofdstuk 4, toont ons, naast het kwaad en de onderdrukking in deze wereld, bepaalde goede gevolgen van een gedrag in overeenstemming met de regeringswegen van God.

Vanaf het dertiende vers tot het einde van het zesde hoofdstuk pakt de prediker het onderwerp van het “ziekmakend kwaad”, dat hij onder de zon had gezien, opnieuw aan (Pred. 4:1-3).

Rijkdom gaat ten koste van degenen die het bezitten – men mag niet vergeten dat rijkdom voor de Joden een teken was van Gods gunst -, of het gaat ook verloren, en de zoon die het zal erven heeft “niets in zijn hand”. Ten slotte laat de rijke zelf zijn bezittingen achter door de dood en laat de aarde weer naakt achter, net zoals hij uit de moederschoot voortkwam. Hij is geboren om te sterven, en tussen geboorte en dood is er alleen duisternis, verdriet, ziekte en ergernis.

Vers 17-19

17. Zie, wat ik gezien heb: een goede zaak die voortreffelijk is, namelijk te eten en te drinken en het goede te genieten bij al zijn zwoegen waarmee hij zwoegt onder de zon tijdens het getal van zijn levensdagen, die God hem gegeven heeft, want dat is zijn deel.
18. Ook elke mens aan wie God rijkdom en bezittingen geeft en toestaat om daarvan te eten en zijn deel ervan te nemen om zich in zijn zwoegen te verblijden, dat is een gave van God.
19. Ja, hij zal niet veel meer denken aan zijn levensdagen, want God verhoort hem in de blijdschap van zijn hart.

Tenslotte ontmoeten we voor de derde keer (zie 2:24,25; 3:12,13) het resultaat van al deze bittere en pijnlijke ervaringen: “Zie, wat ik gezien heb: een goede zaak die voortreffelijk is, namelijk te eten en te drinken en het goede te genieten bij al zijn zwoegen waarmee hij zwoegt onder de zon tijdens het getal van zijn levensdagen, die God hem gegeven heeft, want dat is zijn deel”. Voor de mensen is er alleen dit korte, huidige genot, want in zijn herinnering blijven alleen moeite en arbeid over, en de toekomst is hem onbekend. Pas aan het eind van dit boek zien we, waar dit genieten op uit loopt.

NOOT:
1. Vluchtigheid.

 

Henri Louis Rossier; © RM Hückeswagen.

Online in het Duits sinds: 12.03.2006; geactualiseerd: 11.10.2016.

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, FW