4 weken geleden

Prediker (4)

Inhoud

  • Verse 1-3;
  • vers 4;
  • verse 5-6;
  • verse 7-8;
  • verse 9-12;
  • verse 13-16.

Vers 1-3

1. Opnieuw zag ik al de onderdrukking die er onder de zon plaatsvindt. En zie, de tranen van de onderdrukten; zij hadden echter geen trooster. Aan de kant van hun onderdrukkers was macht, zij daarentegen hadden geen trooster.
2. Daarom prees ik de doden, die al gestorven waren, boven de levenden, omdat die nog steeds in leven zijn.
3. Beter af dan die beiden is wie er nog nooit is geweest, die niet gezien heeft het kwaaddoen dat er onder de zon plaatsvindt.

De kwestie van het kwaad in de wereld en in het menselijk hart wordt ook behandeld in de eerste verzen van hoofdstuk 4.

De prediker “ziet” op alle gruweldaden die onder de zon worden begaan, zoals hij deed in Prediker 2 vers 12, om wijsheid en dwaasheid te zien. Hebben we niet ook in onze dagen taferelen gezien, zoals hier beschreven? Hebben we niet al deze dingen gezien: onderdrukking, tranen, wanhoop van onderdrukten, bruut geweld dat op hun slachtoffers wordt uitgeoefend, en er is geen trooster? Gelukkig de doden, nog gelukkiger degenen die dat niet geweest zijn! Deze hebben tenminste nog niet de werkzaamheid gezien van het kwaad, dat zich tot de grote dag ophoopt. De christen zal natuurlijk niet zo spreken, niet omdat hij niet vervuld is van heilige afkeer van het kwaad. Maar hij doorloopt al deze dingen met geduld, doordat hij van de Heer op deze aarde geen verwerkelijking verwacht van de dingen, die zijn hoop vormen. Hij kijkt in een hemelse wereld, die volledig gesloten is voor de prediker, want het was zijn taak om door wijsheid de tegenwoordige dingen in een door zonde vervuilde wereld te onderzoeken, om te vast te stellen of men er enig voordeel uit zou kunnen halen.

Vers 4

Verder zag ik van al het zwoegen en alle bekwaamheid bij het werk, dat het iemand afgunst oplevert van zijn naaste. Ook dat is vluchtig en najagen van wind.

De wijze onderzoekt dan niet alleen het werk van de mens, maar ook de vaardigheid die hij daarbij ontwikkelt, en bij deze inspanningen vindt hij alleen dat het “afgunst oplevert van zijn naaste”, de begeerte om elkaar in te halen en elkaar te overtreffen, zodat de ander niet van dezelfde voordelen geniet. Ook dat is slechts de vrucht van de zonde, ijdelheid en het najagen van wind.

Vers 5-6

5. De dwaas vouwt zijn handen samen en eet zijn eigen vlees.
6. Een hand vol rust is beter dan beide vuisten vol zwoegen en najagen van wind.

Deze gedachte brengt de prediker ertoe de verschillende soorten van menselijke activiteit in deze wereld te onderzoeken. Ongetwijfeld zijn er daarin nuttige dingen, beginselen die, als ze overeenkomen met Gods regeringswegen, gelukkige resultaten opleveren. Wat zal de wijze hier ontdekken? Eerst ontmoet hij de luie (Pred. 4:5), wiens beide handen leeg zijn en die zichzelf vernietigt (verg. Jes. 49:26). Dan ziet hij in vers 6 de mogelijkheid om van een middelmatige vrucht van zijn activiteit te genieten, maar ook nog de rust te genieten, en tenslotte degene die beide handen vol werk heeft, echter zonder ooit te kunnen bereiken waar hij naar streeft.

Vers 7-8

7. Opnieuw zag ik iets vluchtigs onder de zon.
8. Er is er één, en geen tweede. Hij heeft ook geen kind of broer en toch komt er geen einde aan al zijn zwoegen. Ook wordt zijn oog niet verzadigd van rijkdom. Nooit is het: Voor wie tob ik mij af en laat ik mijzelf het goede ontbreken? Ook dat is vluchtig en een treurige bezigheid.

Nu “ziet” de prediker opnieuw en ontdekt de ijdelheid van de mens die onophoudelijk werkt, rijk wordt en “alleen blijft”. Zijn leven is zinloos, hij kent geen geluk. Wat een ondankbare en zinloze bezigheid!

Vers 9-12

9. Twee zijn beter dan één, want samen krijgen zij een goede beloning voor hun zwoegen.
10. Want als zij vallen, helpt de één zijn metgezel overeind. Maar wee die ene die valt, terwijl er geen tweede is om hem overeind te helpen.
11. Ook als er twee bij elkaar liggen, hebben zij warmte, maar hoe moet één alleen warm worden?
12. En als iemand de één overweldigt, zullen die twee tegen hem standhouden. Een drievoudig snoer wordt niet snel gebroken.

In tegenstelling tot deze eenzaamheid en de individuele werker, onderzoekt de prediker, die elke nuttige en goede instelling in menselijke activiteit weet te waarderen, het samen werken op haar waarde. “Twee zijn beter dan één, want samen krijgen zij een goede beloning voor hun zwoegen.” Ze helpen elkaar overeind, warmen elkaar op in het uur van rust en slaan de handen ineen in de strijd en de verdediging. Maar veel meer dan dat, de mens heeft een drievoudige kracht nodig, omdat drie het goddelijke getal is. “Een drievoudig snoer wordt niet snel gebroken.” Dit is het aantal, dat wij gelovigen hebben voor zowel de strijd als de dienst: “… terwijl wij [het] borstharnas van [het] geloof en [de] liefde aangedaan hebben, en als helm [de] hoop van [de] behoudenis” (1 Thess. 5:8).

Vers 13-16

13. Beter een arme maar wijze jongeman, dan een oude maar dwaze koning die van geen waarschuwing meer wil weten.
14. Ja, iemand komt uit de gevangenis om koning te worden, terwijl iemand die in zijn koninkrijk is geboren, verarmt.
15. Ik zag al de levenden onder de zon omgaan met de jongeman, de tweede, die voor hem in de plaats kwam.
16. Er komt geen einde aan al het volk, aan allen die er vóór hen waren. Ook zullen zij die later komen, zich niet over hem verblijden. Ja, ook dat is vluchtig en najagen van wind.

Als het gaat om het bestuur van het volk, dan is jeugd en armoede in verbinding met wijsheid te verkiezen boven de van macht en van inzicht beroofde oude, die zich niet langer laten leren. Zo iemand lijkt op de slaaf en de arme die onrechtmatig gekleed is met koninklijke waardigheid. Hoeveel voorbeelden van deze waarheid kunnen we vinden in de geschiedenis van de koninkrijken! Zelfs het succes van de jongeman die na de oude koning komt, duurt niet lang, want de gunst van het volk is wispelturig.

Het einde van het hoofdstuk, al vanaf vers 5, laat zien wat in moreel opzicht nuttig is in de menselijke activiteit, maar niettemin concludeert de prediker dat dit ook ijdelheid (vluchtigheid) en een najagen van wind is.

 

Henri Louis Rossier

© RM Hückeswagen; www.soundwords.de

Online in het Duits sinds: 12.03.2006; geactualiseerd: 28.01.2018.

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, FW