5 jaar geleden

Pasen: Het lijden van Christus …

“Jezus dan, die alles wist wat over Hem zou komen, ging uit …….” (Joh. 18:4)

Indien wij weten dat een bepaalde situatie zeer veel ergernis, verdriet en smart zal brengen, dan zullen we met alle middelen proberen, om maar helemaal niet in deze situatie terecht te komen. En zelfs als het onverhoopt toch zo komt, dan zullen we alles wat in onze macht ligt doen, om zo snel mogelijk uit de problemen te komen. Hoe anders was het met de Heer Jezus: Hij wist alles, wat over Hem zou komen en ondernam niets om het te voorkomen – zelfs dan niet toen Hij midden in het lijden was.

De Heer Jezus wist precies welk fysiek lijden van de kant van de mensen over Hem komen zou. Dat men Hem in het gezicht slaan zou, Hem bespugen, geselen, met een doornenkroon kronen en uiteindelijk aan een kruis nagelen zou. Voor ons zijn deze begrippen zo bekend, maar kunnen we ons deze smart voorstellen? Bij de doornen gaat het niet om kleine fragiele rozendoornen, maar om lange, puntige en stabiele doornen die met elke slag op Zijn hoofd dieper de hoofdhuid doorboorden. In de gesel werden extra kleine ijzeren delen of botdelen vastgebonden, die de pijn aanzienlijk deden toenemen. Bij elke slag barsten innerlijk bloedvaten open, totdat uiteindelijk de huid open barstte. Treffend schrijft de psalmist profetisch over de Heer Jezus: “Ploegers hebben mijn rug geploegd, zij hebben hun voren lang gemaakt” (Ps. 129:3). En ondanks alle pijn die de Heer al had doorstaan, hebben ze niet geaarzeld om zelfs de pijnen bij de kruisiging te verhogen. Men gebruikte geen gladde en schone spijkers uit de bouwmarkt, maar grof gesmede spijkers, die zeer waarschijnlijk niet door de handpalmen, maar door de polsen geslagen werden – uitgerekend daar waar veel zenuwen zijn. Dat alles wist de Heer Jezus, en toch ging Hij!

Zelfs toen de Heer aan het kruis hing, bespotte en beschimpte men Hem:

  1. “Als U Gods Zoon bent, kom van het kruis af!” (Matth. 27:40). Dat Jezus aan het kruis hing, was voor de mensen het zekere bewijs, dat Hij de Zoon van God niet kon zijn.
  2. “Anderen heeft Hij verlost, Zichzelf kan Hij niet verlossen” (Matth. 27:42). Had Hij Zijn Vader niet kunnen vragen dat Deze Hem twaalf legioenen engelen zou zenden, die Hem onmiddellijk zouden hebben bevrijd? Had Hij in Zijn scheppingsmacht niet aan alles een einde hebben kunnen maken? Ja, Hij had dat kunnen doen. Maar Hij zweeg, slechts om in nog dieper lijden te komen.
  3. “Hij vertrouwt op God – laat Hij Hem nu redden als Hij behagen in Hem heeft” (Matth. 27:43). Wat een belediging voor Hem, die van Zichzelf zeggen kon: “… omdat Ik altijd doe wat Hem welhagelijk is” (Joh. 8:30).

Ook van dit geestelijk lijden wist de Heer Jezus, en toch ging Hij!

Wanneer dan ook het lijden en de smarten, die mensen Hem aandeden, al onbeschrijfelijk erg waren, zo stond het verschrikkelijk lijden in het oordeel van God vanwege de zonde voor Hem. We kunnen een beetje meevoelen wat de Heer Jezus in fysiek en mentaal lijden van de zijde van de mensen moest doorstaan. Maar hier kunnen onze gevoelens helemaal niet in meegaan. Ons hele denken en voelen is door de zonde besmet. Maar hier staat Hij voor ons, Die geen zonde deed (1 Petr. 2:22), Die geen zonde kende (2 Kor. 5:21) en in Wie geen zonde is (1 Joh. 3:5). En uitgerekend Deze ondergaat het rechtvaardig oordeel van een heilig God over de zonde. Uitgerekend Deze wordt geoordeeld alsof Hij de bron van alle zonden is. De Heer Jezus Zelf had deze beker uit de hand van de Vader aangenomen (Joh. 18:11). Hij wist in volle omvang wat dit lijden zou betekenen, en toch ging Hij!

Als we het lijden van de Heer Jezus beschouwen, hoe Hij het verdroeg, dan is dat heel ontroerend. Maar wat het meest indruk maakt, is, dat de Heer Jezus niet alleen wist wat Hij lijden zou en waarom Hij het lijden zou, maar vooral voor wie Hij dit allemaal lijden zou. Elk kind van God kent zichzelf het beste en weet tot welke zonden hij in staat is. De Heer Jezus was zich bewust van elke zonde en toch ging Hij! Voor jou. Voor mij.

Hoe groot moet de liefde van onze Heer zijn. Een liefde als een vuurgloed, dat noch door de haat van de mensen, noch door het oordeel van God uitgeblust kon worden. Hij is alle aanbidding waard!

Friedemann Werkshage, © Bibelstudium.de

Geplaatst in: ,
© Frisse Wateren, FW