5 jaar geleden

Pasen 2013 – “Het is volbracht!”

“Toen Jezus dan de zure wijn genomen had, zei Hij: Het is volbracht.

En Hij boog het hoofd en gaf Zijn geest over”

(Johannes 19:30; Voorhoeve Vertaling vierde druk 1966).

Verdeeld over de vier Evangeliën vinden we zeven zogenaamde kruiswoorden. Oftewel zeven uitspraken van onze Heer en Heiland vanaf Golgotha’s kruis. Waarschijnlijk de bekendste van deze kruiswoorden staat opgetekend in Johannes 19:30: “Het is volbracht!”. Chronologisch gezien is deze uitroep van overwinning het zesde en voorlaatste kruiswoord. Wat hebben deze woorden te zeggen? Wat betekent deze uitspraak? Daarbij willen we in deze korte studie stilstaan.

Het is volbracht. In het Grieks is het slechts één woord: tetelestai. Een weliswaar in velerlei opzichten gebruikt woord maar desondanks met een duidelijk verwante betekenis: een dienstwerk is voleindigd, een schuld is afbetaald, een kunstwerk is voltooid. Steeds is de zin dat iets tot een einde gebracht is. Toegepast op Christus’ offer geldt eenzelfde betekenis: het verzoeningswerk is voleindigd. Er is niets meer te doen overgebleven, en er kan niets aan worden toegevoegd. Noch door mensen, noch door Christus. Werkelijk alles is gedaan, het is werkelijk volbracht.

Deze belangrijke waarheid wordt direct in het daaropvolgende vers op treffende wijze bevestigd doordat daar met zekere nadruk over de aansluitende sabbat wordt gesproken: “De Joden dan, opdat de lichamen niet aan het kruis zouden blijven op de sabbat, daar het de voorbereiding was (want de dag van die sabbat was groot), vroegen Pilatus, dat hun benen gebroken en zij weggenomen zouden worden” (Johannes 19:31). Na het werk kwam de rust. Want alles was gedaan.

De parallel met Genesis 2:1-2 is opvallend en onmiskenbaar: “Zo zijn de hemel en de aarde voltooid [SV1977: volbracht], en heel hun legermacht. Toen God op de zevende dag Zijn werk, dat Hij gemaakt had, voltooid [SV1977: volbracht] had, rustte Hij op de zevende dag van al Zijn werk, dat Hij gemaakt had” (HSV). Zoals er na de voltooiing van het scheppingswerk een sabbat aanbrak, evenzo brak er een sabbat aan na de voltooiing van het verzoeningswerk. Ten teken dat het werkelijk volbracht was. Er is niets meer te doen overgebleven, en er kan niets aan worden toegevoegd. Christus heeft alles gedaan.

Daarin – in het offer van Zijn Zoon – kan God rusten. Daarin kunnen – door het geloof – eveneens mensen rusten. Daarin heb ook ik rust gevonden. Want ik weet: het is volbracht.

Op het Godslam rust mijn ziele,

vol bewondering bidt zij aan;

alle, alle mijne zonden

heeft Zijn zoenbloed weggedaan.

Zalig rustoord, – zoete vrede

vult mijn hart en blijft het bij.

Hij, in wie God zelf kan rusten,

is het rustpunt ook voor mij.

Rust vond hier mijn geweten;

want Zijn bloed – o heilfontein –

heeft van alle mijne zonden

mij gewassen blank en rein.

J.C. van de Haar

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, R. Mol