14 jaar geleden

Over geloof en gevoel, mystiek, meditatie, trance … (I)

Wat zegt de bijbel over geloof, gevoel, ervaring en mystiek, trance … De volgende impressie geeft een helder beeld hoe het vandaag in de evangelische wereld voorstaat en wat er zich voordoet op dit terrein. Wat zijn zweefliederen en tranceliederen en welke functie en welke invloed hebben zij? De laatste tijd dringt het mystieke denken en beleven steeds meer de evangelische beweging binnen. Er is een grote openheid voor de Rooms-katholieke en oostersorthodoxe mystiek …

Inhoudsopgave

  1. Gericht op geloof en gehoorzaamheid, niet op gevoel en ervaring
  2. Ervaringen zijn het gevolg van geloof en gehoorzaamheid
  3. Een christen moet niet op zijn gevoel leven
  4. Een christen beleeft van alles
  5. Ik merk zo weinig van God
  6. De valse weg van de mystiek
  7. De voornaamste technieken die door mystici worden toegepast
  8. De Reformatie bracht een grote opruiming
  9. Hoogliedmystiek
  10. Aanrakingstheologie als achtergrond van vele praiseliederen uit de opwekkingsbundel
  11. De grote invasie van de mystiek in de evangelische beweging

Bijlage A. Kenmerken van de mystiek – een overzicht
Bijlage B. De Charismatische beweging
Bijlage C. Een getuigenis

1. Gericht op geloof en gehoorzaamheid, niet op gevoel en ervaring

De bijbel roept de christenen telkens op tot geloof en gehoorzaamheid. Daar ligt de nadruk op. De nadruk ligt niet op gevoel of het zoeken van gevoelservaringen.

Bij onze bekering zijn wij gebracht “tot gehoorzaamheid des geloofs” (Rom. 1:5). Geloof en gehoorzaamheid gaan samen in de bijbel. Het geloof toont zich in de werken, in gehoorzaamheid. Want zonder de werken is het geloof dood (Jak. 2:17).

Hebt geloof in God zegt de Here Jezus (Marcus 11:22). Zonder geloof is het onmogelijk om Gode welgevallig te zijn (Hebr. 11:6). Er staat van de christenen geschreven dat zij “wandelen in geloof en niet in aanschouwen” (2 Kor. 5:7) . De bijbel zegt “u geschiede naar uw geloof” (Matth. 8:13). We worden behouden door het geloof (Efeze 2:8,9). Wat is de overwinning die de wereld overwint? Het antwoord is “ons geloof” (1 Joh. 5:4,5).

Het gaat in het geestelijk leven om dagelijkse geloofsgehoorzaamheid. Geloof in God en het woord van God. Dat betekent: het woord van God voor waar aannemen, er op vertrouwen en er naar handelen. We moeten als christenen leven uit een standvastig geloof in Gods woord, in Gods beloften en in de feiten die in het woord vermeld worden.

2. Ervaringen zijn het gevolg van geloof en gehoorzaamheid

De bijbel is niet tegen gevoel en ervaringen. Volgens de bijbel zijn ervaringen echter geen doel op zich. Echte bijbelse ervaringen zijn het gevolg van geloof en gehoorzaamheid. Als een christen zich richt op geloof en gehoorzaamheid dan volgen de ervaringen vanzelf.

De bijbel spreekt b.v. over “de vrede die alle verstand te boven gaat”. Moeten wij die vrede gaan zoeken via b.v. meditatietechnieken of door stil te worden voor God? Wel nee, deze vrede komt automatisch als je gelooft en gehoorzaamt. Lees wat er staat in Filippenzen 4:6,7. “Weest in geen ding bezorgd, maar laten bij alles uw wensen door gebed en smeking met dankzegging, bekend worden bij God. En de vrede Gods die alle verstand te boven gaat zal uw harten en uw gedachten behoeden in Christus Jezus.” Hier vinden we een opdracht gevolgd door een belofte. Als je in geloof doet wat er staat, dan volgt een ervaring. Als je doet wat in vers 6 staat, dan zul je ervaren wat in vers 7 wordt beschreven. Als je je wensen met dankzegging bekend maakt bij God dan is het gevolg dat de vrede van God in je hart komt. En die vrede zal je hart en je gedachten behoeden. Dus de bijbelse weg tot vrede is: je wensen, je verlangens, je zorgen, bij God brengen. En wel met dankzegging. Danken is een uiting van geloof.

Enige tijd terug heb ik op een basisbijbelstudie gesproken over de vervulling met Gods Geest (Efeze 5:18). Aan de hand van de bijbel is uitgelegd wat de vervulling met Gods Geest inhoudt en hoe we die vervulling kunnen beleven. Ieder kind van God is wedergeboren en heeft de Geest van God in zich wonend. De Geest van God zal iedere christen automatisch vervullen als Hij daartoe de ruimte krijgt. Ondermeer is uitgelegd dat onbeleden zonde de vervulling met Gods Geest blokkeert. Eén van de aanwezige christenen werd door God tijdens de bijbelstudie bepaald bij een concrete zonde. Die zonde heeft ze daarna tegen God beleden en ook tegen de persoon die ze had benadeeld. Enkele dagen daarna vertelde ze me het volgende: “Gisteren liep ik op het schoolplein en toen merkte ik zo de liefde van God dat ik er een tijd stil van heb moeten staan.” Ze was er zelf door verrast en vroeg aan mij of dit niet vreemd was. Ze had er dus in het geheel niet naar gezocht. Deze ervaring, deze overweldigende ervaring van de liefde van God, was het gevolg van haar geloofsgehoorzaamheid. Ze had door die ene zonde te belijden de laatste blokkade uit haar leven verwijderd met als gevolg een hernieuwde vervulling met Gods Geest wat, in haar geval, ook deze ervaring tot gevolg had.

De bijbelse volgorde is dus geloof en gehoorzaamheid gevolgd door ervaringen. En zelfs dan zijn ervaringen, ik heb het nu over gevoels-ervaringen, niet het doel, maar slechts een bijproduct dat God al of niet kan geven. Want ook zonder gevoelservaringen blijven we als christen in geloof staan op de feiten en beloften uit Gods woord. Als je de volgorde “geloof gevolgd door ervaring” omkeert dan loop je vast in je geestelijk leven. Dan span je het paard achter de wagen. God antwoordt niet op het zoeken naar ervaringen. De bijbel zegt immers duidelijk dat het zonder geloof onmogelijk is om God welgevallig te zijn (Hebr. 11:6). Er staat geschreven: u geschiede naar uw geloof. (Matth. 8:13) Dus als er geen geloof is dan geschiedt er weinig.

Het dieper leren kennen van de Here Jezus is ook het gevolg van gehoorzaamheid. In Johannes 14:21 staat: “Wie mijn geboden heeft en ze bewaart, die is het die Mij liefheeft …. en Ik zal Mijzelf aan Hem openbaren” (Joh. 14:21). Openbaring volgt op geloofsgehoorzaamheid. Het woord van God geloven en gehoorzamen, de geboden van Jezus bewaren. Daaruit blijkt je liefde tot Jezus. De Here Jezus geeft aan mensen die dat doen de belofte dat Hij Zichzelf aan hen zal openbaren.

3. Een christen moet niet op zijn gevoel leven

Het algemene principe staat onder meer in 2 Kor. 5:7: “want wij wandelen in geloof en niet in aanschouwen.” Hier wordt aanschouwen tegenover geloof gesteld. Aanschouwen, betekent zien, het staat voor de zintuigen waarmee we dingen ervaren. Als christenen behoren wij echter niet door “ervaren” te wandelen maar door het geloof in de door God in de bijbel geopenbaarde feiten. Een christen leeft door het geloof. Het geloof in Gods woord, de feiten die daar staan, de beloften die daar worden gegeven. Daar steunt hij op, daar laat hij zich door leiden.

Gevoel op zich is niet verkeerd. Het is waardevol, het hoort bij ons menszijn, zo heeft God ons gemaakt. Gods Geest geeft ook allerlei gevoelens b.v. blijdschap (Gal. 5:22). We kunnen echter niet op ons gevoel steunen en ons daar door laten leiden omdat het gevoel onbetrouwbaar is. Het gevoel wordt niet alleen door de Geest van God beïnvloed maar ook door allerlei andere zaken, zoals b.v. de toestand van ons lichaam.

Het gevoel bedriegt ons vaak. Het gevoel zegt dan iets anders als de waarheid. Het gevoel zegt dan iets anders als het woord van God. Zo staat b.v. in de bijbel dat de Here God ons geenszins, dat wil zeggen in geen enkel geval, zal begeven of verlaten. “want Hij heeft gezegd: Ik zal u geenszins begeven en u geenszins verlaten” (Hebr. 13:5,6). Toch kunnen we ons verlaten voelen, vooral in tijden van beproeving. God lijkt ver weg, alles zit tegen, enzovoorts. De waarheid is dat we ons wel verlaten kunnen voelen maar dat we nooit verlaten kunnen zijn. In dit geval is het gevoel van verlatenheid een leugen, want het is in strijd met Gods woord. Je moet dan tegen dat gevoel in gaan, er in geloof weerstand aan bieden. Bijvoorbeeld door te bidden: “Ik dank U dat U mij nooit zult begeven en verlaten. Ik verwerp die gevoelens en gedachten die zeggen dat U me verlaten hebt. Het zijn leugens. Ik geloof wat uw Woord zegt.” Zo moeten we het schild van het geloof ter hand nemen (Efeze 6:16) door in geloof vast te houden aan het Woord van God, desnoods tegen ons gevoel, onze gedachten en “ervaringen” in.

We moeten weerstand bieden aan onware, leugenachtige, gevoelens en gedachten. Een treffende illustratie van hoe dat in de praktijk te doen, geeft de Indiase evangelist Bakth Singh. In één van zijn boeken vertelt hij hoe hij in het noorden van India, onder grote ontberingen en vaak alleen, het evangelie aan het uitdragen was in een zeer vijandige omgeving. Een gevoel van ontmoediging overviel hem daarbij geregeld. Hij liet zich daar echter niet door meeslepen. Hij ging er door geloof tegen in. In die situatie ging hij, zo vertelt hij, op zijn knieën en bad: “Here ik dank U dat U nog steeds dezelfde bent en dat uw beloften nog steeds dezelfde zijn.”

Eén van de eerste lessen die we als christen moeten leren is dat we niet op ons gevoel moeten leven. Zolang we op ons gevoel leven zullen we niet of nauwelijks geestelijk groeien. Dan is er ook geen geestelijk ruggegraat als het moeilijk wordt, als er strijd komt, als beproeving komt. Het gevoel gaat op en neer en als we op gevoel leven dan zullen we ook op en neer gaan.

Vele, vooral jonge christenen, leven onbewust vanuit de idee: “Als ik het niet voel dan is het niet waar. Als ik het niet voel dan heb ik het niet meer.” Waar baseren we b.v. de zekerheid dat we door God geliefd zijn op? Doen we dat op het voelen, het ervaren, van die liefde, of rust die zekerheid op het onveranderlijk woord van God? Bij velen is het zo dat ze het alleen kunnen ‘geloven’ als ze het ervaren, als ze het voelen “diep in hun binnenste.” Daarom willen ze het steeds voelen en als ze het niet voelen zijn ze van streek. De oorzaak van deze houding is in feite ongeloof of kleingeloof. Men heeft niet genoeg aan de verzekeringen uit Gods woord, die in het geloof aanvaard moeten worden. Men wil het ervaren in plaats van het te geloven. In plaats van in geloof te gaan staan op de in de bijbel vermelde feiten en beloften. Het komt er op neer dat niet meer geloof, maar ervaren, het principe is van waaruit men leeft.

Hoe weet ik dat God mij liefheeft? Is dat omdat ik zijn liefde voel stromen, diep in mijn binnenste? Het juiste en bijbelse antwoord is treffend geformuleerd in een bekend Engels kinderliedje dat als volgt luidt: “Jesus loves me this I know, for the bible tells me so.” Ik weet dat Jezus van me houdt want dat staat in de bijbel. Dat Jezus van mij houdt is daarom een feit. En of ik dat op dit moment nu wel of niet voel of ervaar verandert niets aan de waarheid van dat feit. “Uw woord is de waarheid” (Johannes 17:17). Zoals Gods woord het zegt zo is het. Dat is het uitgangspunt. Gelukkig doet de Here God ons ook vaak zijn liefde op allerlei wijzen ervaren, maar dat is niet de grond voor onze zekerheid geliefd te zijn.

God heeft zijn liefde jegens ons bewezen. En als iets bewezen is dan kunnen en mogen we daar niet meer aan twijfelen. “God echter bewijst zijn liefde jegens ons, doordat Christus, toen wij nog zondaren waren, voor ons gestorven is” (Rom. 5:8). De Here Jezus had zoveel voor ons over dat Hij voor ons de moeilijke weg van het kruis is gegaan. En dat nog wel terwijl we het helemaal niet verdienden of het waard waren. Onverdiende goedheid, genade, onbegrijpelijke liefde. Hoe kunnen we in het licht van dit vaststaande feit ooit twijfelen aan Gods liefde jegens ons? Hoe zal Hij, die zelfs zijn eigen Zoon niet gespaard, maar voor ons allen overgeven heeft, ons met Hem ook niet alle dingen schenken?

Een ieder die wandeltochten heeft gemaakt weet uit ervaring dat het heel prettig is om onder begeleiding van een muziekcorps te marcheren. Zonder begeleiding van de muziek gaat het zwaarder. Toch moet je ook dan, zonder de muziek, blijven marcheren, wil je het doel, dat is de eindstreep, halen. Zo is het ook in het geestelijk leven. Als God gevoel geeft (als God je b.v. zijn liefde in je gevoel doet ervaren, diepe gemeenschap met Hem, vreugde) dan is het veel makkelijker marcheren, maar ook zonder de muziek, zonder dat gevoel, moeten we blijven marcheren en God gehoorzamen.

4. Een christen beleeft van alles

Hieronder volgen een aantal ervaringen die een christen volgens de bijbel kan hebben Ik heb het bewust over ervaringen en niet over gevoelens. Ervaring is ruimer dan gevoelens. In willekeurige volgorde heb ik hieronder enkele dingen vermeld.

Gebedsverhoring
Dit behoort bij de normale ervaring van een christen. De Here Jezus heeft immers gezegd “een ieder die bidt ontvangt” (Matth. 7:7). En er staat “dit is de vrijmoedigheid, die wij tegenover Hem hebben, dat Hij, indien wij iets bidden naar zijn wil, ons verhoort” (1 Joh. 5:14). Gebedsverhoringen zijn een normale ervaring van iedere christen die met de Heer wandelt. We moeten om kunnen kijken en vertellen over gebedsverhoringen.

Demonen die wijken
In confrontaties met boze geesten, b.v. bij hulp aan gebonden en bezeten mensen, mogen we in geloof het gezag van de naam van de Here Jezus uitoefenen. Dan zullen we beleven, ervaren, dat de demonen wijken.

Vrede die alle verstand te boven gaat
Als we onze wensen, onze zorgen, onze strijd, in geloof, met dankzegging bij de Here God bekend maken, dan zal de vrede Gods ons hart behoeden (Filp. 4:6,7).

Onuitsprekelijke blijdschap
Petrus spreekt over onuitsprekelijke vreugde. “Hem (Christus) hebt gij lief, zonder Hem gezien te hebben; in Hem gelooft gij, zonder Hem thans te zien, en gij verheugt u met een onuitsprekelijke en verheerlijkte vreugde, daar gij het einddoel des geloofs bereikt, dat is de zaligheid der zielen.” (1 Petrus 1:8,9) Hij gaat er vanuit dat de christenen dit beleven, de vreugde over de vergeving, de zaligheid. Deze vreugde komt niet uit onszelf maar heeft als bron de Heilige Geest. De Here Jezus verheugde zich “door de Geest” (Lucas 10:21). Paulus bad het volgende gebed voor de christenen te Rome: “De God der hope vervulle u met louter vreugde ….. door de kracht des Heiligen Geestes” (Rom. 15:3) . “De vrucht van de Geest is …. blijdschap” (Gal. 5:22). Als de vrucht van de Geest zich openbaart in het leven van een christen dan is daar onder meer blijdschap. Een geestelijke christen wordt gekenmerkt door blijdschap, diepe sprankelende vreugde. Dat was ook wat mij trof in het leven van de christenen die mij met het evangelie in aanraking hebben gebracht. Echte liefde en sprankelende blijdschap. Dat betekent niet dat elke christen dit ook automatisch zo beleeft. Als er onbeleden zonde is in je leven, als je opstandig bent, als je in eigen kracht bezig bent, als je kleingelovig bent, dan bedroef je de Geest van God en zal de openbaring van Zijn kracht in je leven worden gehinderd.

Paulus getuigde dat zelfs in moeilijke omstandigheden er toch nog sprake was van blijdschap. “Als bedroefd maar altijd blijde” (2 Kor. 6:10).

“Is iemand blij te moede laat hij lofzingen.” (Jak. 5:13) “Zingt en jubelt de Here van harte” (Efeze 5:19). Het is overigens wel een rationele blijdschap, de bijbel geeft een aantal redenen waarom we ons kunnen verblijden. We verblijden ons niet om het verblijden. Een christen heeft goede redenen om zich te verblijden. Allereerst dat zijn naam staat opgetekend in de hemelen (Lucas 10:20). We kunnen blijde zijn in de hoop, in de komende verlossing, als de Here Jezus terugkomt (Rom 12:12). Er is blijdschap die het gevolg is van de verhoring van de gebeden (Joh. 16:24). Blijdschap als onze geestelijke en natuurlijke kinderen in waarheid wandelen (3 Joh. :4). Er is voor een christen zoveel reden om te danken. Als we dat doen zal de blijdschap van de Heer ons hart vervullen.

Doorgrond worden door het woord van God
Het woord van God is levend en krachtig, als een tweesnijdend zwaard (Hebr. 4:12). Het ontdekt ons aan onszelf, aan onze zonden, ook aan onze subtiele zonden, aan onze verkeerde houdingen, aan ons vechten in eigen kracht, aan ons bezig zijn naar eigen inzicht.

Dit zal het woord van God doen als we er mee omgaan. Het woord van God is immers het zwaard van de Geest (Efeze 6:16). Als we ons zelf blootstellen aan Gods Woord zal God ons door dat Woord en door zijn Geest blijven aanspreken op dingen die niet kloppen.

Een toenemende reiniging
Als we tot geloof komen dan keren we ons van alle bewuste zonde af, dat is echter slechts het begin van de grote opruiming. Als we met God wandelen zal God ons telkens weer ergens op aanspreken door zijn woord en Geest. Hij zal ons ook in allerlei situaties brengen waarin het schuim van de zonde naar boven zal komen. Daarom is er ook een dagelijkse bekering1 nodig, een dagelijks jezelf afkeren van de zonde. God is bezig met een dieptereiniging. Verder zal terrein voor terrein van ons leven onder controle van Gods Geest komen. Bij je bekering heb je natuurlijk gelijk door dat je niet meer mag stelen, liegen, etc. Maar de subtielere dingen, daar ben je je vaak nog niet van bewust. Een christen moet om kunnen kijken en vooruitgang kunnen zien, op langere termijn. Wat is God bezig om je op dit moment te leren?

Een gebedslast
Als we met God wandelen, speciaal als we onze normale tijden van gebed hebben, dan kan het voorkomen dat God ons in het bijzonder een oproep, een drang, een last, geeft om voor iets of iemand aanhoudend te bidden. Het zuchten van de Geest door je heen, voor een ander of voor een bepaalde situatie. Worstelen in het gebed (Kol. 4:12). Paulus had een “voortdurend hartzeer” en dat dreef hem tot aanhoudend en dringend gebed (Rom. 9:2; 10:1). De pijn om mensen die de Heer niet kennen. Nog zo’n normale christelijke ervaring.

God die door je heen anderen zegent
De “ervaring”, het beleven, dat God door je heen andere mensen opbouwt in hun geloof, vertroost, sticht, vermaant. Dat je achteraf kun spreken over “hetgeen Christus door mij heen gedaan heeft.” Stromen van levend water door je heen (Joh. 7:37, 38). God die door je heen andere mensen tot zichzelf trekt en opbouwt in het geloof.

Beleven door God geleid te worden
God leidt ons door zijn woord, zijn Geest en zijn besturing van de omstandigheden. Dit kan bewust of onbewust gebeuren. Een broeder vertelde me dat hij recent een gedeelte van zijn inkomen voor de Heer apart had gezet. Natuurlijk gaf hij een gedeelte daarvan voor het werk van de plaatselijke gemeente, maar voor de rest bad hij om leiding wat daar mee te doen. Uiteindelijk werd hij bepaald bij een beginnend zendingsechtpaar in België Zij hadden hun support opgebouwd, maar door omstandigheden waren ze eerder in België begonnen dan de mensen, die steun hadden toegezegd, wisten. Er was dus nog geen geld. Geld voor b.v. eten. De broeder had het op zijn hart om deze mensen het overige geld te geven en dat ook snel te doen. Zo heeft hij het ook uitgevoerd. Achteraf hoorde hij hoe dit geld in deze concrete nood had voorzien. Zo had God hem geleidt. Als je in gehoorzaamheid en in gemeenschap met God wandelt zul je ook dit soort dingen beleven.

Troost van God
God die je troost in moeilijke omstandigheden. Als we ons hart voor de Heer uitstorten. Als we b.v. bij het graf van een geliefde staan. Dan is daar in het verdriet de aanraking van Gods Geest die de pijn verzacht. Dan kunnen we beleven wat Paulus van zichzelf getuigt: “als bedroefd maar altijd blijde.” (2 Kor. 6:10) Verdrietig maar toch diep van binnen in onze geest tegelijk ook vrede, blijdschap.

Het onmogelijke doen (Filippi 4:11, Markus 9:23)
Dat is ook een normale christelijke ervaring. Bijvoorbeeld iemand liefhebben waar we in onze natuurlijke mens helemaal geen liefde voor kunnen opbrengen. Maar door geloof en door de kracht van de inwonende Geest van God kunnen we toch die persoon verdragen en van harte ongeveinsd liefhebben. Dat is overwinning, dat is echte vrijheid, de vrijheid om goed te doen.

Geestelijke honger naar het woord van God (1 Petrus 2:2)
Als de Geest van God de heerschappij heeft in het leven van de christen dan is er een honger naar het woord van God.

Een brandend hart (Lucas 24:32)
Als de Here God door zijn Geest de bijbel voor ons opent, tot ons hart spreekt.

Groei in geestelijk inzicht, in het geestelijk verstaan van de bijbel
De geestelijk mens beoordeelt alle dingen (1 Korinthe 2:14,15). De bijbel gaat meer en meer open. Na mijn bekering begreep ik nog steeds zo goed als niets van de brieven van de apostel Paulus. Nu begrijp ik er veel meer van.

Zelfverloochening
Dit hoort bij de dagelijkse ervaring van de christen. “Indien iemand achter mij wil komen die verloochene zichzelf en neme dagelijks zijn kruis op en volge mij” (Lucas 9:23).

Gehoorzaamheid aan de Here God brengt voortdurend zelfverloochening met zich mee. Gehoorzaamheid vraagt dan van ons dat we tegen ons gevoel in gaan. De Here Jezus dienen betekent vaak dat we onszelf moeten verloochenen. Je hebt b.v. net gepland om eens even te ontspannen, om eens even je nieuwe CD te gaan beluisteren en daar doet iemand in nood een beroep op je? Of stel dat er een beroep op je wordt gedaan b.v. tot het dienen als oudste2. Wat gaat dat betekenen als je daar op in gaat? Daar gaat je vrije tijd. (Natuurlijk moeten we alleen de dingen doen, waar God ons in leidt.) Voor zulke keuzes komen we telkens te staan. In grote en kleine dingen. Je kiest vrijwillig de weg van zelfverloochening. Wie kent deze strijd niet? Ook dit hoort bij de normale christelijke ervaring.

Wat doen we b.v. als God ons overtuigt van zonde, willen we die zonde loslaten, ons er van bekeren? En als dat nodig is die zonde belijden tegenover de mensen waartegen we gezondigd hebben. Of rechtvaardigen we onszelf, praten we het goed.

Lijden in verzoekingen, beproefd worden
Een vriend van me vertelde me een treffend verhaal van de wijze waarop hij direct na zijn bekering werd beproefd. Voor zijn bekering was hij verslaafd aan autoracen. Hij ging er volledig in op. Na zijn bekering voelde hij aan dat dit niet goed was en hij beloofde God dat hij daar mee zou stoppen. Voor zijn bekering had hij losbandig geleefd. Bij zijn bekering had hij God beloofd om daar mee op te houden. In de maanden na zijn bekering werd hij precies op deze twee punten beproefd. Hij kreeg een droomaanbod om te gaan racen. Een grote garagehouder vroeg hem om als coureur voor hem te komen rijden. Alles werd betaald, in een goede auto werd voorzien. Een knappe vrouw probeerde hem te verleiden.

Tot het einde van jezelf gebracht worden
Na onze bekering maken wij vaak de fout te denken dat we naar Gods wil kunnen leven in eigen kracht en naar eigen inzicht. Eigenlijk probeer je dan oprecht voor God te leven, maar je probeert dat los van God te doen. De waarheid van de woorden “Zonder mij kunt gij niets doen” (Joh. 15:5) is nog niet echt tot je doorgedrongen. God gaat ons deze houding af leren, dat doet Hij onder meer door ons voortdurend vast te laten lopen, door ons aan het einde van ons zelf te brengen. Totdat eindelijk tot ons door dringt dat we het zelf niet kunnen, en we ons verlaten op de genade van de Heer. “wanhoopten … opdat wij niet meer op onszelf zouden vertrouwen maar op God” (1 Kor. 1:8,9).

Verdriet over de zonde
In de eerste plaats de eigen zonde. Ook de zonde en de afval om je heen. “zijn rechtvaardige ziel gekweld” (2 Petrus 2:8). Droefheid naar God (2 Kor. 7:8-11).

Strijd met de zonde: Romeinen 7:18,21
“uw worsteling met de zonde” (Hebr. 12:4).
En toch ook beleven dat “door de Geest de werkingen van het lichaam gedood worden” (Romeinen 8:13).

De vrucht van de Geest
Zichtbaar in je zelf, in anderen.
Galaten 5:22.

Dit zijn enkele van de normale belevingen, ervaringen, van een christen die geestelijk groeit, van een christen die leeft in geloof, overgave en gehoorzaamheid. Er valt nog veel meer op te noemen, maar het bovenstaande is voldoende om aan te tonen dat alhoewel een christen door geloof wandelt hij wel degelijk allerlei dingen beleeft.

Arie Geelhoed

Noten bewerker:
1. Het is meer in overeenstemming met het Woord om te spreken van ‘dagelijkse reiniging’. In Johannes 13 vinden we dit terug. Daar gebruikt de Heer twee verschillende woorden voor wassen. Het eerste betekent zich helemaal wassen of baden. Als iemand geheel gewassen is, is hij helemaal rein (vers 10). Ook wij zijn geheel gewassen toen wij opnieuw geboren werden. Toen werden we geboren uit water en Geest. “… maar gij zijt rein”, dit zei de apostel Paulus tegen de Korinthiërs, nadat hij hen had herinnerd aan hun vroegere toestand, vóór hun bekering. Dat betekent natuurlijk niet dat daarmee ontkend wordt, dat de Korinthiërs vleselijk waren. De apostel zelf vertelt hen dat ze dat waren (zie bijvoorbeeld 1 Korinthe 3:1). Ondanks dat waren ze toch rein. Maar de Korinthiërs moesten uiteraard wel ‘aan het werk’ met hun ‘vleselijkheid’. Dat nu heeft de Heer ook op het oog in Johannes 13. Als we deel willen hebben aan de Heer Jezus, moeten onze voeten ‘gewassen’, ‘gereinigd’ worden. Wij komen met onze voeten in aanraking met de aarde en door de verontreiniging daarvan moeten we gereinigd worden, willen we ‘deel met Hem’ hebben, dat wil zeggen gemeenschap met Hem hebben. Het grote werk van de wedergeboorte (Titus 3:5: bad van de wedergeboorte) vindt maar eenmaal plaats. De reiniging die onze gemeenschap met de Heer herstelt, zal nodig zijn totdat we bij Hem zijn.
Het ‘middel’ tot reiniging is het water. Zo worden wij dan ook gereinigd door de “wassing met water door het Woord” (Efeze 5:26). Psalm 119:9 zegt ons ‘hoe’ we rein kunnen blijven. “Waarmee zal de jongeling zijn pad zuiver houden? Als hij dat houdt naar Uw woord”. Het Woord reinigt, houdt en maakt zuiver.
Uit de doorstoken zijde van de Heer Jezus kwam water en bloed, de symbolen van verzoening en reiniging. Het kostbare bloed neemt onze zonde weg en het water reinigt ons als we Christus toebehoren, Zijn eigendom zijn geworden. Wij mogen ons altijd weer aan Zijn liefdevolle handen overgeven om ons te laten ‘reinigen’. Dat duidt de Heer Jezus symbolisch aan de voetwassing in Johannes 13. Ongetwijfeld heeft de Heer daarbij ook gedacht aan de twee wassingen uit het Oude Testament. Bij de priesterwijding werd de priester gewassen met water. Dat gebeurde eenmaal en gold voor altijd (Leviticus 8:6). Voordat de priesters het heiligdom ingingen en als zij tot het altaar naderden, wasten zij zich met water, dat wil zeggen hun handen en hun voeten (zie Exodus 30:17-21). Zij moesten namelijk rein zijn om hun priesterlijke dienst goed te kunnen doen.
Maar wij behoren ook onszelf wel te onderzoeken en Hem onze zonden belijden. “Als wij onze zonden belijden, Hij is getrouw en rechtvaardig om ons de zonden te vergeven en ons te reinigen van alle ongerechtigheid” (1 Johannes 1:9).
2. Deze dienst als zodanig bestaat nog wel, maar aangestelde oudsten zijn er nu niet meer omdat volgens de Schrift oudsten door (of in opdracht van) een apostel aangesteld werd. De apostelen zijn er niet meer, we leven nu in een na-apostolische tijd. Daar is echter de dienst als zodanig niet minder belangrijk door. Voor het aanstellen van oudsten verwijs ik hierbij naar een artikel in het volgende nummer.

Wordt D.V. vervolgd.

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, RM