11 jaar geleden

Over Alle(r)nheilig(en) gesproken: heiligheid

Met “Allerheiligen” worden heiligen – hieronder worden dan gelovigen verstaan die door hun leven een bijzonder getuigenis hebben afgelegd van hun geloof in Christus – herdacht”. Dit is één van de betekenissen van “Allerheiligen”. In dit artikel wordt aangetoond dat ieder die gelooft in de Heer Jezus – met wel of niet een bijzonder getuigenis, wel of niet een martelaar – in Hem nu al geheiligd is, of wel nu al een “heilige” is. Dit is een grote bemoediging en een groot voorrecht voor elk kind van God, voor elke Christen, om reeds nu hier op aarde “geheiligd” te zijn en wordt in de bijbel daarom ook wel een “geroepen heilige” genoemd …

Bijbels begrip: heiligheid

De verklaring die de lezers onder deze kop wordt voorgesteld, heeft niet het doel een “theologische” betekenis te geven, maar moet een (eenvoudig) begrip, die vandaag misschien anders wordt verstaan of in onbruik is geraakt, verklaren. Daarbij is het de bedoeling om op haar gebruik in verband met de heilige Schrift in te gaan. Dit kan natuurlijk niet op een uitputtende wijze gebeuren, maar kan misschien daartoe dienen ‘denkrichting’ te geven voor onze praktijk als Christen.

Iedere bijbellezer is er mee vertrouwd dat Gods Woord steeds weer van heiligheid (Hebreeuws qodäsh; Grieks hagiotäs van hagios = heilig, afgezonderd) spreekt.

“Heilige” dingen waren in het Oude Testament die dingen, die in haar gebruik voor God afgezonderd waren (zie de heilige voorwerpen in de tent der samenkomst – Leviticus 8:10-11) en in de tempel (2 Kronieken 2:4; zie echter ook 2 Petrus 1:18).

Als de profeet Jesaja in zijn visioen in hoofdstuk 6 de HEERE op hoge en verheven troon ziet, hoort hij de serafs tegen elkaar zeggen: “Heilig, heilig, heilig is de HEERE der heerscharen …” (vers 3). Heiligheid is een wezenskenmerk van God, die de reinheid liefheeft en het boze afwijst, en dat betekent dat Hij afgezonderd en volledig verschillend is van alles, wat wij mensen zouden kunnen kennen en verstaan. Wij kunnen God in Zijn heiligheid niet doorgronden. Wanneer wij iets van Hem verstaan moeten of mogen, dan is dat alleen mogelijk wanneer God Zelf Zich aan ons openbaart. Datzelfde geldt overigens ook voor de Goddelijke liefde, “want God is liefde” (1 Johannes 4:8). Niemand van ons kan eigenlijk deze liefde kennen, wanneer God Zich niet als God van de liefde geopenbaard had. En wij weten uit de heilige Schrift dat God Zich geopenbaard heeft in de Persoon van de Zoon van God, onze Heer Jezus Christus (1 Johannes 4:9; Hebreeën 1:1; Johannes 1:18). Hij was Degene van Wie God liet zeggen, dat “het heilige dat geboren zal worden, Gods Zoon worden genoemd” (Lukas 1:35b). In Hem werd God in Zijn liefde en in Zijn heiligheid geopenbaard, in Zijn spreken en handelen en op een absolute eenmalige wijze, toen Hij het werk op het kruis volbracht. Hier toonden zich namelijk de beide wezenskenmerken van God: God is liefde, Hij offert Zijn Zoon voor zondaars. God is heilig en Zijn heiligheid werd op een nooit eerder getoonde wijze duidelijk, toen God de Heer Jezus, Die in Zichzelf volledig zondeloos en rein was, aan het kruis oordeelde, omdat Hij daar onze zonden droeg. God heeft Hem daar verlaten en Hem het loon van de zonde, de dood, laten dragen.

En nu bewijst God Zijn liefde ook daarin, dat Hij ons heiligde “door het eens voor altijd gebrachte offer van het lichaam van Jezus Christus” (Hebreeën 10:10).

De gelovige als een “geheiligde” of als een “heilige” – zijn positie voor God

Op de grondslag van dit werk van Golgotha heeft God in Zijn genade iedere gelovige Christen tot een “heilige” gemaakt, dat betekent dat Hij hen voor Zichzelf gekocht heeft, getrokken “uit de tegenwoordige boze eeuw” (Galaten 1:4), namelijk de wereld als systeem dat door satan wordt geregeerd. En Hij heeft hen voor Zichzelf “afgezonderd” of “geheiligd”. Wij zijn uit God “in Christus Jezus, die ons geworden is: wijsheid van Godswege, gerechtigheid, heiliging en verlossing” (1 Korinthe 1:30; zie ook 1 Johannes 3:1; 5:19).

Wij zijn “geheiligd door het eens voor altijd gebrachte offer van het lichaam van Jezus Christus” (Hebreeën 10:10). God heeft ons “als eerstelingen verkoren … tot behoudenis [redding], in heiliging van de Geest en geloof van de waarheid” (2 Thessalonika 2:13-14).

Dat is de positie waarin God de gelovigen geplaatst heeft en die daarom eeuwig, onveranderlijk en volkomen is – zoals alles, wat God doet. Voorheen waren wij in een geheel andere postie voor God: zondaars, onrein, verdorven …; de apostel Paulus beschrijft met duidelijke woorden deze toestand in zijn eerste brief aan de Korinthiërs en zegt dan: “… maar u bent afgewassen, maar u bent geheiligd …” (zie 1 Korinthe 6:9-11).

Hole schrijft daarover: “Niets kon duidelijker zijn dan dat. Wij worden niet Gods geheiligden door het bereiken van een zekere graad van praktische heiligheid. Wij zijn Gods geheiligden, en dat verplicht ons tot heiligheid of tot praktische heiligheid. Zou dat eerst genoemde niet de weg van God zijn, dan komt dit overeen met de grondslag van de wet. Maar het tweede is de weg van God en komt overeen met de grondslag van de genade” (F.B. Hole. Het grote heil van God. Zürich, 1992, bladz. 66-67).

(Slechts in het kort daarbij nog: God maakt ons tot heiligen, niet de “heiligverklaring” bijvoorbeeld tot de “heilige Martin van Tours” (= Sankt Martin) of tot de “heilige Elisabeth” enzovoorts door de paus!).

Praktische heiliging in het leven van de gelovige

Nu heeft de gelovige dus een positie als heilige voor God, en daarom gaat het nu hierom, dat hij in zijn gedrag, spreken en doen met deze positie overeenkomt. Dat gaat alleen wanneer het feit, dat hij voor God afgezonderd is van de wereld en het boze, ook in zijn leven te zien is. Dat is de praktische heiliging, waarvan F.B. Hole sprak. Dit is voor ieder afzonderlijke Christen een persoonlijke opdracht, ligt dus onder zijn en haar verantwoording.


God maakt ons tot heiligen,

niet de een of andere mens


Maar gelukkig moet de Christen daarin niet vanuit eigen krachtsinspanningen iets ondernemen, maar mag op de steeds tot zijn beschikking staande genade van God rekenen. De Heer Jezus vraagt aan Zijn Vader: “Zij zijn niet van de wereld … heilig hen door de waarheid: Uw Woord is de waarheid” (Johannes 17:16-17). Wat wij als Christenen doen “moeten”, is het Woord der waarheid zijn heiligende invloed op ons laten uitoefenen, ons niet aan haar werking onttrekken, de nabijheid van Hem te zoeken – in gebed -, Die ons ook volkomen heiligen wil: “Want dit is de wil van God: uw heiliging” (1 Thessalonika 4:3). Daarom schrijft de apostel Paulus ook aan de Thessalonikers: “Moge nu de God van de vrede Zelf u geheel en al heiligen … Hij die u roept, is getrouw; Hij zal het ook doen” (1 Thessalonika 5:23-24).

En wanneer wij Christenen opgeroepen worden de vrede en de heiligheid na te jagen, “zonder welke niemand de Heer zal zien” (Hebreeën 12:14), dan hoort daartoe zeker ook al datgene op te geven en te laten varen, wat het grote doel in de weg staat, dat God met ons had: “de heiligheid volbrengen in de vrees van God” (2 Korinthe 7:1). Zonder heiligheid, zonder afzondering van het kwade, is het niet mogelijk God te zien, gemeenschap met Hem te hebben: “Weest heilig, want Ik ben heilig” (1 Petrus 1:16).

Hoe is het dan mogelijk voor de gelovige Christen om op deze weg vorderingen te maken?

  • De Geest van God, de Heilige Geest, moet de heerschappij in ons leven hebben.
  • Het Woord van God – door de Heilige Geest op ons hart en geweten gelegd – zondert ons af van het kwade en verbindt ons met God (Johannes 17:17).
  • De Heer Jezus heiligt Zijn bruid “haar reinigend door de wassing met water door het woord” (Efeze 5:26). Dit doet Hij met elk van de Zijnen. Wij mogen Hem daarin niet hinderen door eigenwillig gedrag.
  • Liefde, die in onze harten tot onze medegelovigen en tot God groeit, bevestigt onze harten in heiligheid (1 Thessalonika 3:12-13).
  • Wij moeten afstan van de ongerechtigheid (2 Timotheüs 2:19, 21). Hier is energie van het geloof geëist.
  • “Heiligt Christus als Heer in uw harten” (1 Petrus 3:15), dat betekent dat wij ‘de Heer in onze harten de enige plaats geven” (F.B. Hole).

Dat zal in ons leven absoluut een heiligende werking hebben!

Rainer Brockhaus, © Folge mir nach

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, R. Mol