4 jaar geleden

Oud zijn – oud worden

De “Robert Bosch Stiftung”1 heeft een representatieve enquête met vragen over het thema van de vergrijzing van de samenleving gehouden. Het interesseerde hen, hoe oud de Duitsers zich voelen, wanneer ze tot de bejaarden behoren en wat het oud-zijn betekent. Voor ons als christenen zijn er bruikbare resultaten van deze studie.

73% van de ondervraagden houdt de demografische2 verandering voor een ernstig probleem, interessanter is echter: bij mensen onder de 30 het minst. Gemiddeld  voelt zich 46% van de bevolking jonger dan ze zijn, het meest de 60-74-jarigen, die boven de 74-jaar zien het bijna als het gemiddelde. Het oud-zijn associëren de meesten met symptomen als op ondersteuning en zorg aangewezen te zijn, nadelige effecten te herkennen, maar ook een bepaalde leeftijd te hebben bereikt. Gemiddeld houdt men een mens dan voor oud, wanneer hij 70 jaar oud is. Logischerwijze verhoogt deze leeftijd zich, hoe ouder men is … Voor de mensen onder de 30 jaar is echter een 61-jarige al “oud”.

Bij de beschrijving van de oude mensen valt mij – naast verwachte uitingen – met name op dat ouden er vaak jonger uitzien dan ze zijn, dat men veel van hen kan leren, dat zij vaak in een goede financiële positie verkeren. Maar ze hebben vaste gewoonten en ideeën, zijn vaak eenzaam (vooral die ouder zijn dan 74 jaar), hebben vaak het gevoel de wereld niet meer te begrijpen en hebben er moeite mee om afhankelijk van anderen te zijn. – Voor zover de statistieken.

Wat leiden wij voor onszelf (jongere) Christenen daarvan nu af? Demografische veranderingen hebben vaak ook hun weg gevonden naar de christelijke samenkomsten. Hoewel christelijke gezinnen vaak – God zij dank – nog kinderrijk zijn, voor zover de Heer kinderen schenkt. Maar bij ons is het aantal kinderen in vergelijking met vorige generaties aanzienlijk afgenomen. Of dat alles “door milieu veroorzaakt” is of als gevolg van bewuste beslissingen is gekomen, moet elk echtpaar voor zichzelf voor de Heer weten. Hoewel het gezegend is veel oudere christenen in de samenkomsten te hebben – daar  bestaat geen twijfel over. Maar het zou net zo gezegend zijn meer jongere christenen te kennen. Daarom is het voor ons een noodzakelijke inspanning – misschien wel meer dan ooit – om ook jongere mensen voor de Heer Jezus “te winnen”. Zien wij onze verantwoordelijkheid hier?

Veel oudere mensen voelen zich jonger dan ze zijn – en ze zien er ook jonger uit. Dit kan daaraan liggen dat medicijnen, hygiëne, arbeids- en andere milieu-omstandigheden gunstiger zijn om gezond ouder te worden. Daarvoor mogen we dankbaar zijn. Aan de andere kant, kan men zich niet aan de indruk onttrekken, dat we ons ten dele kunstmatig jonger laten uitzien. Men wil niet meer bij de “ouderen” gerekend worden, dus doet men zich jonger voor. Door het uiterlijk (kleding, kapsel, haarkleur – helaas zijn er nauwelijks vrouwen wiens leeftijd te herkennen is aan hun haar, en woordkeuze, etc, hoewel ze op oudere leeftijd zijn) wil men jonger lijken. Vergeten we dan niet dat God juist aan het ouder worden een bijzondere waarde  verbonden heeft? “Grijsheid is een sierlijke kroon, ze wordt gevonden op de weg van de gerechtigheid” (Spr. 16:31). De kleur van het haar wordt hier niet alleen letterlijk bedoeld, maar staat tegelijkertijd ook symbool voor de leeftijd. Daarvoor mag en moet men staan.

Maar ouderdom staat in verbinding met beperkingen. Men wordt eenzaam, is afhankelijk van anderen, op hun hulp aangewezen. Dit alles maakt het niet gemakkelijk om echt oud te worden. Nogmaals, hier worden we als jongeren uitgedaagd om hulp, die ook geschikt is voor oude christenen, te bieden. Gaan we in liefde met hen om? Voelen zij zich door ons betutteld of liefdevol aangenomen, ook met hun zwakheden, fouten, en dan ook nog met hun dementie? Met hoeveel liefde is de oudere generatie ons tegemoet getreden! Zijn wij bereid om met geduld iets terug te geven?

Natuurlijk hebben oude mensen, ook als ze christen zijn, een smallere horizon. Misschien zijn ze ook star (maar dit hoeft niet zo te zijn – het zou mooi zijn als de oudere christenen ook hier leren een ruim hart voor de zorgen van de jongere christenen te bewaren) – maar laten we niet vergeten dat we allemaal eens ouder worden, wanneer de Heer Jezus nog niet terug gekomen is om ons naar de hemel te brengen. Zijn we ook zulken, die een beetje de vernieuwingen van onze tijd uitleggen, om hen te laten delen in datgene, wat jonge mensen bezighoudt en aangaat? Zo ziet praktische gemeenschap eruit.

Wanneer het zo is dat het oudere christenen financieel beter gaat, hebben zij natuurlijk hier een prachtige opdracht juist jonge gezinnen, die het vaak niet zo breed hebben, te helpen. Zo kan een ‘naast elkaar leven’ een prachtig ‘samen leven’ worden, zonder dat de ene pas dan iets doet, wanneer hij van de andere ook iets terug ontvangt. Ware liefde – die ons als discipelen van de Heer zou moeten onderscheiden – is, dat men streeft om in de behoeften van anderen te voorzien. Een levenslange uitdaging!

NOTEN VERTALER:
1. Het gaat hier om een studie over de Duitse bevolking, maar heeft zeker ook raakvlakken met onze Nederlandse situatie.
2. Demografie (Grieks: dèmos; “volk” en graphoo; “beschrijven”; “bevolkingsbeschrijving”) of bevolkingsleer is de wetenschap die de kwantitatieve aspecten van de bevolking bestudeert, uitgevoerd door een demograaf, die studie verricht naar de samenstelling van de bevolking naar bijvoorbeeld leeftijd, geslacht, nationaliteit, etniciteit en/of beroep. Een dergelijke studie raakt sociale wetenschappen als geografie, sociologie, antropologie en geschiedenis, maar ook exacte wetenschappen als statistiek en wiskunde.
© Bibelpraxis.de, Manuel Seibel

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, RM