15 jaar geleden

Osama Bin laden … neem het op voor Allah!

Enkele (losse) gedachten naar aanleiding van de eerste acht dagen oorlog in Irak.

De lente is begonnen …

De al lang verwachte “oorlog” in Irak is begonnen. Een bijzondere ziekte brengt gezondheisorganisaties in de wereld in beroering. “Bedrog” op grote schaal. De Verenigde Naties blinken uit in “onenigheid”. Angst en radeloosheid onder de mensen. Israël ligt onder terreur en doodslag. De vijand van onze zielen, de tegenstander van God – de satan – lacht!

Wie is toch die vijand van onze zielen? Waar komt hij eigenlijk vandaan? Wat doet hij? Wat wil hij?

Oh ja, en … de lente is ook nog begonnen!

Geschiedenis van satan

Om hiervan een “fris” beeld te krijgen moeten we de Bijbel openen. “Doe dat vooral niet”, fluistert satan, “want dat is immers nu net iets wat ik niet wil”. Wij doen het toch maar omdat het eeuwige Woord van God de waarheid is (Johannes 17:17). En Jezus Christus – Die Zelf het hoofdonderwerp van het Woord van God is – citeert Zelf ook uit de Bijbel. Hij Die eens zei: “Ik ben de Weg en de Waarheid en het Leven” (Johannes 14:6). Bovendien is de satan de vader van de leugen (Johannes 8:44).

Waar komt satan vandaan?

Kijkt u even in Ezechiël 28:12-17. Hier staat het volgende over hem:

12 Mensenkind! hef een klaaglied op over den koning van Tyrus, en zeg tot hem: Zo zegt de Heere HEERE: Gij verzegelaar der som, vol van wijsheid en volmaakt in schoonheid!
13 Gij waart in Eden, Gods hof; alle kostbaar gesteente was uw deksel, sardisstenen, topazen en diamanten, turkooizen, sardonyxstenen en jaspisstenen, saffieren, robijnen, en smaragden, en goud; het werk van uw trommelen en van uw pijpen was bij u; ten dage als gij geschapen werdt, waren zij bereid.
14 Gij waart een gezalfde, overdekkende cherub; en Ik had u alzo gezet; gij waart op Gods heilige berg; gij wandeldet in het midden der vurige stenen.
15 Gij waart volkomen in uw wegen, van den dag af, dat gij geschapen zijt, totdat er ongerechtigheid in u gevonden is.
16 Door de veelheid van uw koophandel hebben zij het midden van u met geweld vervuld, en gij hebt gezondigd; daarom zal Ik u ontheiligen van Gods berg, en zal u, gij overdekkende cherub! verdelgen uit het midden van de vurige stenen!
17 Uw hart verheft zich over uw schoonheid; gij hebt uw wijsheid bedorven, vanwege uw glans; Ik heb u op de aarde weggeworpen, Ik heb u voor het aangezicht der koningen gesteld, om op u te zien.

En in Jesaja 14:4-17 staat:

4 Dan zult gij deze spreuk opnemen tegen de koning van Babel, en zeggen: Hoe houdt de drijver op? Hoe houdt de goudene op?
5 De HEERE heeft de stok der goddelozen gebroken, de scepter der heersers.
6 Die de volken plaagde in verbolgenheid met een plaag zonder ophouden, die in toorn over de heidenen heerste, die wordt vervolgd, zonder dat iemand het afweren kan.
7 De ganse aarde rust, zij is stil; zij maken groot geschal met gejuich.
8 Ook verheugen zich de dennen over u, en de cederen van Libanon, zeggende: Sinds dat gij daar neerligt, komt niemand tegen ons op, die ons afhouwe.
9 De hel van onderen was beroerd om uwentwil, om u tegemoet te gaan, toen gij kwaamt; zij wekt om uwentwil de doden op, al de bokken der aarde; zij doet al de koningen der heidenen van hun tronen opstaan.
10 Die al te zamen zullen antwoorden, en tot u zeggen: Gij zijt ook krank geworden, gelijk wij, gij zijt ons gelijk geworden.
11 Uw hovaardij is in de hel neergestort, met het geklank van uw luiten; de maden zullen onder u gestrooid worden, en de wormen zullen u bedekken.
12 Hoe zijt gij uit de hemel gevallen, o morgenster, gij zoon van de dageraad! hoe zijt gij ter aarde neergehouwen, gij, die de heidenen krenkte!
13 En zei in uw hart: Ik zal ten hemel opklimmen, ik zal mijn troon boven de sterren Gods verhogen; en ik zal mij zetten op de berg der samenkomst aan de zijden van het noorden.
14 Ik zal boven de hoogten der wolken klimmen, ik zal de Allerhoogste gelijk worden.
15 Ja, in de hel zult gij nedergestoten worden, aan de zijden van de kuil!
16 Die u zien zullen, zullen u aanschouwen, zij zullen op u letten, en zeggen: Is dat die man, die de aarde beroerde, die de koninkrijken deed beven?
17 Die de wereld als een woestijn stelde, en haar steden verstoorde, die zijn gevangenen niet liet los gaan naar huis toe?

We hebben in de beide voor u aangehaalde Schriftgedeelten te doen met niemand minder dan “satan”. In Ezechiël wordt de koning van Tyrus en in Jesaja zien we de koning van Babel voorgesteld als typen van satan. Maar het is helder dat hier gedacht moet worden aan de satan waaraan deze koningen onderworpen waren. In de harten van deze koningen woonde de satan en beheerste hen.

Satan was eens in de hemel de “lichtdrager”. Nu is dat geheel anders. Nu is hij de “vorst van de duisternis”. Toen was hij “de zoon van de dageraad” (Jesaja 14:12), hetgeen aangeeft dat hij als morgenster – dus een lichtdrager – de schoonheid van het licht van de dageraad bezat. Hij heeft de mens van het begin af ook een “dageraad” voorgespiegeld dat alles zou overtreffen. We kunnen het “duistere” resultaat dan ook vanaf het begin – Adam en Eva in het paradijs en de zondeval – al zien. Satan is dus een door God geschapen engel en was buitengewoon volmaakt en had een in hoge mate ontwikkeld gevoel van schoonheid en wijsheid.

Satan was in zijn oorspronkelijke volmaakte staat dus een beschermende engel; hij had een machtige positie vergelijkbaar met die van bijvoorbeeld de aartsengel Michaël.

Tussen haakjes: We moeten rekening houden met het feit dat satan weliswaar onder andere betekent “tegenstander”, maar dat hij dit niet was en hij ook zo niet heette vóór zijn val. En dat hij “viel” maakt Ezechiël 28 ook duidelijk (vers 15-17). Hij was hoogmoedig en trots geworden en dit bracht hem ten val (Jesaja 14:14-15). Hij wilde God gelijk worden, ja, hij wilde een eigen troon en wilde zo God zelfs overtreffen. Toen werd satan op de aarde geworpen, weg uit de onmiddellijke tegenwoordigheid van God (Ezechiël 28:17). We weten dat hij nog wel toegang heeft in de hemelse gewesten. Het lukte satan om een deel van de engelen voor zich te winnen en mee te slepen in zijn val. Dit zijn de demonen, dus de “overheden, de machten, de wereldbeheersers van de duisternis, de geestelijke machten van de boosheid in de hemelse gewesten” uit Efeze 6:12. Daartegen is onze altijd durende strijd zolang wij op aarde zijn. Daar heeft God ons ook een wapenrusting voor gegeven die wel afwijkt van alle raketten en bommen van onze dagen. Het zijn geen vleselijke wapens, het zijn wapens van God (zie Efeze 6:10-20).

Om vervolgens kort samen te vatten hoe het na zijn “desastreuze val” verder zal gaan met de satan, zien we dat de Bijbel hem dus beschrijft als:

  • verblijvend in en operend vanuit de hemelse gewesten (Efeze 6:12);
  • hij uit de hemelse gewesten op aarde geworpen zal worden (Openbaring 12:9);
  • van de aarde naar de afgrond wordt verwezen (Openbaring 20:2-3);
  • zijn eindbestemming bereikt: de poel van het vuur dat eeuwig brandt (Openbaring 20:10; Mattheüs 25:41).

Wat doet satan en wat wil hij?

Hij heeft behalve “tegenstander” nog meer verschillende namen die ook zijn verschillende karaktereigenschappen doen uitkomen. Ik noem hiervan enkele namen:

  • Verzoeker (Mattheüs 4:3);
  • de grote draak, de oude slang, de duivel (Openbaring 12:9);
  • mensenmoordenaar, de vader van de leugen (Johannes 8:44);
  • overste van de wereld (Johannes 16:11).

De belangrijkste activiteit van de satan is mensen tegen God op te hitsen en hen in rebellie tegen God te brengen om hen vervolgens binnen zijn machtsgebied te brengen om hen tenslotte in het eeuwige verderf te storten. Om dit te bereiken gebruikt hij listen, bedrog, geestelijke verblinding, vervolgingen, het doden en laten doden, valse beschuldigingen, het ondermijnen van de hemelse vreugde van de kinderen van God om hen van God af te trekken.

Hij gebruikt ook mensen om zijn plannen ten uitvoer te brengen.

Wanneer de Heer Jezus de eerste keer ná Zijn spreken over de toekomstige bouw van Zijn gemeente Zijn discipelen toont, dat hij moest heengaan naar Jeruzalem en veel lijden moest vanwege de oudsten en overpriesters en schriftgeleerden en dat Hij gedood moest worden en op de derde zou worden opgewekt (zie Mattheüs 16:16-22), wordt satan direct actief. De Heer Jezus was nog maar net uitgesproken wanneer satan Petrus ertoe brengt om zijn mond te zijn met de bedoeling de Heer van Zijn kruis af te houden. Petrus neemt de Heer onder vier ogen en berispt Hem (vers 22). De Heer zegt dan tegen Petrus: “Ga weg achter Mij, satan, gij zijt Mij een ergernis; want gij bedenkt niet de dingen van God, maar de dingen van de mensen” (Mattheüs 16:23). De Heer ziet natuurlijk gelijk wie achter die woorden van Petrus zat. Dit was dezelfde Petrus die even daarvoor dit prachtig getuigenis van de Heer Jezus gaf: “Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God”. Dit getuigenis had hij niet van zichzelf maar kwam regelrecht van de Vader (zie Mattheüs 16:13-17).

Satan brengt ook Judas Iskarioth er toe om Jezus Christus over te leveren en vaart zelfs in Judas om zijn plannen te verwerkelijken (Lukas 22:3). Zo zijn er vele voorbeelden.

De as van het kwaad en de liefde van God

De macht van de satan zien we vandaag ook heel duidelijk in deze wereld. Wat denkt u van het ombrengen van de miljoenen joden in de tweede wereldoorlog. Maar is het vandaag anders? Het is wel heel goedkoop en gemakkelijk – zoals velen vandaag doen – om God al die ellende in de schoenen te schuiven. Nee, het is de mens zelf die zich tegen God verzet en daardoor in de macht van satan is gekomen. Dat is de oorzaak van al die ellende! De zonde in de mens – dat wil zeggen: de fabriek in de mens die alleen maar zonden kan voortbrengen – en de zonden en misdaden van de mens die dit alles veroorzaken. Wij als mensen hebben er in deze wereld echt een “zonden-zooi” van gemaakt.

De as van het kwaad zit in de mens zelf. Daar moet begonnen worden. Daar moet het mes in. Dat moet erkend en veroordeeld worden. God is daar al mee begonnen. God heeft deze “as van het kwaad” – de zonde en zonden – in de mens veroordeeld. Het oordeel daarover is op Jezus Christus, Zijn Zoon, gelegd en uitgewoed. “Maar Hij is om onze overtredingen verwond, om onze ongerechtigheden is Hij verbrijzeld; de straf, die ons de vrede aanbrengt, was op Hem, en door Zijn striemen is ons genezing geworden. Wij dwaalden allen als schapen, wij keerden ons een ieder naar zijn weg; doch de HEERE heeft onzer aller ongerechtigheid op Hem doen aanlopen” (Jesaja 53:5-6).

De Heer Jezus, de Zoon van God, heeft Zichzelf daarvoor vrijwillig beschikbaar gesteld, hoewel er in Hem geen zonde was en Hij geen zonde kende noch gedaan heeft. Geen enkele, leest u dit goed. Geen enkele!
Waarom? Om u, jou en mij te sparen. Want dit hadden u en ik eigenlijk verdiend! Dit is pas echte liefde! Dat klopt ook, want God is liefde (1 Johannes 4:8). Ja, zo lief heeft God de wereld gehad dat Hij zelfs Zijn eigen Zoon gegeven heeft opdat … leest u of vult u dit zelf maar in. U kunt dit in het hart van het Johannes-evangelie vinden, namelijk Johannes 3:16.

De overste van deze wereld

Satan is de “overste van de wereld”. In het Grieks betekent dat “Archon”, dat is letterlijk “politiek leider”. Op deze manier houdt satan als “overste” de wereld in zijn ijzeren greep.

Deze wereld is het reusachtige systeem dat zich tegen God (én tegen alle “die uit God geboren” zijn – 1 Johannes 3:13) verzet.
Zijn bestuur is onzichtbaar maar duidelijk waarneembaar en wordt zij listig in bedrog uitgevoerd. Dat zien we toch in alles?
De lijn van dit bestuur is in overeenstemming met de invloeden die door de “vorst” en “god” (dat is de geest die nu werkt in de zonen van de ongehoorzaamheid – Efeze 2:2) wordt uitgeoefend (2 Korinthe 4:4).
Het karakter van dit alles is: absolute vijandschap tegen Christus. Dit is duidelijk waarneembaar in onze dagen op vele terreinen.

Kunst met een “duistere K”

Gezien de ontwikkelingen van onze tijd op het gebied van muziek – dit zeg ik speciaal tegen de jongeren onder de lezers – is het zeer opvallend dat de satan goed thuis was in de muziek (zie Ezechiël 28:13). Hij wist hoe er mee om te gaan en hoe het te brengen. Daar zou men van daag eens wat meer rekening mee moeten houden. Er zijn er al velen gevallen voor de afgod die “muziek” heet. De satan zelf was er een meester in. Vóór zijn val was hij een grote kunstenaar op dit gebied. De muziekinstrumenten noemt Ezechiël er zelfs bij. Het gaat om slag- en blaasinstrumenten en men kan ook vertalen met “fluiten”. Deze dingen werden geschapen ten dage van de schepping van deze cherub.

Zoals gezegd, het was vóór de val van satan. Dat betekent niet dat hij er nu geen verstand meer van zou hebben. Dan onderschatten we hem! De tegenstander van onze zielen beweegt zich zeker ook op het gebied van de muziek. Ik wijs er hier alleen terloops maar even op om er mogelijk in een later artikel D.V. verder op in te gaan.

De grote Overwinnaar

“Hebt goede moed … Ik heb de wereld overwonnen” (Johannes 16:33). Door welke wapens? Door liefde en overgave op het kruis van Golgotha. Daar waar alle vragen in principe beantwoord zijn door de Heiland van de wereld – Jezus Christus!!!

Hij is de grote overwinnaar over de satan. Er komen tijden dat alle knie zich voor Hem zal buigen. Ook de koningen en de groten van de wereld. Het is echter veel beter om je knieën nu al te buigen voor Hem en Hem aannemen als je Redder en Verlosser. Dat gaat heel eenvoudig, maar doe het alstublieft wel!!! Je bent in oorlog met de heilige en rechtvaardige en liefdevolle God. Dat is het waar het in deze wereld eigenlijk met de mens, dus met jou en mij, om gaat. Daarom: “Laat u met God verzoenen” (2 Korinthe 5:20). Dan verandert alles en heb je een eeuwig heerlijke en vreugdevolle toekomst waarvan je nu al kunt genieten. Wat wil je dan nog meer?

Als je denkt dat dit niet voor jou is, wil ik je herinneren aan die man die dichbij de Heer Jezus was in die nacht op Golgotha, zo�n tweeduizend jaar geleden. Het was een moordenaar. Lees maar eens zijn “story”. Er was – en is – wel een voorwaarde aan verbonden maar het was – en kan worden – een “happy end“. Zie zelf maar in Mattheüs 26:38 en Lukas 23:33-43.

De toekomst van satan

He got the whole world in His hand.

God heeft de hele wereld in Zijn hand. Ja, zo is dat. Gelukkig wel! Daar kan geen Saddam en geen Bush en geen Osama Bin laden iets aan doen. U en ik ook niet. De plannen van God met deze wereld gaan gewoon door. Het is Zijn wereld, weet je. De satan weet dat ook héél goed. Het is ook niet voor niets dat de satan zo ontzettend druk is. Hij heeft nog maar een korte tijd en dat beseft hij. Toch is zijn toekomst al bepaald. Hij zal geworpen worden in de poel van vuur, in de hel (Openbaring 20:10). De Heer Jezus heeft zelf gezegd dat het eeuwige vuur voor de duivel en zijn engelen bereid is (zie Mattheüs 25:41).

Wat deze wereld betreft zal de Heer Jezus zijn rechtmatige plaats als de Koning der koningen innemen. Duizend jaar lang zal Hij regeren als de ware Koning van de vrede, Jezus Christus, dé Vredevorst. Het wordt daarom ook het “duizendjarig vrederijk” genoemd. In deze tijd zullen de rijkdommen van deze aarde geen oorlogen meer veroorzaken. Ook de olie niet! Micha 4:3 zegt zelfs: “… zij zullen hun zwaarden slaan tot spaden, en hun spiesen tot sikkelen; het ene volk zal tegen het andere volk geen zwaard opheffen, en zij zullen den krijg niet meer leren” (Micha 4:3).
Deze Vredevorst zal in gerechtigheid heersen (Jesaja 9:5-6). Dit en nog veel meer zal een geweldige impect hebben op vele volken, zodat zij zelfs elkaar oproepen om naar Jeruzalem te gaan om daar te leren van de wegen van God. Daar zal men dan luisteren naar het Woord van God (Jesaja 2:3). Ja, ja, naar Jeruzalem. Die stad waar nu ook zoveel om te doen is en zo hopeloos verdeeld is. Dáár zal Hij, onze Heer en Heiland dan regeren als de ware “Vredevorst”. Hij is dezelfde die in Bethlehem geboren werd want Hij is dat Kind dat geboren werd. Hij zal ook in gerechtigheid regeren (zie Jesaja 9:5-6). Het Vredespaleis in Den Haag is dan niet meer nodig. Hoewel de satan dan nog niet zijn definitieve oordeel heeft ontvangen, is hij wel duizend jaar lang volledig uitgeschakeld. In het begin wordt hij al gegrepen en gebonden in de afgrond geworpen (Openbaring 20:2-3). Toch zal aan het eind van deze periode blijken dat het hart van de mens niet veranderd is omdat bij de eerste oproep de mensen zich weer scharen onder de banier van satan. Natuurlijk is dat weer een krijgsbanier – een oorlogsbanier – want hij trekt ten strijde tegen de Heer en tegen Jeruzalem (Openbaring 20:7-9).

De toekomst van de gelovigen

Wij zijn ook erfgenamen van God en medeërfgenamen van Christus (Romeinen 8:17; zie ook Efeze 1:10-11). Wij delen met Hem. Niet boven Hem. Hij is dan het hoofd, het Middelpunt als de Zoon des mensen. “En Hem werd gegeven heerschappij, en eer, en het Koninkrijk, dat Hem alle volken, natien en tongen eren zouden …” (Daniël 7:14). Maar vers 27 zegt ondermeer: “… maar het rijk, en de heerschappij, en de grootheid der koninkrijken onder de ganse hemel, zal gegeven worden aan het volk van de heiligen der hoge plaatsen…”. We krijgen het dus best druk. Dan gaan wij ook iets aan politiek doen.

Dat wij nu niet leven in die duizendjarige periode laat zich gemakkelijk raden. De duivel is nu beslist niet gebonden. Was dit wel zo, dan heeft hij wel hele lange kettingen want de hele wereld gaat hij door “… en zoekt, wie hij zou kunnen verslinden” (1 Petrus 5:8).

Maar wat is de toekomst van de gelovigen?

In de eerste plaats zullen zij al van de aarde weg zijn wanneer het duizendjarig vrederijk aanbreekt. Zij zijn daarvoor al opgenomen in de hemel. Zij is dan op de plaats waar de Heer Jezus Zelf ook is. Zij is dan in haar vaderland. Ik noem u enige Bijbelplaatsen die dit aantonen.

“In het huis van Mijn Vader zijn vele woningen; als het anders was, zou Ik het u gezegd hebben, want Ik ga heen om u plaats te bereiden. En waar Ik heenga, weet gij, en de weg weet gij” (Johannes 14:1-4).

“Want dit zeggen wij u door het Woord van de Heer, dat wij, de levenden, die overblijven tot de komst van de Heer, de ontslapenen geenszins zullen vóórkomen … daarna zullen wij, de levenden die overblijven, samen met hen in wolken opgenomen worden de Heer tegemoet in de lucht; en z�ó zullen wij altijd met de Heer zijn” (1 Thessalonika 4:15-18).

Er zijn er nog meer maar die mag u zelf opzoeken. Zoek er maar eens naar.

Geplaatst in: ,
© Frisse Wateren, FW