1 jaar geleden

Op het water

23.02.2017

Lezen: Mattheüs 14:22-33.

In Mattheüs 14 vinden we de geschiedenis, dat de Heer Jezus ’s nachts tot Zijn discipelen komt, lopend op het water, terwijl ze in het schip tegen de storm strijden. Daarbij vinden we enkele interessante feiten verborgen.

Als de Heer Jezus tijdens de storm op het meer naar de discipelen komt, schrikken ze, omdat ze denken dat Hij een spook is. Maar direct openbaart Hij Zich aan hen, om hen te kalmeren (Matth. 14:27). Alsof het wonder dat Hij op het water naar hen toe komt al niet groot genoeg zou zijn, kunnen de discipelen tijdens de razende storm en het bruisen van de golven ook Zijn stem uit de verte horen – wanneer God Zelf spreekt, wordt Zijn stem gehoord!

Als Petrus zich realiseert dat het de Heer is, wil hij bij Hem zijn. Hij wil naar Hem toe komen. De Bijbel zegt niet dat hij Hem met een kus begroeten wil, hem omarmen of voor Hem neer wil vallen; de Bijbel citeert Petrus met de eenvoudige woorden: “Beveel mij naar U toe te komen” (Matth. 14:28) – Petrus had eenvoudig het verlangen om bij de Heer te zijn. Hebben we dit innerlijk verlangen ook om in Zijn tegenwoordigheid te zijn?

De Heer roept Petrus nu bij Zich, en Petrus mag het wonder van het geloof ervaren, om zelf op het water te kunnen lopen. Maar toen hij de sterke wind zag, was hij bang (Matth. 14:30).

Er wordt wel eens gezegd, dat Petrus daarom begon te zinken, omdat hij niet meer op de Heer zag. De Bijbel zegt: “Toen hij echter de <sterke> wind zag, werd hij bang, en hij begon te zinken en riep de woorden: Heer, behoud mij!” Dus Petrus begon eerst te zinken, omdat hij bang was. Dat hij de Heer niet  meer zag, wordt helemaal niet gezegd. In plaats daarvan kan worden aangenomen dat zijn focus zich verplaatste: Eerst keek hij vast op de Heer en nam daarbij de razende wind slechts marginaal waar. Maar toen nam hij meer en meer waar, wat om hem heen gebeurde, en zijn focus op de Heer nam af. Dat hij zich de aanwezigheid van de Heer zeker wel bewust was, blijkt uit het feit dat hij Hem om hulp riep – maar hij keek meer naar de omstandigheden dan op de Heer en begon daarom te zinken.

Maar hoe heerlijk: Petrus roept en de Heer geeft hem meteen de reddende hand. Mattheüs 14 vers 31 zegt: “En terstond …” – hoewel Petrus nog niet bij de Heer Jezus aangekomen was, is de Heer Jezus er direct. God is overal en kan ons ten allen tijde Zijn reddende hand bieden, in de grootste nood en in de diepste duisternis!

Marc Schultz, © www.bibelstudium.de

Geplaatst in: ,
© Frisse Wateren, R. Mol