2 maanden geleden

Onze God op wie wij vertrouwen

Psalm 139

 

Leestijd: 7 minuten

Ik ben bezig geweest met deze woorden van David gedurende deze tijd van quarantaine. David was een man die veel tijd in afzondering doorbracht en zich vaak verborg in een grot. Veel van zijn Psalmen beschrijven de eenzaamheid die hij voelde! Toch lezen we op een andere plaats dat David “sterkte zich in de HEERE!” (1 Sam. 30:6). Een van de manieren waarop we dit kunnen doen is door bezig te zijn met de grootheid van onze God en Zijn grote innige liefde voor ons! A.W. Tozer schreef in zijn boek “The Knowledge of the Holy”: <<Wat in onze gedachten opkomt als we aan God denken, dat is het belangrijkste over onszelf!” (“What comes into our minds when we think of God is the most important thing about us!”)>>

Hier in Psalm 139 is David bezig met het feit dat zijn God een alwetende God is, Hij is alwetend (vs. 1-6). Dan deelt hij met ons, dat zijn God alomtegenwoordig is, wat betekent dat Hij overal is, Hij is altijd bij ons (vs. 7-12)! Dan herinnert David ons eraan dat Zijn God een almachtig God is, Hij is almachtig (vs. 13-16)! Vervolgens houdt David zich bezig met het feit, dat Zijn God het is, die ons verdedigt en beschermt (vs. 19-22). De Psalm eindigt met een nieuw besef van de heiligheid van God en David zegt: “Doorgrond mij, o God, en ken mijn hart, beproef mij en ken mijn gedachten. Zie of er bij mij een schadelijke weg1 is en leid mij op de eeuwige weg” (vs. 23-24). Terwijl David bezig is met deze eigenschappen van zijn God, moet hij in deze Psalm twee keer pauzeren om te verklaren, dat zijn God een ontzagwekkende God is! In vers 6 moest David stoppen en even op adem komen, want “dit kennen is mij te wonderlijk … .” Dan in de verzen 17-18 is David verbaasd dat zo’n God, die zijn Schepper is, zijn leven zo intiem en geïnteresseerd zou volgen.

Het wonderlijke nieuws van deze Psalm is, dat de God van David onze God is en zoals Hij voor David zorgde, zo zorgt Hij voor ieder van ons! Ja, wij moeten net als David in verwondering en ontzag staan voor zo’n ontzagwekkende God! Deze Psalm laat ons zien dat onze God niet alleen onbeperkt is, maar dat Hij ook heel persoonlijk is! Hij is niet alleen onbegrensd, maar Hij is ook nabij! Hij is niet alleen hoog en verheven, maar Hij is ook heel dichtbij en dicht bij Zijn volk!

God kent mij door en door (vs. 1-6)

Het idee van “kennen” wordt in deze Psalm enkele keren uitgedrukt. God weet alles volkomen, onmiddellijk en in gelijke mate. Denk aan Nathanaël in Johannes 1 vers 43-48, toen Filippus Nathanaël vond, verklaarde hij: “Wij hebben Hem gevonden van Wie Mozes in de wet geschreven heeft, en de profeten: Jezus, de Zoon van Jozef, van Nazareth.” En Nathanaël zei tot hem: “Kan uit Nazareth iets goeds zijn?” Filippus zei tegen hem: “Kom en zie.” Jezus zag Nathanaël naar zich toekomen en zei van hem: “Zie, waarlijk een Israëliet in wie geen bedrog is.”

Nathanaël zei tot Hem (vs. 49): “Vanwaar kent U mij?” Jezus antwoordde en zeide tot hem: “Voordat Filippus je riep, terwijl je onder de vijgenboom was, zag Ik je.” Nathanaël antwoordde en zei tot Hem: “Rabbi, U bent de Zoon van God, U bent [de] Koning van Israël.”

Wat te denken van Petrus nadat hij de Heer Jezus had verloochend en werd hersteld. De Heer Jezus vroeg hem tot drie keer toe: “Simon, heb je Mij lief” [2] en uiteindelijk werd Petrus bedroefd omdat Hij de derde keer tegen hem zei: “Houd je van Mij?” En hij zei tot Hem: “Heer, U weet alles, U weet dat ik van U houd” (Joh. 21:17).

  1. God weet alles wat ik ben (vs. 1): God kent mijn karakter; God kent mijn wezen tot in de kern! Hij weet wie ik ben en wat ik ben. Hij kent mij door en door, Hij kent het weefsel en de diepste vezels van mijn ziel. U doorgrondt mij – Het woord voor doorgronden betekent onderzoeken, het wordt gebruikt voor Jozua en Kaleb toen zij gingen spioneren in Kanaän. God heeft mij doorgrond en alles over mij onderzocht, er is niets wat Hij niet weet!
  2. God weet alles wat ik doe (vs. 2): “Mijn zitten en mijn opstaan” houdt al mijn activiteit in, het wordt op deze manier gebruikt in Deuteronomium 6 vers 7.
  3. God weet alles wat ik denk (vs. 2): “U begrijpt van verre mijn gedachten.” Elke gedachte in het diepste hoekje van mijn brein, Hij weet wat ik denk, zelfs voordat ik het denk!
  4. God weet overal waar ik ga (vs. 3): “U onderzoekt mijn gaan en mijn liggen.” Het woord onderzoeken heeft de gedachte aan het ziften, het uitzoeken van elke gedachte. “Mijn gaan” kan spreken van alles wat in het openbaar is en “mijn liggen” kan verwijzen naar alles wat privé is. Hij is “vertrouwd” met al mijn wegen; dit woord betekent “zeer goed op de hoogte.”
  5. God weet alles wat ik zeg (vs. 4): Hij weet wat ik zeg, voordat ik het zeg en zelfs de motieven achter wat ik zeg. Daarom zei David: “Laat de woorden van mijn mond en de overdenking van mijn hart welgevallig zijn voor Uw aangezicht, HEERE, mijn rots en mijn Verlosser” (Ps. 19:15). Hebreeën 4 vers 12-13 herinnert ons aan het volgende: “Want het Woord van God is levend en krachtig en scherper dan enig tweesnijdend zwaard, en het dringt door tot verdeling van ziel en geest, zowel van gewrichten als van merg, en oordeelt [de] gedachten en overleggingen van [het] hart. En geen schepsel is voor Hem onzichtbaar, maar alle dingen zijn naakt en geopend voor de ogen van Hem met Wie wij te doen hebben.”
  6. God weet alles wat ik nodig heb (vs. 5): Het idee hier is, dat Hij in al onze behoeften voorziet, in de woorden van de apostel Paulus: “mijn God zal in al uw behoefte voorzien naar Zijn rijkdom in heerlijkheid in Christus Jezus” (Fil. 4:19).
  7. Terwijl David de grootheid van de alwetendheid van zijn God overweegt, moet hij even pauzeren en ademhalen en zeggen: “Dit kennen — het is mij te wonderlijk, te hoog, ik kan er niet bij” (vs. 6). David had in angst kunnen weglopen zoals Adam en Eva toen zij gezondigd hadden, maar in plaats daarvan vreest David God op de juiste manier, hij vereert Hem, heeft ontzag voor Hem! CH Spurgeon zei: <<Wanneer al mijn pogingen tot uitleg falen, aanbid ik.>> Een verheven blik op God, brengt een brandend hart voor God teweeg! Hoge Theologie (Godgeleerdheid) leidt tot Hoge Doxologie (lofzang)! David is geboeid door het feit dat Degene die Hem het beste kent, Hem het meest liefheeft!

God is dicht bij mij (vs. 7-12)

In vers 7 stelt David twee retorische vragen, waarna hij de antwoorden in de volgende verzen uitwerkt. Als we deze twee vragen horen, denken we aan Jona die probeerde weg te lopen van God en zelfs in de lagere delen van het schip was God er. In het diepste deel van de zee, God was daar en zelfs in het donkerste deel van de buik van de grote vis, God was daar!

David herinnert ons eraan dat God in de hemel is en in de Sheool [3], wat de verblijfplaats van de geesten van de doden vaag aanduidt. Hij is in het oosten, waar de zon opkomt, en waar hij in het westen ondergaat. De zee waar David hier naar zou verwijzen is de Middellandse Zee die ten westen van hem zou hebben gelegen. Gods beschermende en machtige hand is overal (vs. 10).

In vers 11-12 wordt David getroost door het feit, dat in de donkerste tijden van zijn leven zijn God met hem is geweest! Wanneer het om je heen het donkerst is, denk er dan aan dat onze God ook in het donker ziet! Hij heeft beloofd ons geenszins te begeven of te verlaten (Hebr. 13:5). De naam van de Heer Jezus was Immanuël, wat betekent “God met ons” (Matth. 1:21) en aan het eind van Mattheüs beloofde de Heer Jezus: “Ik ben met u alle dagen tot aan de voleinding van de eeuw.” Laten we deze verzen nog één keer doornemen; God is met ons in de eeuwigheid (vs. 8), God is met ons in de dood (vs. 8), God is met ons in het leven (vs. 7-10), God is met ons in beproevingen (vs. 11-12). David begon aan het eind en werkte zich een weg naar achteren om ons te laten zien dat God altijd met de Zijnen is! (Jes. 41:10).

God heeft mij uniek gemaakt (vs. 13-16)

David herinnert ons eraan, dat God onze binnenste delen heeft gevormd, alles aan de binnenkant van ons. Hij heeft mij in elkaar geweven, dat wil zeggen ons tot een geheel geweven. Het menselijk lichaam is ontzagwekkend en wonderbaarlijk gemaakt! In vers 15 zegt hij “mijn beenderen,” mijn geraamte, mijn skelet is niet voor Hem verborgen. Denk je eens in, mijn lengte, mijn gestalte, mijn geraamte zijn allemaal in het geheim gemaakt in de baarmoeder van mijn moeder en het is het kunstige werk van God, al mijn aderen, pezen en spieren zijn vakkundig in elkaar gezet, precies zoals Hij dat van tevoren had bepaald! David gaat zelfs zo ver om te zeggen dat mijn wezen, dat wil zeggen het embryo, ons DNA, onze genetische opmaak, allemaal in de voorkennis van onze God was!

Job zegt het zo:

Job 10 vers 10-12:
10. Hebt U mij niet als melk uitgegoten, en hebt U mij niet als kaas laten stremmen?
11. Met huid en vlees hebt U mij bekleed; met beenderen en pezen hebt U mij samengeweven.
12. U hebt mij leven en goedertierenheid geschonken, en Uw zorg heeft mijn geest bewaard.

Job 31 vers 15:
15. Heeft Hij Die mij in de buik maakte, ook hem niet gemaakt, en heeft Eén ons niet in de baarmoeder gevormd?

Onze dagen zijn geteld – Elke dag is bekend bij onze God, mijn geboorte, mijn leven en mijn dood. Job 14 vers 5 zegt: “Als zijn dagen vastgesteld zijn, het getal van zijn maanden bij U bekend is, en U zijn grenzen bepaald hebt, die hij niet kan overschrijden … .” Hebreeën 9 vers 27 informeert ons: “En evenzeer als het de mensen beschikt is éénmaal te sterven en daarna het oordeel.”

God verdedigt en beschermt ons (vs. 19-22)

David bidt wat een ‘wraakgebed’ wordt genoemd, dat wil zeggen dat hij God bidt om wraak te nemen op hen die God haten. Er zijn minstens zeven van dit soort psalmen. Maar merk op dat David de kant van God kiest tegen deze bloeddorstige mensen die het bestaan van God ontkennen (vs. 19). Zij spreken tegen God en belasteren Zijn karakter (vs. 20). Zij zijn vijanden van God (vs. 20), zij gebruiken Gods naam ijdel (vs. 20), zij komen tegen God in opstand en proberen Zijn werk te verstoren (vs. 21), zij verafschuwen Gods relatie, dus zijn zij ook Davids vijanden (vs. 22).

God doorzoekt ons ten diepste (vs. 23-24)

David heeft al verklaard dat God hem heeft onderzocht, maar hij realiseert zich dat als God heilig is, wij, die aan Hem verbonden zijn, ook heilig moeten zijn! Daarom bidt hij en vraagt hij God om hem te ‘doorgronden’ en zijn hart te ‘kennen,’ terwijl hij zich aan Hem overgeeft om alles te doorzoeken wat niet verenigbaar is met Zijn heiligheid. David vraagt de Heer om de toestand van zijn hart op de proef te stellen en zijn verlangen is, dat al wat schadelijk is met wortel en tak zal worden uitgeroeid. Alle houdingen en handelingen en gevoelens die niet uit geloof zijn, alles wat niet in overeenstemming was met de heiligheid van zijn God, noemde David schadelijk en hij wilde dat zijn leven zou zijn tot heerlijkheid van God!

Dit is een indrukwekkende Psalm! Wanneer wij leren van de grootheid van God moet er een reactie van ons zijn, mogen wij reageren tot heerlijkheid van God!

 

NOOT:
1. Een schadelijke weg – Of: een weg van smart.

 

Tim Hadley Sr.; © www.anchorsforlife.org

20 mei 2020.

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, FW