3 weken geleden

Ontmoetingen met Christus (1)

Lukas 2 vers 49:
“En Hij zei tegen hen: Waarom hebt u Mij gezocht? Wist u niet dat Ik in de dingen van Mijn Vader moet zijn?”

Dit is ongetwijfeld één van de vroegste berichten over een ontmoeting met de Heer Jezus. Hij was nog maar een jongen op twaalfjarige leeftijd. Dit is het enige verslag van de Heer Jezus in Zijn jeugd. Vanaf de tijd van Zijn geboorte tot aan het begin van Zijn openbare bediening is dit het enige geschreven bericht. Aangezien dit waar is, spreekt dit boekdelen voor ons en is het een zeer leerzaam moment! Het was zeker een leerzaam moment voor Maria! Vanaf het moment dat de engel aan haar verscheen en de geboorte van de Heer Jezus aankondigde, had Maria veel dingen om over na te denken; dit komt naar voren in haar lied in Lukas 1 vers 46-55. Ze zingt over haar behoefte aan een Verlosser (vs. 46-47), over haar bereidheid om de Heer groot te maken in haar ziel, geest en lichaam (vs. 46-48). Zij prijst God (vs. 46-48), voor Zijn macht en genade (vs. 49-50), voor Zijn voorzienigheid en soevereiniteit (vs. 51-53) en voor Zijn beloften en Zijn trouw in het nakomen daarvan (vs. 54-55).

Maar er zijn jaren verstreken en haar zoontje is nu twaalf jaar oud. Er wordt ons verteld: “Het kind nu groeide op en werd gesterkt, vervuld van wijsheid; en [de] genade van God was op Hem” (Luk. 2:40). Het was de gewoonte van dit godvruchtige echtpaar om elk jaar naar Jeruzalem te gaan voor het feest van het pascha. Uit de passage leren wij, dat zij samen met anderen in een karavaan optrokken, “in de mening nu dat Hij bij het reisgezelschap was, gingen zij een dagreis ver en zochten Hem onder hun bloedverwanten en hun bekenden; en toen zij Hem niet vonden, keerden zij naar Jeruzalem terug, op zoek naar Hem. En het gebeurde na drie dagen dat zij Hem in de tempel vonden, waar Hij zat temidden van de leraren en naar hen luisterde en hun vragen stelde. Allen nu die Hem hoorden, waren buiten zichzelf over Zijn inzicht en Zijn antwoorden. En toen zij Hem zagen, stonden zij versteld; en Zijn moeder zei tot Hem: Kind, waarom hebt Je ons dit aangedaan? Zie, Je vader en ik hebben Je met smart gezocht.” (Luk. 2:44-48).

De Heer Jezus antwoordde haar: “Waarom hebt u Mij gezocht? Wist u niet dat Ik in de dingen van Mijn Vader moet zijn?” (vs. 49). De Heer Jezus zegt heel duidelijk waarom Hij in deze wereld is gekomen. In Johannes 4 vers 34 horen we Hem zeggen: “Mijn voedsel is, dat Ik de wil doe van Hem die Mij heeft gezonden en Zijn werk volbreng” (zie ook Joh. 6:38; 17:4; 19:30).

Maria bewaarde deze ontmoeting in haar hart, wat betekent dat zij nadacht over alles wat er gebeurd was. Toen zij bij het kruis stond, kwamen al deze dingen ongetwijfeld weer bij haar terug (Joh. 19:25).

 

Tim Hadley Sr.

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, FW