3 weken geleden

Onder de wet?

Bijbelgedeelten: Galaten 4 vers 4; 2 Korinthe 3 vers 17; Romeinen 7 vers 12.

Enkele gedachten over de wet van Mozes die er geen aanspraak op maken, dat ze dit complexe thema geheel behandelen.

De eenheid van de wet

De wet bestaat uit drie elementen: het morele element, het ceremoniële element en het civiele element1. Niettemin vormt de wet een eenheid. Dat maken onder andere de volgende bijbelse passages duidelijk: Jakobus 2 vers 10 en Galaten 5 vers 3. Interessant is dat het woord “wet” in het Nieuwe Testament in principe in het enkelvoud wordt gebruikt. Er zijn slechts twee uitzonderingen in Hebreeën 8 vers 10 en 10 vers 16, waar uit de Septuagint geciteerd wordt.

De krachteloosheid van de wet

De wet is heilig, rechtvaardig en goed (Rom. 7:12). Niettemin, getuigde de apostel Paulus, die de wet liefhad en deze vanaf zijn jeugd wilde respecteren, duidelijk dat niemand door de wet kan worden gerechtvaardigd (Rom. 3:28). De wet is krachteloos – omdat de mens hem niet kan houden (Rom. 8:3). De wet redt niet van zonde, maar geeft kennis van zonde (Rom. 3:20).

Het doel van de wet

De wet werd ter wille van de overtredingen toegevoegd (Gal. 3:19). Het woord “toevoegen” maakt al duidelijk, dat de wet noch de eerste noch de laatste gedachte van God in verband met de zondige mens is. Door de wet werden de slechte daden van de mensen tot overtredingen – zo werd de verloren toestand en de opstand duidelijker. Door de wet krijgt de mens de volledige kennis van zonde, die de trotse mond stopt (Rom. 3:19,20). De wet maakt ook het kwaad in de mens openbaar, de zonde die in ons woont, en de kracht ervan (Rom. 7). Verder handelde de wet als een tuchtmeester2 en behoedde de mens ook voor het kwaad (zie Gal. 3).3

De reikwijdte van de wet

De wet werd formeel alleen aan het volk Israël gegeven. De wet houdt verband met het verbond dat God sloot met Zijn aardse volk (Ex. 24:7; Deut. 9:9). De besnedenen staan onder de wet en worden ook door de wet geoordeeld (Gal. 5:3; Rom. 3:19; 2:12). Jeruzalem en de Joden waren ten tijde van het schrijven van de brief aan de Galaten onder de heerschappij van de wet (Gal. 4:25).4

Christus onder de wet

Christus werd onder de wet geboren (Gal. 4:4). Hij werd besneden op de achtste dag volgens de wet (Luk. 2). Hij was gekomen om de wet te vervullen (Matth. 5:17). Hij at het Pascha volgens de verordening (Luk. 22:8) en droeg anderen op de geboden van de wet na te leven (Matth. 8:4).

Christenen zijn niet onder de wet

Onder de wet betekent, onderworpen te zijn aan de geboden en straffen van de wet. Geldt dat voor christenen? Nee. De wet is tegen ons (Kol. 2:14); het is de “bediening van de dood” (2 Kor. 3:7); het bewerkt toorn (Rom. 4:15); het is tegengesteld aan het geloof (Gal. 3:12); het is een juk dat niet gedragen kan worden (Hand. 15:10). Romeinen 6 vers 14 zegt uitdrukkelijk, dat christenen niet onder de wet zijn. We zijn gestorven met Christus en dus buiten het bereik van de wet.

Veel christenen menen, dat de kinderen van God slechts onder een deel van de wet zouden zijn en / of bevrijd zouden zijn van de vloeken van de wet, maar niet van de eisen van de wet. Dat is echter onmogelijk. Want of men is onder de gehele wet of men is niet onder de wet, want de wet vormt een eenheid. Bovendien moet men goed bedenken, dat wanneer men zich aan de wet onderwerpt, men ook onder de vloek van de wet staat (Gal. 3:10). De wet zonder de vloek te willen hebben werkt niet, en zo zou je ook het karakter en het effect van de wet vernietigen (want wie let op een wet die niet gekoppeld is aan straffen?)5.

De wet die gebaseerd is op (gewetensvolle, werkzame) gerechtigheid, is als levensregel verdwenen, maar blijft in die zin bestaan, dat het iets van de gedachten van God laat zien en iets van de heerlijkheid van de Heer, en wel in beeld! De wet maakt deel uit van het Woord van God en dat is nuttig voor onderwijs en instructie. Maar christenen hebben de wet niet als levensregel.

VOETNOTEN:
1. We vinden alle drie de elementen in de bergrede: ceremonieel: Mattheüs 5 vers 23 en 24; civiel: Mattheüs 5 vers 21; moreel: Mattheüs 5 vers 27.
2. Lett. ‘pedagoog’, d.i. iemand aan wie men een kind ter opvoeding toevertrouwt.
3. Hier kan men zich de vraag stellen of de wet het kwaad beperkt of juist bevordert (Rom. 7:7). Welnu, innerlijk roept het de mens eigenlijk op te rebelleren, maar de straf van de wet oefent vaak matiging uit op de zondaar. In die zin spreken beide gedachten elkaar niet tegen.
4. Het tijdperk van de wet is ten einde. Maar de wet is niet verdwenen of van zijn werking beroofd. Wie zich onder de wet stelt, is in slavernij en onder de vloek, ook vandaag. Degenen die echter uit de volkeren komen, kunnen echter formeel niet  onder de wet staan, maar alleen moreel.
5. Als iemand alleen de morele eisen van de wet neemt, maar de ceremoniële regels wil laten varen, schuift hij trouwens de genade opzij die in de wet is aangetoond (want de wet gaf slachtoffers voor overtredingen – hoewel de offers natuurlijk niets tot volmaaktheid gebracht hebben). De wet veroordeelt niet alleen, maar wijst steeds weer op de genade van God, die zich in de offers openbaarde. Ieder die zichzelf onder de morele geboden wil plaatsen, zal in zijn geweten scherp de veroordeling van God voelen en in ellende worden geleid.

 

Gerrid Setzer; © www.bibelstudium.de

Online in het Duits sinds 11.09.2019.

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, FW