14 jaar geleden

Oefen je in de Godsvrucht

In 1980 werd een jongens-tweeling geboren bij een Hindu echtpaar in een klein dorp in de Himalaya in het koninkrijk Bhutan. De koning van het land was een Boedhist en wilde dat al zijn onderdanen de zelfde religie praktiseerden. Om tot zijn doel te komen verdreef hij uiteindelijk veel Hindoes uit het land. Veel Hindoes vluchtten naar Nepal – het enige officiële Hindoe-land ter wereld.

Na hun aankomst in Nepal woonden de ouders met de tweeling in een vluchtelingenkamp met andere bannelingen die Hindu of Christen waren. Ondanks hun verschillende religieuze opvoeding werden veel kinderen vrienden. Ram, de oudste van de tweeling was vaak in gezelschap van enkele jonge Christenen wiens ouders het brood braken [zoals je dat in de Bijbel kunt vinden – Handelingen 2:42; 1 Korinthe 10 en 11 – vertaler]. Als gevolg van deze contacten kreeg hij interesse in het getuigenis van deze teenagers. In 1998, Ram was toen 18 jaar oud, leerde hij de Heer Jezus als zijn Redder kennen. Toen begonnen zijn problemen. Hindoeïsme is een religie dat het aanbidden van idolen en dieren met zich mee brengt. Sommige tempels hebben gebieden opgedragen aan slangen, anderen aan ratten, maar koeien zijn het meest heilig. De urine en mest worden gebruikt voor ceremoniele wassingen. Het drinken van urine wordt als een verplichting en voorrecht beschouwd.

Ram realiseerde zich dat hij als Christen zich niet langer kon verbinden met zulke praktijken. Zijn niet-deelname aan familie-aanbidding en andere activiteiten bracht zijn ouders er uiteindelijk toe hem uit het huis te sturen en hielden een begrafenisdienst voor hem. Enkele buren grepen zijn kleren en sloegen hem.

Een jaar later na dit was Ram dolblij toen hij vernam dat zijn broer Laxman ook de Heer Jezus had leren kennen. Laxman onderging dezelfde beproevingen als Ram en ook hij werd weggestuurd. Hij ging samen met zijn broer wonen. Een oude weduwnaar in het vluchtelingenkamp liet de tweeling in zijn hut wonen. Maar de vervolging van zijn ouders hield zelfs toen niet op. Zij benaderden de autoriteiten van het kamp en vroegen dat het voedselrantsoen voor vluchtelingen niet aan hun zonen gegeven zouden worden. Gedurende zes maanden deelden de tweeling het voedsel van de oude man en andere Christenen tot de kampautoriteiten hen hun rantsoenen rechtstreeks leverden.

Nu 22 jaar oud zijn de broers actief in hun plaatselijke vergadering. We hoorden dat beiden deelnemen in de gemeenschap door de breking van het brood. Zij toonden een grote belangstelling in de Schriften en hadden vele vragen en waardeerden zeer de gesprekken. Ram en Laxman zijn volhardend in hun studieopleiding en “in de leer van de apostelen en in de gemeenschap” (Handelingen 2:42).

Beide jonge mannen zou je zo kunnen plaatsen in het gezelschap van de vier waarover we in Daniël 1:12-13 lezen: “Beproef toch uw knechten tien dagen lang, en men geve ons van het gezaaide te eten, en water te drinken. En men zie voor uw aangezicht onze gedaanten, en de gedaanten van de jongelingen, die de stukken van de spijs des konings eten; en doe met uw knechten, naardat gij zien zult”.

Uit: Toward the Mark

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, FW