8 jaar geleden

Nog gezond? (5)

Hoofdstuk 5

De innerlijke instelling

“… in stilheid en vertrouwen zou uw sterkte zijn …” (Jes. 30:15).
“… want de vreugde van de HEERE, dat is uw kracht …” (Neh. 8:11).
“maar wie de HEERE verwachten, zullen hun kracht vernieuwen ..” (Jes. 40:31).

We komen nu tot een categorie van problemen, die noch door voeding (bijvoorbeeld ondervoeding) noch door bacillen (bij onzuiverheid) veroorzaakt worden: De manier waarop wij bij moeilijke en kwellende omstandigheden in ons leven reageren, heeft een grote invloed, niet alleen op onze geestelijke, maar ook op onze lichamelijke gezondheid. Een verkeerd inzicht in moeilijke situaties kan tot depressies1 leiden en als gevolg daarvan tot psychosomatische ziekten leiden.

Sommige mensen denken wel, dat het zich bij moedeloosheid en angst om problemen gaat, die alleen voor onze tijd kenmerkend zijn. Dat klopt natuurlijk niet, hoewel zij zeker vandaag vaker voorkomen. Enkele grote mannen Gods hadden met angst en moedeloosheid te doen. Nemen we bijvoorbeeld de zeer moedige man Gods, de profeet Elia. Eens trad hij zonder angst koning Achab tegemoet en kondigde hem het oordeel van God aan, dat het niet regenen zou. Hij trad zelfs honderden valse profeten inclusief de koning tegemoet, waardoor hij een enorme moed bewees. Toch leed Elia korte tijd later onder diepe moedeloosheid. Het nam zulke proporties aan, dat hij sterven wilde, want hij was bang voor Izebel. Het antwoord van God op zijn problemen was: “Ga naar buiten en ga op de berg staan, voor het aangezicht van de HEERE”. Hij werd bang omdat hij op de omstandigheden zag. Het geheim van zijn overwinning die hij voor die tijd behaald had, bestond daarin, dat hij voor de HEERE stond (verg. 1 Kon. 17:1; 19:4,9-11).

Of kijken we naar David, die leeuwen en beren doodde en de reus Goliath versloeg (1 Sam. 17:33-37). Hij is de dichter van Psalm 27: “De HEERE is mijn licht en mijn heil, voor wie zou ik vrezen? De HEERE is mijn levenskracht, voor wie zou ik angst hebben? … Al belegerde mij een leger, mijn hart zou niet vrezen; al brak er een oorlog tegen mij uit, toch vertrouw ik hierop” (vs. 1,3). Niettemin is dezelfde David bij een andere gelegenheid erg bang en vreesachtig, zodat de Heilige Geest over hem bericht: “David stond op en vluchtte op die dag voor Saul; en hij kwam bij Achis, de koning van Gath … David … werd zeer bevreesd voor Achis, de koning van Gath” (1 Sam. 21:10,12). Het is interessant vast te stellen, dat datgene, waarvoor hij bang was, nooit gebeurde, want hij kwam niet door de hand van Saul om (verg. 1 Sam. 27:1). Daadwerkelijk overleefde hij Saul ongeveer 40 jaar. Saul stierf, maar niet David, en David werd koning in zijn plaats. Zo vergaat het met veel vrees, die wij hebben. Bovendien is het merkwaardig, dat zijn berekening niet opging, want toen hij in het land van de Filistijnen trok, namen zij hem niet op, en hij deed alsof hij een dwaas was – een zeer beschamende zaak voor een gezalfde koning. Na zijn terugkeer schreef hij Psalm 34, die de juiste oplossing voor zijn probleem aantoont. Zo zegt hij onder andere in deze psalm: “Ik heb de HEERE gezocht en Hij heeft mij geantwoord, en mij gered uit al wat ik vrees. Zij zagen naar Hem uit, ja, stroomden op Hem aan; en hun gezicht werd niet rood van schaamte” (vs. 5-6; lees ook vers 1-8).We zien dus dat David angstig en bevreesd werd, toen hij op zichzelf en zijn omstandigheden zag. Toen hij zich tot de Filistijnen om hulp wendde, werd hij teleurgesteld. Maar toen hij op de Heer zag, werd hj van zijn angsten bevrijd, zijn aangezicht fleurde op, en hij werd niet beschaamd.

Nog een voorbeeld vinden we bij de schrijver van Psalm 42. Hoor maar eens wat hij zegt: “Wat buigt u zich neer, mijn ziel, en bent u onrustig in mij?” (vs. 6a). “Neerbuigen” en “onrustig” is een zeer veel voorkomende combinatie. Daadwerkelijk treden beiden tezamen vaker op dan elk voor zich. Welke oplossing noemt de schrijver van deze psalm voor zijn probleem? Het antwoord ligt in de volgende uitspraak: “HOOP OP GOD” (vs. 6b).

We zien dus dat de oorzaak voor neerslachtigheid en angsten daarin ligt, dat men op de omstandigheden ziet. De hulp bestaat daarin, dat men op de Heer ziet.

In het Nieuwe Testament geeft ons de apostel Paulus door de Heilige Geest in een paar verzen de hulp voor moeilijke en drukkende situaties. Deze vinden we in Filippi 4 vers 4-7:

“Verblijdt u altijd in [de] Heer! Nog eens zal ik zeggen: Verblijdt u!

Laat uw inschikkelijkheid aan alle mensen bekend zijn. De Heer is nabij.

Weest in niets bezorgd, maar laat in alles, door gebed en smeking met dankzegging, uw verlangens bekend worden bij God.

En de vrede van God, die alle verstand te boven gaat, zal uw harten en uw gedachten bewaren in Christus Jezus”

Ik ken niets dat door mensen geschreven is, wat de schoonheid en wijsheid van deze enkele verzen overtreft. Goede christelijke literatuur over dit thema baseert zich op deze paar verzen en is een verklarende toelichting van deze verzen.

De apostel Paulus behandelt het probleem van neerslachtigheid met de volgende woorden: “Verblijdt u altijd in [de] Heer!”. Niemand kan zich voortdurend verblijden en gelijktijdig onder diepe neerslachtigheid lijden. Niemand kan zich “altijd” verblijden, als hij zich niet in de Heer verblijdt. De woorden “Nog eens zal ik zeggen: Verblijdt u!” hebben naast de bijzondere nadruk een zeer speciale betekenis. We herinneren ons eraan, dat de apostel met Silas de Filippiërs opzocht en dat zij daar met vele slagen geslagen en in de gevangenis geworpen werden. Maar wat deden zij daar in de gevangenis? Zij beklaagden zich absoluut niet in hun ongeluk. Paulus en Silas “zongen hun God lof” (Hand. 16:23-25). Zij verblijdden zich in de Heer, omdat zij wisten, dat Hij alles leidde. Dat is de reden, waarom zij zich dan ook verblijden konden. De apostel Paulus zegt ons dus met andere woorden: Geloof me, ik weet waarover ik spreek, jullie kunnen je altijd in de Heer verblijden, en ik herhaal het: Verblijdt u!

Daarna gaat hij op het probleem van de angst in: “Weest in niets bezorgd”. Dat betekent, dat we ons om niets zorgen maken moeten, dus geen slachtoffer van de angst worden moeten. Maar hoe moet dat gebeuren? Het antwoord is, dat deze uitspraak een zeer levende waarheid aangeeft, namelijk: “De Heer is nabij”. Dat wil zeggen: U bent niet alleen gelaten, de Heer is zeer nabij, Hij is in uw nabijheid. Alles wat u moet doen, bestaat daarin, dat u het hem vertelt. “… maar laat in alles, door gebed en smeking met dankzegging, uw verlangens bekend worden bij God” (Fil. 4:6). “Smeken” betekent dat je van je nood bewust bent en het Hem vertelt en niet uit gewoonte iets opzeggen. “Met dankzegging” betekent, dat je er zeker van bent, dat Hij bereid is, je te helpen.

Stel het geval, ik zou u vragen op de terugweg een brief voor mij te posten. Als ik ervan overtuigd ben, dat u het doen wilt, zal ik de vraag uitspreken en u gelijktijdig daarvoor bedanken. In het geval van onze God en Vader kunnen we zeer zeker zijn, dat Hij Zich het probleem zal aantrekken, dat ons angstig dreigt te maken, en daarom kunnen we Hem danken. Het kan zijn, dat Hij niet precies dat doet, waarom wij Hem vragen, maar Hij zal dat doen, wat goed voor ons is. We zullen zien, dat Hij alles “wèl gemaakt” heeft (Mark. 7:37), en dat Hij “de macht heeft om zeer overvloedig te doen boven alles wat wij bidden of denken” (Ef. 3:20). We zullen dan de betekenis van de goddelijke verklaring begrijpen “dat hun die God liefhebben, alle dingen meewerken ten goede” (Rom. 8:28).

We zien dus, dat de

– hulp bij neerslachtigheid daaruit bestaat, zich in de Heer te verblijden;
– hulp bij angst daaruit bestaat op de Heer te vertrouwen.

Met deze innerlijke houding van vreugde en vertrouwen kunnen we met het oog van neerdrukkende omstandigheden toch de vrede van God, die alle verstand te boven gaat, genieten! Deze vrede zal onze harten bewaren.

Daarna zegt ons de Heilige Geest in Filippi 4 vers 8 en 9, zoals de dingen zijn moeten, waarover we nadenken moeten. Ze moeten waar, eerbaar, rechtvaardig, rein, beminnelijk, welluidend zijn. De belofte luidt: DE GOD VAN DE VREDE ZAL MET U ZIJN! Wonderbaar! Eerst is er van de vrede van God sprake, daarna van de God van de vrede Zelf. Kunnen we meer verwachten?

Op deze plaats kan het goed zijn, ons aan het feit te herinneren, dat elke gelovige vrede met God heeft. Toch verblijdt zich niet elke gelovige in de vrede van God. Vrede met God hebben betekent voor de gelovigen, dat hij met God verzoend is en nooit meer verloren gaan zal. De vrede van God zal toch ieder van hen ervaren, die Zijn wil doen en hun zorgen op Hem werpen.

Voor mij was het zeer bemoedigend, iets van de omstandigheden te ervaren, waarin enkele van onze mooiste geestelijke liederen ontstaan zijn. H.G. Spafford schreef zijn beroemde lied “Mir ist wohl in dem Herrn” {letterlijk vertaald ongeveer: “‘t Is mij goed in de Heer”; vergelijk lied 264 uit de bundel van Johannes de Heer – vertaler} nadat zijn kinderen bij een scheepsongeluk om het leven gekomen waren. Joseph Scriven schreef het internationaal bekende lied “Welk een Vriend is onze Jezus” na een zeer teleurstellende emotionele ervaring. Deze mannen hebben werkelijk de vrede van God ervaren en hun drukkende omstandigheden overwonnen, zonder dat het vanuit een verkeerd gezichtspunt tot ziekelijke toestanden gekomen is.

Tot nu toe hebben we ons hoofdzakelijk met neerslachtigheid en angst bezig gehouden en negatieve gevolgen aangeduid, die door een verkeerd gezichtspunt opgeroepen zouden kunnen worden. Ik zou er verder nog een zeer schadelijke innerlijke houding aan toe willen voegen. Ze heeft al voor veel moeilijkheden bij afzonderlijke personen, maar ook onder gemeenten van gelovigen gezorgd. Het is de houding van het niet-vergeven. Iemand die niet vergeeft, voelt zich altijd ongelukkig en maakt anderen eveneens ongelukkig.

EEN RECEPT VOOR EEN GEZONDE INNERLIJKE HOUDING:

“Verblijdt u altijd in [de] Heer!” (Fil. 4:4).“Werpt al uw bekommernis op Hem, want Hij zorgt voor u” (1 Petr. 5:7).“Vrees niet, kleine kudde” (Luk. 12:32).“Weest welgemoed, Ik ben het, vreest niet” (Matth. 14:27).“… want uw hemelse Vader weet dat gij al deze dingen behoeft” (Matth. 6:32).“… ik zou geen kwaad vrezen, want U bent met mij” (Ps. 23:4).

VERDER NOG ENKELE RECEPTEN:

“Maar weest ten opzichte van elkaar goedertieren, medelijdend, elkaar vergevend, zoals God in Christus u vergeven heeft” (Ef. 4:32).“Wandelt in liefde, zoals ook Christus ons heeft liefgehad” (Ef. 5:2).“En weest allen tegenover elkaar met ootmoed bekleed; … maar de nederigen geeft Hji genade” (1 Petr. 5:5).“… leert van Mij, want Ik ben zachtmoedig en nederig van hart; en gij zult rust vinden voor uw zielen” (Matth. 11:29).

We mogen ons tot de grote schatkamer – het Woord van God – wenden, om nog een menigte recepten te verkrijgen. De voorraad is onbegrensd. Alle recepten worden kosteloos afgegeven, en we mogen ze zo vaak navorderen, als wij willen!

“De vrucht van de Geest is echter: liefde, blijdschap, vrede, geduld, vriendelijkheid, goedheid, geloof, zachtmoedigheid, zelfbeheersing” (Gal. 5:22)

NOTEN:
1 We wijzen erop, dat hier alleen van een van de mogelijke oorzaken van depressie gesproken wordt. Vele depressies staan in een nauwe verbinding met de organische samenstelling van een persoon. In zulke gevallen kan niet van een verkeerd inzicht gesproken worden en het geven van raad behoeft grote kennis van zaken en wijsheid, opdat de problematiek niet nog versterkt wordt.
Wordt D.V. vervolgd.

© Schrijver: A.M. Behnam. De Amerikaanse originele uitgave verscheen onder de titel: “To your health”, Believers Bookshelf, Sunbury, Pa. 17801, USA.Vertaling: © Frisse Wateren – rm

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, R. Mol