14 jaar geleden

Noach wandelde met God

“Noach wandelde met God” (Genesis 6:9). Dit vers is bepalend voor zijn hele levenswandel (2 Petrus 2:5). Noach bekommerde zich niet om het geklets van de mensen om hem heen, maar wel om de wil van zijn Heer. God sprak tot Noach en maakte hem Zijn wil bekend. De Heer geeft over hem een prachtig getuigenis in Zijn Woord: “Noach was een rechtvaardig, oprecht man in zijn geslachten”.

De tijd waarin Noach leefde, was lang niet gemakkelijk. De aardbodem was reeds bij Adam als gevolg van de zondeval vervloekt (Genesis 3:17). Intussen was het verval doorgegaan. In zulk een wereld van verval leefde Noach. Is de wereld om ons heen niet precies zo verdorven? 2 Timotheüs 3:1-9 laat ons dat duidelijk zien. Voor de wereldlingen van nu en de tijdgenoten van Noach geldt exact hetzelfde: Zij leven zonder God en gebod en doen precies wat in hun boze hart opkomt. Van Noach’s tijdgenoten worden ook verschillende dingen verteld. De Bijbel omschrijft hoe hun handel en wandel was. Ze worden echter niet met lof vermeld. Hun namen worden niet eens genoemd. Ze zijn allemaal in de vergetelheid geraakt! Met Noach is dat niet het geval. Zijn naam is opgetekend in de Heilige Schrift (en God heeft niet alleen zijn naam vermeld, maar er ook een geweldig getuigenis aan verbonden).

Ieder die een Christelijke opvoeding genoten heeft, weet van hem af. Waar ligt dat aan? Dat is, omdat hij leefde naar de wil van God! Gods gedachten waren voor hem maatgevend, en niet de mening van de mensen. Was hij een aangepaste tijdgenoot? Nee, zeker niet! De opvattingen van de wereld veranderen voortdurend, en altijd in de verkeerde richting. Maar Noach bleef bij God en Zijn gedachten. Inderdaad heeft hij daardoor bespotting en verachting moeten verdragen. De bouw van de enorme ark is niet verborgen gebleven. Noach zal daar beslist om uitgelachen zijn en veel spot geoogst hebben. Hij vroeg zich echter niet af wat de mensen van hem dachten, maar hoe God over hem dacht. Is dat niet oneindig veel belangrijker?

Zou de Heere over ons zulk een getuigenis kunnen geven als over Noach? Moeten wij ons niet allemaal schamen en elke dag de Heer ootmoedig ons falen belijden. Noach zag op tot God. De Heer sprak met hem. Noach zocht ernaar, de wil van God te doen. Hij wist dat zijn rijkdom door God aan zijn verantwoordelijkheid was toevertrouwd om het te beheren. Hij gaf vrijwillig zijn tijd, zijn energie, zijn rijkdom. Geliefde vrienden, moge veel van Noachs vrijwillige toewijding bij jou en mij gevonden worden.

De deur naar de hemel

In het leven van Noach zien we de verbinding met de hemel. De deur naar de hemel is het gebed. Op veel plaatsen in de Schrift worden we bemoedigd om te bidden (bijvoorbeeld in Jakobus 5:13-18 en 1 Petrus 4:7). Doen we dat ook echt dagelijks? Nee, niet uit plicht, “omdat het nu eenmaal zo hoort”, maar werkelijk vanuit een diepe innerlijke behoefte? Noach kende dit levende gebedsleven, het spreken met God, uit dagelijkse ervaring. Hoe vaak moet hij toch innerlijk bewogen gebeden hebben! Gebedsonderwerpen waren er meer dan genoeg voor hem. En zou dit voor ons dan nu niet nog net zo zijn?

Noach verwachtte in zijn leven alles van God. Hij bleef daarbij echter niet werkeloos. Nee, integendeel! Hij werkte volgens de nauwkeurige aanwijzingen van God aan de ark (Hebreeën 11:7). Dit was een schip met drie dekken. Een kostbare vracht is daarin later bewaard gebleven in de watersnood, alleen op grond van de genade van God. In dit schip was een lichtopening naar boven. Zien we hoe precies het plan is, tot in de details, Goddelijk! De opening naar boven wijst ons op de enige ware weg: het oog gericht naar boven. De weg van het geloof. Het vertrouwend opzien naar het werk van de Heer Jezus op Golgotha. De blik omhoog naar een genadig God. Ja, God kan een enkel mens met een enkele zonde niet verdragen, maar wel miljoenen mensen die het offer van de Heer Jezus hebben aangenomen!

Noach was anders

Door de wandel in geloof, in vertrouwen op de Heer, werd Noach erfgenaam van een geweldige erfenis: “de gerechtigheid die naar het geloof is” (Hebreeën 11:7). Doordat hij anders was, gaf hij het duidelijkste getuigenis in zijn tijd. Ook wij zijn als verlosten van Christus toch geheel anders dan de mensen van deze wereld die zuchten onder de heerschappij van satan. Zijn wij ook werkelijk in de praktijk anders? Is het aan ons te zien dat wij een andere Meester hebben? Te laten zien dat we anders zijn, dat is een sprekend en veelzeggend getuigenis tegenover de mensen. Wij hoeven geen ark te bouwen, maar ons getuigenis hoort met de hulp van de Heer net zo duidelijk te zijn voor de wereld om ons heen. De Heer Jezus is daarin ons grootste Voorbeeld. Hij stierf voor ons, toen wij nog goddelozen en zondaars waren (Romeinen 5:6 en 8).

Geplaatst in: ,
© Frisse Wateren, FW