11 jaar geleden

Nieuwjaar: Wanneer is mijn laatste dag?

Nieuwjaarsgedachten 2009-2010

“Loof de HEERE mijn ziel en vergeet geen van Zijn weldaden” (Psalm 103:2).

Als u wist dat vandaag uw laatste dag zou zijn, wat zou u dan nog doen? Juist in deze dagen kan zo’n vraag ons bezig houden. Onze gedachten gaan dan vaak uit naar onvervulde verlangens. Met weemoed en pijn in ons hart denken we aan dat, wat we nog zo graag in vervulling zouden willen zien gaan. Herstel van verbroken relaties, beëindigen van ruzie met een vriend of vriendin, opheffen van onmin met ouders, eenzaamheid die eindelijk doorbroken wordt, vervulling van een kinderwens, herstel van lichamelijke ziekte, psychische problemen die onder controle mogen komen … enzovoorts. Onze verlangens kunnen we eindeloos opnoemen.

Maar ondertussen zitten we vast in onze gedachten en deze draaien maar rondom onszelf. We komen er niet los van. Natuurlijk denken we aan onze zorgen en problemen, als we die hebben. Dat kan niet anders. Maar … hóe denken we eraan? En vervolgens: Wat doen we ermee? Mag ik u meenemen naar de bijbel? laten we eens kijken naar de volgende tekst:

“Vernedert u dus onder de krachtige hand van God, opdat Hij u verhoogt op Zijn tijd, terwijl u al uw bezorgdheid op Hem werpt, want Hij zorgt voor u” (1 Petrus 5:6-7).

‘Nederigheid’ is iets wat vaak in ons woordenboek ontbreekt. Hoe vaak horen we niet dat we dit of dat ook wel ‘verdiend’ hebben, immers we hebben er zo hard voor gewerkt, of we hebben zoveel goeds gedaan. Dan komen de goede dingen ons zeker toe en hebben we recht op ‘voorspoed en zegen’. Is dit eigenlijk wel zo ‘nederig’. Moeten we niet terug naar het besef van de genade van God, aan Wie wij alles te danken hebben, ook onze behoudenis. Van onze zijde gezien hebben wij niets verdiend, behalve de eeuwige dood. Maar God wil niet de dood van de zondaar en zondares (zie o.a. 2 Petrus 3:9). Ook vandaag niet. Daarvoor juist heeft Hij Zijn eigen Zoon gezonden Die Zichzelf vernederde en gehoorzaam werd tot de dood, ja tot de dood aan het kruis (zie Filippi 2:8). Gelooft u al in Hem? Bent u al een kind van God? Als u dat wilt worden, buig dan nu uw knieën voor Hem en belijd, erken uw zonden. Neem Jezus Christus als uw Heer en Heiland aan, dan zult u ook eeuwig leven ontvangen in plaats van de eeuwige dood die u en ik verdiend hadden op grond van ons “dood zijn in misdaden en zonden” (Efeze 2:1). Uw leven zal dan volkomen veranderen, uw hart behoort aan Hem toe Die voor u en mij leed en stierf op Golgotha. Dat maakt alles anders, dat maakt alles nieuw. ‘Ons buigen’ voor Hem maakt, dat wij deel krijgen aan de gevolgen van ‘Zijn buigen’ voor ons in de dood. Hij heeft alles tussen God en ons in orde gemaakt, de schuld die op ons lag, heeft Hij volkomen betaald. Is dat ook in deze dagen niet een reden om ons voor Hem te buigen en Hem voor deze ‘weldaad’ te danken en te aanbidden? En … er zijn nog veel meer weldaden. Wat denkt u van de geestelijke zegeningen in de hemel uit Efeze 1 bijvoorbeeld?

Maar ook als kinderen van God moeten we ons buigen onder de ‘krachtige’ hand van God. Zijn hand die ons leidt, die ons vasthoudt, die ons behoedt voor gevaren is een ‘krachtige’ hand. Hij zal ons dwars door de problemen, de zorgen heen leiden en ons in onze zorgen bijstaan en vasthouden. Laten we ons daaronder buigen. Dat geeft kracht, zekerheid en rust! Als we ons zo vernederen laten we dan ook vooral niet vergeten dat Hij voor ons zorgt. Terwijl we onze zorgen aan Hem bekend maken, ja, op Hem werpen, is God onze Vader voor ons aan het zorgen. Die zorg van Hem gaat niet pas in, op het moment dat wij Hem onze zorgen bekend maken. Dat staat ook niet in deze tekst. Er staat immers niet: “terwijl u al uw bezorgdheid op Hem werpt, gaat Hij voor u zorgen”; nee, er staat: “… want Hij zorgt voor u”. Is dat niet bemoedigend, geliefde vrienden en vriendinnen, geliefden in Christus? Ook in deze dagen voor de wisseling van oud en nieuw – wanneer mogelijk allerlei zorgen op ons afstormen, gepaard gaande met herinneringen die ons tot tranen brengen – mogen we al onze zorgen op Hem werpen. Het woord ‘werpen’ is een krachtige uitdrukking. We mogen het van ons afwerpen met kracht op Hem!!! Hij ziet daarbij onze tranen en verwijt ons die niet, maar vertroost ons met Zijn Woord.

“Wanneer gij zult gaan door het water, Ik zal bij u zijn, en door de rivieren, zij zullen u niet overstromen; wanneer gij door het vuur zult gaan, zult gij niet verbranden, en de vlam zal u niet aansteken. Want Ik ben de HEERE, uw God, de Heilige Israëls, uw Heiland; … Van toen af, dat gij kostelijk zijt geweest in Mijn ogen, zijt gij verheerlijkt geweest, en Ik heb u liefgehad; … Vrees niet, want Ik ben met u …” (Jesaja 43:2-5).

Als we dit zo mogen ervaren, komen er zeker ook andere gedachten bij ons op. Gedachten van dankbaarheid jegens God, onze zorgende Vader, Die ook weldaden gaf het afgelopen jaar. Is niet het ‘zorgen’ voor ons ook een enorme weldaad? Laten we dan niet vergeten dat God ons vele weldaden geschonken heeft. Het is nuttig om je ook daar op te concentreren. Dan gaan we Hem zien door het oog van het geloof die van ons, die dode zondaars waren vroeger, nu een levende hoop gemaakt heeft om deel te hebben aan de erfenis in de hemelen. Dan kunnen onze zorgen ons niet meer verhinderen om ons ook daarin te verblijden. “Daarin verheugt u zich, zo nodig nu een korte tijd bedroefd door allerlei verzoekingen …” (1 Petrus 1:6).

Als deze dag – vandaag dus – uw en mijn laatste dag zou zijn, kunnen we ons leven besluiten met lof en dank aan Hem Die ons liefheeft, Die onze ziel bemint. Bij Hem zullen we de dingen zien zoals Hij ze ziet, en dan zullen we vast zeggen: Ja, het was goed!!! Maar wij weten niet of vandaag onze laatste dag zal zijn. Wij weten wel dat Hij ons nabij is tot op het moment dat we met Hem zullen zijn in het paradijs. Daarom is het devies van de apostel Paulus voor ons van het grootste belang: “Want te leven is voor mij Christus en te sterven is winst!” (Filippi 1:21). Dan bestaat het leven voor ons hier op aarde “Christus” en het sterven is voor ons “winst”, want dan zijn wij bij Hem in het paradijs. Daar, waar ook onze geliefden al zijn, die Hem eveneens toebehoorden en door Hem gekocht en betaald zijn met Zijn bloed.

Maar het kan ook zijn dat Christus vandaag terug komt om ons op te halen en ons te brengen – zoals Hij beloofd heeft – in het Vaderhuis. (zie Johannes 14:1-3; 1 Thessalonika 4:13-18). Daar heeft Hij ons – die Zijn eigendom zijn geworden door Zijn bloed – een plaats bereid. “O, daar te zijn, waar nimmer tranen vloeien!”

O, daar te zijn,

waar nimmer tranen vloeien,

waar ’t hart geen angst,

geen zorgen kent noch pijn,

waar doorn noch distel groeien.

O, daar te zijn! O, daar te zijn!
O, daar is ’t schoon,

in ’t Vaderhuis der vromen,

daar is geen kruis, dan is de doornenkroon

van ’t buigend hoofd genomen.

O, daar is ’t schoon! O, daar is ’t schoon!

 

O, daar, daarheen,

waar ziekten zijn noch graven

Dorst hier het hart naar Gods gerechtigheên,

’t kan daar zich eeuwig laven.

O, daar, daarheen! O, daar, daarheen!

O, daar zijt Gij,

de bron en Heer des levens.

Daar ben ik thuis, daar van de zonde vrij,

en eeuwig zalig tevens.

O, daar zijt Gij! O, daar zijt Gij!

Geplaatst in: ,
© Frisse Wateren, FW