1 jaar geleden

Na de Babylonische ballingschap (15-16)

Esther 4:1:
1. Toen Mordechai alles te weten was gekomen wat er gebeurd was, scheurde Mordechai zijn kleren en hulde zich in zak en as. Hij ging door het midden van de stad en weeklaagde luid en bitter.

Lukas 19:41-44:
41. En toen Hij naderde en de stad zag, weende Hij over haar en zei:
42. Och, mocht op deze <uw> dag ook u erkennen wat tot <uw> vrede dient! Nu is het echter verborgen voor uw ogen.
43. Want er zullen dagen over u komen dat uw vijanden een wal rondom u zullen opwerpen en u zullen omsingelen en u van alle zijden benauwen;
44. en zij zullen u met de grond gelijkmaken met uw kinderen in u; en zij zullen in u geen steen op [de andere] steen laten, aangezien u de tijd waarin naar u werd omgezien, niet hebt erkend.

* Lees ook: Esther 4:2-17.

XV

 

Het bevel voor de vernietiging van de Joden werd geschreven, verzegeld met de ring van de koning, en verstuurd naar alle gewesten. Overal waar dit arriveerde “was er grote rouw bij de Joden, met vasten, geween en rouwklacht; velen lagen in zak en as” (Esther 4:3). Mordechai, wiens trouw Hamans haat opgewekt had en aanleiding gaf tot dit boosaardige bevel, rouwde in diepe ellende, ging de stad door en weeklaagde luid en bitter en ging zelfs tot vóór het paleis van de koning. Hij weigerde de kleren die Esther hem zond om zijn rouwgewaad af te leggen en informeerde haar wat er gebeurd was. Hij kon zelf niets meer doen, maar gaf Esther de opdracht om naar de koning te gaan om te smeken en te pleiten voor haar volk. Ze stemde ermee in om dit te doen, hoewel het haar leven in gevaar zou brengen.

Op dezelfde manier, maar toch in schril contrast, zien we onze gezegende Heer op Zijn laatste reis naar Jeruzalem wenen over die stad en haar toekomst toen Hij naderde. Hij kwam tot het Zijne, en de Zijnen hebben Hem niet aangenomen (Joh. 1:11). Zij hadden de dag van hun bezoeking niet erkend. Hun leiders haatten Hem zonder oorzaak en smeedden zelfs plannen hoe zij Hem zouden doden. Hoe vreselijk zal hun lot zijn! Hun vijanden zullen komen en hen omsingelen, de stad met de grond gelijkmaken en geen steen op de andere steen laten. Hij wist dat hun geroep “Zijn bloed over ons en over onze kinderen” (Matth. 27:25) de verwoesting zou brengen over dit volk. Er zal niemand zijn tot wie zij zich zullen kunnen wenden. In resolute liefde ging Hij door om Zijn leven af te leggen voor Zijn vijanden, en voor ons allemaal!

XVI

 

Esther 4:15-16:
15. Toen zei Esther dat men Mordechai moest antwoorden:
16. Ga, verzamel alle Joden die zich in Susan bevinden, en vast voor mij: eet niet en drink niet, drie dagen lang, nacht en dag. Ook ikzelf zal zo vasten, samen met mijn dienaressen, en dan zal ik naar de koning gaan, wat niet overeenkomstig de wet is. Als ik dan omkom, dan kom ik om.

Esther 5:14:*
Toen zei Zeres, zijn vrouw, tegen hem, samen met al zijn vrienden: Laat men een galg maken, vijftig el hoog, en zeg morgen tegen de koning dat men Mordechai daaraan moet hangen. Ga dus blij met de koning naar de maaltijd. Deze raad was goed in de ogen van Haman en hij liet de galg maken.

* Lees hoofdstuk 4 en 5

Tegenstrijdig voorstellen

Mordechai had Esther gezegd, dat zij niet moest denken omdat zij koningin was, dat zij als enige van de Joden ontkomen zou aan de dood (Esther 4:13). Hij stelde de vraag: “En wie weet of jij niet juist voor een tijd als deze tot deze koninklijke waardigheid gekomen bent” (Esther 4:14). Esther ging op zijn smeekbede in, en antwoordde Mordechai om samen met de Joden te Susan voor haar te vasten, en dat ze haar leven in haar hand zou nemen en naar de koning zou gaan. Een paar dagen later kwam Haman thuis, uitbundig blij en trots. Hij had de buitengewone eer om uitgenodigd te zijn op Esther’s paleis, samen met de koning, op een feestmaal van wijn! De volgende dag zou hij weer komen. Toch werd zijn plezier bedorven door het zien van Mordechai die weigerde op te staan en te beven voor hem. Zijn vrouw en vrienden raadden hem aan een galg te bouwen, en toestemming aan de koning te vragen om Mordechai daaraan op te hangen, en dan blij met de koning naar het feestmaal te gaan.

Zo’n kwade raad geven gaat nog altijd uit van de ene, waarvan onze Heer zegt “die was een mensenmoordenaar van [het] begin af” en komt “niet dan om te stelen en te slachten en te verderven” (Joh. 8:44; 10:10). Voor hem is er niets kostbaars in het menselijk leven. Hoeveel onschuldige levens werden opgeofferd in deze wereld aan meedogenloze mannen, zoekers van macht!

Hoe anders was onze Heer. Hij wilde niet alleen Zijn leven riskeren opdat we leven zouden hebben – Hij gaf Zijn leven voor ons! Dan ook, hoe belangrijk dat we onszelf verloochenen – het belang van het vasten – en ernstig bidden dat nog veel zondaars tot Christus komen om in Hem te geloven als Redder.

© The Lord is near, Eugene P. Vedder, Jr.

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, R. Mol