2 weken geleden

Moeten we om tekenen vragen?

Aan de hand van het voorbeeld van Gideon uitgelegd

Richteren 6

Richteren 6 vers 36-40: “En Gideon zei tegen God: Als U Israël door mijn hand zult verlossen, zoals U gesproken hebt, zie, ik ga een wollen vacht op de dorsvloer leggen. Als er alleen op de vacht dauw zal zijn en droogte op heel het land eromheen, dan zal ik weten dat U Israël door mijn hand zult verlossen, zoals U gesproken hebt. En zo gebeurde het. De volgende dag stond hij vroeg op, wrong de vacht uit en perste de dauw uit de vacht: een schaal vol water. En Gideon zei tegen God: Laat Uw toorn niet tegen mij ontbranden, als ik alleen deze keer nog spreek. Laat mij toch nog eenmaal een proef met de vacht nemen: laat er alleen op de vacht droogte zijn en op heel het land eromheen dauw. En God deed zo in diezelfde nacht, want de droogte was alleen op de vacht en op heel het land eromheen was dauw”.

Gideon was een van de leiders die God had opgewekt om over Zijn volk in de tijd van Richteren in de vroege dagen van de geschiedenis van Israël te regeren. Tijdens een periode van invasie door de legers van Midian riep God Gideon op om de Israëlitische troepen bij elkaar te brengen en de buitenlandse indringers te verjagen. Maar voordat Gideon zich tot de strijd begaf, wilde hij er zeker van zijn dat God Israël de overwinning zou geven.

In Richteren 6: 36-40 zien we hoe Gideon God gevraagd heeft om op een ochtend een wollen vlies {vacht – vertaler} door dauw nat te maken en dan de volgende ochtend volledig te laten drogen. Het wollen vlies zou het teken moeten zijn dat God duidelijk Israël zou redden van de Midianieten. God gaf Gideon het teken dat hij had gevraagd, en Gideon ging toen ook uit en versloeg de legers van de Midianieten.

Moeten we het voorbeeld van Gideon volgen en vliezen uitleggen? Leert Richteren 6 dat het een goed idee is om God om tekenen van Zijn bevestiging te vragen, of het nu om onze plannen gaat of om een beslissing, waarvan we denken dat het naar Zijn wil is? Hoe ver moeten we gaan in deze praktijk van het leggen van het vlies? Zijn deze vliezen alleen gereserveerd voor bepaalde speciale gelegenheden of moeten we verwachten, dat God ons elke dag tekenen geeft? Is het leggen van een vlies het bewijs van een volwassen geloof of onvolwassen geloof? Wordt ons geloof versterkt door vliezen, of is het beter om God niet om een teken te vragen?

Deze vragen, net als vele andere, komen ons voor de geest als we het bericht van Gideon lezen. We weten uit Romeinen 15 vers 4 dat dit oudtestamentische gedeelte van de Schrift tot onze lering is geschreven en in het Woord van God is opgenomen. Er zijn veel grote lessen voor christenen in het verslag van Gideon, maar wat is nu de les die wij naar de wil van God uit de geschiedenis met het uitgelegde vlies leren moeten?

Voordat we een bewijs uit de Schrift halen over de kwaliteit van Gideon’s geloof, willen we ons een van de belangrijkste principes van de Schriftinterpretatie in herinnering brengen. Het verhaal is altijd onderhevig aan didactiek1, dat wil zeggen, de berichten van de historische gebeurtenissen die in de Bijbel worden genoemd, zijn altijd aan de passages van de Bijbel onderworpen, die duidelijk onderwijs geven. We moeten altijd onderscheid maken tussen wat er is gebeurd, en wat er zou moeten gebeuren als we de Schrift lezen.

Bijvoorbeeld, het feit dat de Bijbel ons vertelt dat Abraham over zijn vrouw een leugen vertelt en daarmee zijn vrouw in gevaar brengt, om zijn leven te beschermen (Gen. 12:10-20), moeten wij niet zo interpreteren dat het betekent dat het okay is voor ons om te liegen en onze familieleden in gevaar te brengen, wanneer we denken dat het om ons leven gaat. Op dezelfde manier is de geschiedenis van Gideon, en ook het verhaal van het vlies, een bericht van wat er is gebeurd; maar het betekent niet noodzakelijkerwijze dat het zou moeten gebeuren. We moeten letten op het verband van de tekst  waarin het verhaal van Gideon is geschreven, en zien of Gideon’s actie er een was van een sterk, volwassen geloof of van een zwak onvolwassen geloof. We moeten ons afvragen of het algemene verband van de geschiedenis ons leert om de handelingen van het karakter van dit verhaal te volgen, of dat we deze handeling moeten vermijden. Ook moeten we naar de rest van de Bijbel kijken en zien of er duidelijke leringen zijn die betrekking hebben op het onderwerp van het leggen van vliezen, en die bevestigen dat we God om tekenen moeten vragen.

In het evangelie van Mattheüs lezen we tweemaal dat de Heer Jezus leert, dat vragen om tekenen geen verstandige houding tegenover God is. Hij zegt in beide gelegenheden (Matth. 12:39; 16:4), dat een boos en overspelig geslacht een teken verlangt. Uiteraard waren de motieven die dit boos en overspelig geslacht had om een teken van God te vragen, volledig verschillend van de motieven van een gelovige die ​​om een ​​teken van God vraagt. De Bijbel geeft echter aan dat zelfs een gelovige een onvolgroeid geloof laat zien, wanneer hij tekenen nodig heeft. Laten we ons herinneren, dat onze Heer het gebrek aan geloof van de ongelovige Thomas met de uitspraak berispt: “Gelukkig zij die niet gezien en [toch] geloofd hebben” (Joh. 20:29). We kunnen dan zeggen dat de vuistregel voor de groeiende christen het volgende moet zijn: wandel in geloof en niet door wollen vliezen! Of om 2 Korinthe 5 vers 7 te citeren: “We wandelen door geloof, niet door aanschouwen”. Zo zien we dat de duidelijke didactische gedeelten van de Schrift, die te maken hebben met het vragen om tekenen te maken hebben, daarheen neigen, om ons te tonen dat het leggen van vliezen niet de meest volwassen uitdrukking van het geloof is of een God-erend antwoord van het geloof zou zijn.

Als we de geschiedenis van Gideon (dat wat er is gebeurd) in het licht van deze leringen (dat, wat zou er zou moeten gebeuren) bezien, dan wordt het ons goed duidelijk wat dit voorval met het wollen vlies illustreert. Gideon handelde niet op basis van een sterk en zeker geloof, maar veeleer op basis van een zwak en onzeker geloof. Gideon vroeg God om een teken, nadat God al met nadruk beloofd had, dat Hij Israël van de Midianieten redden wilde. De Heer had Gideon al gestuurd om de Midianieten te verslaan. “Ga in deze kracht van u, en u zult Israël uit de hand van Midian verlossen! Heb ik u niet gezonden?” (Richt. 6:14). Toen had de Heer Gideon beloofd dat Hij met hem wilde zijn en dat hij definitief de Midianieten zou verslaan. “Maar de HEERE zei tegen hem: omdat Ik met u zal zijn, zult u Midian verslaan alsof het maar één man was” (Richt. 6:16). Verder had God Gideon al een bevestigend teken gegeven: de manier waarop Hij op het offer van Gideon antwoordde. Een wonderlijk vuur had aangegeven dat God Gideon en zijn offer aannam. Dit vuur had het offer verteerd, dat Gideon gebracht had. Welk verder bewijs had Gideon nog nodig om te weten, dat de God van Israël erbij was om Gideon een volledige overwinning op de Midianieten te geven? Toch had Gideon de moed om tegen God te zeggen: “Als u Israël door mijn hand zult verlossen, zoals U gesproken hebt” (Richt. 6:36). Hoe teleurstellend en toch hoe bekend! Zo vaak is het ook bij ons als bij Gideon. We twijfelen aan de directe beloften die God ons zwart op wit in de Schrift gegeven heeft. Waarom bijvoorbeeld riskeren we lichamelijke problemen als gevolg van stress, wanneer ons duidelijk wordt gezegd: “Werpt al uw zorgen op Hem want Hij zorgt voor u” (1 Petr. 5:7)2.

Het feit dat we allen misschien vliezen hebben uitgelegd en mogelijkerwijze Gods antwoord door wondertekenen hebben gezien, wil nog niet zeggen dat God ook welgevallen had in onze geloofswandel. Net zoals ouders zich soms ertoe laten brengen om aan de angstige vragen en smekingen van hun kinderen om verzekering of bevestiging toe te geven, zo legt God Zich soms ook neer bij de vragen van ons zwakke geloof. Maar ouders willen dat hun kinderen volwassen worden en tot het punt komen, dat ze niet altijd een verzekering of een ongewone demonstratie van bevestiging nodig hebben. Op dezelfde manier wil God dat Zijn kinderen in geloof groeien tot het punt, waar ze niet langer nodig hebben om vliezen uit te leggen en om tekenen te vragen. Het punt is niet dat het verhaal van Gideon ons leert dat het verkeerd is om vliezen uit te leggen, en dat het verkeerd is om God om tekenen te vragen. Maar het verslag van Gideon en het vlies wordt in de Schrift vermeld om ons te laten zien, dat het een onzeker, twijfelend geloof is dat tekenen verlangt, en dat het gewoonlijk de angstige, onvolwassen gelovige is die vliezen uitlegt.

Een zeer bemoedigende les die we ook in gedachten willen houden wanneer we naar de geschiedenis van Gideon en het vlies kijken, is deze, dat God ons gebrek aan geloof tolereert en ondanks ons onvolwassen geloof Zijn werk met ons voortzet. Hij kan ons zelfs deze tekenen geven waarom we hebben gebeden, om ons zwakke geloof te versterken.

Hoewel het uit de Schrift duidelijk is, dat Gideon geen reus in het geloof was, moeten we het feit dat hij een waarachtig geloof had niet uit het oog verliezen. Hij had misschien niet zo’n moedig geloof als sommige andere helden uit het Oude Testament, maar er moet benadrukt worden dat Gideon niet zonder geloof was. Toen God Gideon opriep om het heidense altaar van zijn vader af te breken (Richt. 6:25-27), deed hij dat ’s nachts omdat hij te angstig was om dat overdag te doen. Maar hij deed het!

Geloof hoeft niet dapper te zijn om echt te zijn. Wat bemoedigend voor ons die zo vaak zo beschroomd in het geloof zijn. Nogmaals, we zien dat Gideon bang was voor de strijd, en hij had een droom nodig die hem aanmoedigde om de stap in het geloof te zetten (Richt. 7:9-15). Maar God wist alles van het zwakke geloof van Gideon, en nadat hij nogmaals duidelijk had gezegd dat Gideon de Midianieten zou verslaan (Richt. 7:9), zei Hij tegen Gideon: “Bent u echter nog te bevreesd om af te dalen, daalt u dan met Pura, uw knecht, af naar het kamp, en dan zult u horen, waar zij over spreken. En daarna zult u moed vatten en naar het kamp afdalen” (Richt. 7:10,11). Hoe genadig is God! Gods bewonderenswaardige geduld en neerbuigendheid ten opzichte van het zwakke geloof van Gideon (die meer waarde hechtte aan de Midianitische droom dan op het duidelijke woord van de Heer!), toont ons de omvang van Zijn genade met betrekking tot ons kleine geloof. Wat een aanmoediging voor ons, die net zo vaak als Gideon het verlangen hebben om ‘bewijzen’ te zien, in plaats van simpelweg te geloven in de beloften van het Woord van God. Maar God zij geprezen: “Hij weet wat voor maaksel wij zijn en blijft bedenken dat wij stof zijn” (Ps. 103:14).

Het feit dat Gideon ondanks zijn falen, in Hebreeën (Hebreeën 11:32) tot de helden van het geloof wordt gerekend, toont ons, dat vanuit Gods perspectief het feit van ons geloof uiteindelijk belangrijker is dan de kracht van ons geloof. Dit alles is bemoedigend voor ons. Dat betekent echter niet dat God zijn stempel van bevestiging drukt op het uitleggen van vliezen of op een zwak, vreesachtig geloof.

Niet alleen is de praktijk van het uitleggen van vliezen een teken van onvolwassen geloof, maar daarmee zijn ook enkele problemen verbonden. Eén probleem is, dat je nooit werkelijk zeker kunt zijn met je vlies. Laten we zeggen dat je God om een ​​teken uit de hemel hebt gevraagd, zodat je weet of je een bepaalde reis maken moet of een bepaalde relatie moet voortzetten, en drie dagen later zie je een vallende ster. “Wauw!”, zeg je dan. Maar dan begin je je af te vragen: “Was dat nu het teken van God, of was dat gewoon toeval?” Wat doe je dan? De kans is groot dat je hetzelfde doet als Gideon. Dan zul je de grenzen met betrekking tot het teken wat nauwer aantrekken om echt zeker te zijn. “Heer, laat me in de komende 48 uur drie vallende sterren aan de noordelijke hemel zien, als mijn beslissing Uw wil is”. Maar je kunt nooit genoeg vliezen uitleggen om 100% zeker te zijn. En waar eindigt het geloof en waar begint de manipulatie van God?

Het aantrekken van de grenzen leidt tot een ander probleem. Het uitleggen van vliezen is misschien niet verkeerd. Maar het komt heel gevaarlijk dicht bij het verzoeken van de Heer, en dat is duidelijk verkeerd. Als de Farizeeën en Sadduceeën Christus om een teken vragen, zegt de Schrift dat ze Hem verzoeken door een teken uit de hemel te vragen (Matth. 16:1). De Bijbel leert duidelijk dat het een zonde is om God te verzoeken of op de proef te stellen. “U mag de HEERE, uw God, niet op de proef stellen” (Deut. 6:16). Als je de snelweg oversteekt en verwacht niet gewond te raken door een voertuig, omdat God beloofd heeft ons te beschermen, betekent dat God op de proef stellen {verzoeken – vertaler}.

Een christen die een vlies uitlegt en om een ​​teken vraagt, beproeft weliswaar niet direct God, maar wanneer hij de grenzen van de tekenen die hij verlangt, verkleint, beweegt hij zich in die richting. Als we de Heer vragen: “Laat de telefoon morgen om twaalf uur rinkelen, wanneer U wilt dat ik deze nieuwe baan aan moet nemen (of naar een nieuwe plaats moet gaan)”, dan hebben we God in werkelijkheid opgesloten, opgesloten in een zelfgemaakte doos. We hebben onze voorwaarden bepaald en we dwingen God om Zijn wil voor ons te bevestigen volgens onze voorwaarden. Is het niet gevaarlijk om God op de proef te stellen? Hoe nauwer we de grenzen trekken om Gods hand te dwingen, hoe dichter we bij het bovengenoemde voorbeeld met de snelweg komen. Hoeveel beter is het om de normale middelen te gebruiken die God ons heeft gegeven om beslissingen te nemen: ten eerste naar de richtlijnen van de Schrift met een heilig gezond verstand te vragen, en dan God te vragen onze beslissingen te bevestigen of ons tot andere beslissingen te brengen op de wegen, die Hij gekozen heeft.

God vragen om onze beslissing te bevestigen zonder Hem te beperken in de wijze waarop Hij dat doet, is niet hetzelfde als het uitleggen van vliezen. De Heer te vragen dat Hij ons op een duidelijke manier laat zien, wanneer we een beslissing hebben genomen of op het punt staan om een beslissing te nemen, die niet in overeenstemming is met Zijn wil – dat is niet hetzelfde als om een speciaal teken om van God te vragen. De Heer speelt niet met ons. Hij wil dat we de juiste keuzes maken en Hij bevestigt ons graag in die beslissingen. We hoeven geen vliezen uit te leggen om onze Vader eraan te herinneren, dat Zijn geliefde kinderen, die Hij door en door kent, Zijn volledige steun nodig hebben in hun geloofswandel. We kunnen Zijn belofte vertrouwen.

“Ken Hem in al je wegen, dan zal Hij je paden rechtmaken” (Spr. 3:6).

NOTEN VERTALER:
1. Didactiek: Didactisch, onderwijzend, alles wat tot het leren behoort, of wat het onderwijs bevordert. … Wetenschap van het geven van onderwijs. {uit: www.encycl.nl}
2. Geciteerd is uit Voorhoeve-Vertaling (4e druk). De Telos -Vertaling heeft: “… terwijl u al uw bezorgdheid op Hem werpt, want Hij zorgt voor u”.

David R. Reid, © SoundWords,

online in het Duits sinds 01.01.2001, bijgewerkt: 30.09.2016.

Geplaatst in: ,
© Frisse Wateren, R. Mol