14 jaar geleden

Mefiboseth (23)

Mefiboseth (23)

2 Samuël 19

Voordracht 8e

Staat trouw nog in ons woordenboek?

 

Mefiboseth komt David tegemoet

In hoofdstuk 19 wordt David weer in zijn koningschap hersteld en keert hij weer terug naar Jeruzalem. Toen hij terug kwam, wie was de eerste die hem tegemoet kwam om hem te ontvangen? Luister, voor mij is dat zeer leerzaam: “Mefiboseth, Sauls zoon, kwam ook af de koning tegemoet; en hij had zijn voeten niet schoongemaakt, noch zijn knevelbaard geschoren, noch zijn klederen gewassen, van die dag af, dat de koning was weggegaan, tot die dag toe, dat hij met vrede weerkwam” (2 Samuël 19:24). Hij droeg leed. Zijn hart was trouw ten opzichte van David gebleven. De tegenstanders dronken wijn en vierden feest, maar Mefiboseth hield het bij de verworpen koning. Is dat vandaag niet net zo? De wereld gaat in zorgeloosheid haar weg en zonder aan de Heer Jezus te denken haast zij zich het oordeel tegemoet. Maar wat doet een echte Christen? Hij neemt het voor Christus op. Doe jij dat ook? Kent jouw omgeving je als een man of vrouw van God – als een echte standvastige Christen die het voor zijn/haar Heer opneemt? Daar komt het op aan. Mefiboseth stond in Jeruzalem bekend als iemand die aan zijn verworpen koning trouw gebleven was.

Ogenschijnlijk stond hij alleen, maar hij hiel vol. Hij had “geen gemeenschap met de onvruchtbare werken van de duisternis” (Efeze 5:11). Zijn hart behoorde zijn heer toe in de verwerping. Zijn hart was trouw ten opzichte van zijn afwezige heer. Nu vraagt de koning hem: “Waarom zijt gij niet met mij getrokken, Mefiboseth?” (vers 25). Dan antwoord hij: “Mijn heer koning, mijn knecht heeft mij bedrogen; want uw knecht zeide: Ik zal mij een ezel zadelen, en daarop rijden, en tot de koning trekken, want uw knecht is kreupel. Daartoe heeft hij uw knecht bij mijn heer de koning vals aangebracht” (vers 26-27). Het was Mefiboseth die zich klaar maakte en brood en vruchten en wijn bereidde om het aan de koning te brengen; Ziba echter, die schurk, besteeg de beladen ezel en reed naar de koning en belasterde zijn heer. David was misleid, maar je kunt Christus niet misleiden. Hem bedriegen is onmogelijk. Gedurende de drieëndertig jaar die ik Christen ben, werd er veel over mij gezegd, maar het kan mij niet schelen wat de mensen over mij zeggen. Zij kunnen mijn Meester niet misleiden. Hij weet wat waar is, en dat is waar alles om draait.

Waar gaat het mij om?

David was nogal ontdaan toen hij gewaar werd hoe het echt zat, en zei toen: “Ik heb gezegd: Gij en Ziba, deelt het land. En Mefiboseth zeide tot de koning: Hij neme het ook gans weg, aangezien mijn heer de koning met vrede in zijn huis is gekomen” (vers 29-30). “Ik geef niets om het land”, zei Mefiboseth. Daar was Ziba op uit, hij wilde het land. Net zoals de wereldse Christen is hij uit op aardse rijkdom. Mefiboseth zegt eigenlijk: “Het gaat mij niet om het bezit, het gaat mij om u. Ik wil bij u zijn, ik wil er voor u zijn, ik wil graag met u omgaan”.

Dit noem ik een goede afloop, een gezegend einde. Vind je ook niet? Hier is een man die zo betrouwbaar is als goud – een echte standvastige volgeling; een man die zich door niets laat verleiden. Nooit zou hij je afvallen. Zijn hart is verknocht aan zijn heer. Hij is voor zijn heer, en hij wil alleen zijn heer. Mefiboseth heeft de genade gesmaakt en nadien bleef hij trouw. Denk je ook niet dat de Heer ook bij ons zulke trouw en toegenegenheid zoekt? Denk jij dat het goed is, als wij zeggen dat wij de Heer navolgen en gelijktijdig de wereld vasthouden – met de ene hand de wereld vasthouden en met de andere proberen ons aan Christus vast te klampen? Neen, absoluut niet, want dan zijn wij dubbelhartige, wankelmoedige mensen, en “een wankelmoedig man is onberekenbaar in al zijn wegen” (Jakobus 1:8). Er zijn een hele hoop mensen die belijden een Christen te zijn, maar die teveel van de wereld hebben om van Christus te genieten, en die teveel van Christus hebben om van de wereld te genieten of in staat te zijn om een werkelijke dienst voor Hem te doen in de wereld. Dat zijn mensen zonder ruggengraat, mensen die ook in de wereld door niemand geacht worden. God beware ons ervoor Christen te zijn van dit soort! Ik zou graag willen dat jullie levende, brandende getuigen voor Christus zijn. Mensen van wie gezegd wordt: “Oh, als je al in zijn buurt komt, zal hij zeker met jou over Christus spreken”. Probeer iemand te zijn zoals de apostel Paulus, die zeggen kon: “Want ik schaam mij niet voor het evangelie” (Romeinen 1:16).

Hoe schoon sluit zich het doek boven Mefiboseth! “Het land interesseert me niet”, zei hij, “ik heb het niet nodig, ik zoek uw tegenwoordigheid, David!” Ik denk niet dat er iets mooiers voor het hart van David kon zijn. En zo is het met de Heer Jezus. Hij verlangt naar onze toegenegenheid en trouw. En wanneer deze trouw tot vervolgingen en schade leiden zou, trek het je niet aan want Hij zegt tegen allen die vanwege Zijn Naam lijden: “Wees trouw tot [de] dood, en Ik zal u de kroon van het leven geven” (Openbaring 2:10).

Wordt D.V. vervolgd.

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, RM