6 jaar geleden

Mattheüs 10 vers 42

Het glas water

Een klein meisje kon net in de Bijbel lezen en vond daar de woorden van de Heer Jezus: ‘En al wie één van deze kleinen maar een beker koud water te drinken zal geven . . . zijn loon zal hem geenszins ontgaan’ (Matth. 10:42). Toen het meisje dat gelezen had, ging ze naar de keuken, vulde een glas met water en rende daarmee de straat op om het aan iemand te geven. Maar op straat was er niemand en ze rende verder tot aan de rand van het bos. Daar trof ze een jonge man aan en bood hem het glas water aan met de woorden: ‘Drink het water in de Naam van Jezus!’ De man was helemaal verbaasd dat hij zo ongebruikelijk werd aangesproken. Maar omdat hij juist dorst had, dronk hij het glas water leeg. Het meisje haastte zich weer naar huis en zette het lege glas in de keuken.

Enige jaren vergingen. Het kleine meisje was intussen volwassen geworden en had voor verpleegster geleerd. Op een dag werd er op haar afdeling een man binnen gebracht en als eerste pakte hij zijn Bijbel en legde het Boek op een bijzettafeltje. Omdat dat niet elke dag voorkwam, sprak de verpleegster de man aan of hij gelovig was. Nadat hij dit had beaamd, vroeg ze verder hoe hij dan tot geloof was gekomen. De man vertelde: ‘Het was nog in mijn jeugd. Ik zag geen zin meer in mijn leven en maakte mij gereed om naar het bos te gaan om me daar van het leven te benemen. Maar aan de bosrand kwam er een klein meisje met een glas water naar me toe en zei: ‘Drink dat in de Naam van Jezus!’ Dat heeft dermate indruk op me gemaakt dat ik mijn plan opgaf en een Bijbel kocht en spoedig daarna tot geloof kwam’.

Daarop antwoordde de verpleegster: ‘Dat kleine meisje van toen – dat was ik!’

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, R. Mol