14 jaar geleden

Martelaars (1)

In onze dagen is het voor sommigen het toppunt van het leven, of misschien moet men zelfs zeggen van de dood, namelijk “martelaar” zijn. Zonder daar nu verder diep op in te kunnen gaan in het kader van dit artikel, zijn er wel een grote verschillen tussen Christen-martelaars en Moslim-martelaars. Twee heel belangrijke en opvallende zou ik u willen noemen.

De eerste is dat een Christen niet zelf kiest om martelaar te zijn. Daar wordt hij door de vijanden van het Christendom eenvoudigweg tot veroordeeld, hij moet het vanwege de vervolging van de zijde van de Islam, iets preciezer de fundamentalistische Islam, dit ondergaan. Maar ook in landen waar andere godsdiensten overheersen gebeurt dit. Vandaag ben je in de meeste landen binnen de Islam als Christen niet welkom. Je wordt van alle kanten aangevallen, gefolterd of gemarteld met niet zelden de dood als gevolg hebbend. Anderzijds verwachten velen binnen de Islam dat je in landen waar het Christendom geworteld is (of was) dat je daar de vrijheid moet hebben, ja zelfs het recht daartoe hebt, om de Islam te belijden. Over het algemeen genieten de volgelingen van Mohammed grote vrijheden in de (zogenaamde) Christelijke landen. Ze mogen daar veelal hun moskee bouwen, hun eigen scholen hebben, hun eigen organisaties hebben, hebben vrijheid van meningsuiting, hebben ontzettend veel aandacht in de media, gezien hun aantal vaak onevenredig veel, enzovoorts. Wanneer echter in deze landen van hen gevraagd wordt zich aan te passen aan de (zogenaamde) Christelijke cultuur, niet het verloochenen van hun Islam geloof, worden vooral de fundamentalisten onder hen heel boos. Wanneer Christenen willen samenkomen in landen waar onder andere de Islam heerst, hebben ze vaak een heel groot probleem. Laat staan als zij iets willen bouwen. U moet nu niet denken dat ik mensen die de Islam belijden haat, maar noem gewoon enkele feiten.

Maar om op het martelaarschap terug te komen, de Moslim-martelaar kiest wel zelf voor het martelaarschap en jaagt vaak daardoor onschuldige mensen de dood in. Dit vindt men zeker niet bij een Christen-martelaar. Het is de haat tegen Christus en de Zijnen die hem inspireert, hetgeen komt uit de koker van de satan, de grote tegenstander van God en Zijn volk.

Hiermee komen we bij het tweede verschil die ik u wilde noemen. Een Christen-martelaar wil niet iemand de dood in drijven om hem of haar tot Christus te brengen, maar geeft ieder de vrijheid om te kiezen: hetzij het leven, hetzij de dood. Zijn inspiratiebron is God en Zijn liefde. De liefde tot Christus dringt hem/haar (zie 2 Korinthe 5:14-15). Wanneer iemand het evangelie van Jezus Christus en die gekruisigd aanneemt (1 Korinthe 2:2), dan kiest men voor het leven. Wanneer iemand dit evangelie afwijst kiest men voor de dood. Een ware Christen zal op grond van de Bijbel nooit iemand kunnen of mogen dwingen, hardhandig of bedreigend, maar laat de vrije keus voor elk mens om te kiezen voor of tegen Christus. Als iemand Christus afwijst, kan hij daarom niet door de Christen worden vervolgd of gedood. Dit is in veel landen waar de Islam heerst wel heel anders. Een Christen-martelaar neemt dus niemand bewust mee de dood in, hij pleegt geen zelfmoord, hij blaast niemand op, maar zal als martelaar Christus verheerlijken omdat hij/zij lijden mag voor de Naam van de Heer Jezus, omdat hij weet en belijdt dat er onder de hemel geen andere Naam gegeven is waardoor hij/zij behouden moet worden (Handelingen 4:12). De Christen-martelaar weet en gelooft dat Jezus Christus de weg, de waarheid en het leven is, en dat niemand tot de Vader komt dan door Hem (Johannes 14:6). Als dit geloof hem of haar lijden aanbrengt of het leven kost, ziet en ervaart hij/zij het als genade van God om voor de Naam van Jezus Christus te mogen lijden en Hem daardoor mag verheerlijken (1 Petrus 2:20; 3:14, 17-18a; 4:14).

Omdat het martelaarschap in onze dagen nogal “in” is, vestig ik nu uw aandacht op de eerste Christen-martelaar, Stefanus. Het is goed om eerst de geschiedenis van hem te lezen, die je kunt vinden in Handelingen 6-8:3.

Frisse Wateren – rm

Stefanus, de eerste Christen-martelaar

Stefanus, de diaken en evangelist, ontving het eerst de martelaarskroon voor de naam van de Heer Jezus. Hij staat aan het hoofd van het edele leger van martelaren, en is volmaakt als het type van een martelaar. Standvastig en onwankelbaar in zijn geloof; vrijmoedig en onvervaard voor zijn beschuldigers; gevat en getrouw in zijn verdediging voor het Sanhedrin; vrij van wrok in zijn krachtigste beweringen; vol Christelijke liefde jegens allen, verzegelt hij zijn getuigenis met zijn bloed, en ontslaapt in Jezus.

In enkele opzichten bestaat er overeenkomst tussen Stefanus en de gezegende Heer. “Heer Jezus! ontvang mijn, geest” komt overeen met “Vader! in Uw handen beveel ik Mijn geest”; en opnieuw: “Heer! reken hun deze zonde niet toe” stemt overeen┬ámet “Vader! vergeef hun, want zij weten niet, wat zij doen”. Alleen stelt Stefanus hun onwetendheid niet als pleitgrond.

Aanstelling van de zeven diakenen

(Handelingen 6:1-7)

Reeds zijn, zowel,van binnen als van buiten, moeilijkheden op te merken voor de jonge gemeente. Wel werden velen bekeerd en zelfs een aantal priesters aan het geloof gehoorzaam; doch de Grieksen (bekeerde joden van griekse oorsprong) mopperden tegen de Hebreeuwsen (bekeerde joden uit Judea), omdat hun weduwen verzuimd werden in de dagelijkse bediening. Dit gaf aanleiding tot het kiezen van zeven diakenen. Uit de namen die opgegeven worden, zou men kunnen afleiden dat de zeven gekozenen Grieksen waren, allen dus van de partij van de mopperaars; zo heerste de Geest van God in genade. Stefanus behoorde tot hen; en in hem vinden wij een voorbeeld van het woord van de apostel: “Want zij die (als diakenen) goed gediend hebben, verwerven zich een goede plaats en veel vrijmoedigheid in het geloof, dat in Christus Jezus is” (1 Timotheus 3:13.) Hij was vol van geloof en van kracht, en deed grote tekenen en wonderen onder het volk. De werking van de Heilige Geest werd bijzonder openbaar in Stefanus.

Stefanus wordt gevangen genomen

(Handelingen 6:8-15)

Er waren verschillende synagogen in Jeruzalem, behorende tot de verschillende soorten van joden. De synagoge van de Libertijnen, Cyreneers, enzovoorts kwam vooral tegen Stefanus op. “En zij konden de wijsheid en de geest, waarmee hij sprak niet weerstaan”. Toen volgde, wat meestal het geval geweest is met de belijders van Jezus in alle eeuwen; niet in staat hem te antwoorden, beschuldigen zij hem voor de Raad. Valse getuigen worden omgekocht die zweren, dat zij hem lasterlijke woorden hebben horen spreken tegen Mozes en God; en dat Jezus van Nazareth deze plaats zou verbreken, en de zeden veranderen, welke Mozes hun overgeleverd had. De zaak kwam zo voor het Sanhedrin – het rechtsgeding begint. Maar wat moeten zijn rechters hebben gedacht, toen zij zijn aangezicht zagen schitteren als het aangezicht van een engel?

De toespraak van Stefanus

(Handelingen 7)

Wij bezitten de prachtige toespraak van Stefanus aan de hoofden van het volk, die voor hen zo overtuigend, onweerlegbaar en verpletterend was. Zonder twijfel was het de getuigenis van de Heilige Geest aan de joden door de mond van Stefanus; en des te vernederender voor het trotse volk, daar zij kwam van de lippen van een Griek. Maar de Geest van God, als menselijke bepalingen die niet belemmeren, werkt door wie Hij wil. Stefanus loopt in grote trekken de voornaamste perioden van hun volkshistorie door. Hij blijft bijzonder stilstaan bij de geschiedenis van Jozef en van Mozes. De eerste verkochten hun vaders aan de heidenen; de laatste verwierpen zij als rechter en oordelaar. Hij beschuldigt hen altijd de Heilige Geest te weerstaan en de wet niet te gehoorzamen, en dat zij persoonlijk verraders en moordenaars waren geworden van de Rechtvaardige. Hier wordt de getrouwe getuige van Christus in de rede gevallen, en belette men hem zijn toespraak te vervolgen. Een juist beeld van de behandeling, die martelaren ondervinden, van die dag tot op heden.

Steniging van Stefanus

(Handelingen 7:54-60)

Het gemor, de verontwaardiging, de woede van het Sanhedrin steeg ten top. “Toen zij nu dit hoorden, barstten hun harten, en zij knarsten de tanden tegen hem”. Maar in plaats van zijn rede voort te zetten, wendt Stefanus, in hartsverrukking, zich tot de Heer, starende naar de hemel, de woonplaats en het middelpunt van vereniging voor al zijn volk. “Zie”, zegt Stefanus, “ik zie de hemelen geopend, en de Zoon des mensen, staande aan Gods rechterhand”. Dat is de eigenlijke positie van de ware gelovige tegenover de wereld die Christus verwierp, een wereld van moordenaars. De gelovige, levende in de dood, staart, door de kracht van de Heilige Geest, in de hemel die zich voor hem ontsluit, en waar hij de Zoon des mensen ontdekt aan de rechterhand van God. Stefanus zegt niet “Jezus”. De Geest kenmerkt Hem als “de Zoon des mensen”. Kostelijk getuigenis voor ons! Het is niet van de heerlijkheid, dat hij spreekt, maar van de Zoon des mensen in de heerlijkheid, terwijl de hemel open is voor hem. Wat het voorwerp van het geloof en het standpunt van de gelovige betreft, is dit toneel kenmerkend voor de Christen in deze bedeling.

Bron: Algemene geschiedenis van de Christelijke Kerk (deel I)

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, RM