4 jaar geleden

Markus 15 vers 42-43

“En toen het al avond geworden was, en omdat het de voorbereiding op het Pascha was, dat is de voorsabbat, kwam Jozef van Arimathea, een aanzienlijk raadsheer, die zelf ook het Koninkrijk van God verwachtte, en waagde het om bij Pilatus naar binnen te gaan en om het lichaam van Jezus te vragen”.
Vóór de kruisiging van de Heer Jezus Christus wordt er in het evangelie niets vermeld over deze man, Jozef van Arimathea, vermeld. Noch wordt hij na deze gebeurtenis genoemd. We moeten de informatie over hem uit de vier evangeliën met elkaar in verband brengen. Lukas vertelt ons het volgende: “Deze had niet ingestemd met hun voornemen en handelwijze. Hij kwam uit Arimathea, een stad van de Joden, en verwachtte ook zelf het Koninkrijk van God” (Luk. 23:51). Uit het evangelie naar Johannes leren we dat hij “een discipel van Jezus was (maar in het geheim, uit vrees voor de Joden) …” (Joh. 19:38).
Nu kon hij niet langer op de achtergrond blijven. Hij had gehoord en in zekere mate gezien wat er met Jezus gebeurd was: Zijn gevangenneming, het verhoor, de kruisiging, de duisternis en daarna Zijn dood. Alle vrees was verdwenen; één gedachte vervulde zijn hart: “Ik kan niet langer meer een omstander zijn. Ik moet voor Jezus Christus tussenbeide komen”.
Dus ging hij op weg zonder overleg met zijn collega’s van de Joodse raad en zonder zorgen te maken over eventuele gevaar voor zichzelf. Hij ging moedig naar Pilatus en vroeg het lichaam van Jezus.
God had een persoonlijke taak voor deze man. Het was zo belangrijk dat het voor altijd geregistreerd staat in het Woord van God. Op het juiste moment was Jozef bereid deze taak uit te voeren: het lichaam van Jezus in fijn linnen te wikkelen en droeg het naar een nieuw graf waar nog nooit iemand gelegd was en dat hij in de rots had uitgehouwen.
Wij kunnen eveneens God verheerlijken wanneer we bereid zijn onze taken te vervullen die God met ons voorheeft op Zijn bepaalde tijd.
The Good Seed

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, R. Mol