2 maanden geleden

Maranatha (deel 1): Jezus komt terug

Door de jaren heen heb ik het woord “Maranatha” gezien, maar nooit echt de tijd genomen om te weten wat het betekent. Lange tijd dacht ik, dat het gewoon de naam was van een populaire hedendaagse christelijke muziek platenmaatschappij. De implicaties en de betekenis van Maranatha zijn veel belangrijker dan de meeste belijdende Christenen zich vandaag de dag realiseren.

Maranatha is een woord van Chaldeeuwse oorsprong, dat werd gebruikt in het Aramees van de eerste eeuw. Volgens Strong’s Exhaustive Concordance of the Bible betekent Maranatha “onze Heer (Meester, Messias) is gekomen” en dat “Hij wederkomt,” met een bijzondere nadruk op het toekomstige goddelijke oordeel. Maranatha komt slechts één keer in de Schrift voor, in 1 Korinthe 16 vers 22: “Als iemand de Heere Jezus Christus niet liefheeft, laat die vervloekt zijn” (HSV).  Vergelijk met de Telos: ”Als iemand de Heer niet liefheeft, die zij vervloekt.” De Engelse vertaling NKJV heeft daarbij aan het eind van de zin: “O Lord, come!” en de Engelse ESV heeft aan het eind van de zin: “… Our Lord come!”

De Joden wachtten met grote verwachting op de Messias, vooral in de eerste eeuw, toen het land Israël, Jeruzalem en de tempel onder Romeinse bezetting en autoriteit stonden. Zij wachtten op de bevrijding en op de Messias die zou regeren vanaf Davids troon in Jeruzalem, waardoor Israël de beloofde voorrang zou krijgen boven alle andere naties – een vervulling van de Abrahamitische en Davidische verbonden (Gen. 12:1-3, 2 Sam. 7:16). In Lukas 4 vers 16-30 hebben we het verslag van Jezus die Zich gedeeltelijk openbaart als de Messias. Hij leest uit een gedeelte van Jesaja 61 (vs. 1 en een deel van vs. 2), wat de voorgeschreven lezing was in de synagoge op die sabbat. Dan verkondigt Hij aan de aanwezigen: “Heden is dit Schriftwoord in uw oren vervuld” (Luk. 4:21). De reactie van degenen die het hoorden was in eerste instantie een verwondering over Zijn genadige woorden, gevolgd door een afwijzende vraag dat Hij slechts de zoon van Jozef (de timmerman) was (vs. 22). Oh, maar hoe snel keren diezelfde mensen zich tegen Jezus wanneer Hij verder gaat met het aanwijzen van gevallen uit het verleden, waar diegenen die als onwaardig werden beschouwd (d.w.z. de heidenen) door God werden gebruikt en gezegend als een middel om Zichzelf te verheerlijken (vs. 24-27). Zij waren zo verblind en woedend van trots dat zij Jezus wilden doden door Hem over een klif te gooien (vs. 28-30).

De reden waarom ik de aandacht vestig op de passage in Lukas is, om aan te tonen dat Jezus Zichzelf openbaarde als Messias, maar slechts gedeeltelijk. Het was geen toeval dat de Schriftpassage waaruit Hij voorlas een Messiaanse profetie was, of dat Hij verkondigde, dat deze vervuld was. Evenmin was het toeval waar Hij ophield. Jesaja 61 vers 2 gaat verder: “En de dag van de wraak van onze God; om alle treurenden te troosten.” Jesaja 61 vers 3-11 gaat verder en beschrijft gedeeltelijk hoe de heerschappij van de Messias eruit zal zien. Het onvermogen van de aanwezigen om Jezus als de Messias te erkennen, was in de eerste plaats te wijten aan hoe zij geloofden dat de Messias zou moeten komen, namelijk in stralende heerlijkheid en onmiddellijk alle onderdrukkers van Israël overwinnend. Maar uiteindelijk was het een gevolg van hun geestelijke blindheid (zie Joh. 3:27; 1 Kor. 2:6-14).

De discipelen hadden een soortgelijke vooringenomenheid over hoe zij dachten, dat de komst van de Messias zou zijn. In Mattheüs 16 vers 13-27 zien we Petrus, sprekend namens de discipelen, Jezus erkennen als de Messias. Jezus antwoordt: “Gelukkig ben jij Simon, Bar-Jona, want vlees en bloed heeft je dat niet geopenbaard, maar Mijn Vader die in de hemelen is” (vs. 17). Vervolgens legt Jezus aan Zijn discipelen uit wat er komen gaat, met name Zijn dood en opstanding (vs. 21). Petrus, beïnvloed door wat hij denkt, dat de Messias volgens zijn mening zou moeten doen wanneer Hij komt, neemt Jezus apart om Hem te berispen (vs. 22). Jezus antwoordt Petrus door erop te wijzen, dat zijn denken op de dingen van de mensen gericht is in tegenstelling tot het bedenken van de dingen van God (vs. 23). Hij gaat verder met Petrus te vertellen, dat de prijs van het volgen van de Messias hoog is, tot en met de dood (vs. 24-26), gevolgd door een andere profetie over Zijn tweede komst (vs. 27).

Nadat Jezus lichamelijk uit de dood was opgewekt, bracht Hij 40 dagen door met de discipelen en de eerste volgelingen van de Messias (Hand. 1:3). Gedurende die tijd sprak Jezus “over de dingen die het koninkrijk van God betreffen” (Hand. 1:3). Jezus gebruikte de Schriften om te laten zien, wat Hij had volbracht en hoe Hij aan bepaalde vereisten voldeed, zoals de uiteindelijke verzoening voor de zonde (Luk. 24:44-49). Wij beschikken niet over een woordelijk verslag van alles wat Jezus zei, maar ongetwijfeld zullen de details en de breedte van wat besproken werd veelomvattend zijn geweest. Aan het einde van die veertig dagen was het antwoord van hen, die alles hadden gehoord wat Jezus “over het koninkrijk van God” te zeggen had: “Heer, zult U in deze tijd het koninkrijk voor Israël herstellen?” (Hand. 1:6). Zij wisten, dat Jezus de Messias was en wilden dat het Messiaanse Koninkrijk met Jeruzalem als basis zou worden gevestigd, zoals is voorzegd (Jes. 52:7-10; Ezech. 36 en 37; Joël 3:16-17; Zef. 3:15-20; Zach. 14:9-11). Jezus antwoordt, dat de aanwezigen de tijdruimte (tijden) of de tijdsmaat (seizoenen) van het Messiaanse Koninkrijk niet zullen ervaren (weten) (Hand. 1:7). Hij herhaalt dan de belofte van de Helper (Joh. 14:16-17) en geeft hun de opdracht om uit te gaan als Zijn getuigen (Hand. 1:8).

Denk eens aan de teleurstelling die deze discipelen voelden. Alsof alleen al het horen, dat het beloofde (geprofeteerde) Messiaanse Koninkrijk niet door de aanwezigen ervaren zou worden (rechtstreeks uit de mond van de Messias gesproken) niet teleurstellend genoeg was, werd Hij, zodra Hij klaar was met spreken, voor hun ogen opgenomen in een wolk buiten hun gezichtsveld (Hand. 1:9). Ongetwijfeld had je een speld kunnen horen vallen, toen zij “naar de hemel staarden, terwijl Hij heenging” (vs. 10). Twee engelen verschijnen in hun midden en geven hun een vriendelijke berisping, omdat ze “naar de hemel staan te kijken” (v. 11). De engelen profeteren vervolgens de wederkomst van Jezus door te zeggen: “Deze Jezus die van u is opgenomen naar de hemel, zal zó komen, op dezelfde wijze als u Hem naar de hemel hebt zien gaan” (vs. 11). Door de uitdrukking “deze Jezus” te gebruiken, bevestigen zij aan de aanwezigen, dat Hij de Messias is en dat Hij zal wederkomen om te regeren in de context van wat zij even tevoren met Hem hadden besproken van aangezicht tot aangezicht.

U en ik kunnen ons geen voorstelling maken van de emoties en twijfels die de apostelen en de vroege volgelingen van Jezus op dat moment ervoeren. Als Joden kenden zij de Schriften. Zij verwachtten de komst van de Messias. Zij verlangden naar de vestiging van Zijn koninkrijk. Zij kenden de eeuwen van tragedie en onrust die de nakomelingen van Israël hadden doorgemaakt. De komst van de Messias, maar niet op de manier waarop zij dachten dat Hij zou moeten komen, was moeilijk. Het was verbazingwekkend Hem allerlei wonderen te zien verrichten, waaronder het opwekken van Lazarus uit de dood. Getuigen te zijn van Zijn arrestatie, Zijn martelingen, gedood op de meest wrede wijze en vervolgens begraven te zien worden, moet hun hoop hebben verpletterd. Hem lichamelijk opgewekt te zien worden, zoals Hij had voorspeld, zal veel vreugde hebben teruggebracht. In hun denken was het volgende logische ding op de tijdlijn, nu de Messias werkelijk gekomen was, dat het koninkrijk nu hersteld zou worden. Hem te horen zeggen, dat het voor hen niet zou gebeuren, en Hem dan onmiddellijk uit hun midden zien weggevoerd worden (na veertig dagen samen te zijn geweest), zou op zijn zachtst gezegd verbijsterend zijn geweest.

In het volgende artikel zullen we kijken naar de verwachting van de wederkomst van de Messias (Jezus) in het hele Nieuwe Testament. De wereld zal geen vrede en gerechtigheid kennen, totdat Hij vanaf Zijn troon regeert (Jes. 9:7). Maranatha!

 

Troy Moore – 25/11/2019; © thechristianexplorer.org

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, FW