14 jaar geleden

Man en vrouw schiep Hij ze

Dat dit onderwerp vandaag erg actueel is, kan men om zich heen duidelijk zien. Het dragen van kleding, of eigenlijk in onze westerse wereld misschien wel meer het dragen van zo weinig mogelijk kleding, houdt veel (vooral jonge) mensen bezig. Merkleding moet je wel dragen, anders lig je niet lekker in “de groep”. En of “de groep” nu de schoolvrienden zijn of de vrienden in de kerk of de jeugdgroep, dat maakt eigenlijk niet uit. Je vindt het overal. Vanwege “de groep” is men tot heel veel bereid. De eigen persoonlijkheid wordt vandaag heel sterk bepaald door de groep. Als het om Christenen gaat krijg je vaak de indruk dat de vraag: “Heer, hoe wilt U dat ik gekleed ga?” niet meer telt, ja, dit zelfs uit de tijd acht, gezien de kleding die veel “bloot” geeft te zien, waarbij zelfs de navel nodig getoond moet worden, en soms nog meer. Een zeer “zorgwekkende demonische” ontwikkeling die duidelijk te maken heeft met de invloed van de “tijdgeest van deze wereld” en met de “overste van de macht van de lucht” (Efeze 2:1). “Waar maak je je toch druk om? Als het met je hart maar goed zit? Het uiterlijk is niet zo belangrijk? Je leeft toch in de 21e eeuw? Je moet je toch wel een beetje aan de wereld aanpassen, dit is tenslotte toch de mode?” Deze argumenten en nog veel meer van dit soort kun je beluisteren wanneer het gaat om de vraag: “Heer, hoe wilt U dat ik gekleed ga?” Daarom zou onderstaand artikel van veel nut kunnen zijn en wijst een weg die weliswaar “smal” is maar ruim baan maakt voor Hem die je ziel echt bemint, de Heer Jezus Christus.

Frisse Wateren

“Toen werden hun beider ogen geopend, en zij werden gewaar, dat zij naakt waren; en zij hechtten vijgeboombladeren samen, en maakten zich schorten” (Genesis 3:7). Dit was de eerste reactie van Adam en Eva, nadat zij van de verboden vrucht gegeten hadden en daarmee uitdrukkelijk in strijd handelden met het gebod van God “niet van de boom der kennis des goeds en des kwaads” te eten (Genesis 2:17). Eva had (voor zij van de vrucht nam) bij de aanblik van de boom gemeend, dat hij “een lust was voor de ogen, ja, een boom, die begeerlijk was om verstandig te maken” (Genesis 3:6). Dit nieuwe inzicht lag dan in de ontdekking, naakt te zijn.

1. Begin en functie van kleding

Van nu af aan was de zonde in de mens, en de mens heeft direct de behoefte zich te kleden: “En de HEERE God riep Adam, en zeide tot hem: Waar zijt gij? En hij zeide: Ik hoorde Uw stem in de hof, en ik vreesde; want ik ben naakt; daarom verborg ik mij” (Genesis 3:9-10). Nadat God met Adam en Eva gesproken en hun de consequenties van hun handelen voorgesteld had, maakte Hij voor hen “rokken van vellen, en trok ze hun aan” (Genesis 3:21). Vervolgens moesten zij het paradijs verlaten.

Sinds deze tijd is het “normaal” dat mensen zich kleden, en “abnormaal” als zij dat niet doen. Dat zien we bijvoorbeeld bij de door de demonen bezeten Gadarener. Van hem wordt eerst gezegd, dat hij sinds geruime tijd “geen kleding had aangetrokken” (Lukas 8:27). Toen de Heer echter de demonen uitgedreven had, zat hij “gekleed en goed bij zijn verstand” (vers 35) aan de voeten van Jezus. Naast zijn gedrag was het ook in het bijzonder het feit dat deze man geen kleding droeg, die de omgeving iets over zijn innerlijke toestand meedeelde. Openlijke naaktheid kan daarmee een psychische gestoordheid zijn (zoals in dit geval); daarnaast dient zij in de Bijbel ook dikwijls als beeld van schande [vergelijk bijvoorbeeld Ezechiël 16:36; 23:26; vergelijk ook Genesis 9:18-29 – vertaler].

2. Kleding en maatschappij

De uiterlijke verschijningsvorm van een mens laat zich in verschillende factoren zien: uit zijn houding, zijn optreden, zijn kapsel en in het bijzonder ook zijn kleding. Al deze factoren worden zowel door het aard en de instelling van de afzonderlijke persoon als ook door de culturele omstandigheden van zijn land en zijn tijd beinvloed. Wat de kleding betreft is haar productie in de huidige tijd als nooit tevoren aan het dictaat van de mode onderworpen, waarin weer “de tijdgeest wordt uitgebeeld”. Dit feit wordt onder andere daaraan duidelijk, dat revolutionaire bewegingen binnen de maatschappij (zoals bijvoorbeeld de Franse Revolutie of de studentenbeweging uit de jaren ’60) steeds aanzienlijke invloed op de kleding hadden.

De actuele “tijdgeest” laat zich op volgende manier beschrijven: “In de zestiger jaren van de vorige eeuw begon […] dat wankelen van de maatstaven, […] die binnen dertig jaren al bereikt scheen te zijn, wat daarvoor geen dictatuur in de vorige eeuw gelukt is: de verstoring van het gehele westelijke gebied van waarden, een scheur door de wereld. […] Wat eeuwen als misdaad gold, is nu een aangelegenheid van vrije keus geworden. Nauwelijks wordt een perversiteit nog met een stigma behept (= sociaal gebrandmerkt), juist het tegendeel, wanneer je er ook nog vragen over durft te stellen. De nieuwe moraal loochent de oude waardencatalogus van de westelijke cultuur totaal en vervangt haar door de willekeurige geboden van een diffuus multicultuur”1.

In de verschillende modecreaties komen dus vele factoren tot uiting. Daarbij spelen zowel de toenemende verandering van de aard en de idealisering van de jeugd, als ook de ontaarding en perversie zoals het verwerken van hatelijke componenten als uitdrukking van een protesthouding tegen bestaande normen, een niet te onderschatten rol2. Dat verhindert de koper echter niet om modeartikelen te kopen, alle grenzen te overschrijden, daar men tenslotte “in” moet zijn.

De mens heeft als enig levend wezen van de schepping de mogelijkheid zijn kleding zelf te kiezen. Hij werd als “man en vrouw” (mannelijk en vrouwelijk) (Genesis 1:27) geschapen. Twee verschillende individuen: elkaar aanvullend, bij elkaar passend, met een oorsprong en een doel, maar verschillend in mentaliteit, verschillend in de door God bepaalde positie als ook verschillend in uiterlijke verschijningsvorm. Heden ten dage is het toch zo dat de mode dit onderscheid in toenemende mate eenvormig probeert te maken: “Dat zij ook de scheiding van de geslachten weg kan wissen, is misschien de meest beangstigende van haar effecten. Op scheiding, vervagen en overschrijden van grenzen specialiseert, maakt zich de mode vrij van de fatsoenlijke orde, sticht zij onrust”3. In plaats van het onderscheid van de geslachten te bevestigen, “ondermijnt zij de orde”4.

3. Praktische consequenties

Op overschrijding van grenzen was Eva al uit, toen zij met de ogen gezien en met het hart het verbodene begeerd had. Zij had willens en wetens het gebod van God overtreden. Hoe geheel anders daarentegen de vergadering te Laodicéa, die niet meer in staat was haar eigen toestand in te zien. Haar werd door de Heer gezegd: “… raad Ik u aan goud van Mij te kopen, gelouterd door vuur, opdat u rijk wordt; en witte kleren, opdat u bekleed wordt en de schande van uw naaktheid niet openbaar wordt; en ogenzalf om uw ogen te zalven, opdat u kunt kijken” (Openbaring 3:18).

Laodicéa was dus in zekere mate in het duister omtrent zijn eigen toestand; daarom werd hem meegedeeld hoe zijn gedrag te corrigeren was, opdat het de Heer zou behagen. Dit doel volgde ook Paulus onder andere in zijn brief aan de Thessalonicenzen: “Overigens nu, broeders, vragen en vermanen wij u in [de] Heer Jezus, dat, zoals u van ons hebt ontvangen hoe u moet wandelen en God behagen, zoals u ook wandelt, u daarin nog meer zult toenemen. Want u weet welke bevelen wij u hebben gegeven door de Heer Jezus. Want dit is [de] wil van God: uw heiliging …” (1 Thessalonika 4:1-3). Maken wij er ernst mee om de wil van God – ook met betrekking op de kleding – te vervullen, dan moge het ook met Zijn hulp gelukken, de opdracht die Paulus aan de gelovigen in Rome in daden om te zetten: “Laat ieder van ons de naaste behagen ten goede, tot opbouwing” (Romeinen 15:2).

NOTEN:

1. Franz M. Oppenheimer: “Der Riß im Universum oder Die Urenkel der Pilgervater”, in: Frankfürter Allgemeine Magazin, 6 oktober 1995, bladzijde 29v.
2. Vergelijk Vinken, bladzijde 34, 60 en 62, alsook Dieter Baacke: “Wechselnde Moden. Stichworter zur Aneignung eines Mediums durch die Jugend”, in Dieter Baacke onder andere: Jugend und Mode. Kleidung als Selbstinszenierung, Opladen (Leske + Budrich) 1988, bladzijde 11-65, hier bladzijde 61.
3. Vinken, bladzijde 24.4) Vinken, bladzijde 25.

Jochen Klein, © Folge mir nach

Geplaatst in: ,
© Frisse Wateren, R. Mol