5 maanden geleden

Lijden (04)

Psalm 138 vers 3; Klaagliederen 3 vers 24

Gesterkt in het lijden

Niemand wordt zo snel tot de troon van de genade geroepen als lijdende gelovigen. “David zegt: “Op de dag dat ik riep, hebt U mij verhoord; U hebt mij versterkt met kracht in mijn ziel” (Ps. 138:3). Petrus klopte aan bij hen die bijeengekomen waren om voor hem te bidden, terwijl zij juist vanwege hem aan de deur van de hemel klopten. In de gevangenis van een christen is er altijd een deur meer dan hij ziet, waardoor Christus met één handbeweging voor Zijn heiligen een uitweg kan openen. Als God je daar gebracht heeft, zal hij je daar ook weer weghalen. Nooit zult je uit Zijn mond een zoiets horen als: “Bekijk het maar!” horen, wanneer jouw trouw je in de doornen heeft gebracht.

Maak je geen zorgen als je, net als Jona, overboord wordt gegooid voordat je de voorziening hebt gezien die God voor je veiligheid heeft getroffen; die is er altijd, maar niet altijd te zien, zoals de walvis van Jona, die door God was gezonden om hem naar de kust te brengen. Datgene waarvan je denkt, dat het je zal verslinden, kan de boodschapper zijn die God heeft gezonden om je veilig aan land te brengen.

De Egyptenaren dachten, dat ze Israël in de val hadden toen ze hen op de oever zagen. En toen het gevaar voorbij was, bevonden zij zich in de woestijn, waar niets te eten was, en toch, toen zij 40 jaar geleefd hadden, zonder handel en landbouw, zonder te bedelen en te roven van de naburige volken, zouden zij aan geen van hen ook maar één stuiver schuldig zijn. Wat kan de almacht van God al niet doen om voor Zijn volk te zorgen.

“Mijn deel is de HEERE, zegt mijn ziel, daarom zal ik op Hem hopen” (Klaagl. 3:24). Hebt jij Hem niet tot jouw deel gemaakt? Verwacht je niet een hemel, waar je voor altijd van Hem kunt genieten? Kan een kerker van uiterlijke ellende ooit zo donker zijn, dat deze hoop hem niet kan verlichten? Hij, die jou een deel in de hemel heeft gegeven, zal jou ook alles geven wat je nodig hebt op de weg daarheen.

Bedenk hoe vaak God jouw angsten heeft weggenomen en jouw ongeloof zich als een valse profeet heeft bewezen. Heeft Hij niet aan jouw deur geklopt met innerlijke troost en uiterlijke bevrijding, toen jij de kaars van de hoop al had gedoofd, het wachten op Hem had opgegeven en je had voorbereid om in het bed van de wanhoop te gaan liggen? Hebt jij je nooit op zo’n droevig pad begeven, en waren de stormen van je angsten zo sterk, dat zelfs het anker van de hoop werd ingetrokken, en je aan je twijfelende en wanhopige gedachten overliet, alsof nu je eeuwige nacht was aangebroken, en er geen morgen meer zou komen? Maar zelfs dan heeft God hen allen gelogenstraft door ongemerkt met een onverwachte verrassing van barmhartigheid op jou af te komen.

 

William Gurnall; © www.bibelstudium.de

Online in het Duits sinds 21.07.2010.

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, FW